voorkeur
Voorkeur
Ik wil liever wandelen dan fietsen.
Jij eet liever vlees dan groente.
Hij is liever lui dan moe.
Wij gaan liever naar het zwembad dan naar de zee.
Jullie slapen liever uit dan vroeg op te staan.
Zij werken liever vandaag hard zodat ze morgen kunnen rusten.