A) Teun wandelt al drie dagen in de bergen.
Hij moest stoppen om naar zijn plattegrond te kijken.
Hij moest naar het westen lopen, maar hij herkent niks op de plattegrond.
Als hij naar het westen was gelopen, zou hij onderhand een meer zijn tegengekomen.
Hij denkt dat hij in plaats daarvan naar het noorden is gelopen.
Hij zou graag een plattegrond op zijn telefoon gebruiken om het te checken, maar in de brochure stond dat er in de bergen geen bereik zou zijn.
Teun besluit om te overnachten.
Misschien kan hij het morgen uitvogelen, nadat hij wat heeft geslapen.
B) Ik wandelde al drie dagen in de bergen toen ik moest stoppen om naar mijn plattegrond te kijken.
Ik had naar het westen moeten lopen, maar ik herkende niks op de plattegrond.
Als ik naar het westen was gelopen, was ik onderhand een meer tegengekomen.
Ik dacht dat ik in plaats daarvan naar het noorden was gelopen.
Ik had graag een plattegrond op mijn telefoon willen gebruiken om het te checken, maar in de brochure stond dat er in de bergen geen bereik zou zijn.
Ik besloot om te overnachten.
Misschien kon ik het morgen uitvogelen, nadat ik wat had geslapen.
Vragen:
Een : Teun wandelt al drie dagen in de bergen.
Hoelang wandelt Teun al?
Teun wandelt al drie dagen in de bergen.
Twee : Hij moest stoppen om naar zijn plattegrond te kijken.
Waarom moest hij stoppen?
Hij moest stoppen om naar zijn plattegrond te kijken.
Drie : Hij had naar het westen moeten lopen.
In welke richting had hij moeten lopen?
Hij had naar het westen moeten lopen.
Vier : Als hij naar het westen was gelopen, was hij onderhand een meer tegengekomen.
Wat was er gebeurd als hij naar het westen was gelopen?
Als hij naar het westen was gelopen, was hij onderhand een meer tegengekomen.
Vijf : Ik dacht dat ik in plaats daarvan naar het noorden was gelopen.
In welke richting was je volgens jou gelopen?
Ik dacht dat ik in plaats daarvan naar het noorden was gelopen.
Zes : Ik had graag een plattegrond op mijn telefoon willen gebruiken om het te checken, maar in de brochure stond dat er in de bergen geen bereik zou zijn.
Waarom kon je de plattegrond op je telefoon niet gebruiken?
Ik had graag een plattegrond op mijn telefoon willen gebruiken om het te checken, maar in de brochure stond dat er in de bergen geen bereik zou zijn.
Zeven : Ik besloot om te overnachten.
Wat besloot je te doen?
Ik besloot om te overnachten.
Acht : Misschien kon ik het morgen uitvogelen, nadat ik wat had geslapen.
Als je wat had geslapen, wanneer zou je het dan kunnen uitvogelen?
Misschien kon ik het morgen uitvogelen, nadat ik wat had geslapen.