×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.


image

Short Stories In Dutch For Beginners, De Gekke Loempia - Hoofdstuk 2 – Nederland

De Gekke Loempia - Hoofdstuk 2 – Nederland

Hoofdstuk 2 – Nederland

Ons vliegtuig landt in Amsterdam. Mijn vriend Arnoud wacht op de luchthaven. ‘Hallo Daniel!', zegt hij. Hij geeft me een stevige knuffel. ‘Ik ben zo blij dat je er bent!'

‘Hoi Arnoud! Het is geweldig om je te zien!', antwoord ik. Arnoud kijkt naar mijn zus Julia. Ik stel ze aan elkaar voor. ‘Dit is mijn vriend Arnoud en dit is mijn zus Julia.'

Arnoud kust Julia op elke wang. ‘Hallo Julia. Leuk je te ontmoeten!'

Mijn zus is erg verlegen. Ze is vooral verlegen als ze nieuwe mensen ontmoet. ‘Hallo … Arnoud', zegt ze. Haar gezicht wordt rood. Dan wordt ze stil.

‘Je zus is erg verlegen, hè?', zegt Arnoud glimlachend tegen me.

‘Ja, dat klopt, maar ze is erg aardig', zeg ik.

Even later gaan we naar de flat van Arnoud. Daar zullen we het hele trimester blijven. We nemen een taxi. Na 30 minuten komen we in het centrum van Amsterdam aan. De taxi kost 41 euro en 50 cent. Arnoud zegt dat dit het gebruikelijke tarief is in dit deel van de stad. We betalen in de taxi en stappen uit.

Het is slechts een korte wandeling naar de flat van Arnoud. Het is juni en het is erg warm. Maar er is een prettige wind die ons afkoelt.

We komen rond lunchtijd bij de flat aan. Mijn zus en ik hebben erg veel honger. ‘Arnoud', zeg ik. ‘Waar kunnen we gaan eten?'

‘Er zijn een paar goede restaurants in de buurt.'

‘Welk soort gerechten hebben ze?'

‘Eén van de restaurants, De Gekke Loempia, heeft fantastische loempia's. Ik kan het je erg aanbevelen. Je kan er met de bus naartoe. En er is een ander restaurant met heerlijke vis. Dat is hier om de hoek.'

‘Julia, wil jij een loempia?', vraag ik mijn zus.

‘Ja, graag! Ik heb zo'n honger!', antwoordt ze.

Arnoud kan niet met ons meegaan. Hij is leraar en hij moet lesgeven. Dus gaan Julia en ik op weg naar het loempiarestaurant. Het is een korte wandeling naar het busstation. ‘Hmm … Wacht even, welke bus gaat naar het loempiarestaurant?', vraag ik Julia.

‘Dat weet ik niet …' antwoordt ze. ‘Laten we het aan hem vragen.' Ze wijst naar een man met een wit overhemd.

We lopen naar de man toe. Hij glimlacht. ‘Hallo! Kan ik jullie helpen?'

‘Hallo. Hoe komen we bij het restaurant De Gekke Loempia?', vraag ik.

‘Dat is heel eenvoudig! Bus 35 gaat die kant op. Hij gaat rechtstreeks naar De Gekke Loempia. Er is alleen een klein probleem.'

‘Wat is er?', vraag ik.

‘Die bus is meestal op dit moment overvol.'

‘Oké. Dank u wel!', zeggen we.

Op weg naar de bushalte praten Julia en ik met elkaar. De bus vindt ze geen goed idee. ‘Daniel', zegt ze, ‘laten we gewoon in het visrestaurant gaan eten. Dat is gemakkelijker. Ik wil niet met een overvolle bus mee.'

‘Dat weet ik … maar wacht even! Ik heb een idee. Ik neem de bus naar De Gekke Loempia. Jij gaat naar het visrestaurant.'

‘Waarom?'

‘Op die manier kunnen we de twee restaurants met elkaar vergelijken.'

‘Oh. Goed idee. Oké. Veel plezier! Ik bel je straks wel op je mobieltje', roept ze en ze loopt weg.

Ik stap in de volgende bus en ik ga zitten. Het openbaar vervoer in Amsterdam is erg goed. Ik weet dat ik me nergens zorgen om hoef te maken. Ik ben erg moe. Ik val snel in slaap. Ik word na een tijdje wakker. De bus is gestopt. Niemand anders dan de chauffeur zit in de bus. ‘Neem me niet kwalijk', zeg ik. ‘Waar zijn we?'

‘We zijn in Maastricht aangekomen', antwoordt hij.

‘Wat zegt u? Maastricht? Zijn we in Maastricht? Hoe kan dat nou?', zeg ik.

‘Nou, dit is de snelbus. Hij gaat rechtstreeks van Amsterdam naar Maastricht', zegt hij tegen me. Ik kan het niet geloven. Ik heb de verkeerde bus genomen. Wat doe ik nu? Ik bedank de chauffeur en stap de bus uit. Dan pak ik mijn mobieltje. Ik wil mijn zus bellen, maar het lukt niet. Mijn batterij is leeg! Ik kijk op mijn horloge. Het is net na vijf uur ‘s middags. Mijn zus weet niet waar ik ben. Ze zal zich echt zorgen maken. Ik moet haar zien te bereiken. Ik zoek een telefooncel!

Ik vraag op straat aan een dame waar een telefooncel is. ‘Daar staat er één', zegt ze en wijst. ‘Kijk, daar aan de overkant.'

Ik bedank haar en ik ga naar de telefooncel. Maar als ik er ben, realiseer ik me nog iets. Julia's telefoonnummer staat in het geheugen van mijn mobiel. Ik kan mijn mobiel niet aanzetten. Eindelijk heb ik een telefoon, maar ik heb geen nummer. Wat nu? Ik denk even na. Dan realiseer ik me weer iets. Ik heb echt honger. Ik heb sinds het ontbijt niets gegeten! Ik besluit om een restaurant te zoeken. Ik kan straks verder over mijn probleem nadenken.

Verderop in de straat vind ik een restaurant. De ober komt naar mijn tafel. ‘Goedenavond!', zegt hij heel vrolijk.

‘Goedenavond', antwoord ik.

‘Wat zal het zijn?'

Ik kijk snel naar het menu. ‘Mag ik … een loempia?' zeg ik in het Nederlands.

‘Pardon? Ik begrijp u niet', antwoordt hij in het Nederlands.

Ik probeer het opnieuw. Mijn Nederlands kan toch niet zo slecht zijn. ‘Hm … mag ik een loempia?' Ik wijs als een gek naar het woord loempia op het menu. Dan zeg ik het nog eens in het Engels. Dan glimlacht de ober en zegt in het Engels: ‘Bedankt. Ik kom hier niet vandaan. Ik ben hier pas kort en mijn Nederlands is niet zo goed.'

Ik begin heel hard te lachen. Veel mensen in het restaurant draaien zich om en kijken. Op dat moment voel ik me opgelaten. Ik hoefde niet zo hard te lachen. Maar het kan me niet schelen. Het is allemaal teveel. Deze hele situatie is gewoon zo vreemd! Mijn zus en ik wilden samen een loempia gaan eten. En hier zit ik dan een loempia te eten—maar dan wel alleen in Maastricht! En mijn zus weet niet waar ik ben. Het is zo ironisch!

Ik eet alles op en betaal de rekening. Dan realiseer ik me mijn situatie. Wat doe ik nu? Mijn mobieltje werkt niet. Er is een telefooncel, maar ik heb het nummer van mijn zuster niet. Wat kan ik doen? Dan weet ik het. Ik kan naar Londen bellen! Ik ken het vaste telefoonnummer van mijn moeder en vader.

Ik ga terug naar de telefooncel. Ik bel het nummer van mijn ouders. Het gaat vier keer over. Eindelijk zegt mijn moeder: ‘Hallo?'

‘Hoi mam. Ik ben het, Daniel.'

‘Daniel?', zegt ze. ‘Hoe gaat het met je? Hoe vind je Amsterdam?'

‘Het is er prima. Hm … mam. Ik heb een probleempje.'

‘Wat is er? Is er iets gebeurd?

‘Nee, mam, maar wil je alsjeblieft Julia bellen? Zeg haar dan dat ik in Maastricht ben. En vertel haar dat de batterij van mijn mobiel leeg is.'

‘In Maastricht? Wat doe je in Maastricht? !'

‘Het is een lang verhaal, mam. Ik vertel je later wel meer.'

We zeggen elkaar gedag. Ik besluit om een hotelkamer te nemen. Verderop in de straat is er één beschikbaar. Ik kan morgen terug naar Amsterdam. Op dit moment heb ik slaap nodig.

Ik betaal met contant geld voor een overnachting. Ik heb geen creditcards bij me. Ik ga naar mijn kamer. Ik trek mijn kleren uit en ga naar bed. Ik doe het licht uit en ga slapen. Ik ben doodmoe. Wat een gekke dag!

Hoofdstuk 2 Overzicht

Samenvatting

Daniel en Julia komen in Amsterdam aan. Arnoud, de vriend van Daniel, ontmoet ze op de luchthaven. Ze gaan allemaal naar de flat van Arnoud. Daniel en Julia hebben honger. Arnoud beveelt twee restaurants aan. Julia loopt naar een visrestaurant. Daniel neemt een bus naar een loempiarestaurant. In de bus valt Daniel in slaap. Hij wordt in Maastricht wakker! Zijn telefoon werkt niet. Hij kent het telefoonnummer van zijn zus niet. Uiteindelijk belt hij zijn moeder. Dan overnacht hij in een hotel.


De Gekke Loempia - Hoofdstuk 2 – Nederland Die verrückte Frühlingsrolle - Kapitel 2 - Niederlande The crazy spring roll - Chapter 2 - Netherlands El rollito de primavera loco - Capítulo 2 - Países Bajos Le rouleau de printemps fou - Chapitre 2 - Pays-Bas L'involtino primavera pazzo - Capitolo 2 - Paesi Bassi 狂気の春巻き - 第2章 - オランダ O rolinho primavera louco - Capítulo 2 - Países Baixos Безумный спринг-ролл - Глава 2 - Нидерланды Çılgın Çin böreği - Bölüm 2 - Hollanda 疯狂春卷 - 第二章 - 荷兰 疯狂的洛姆皮亚 - 第 2 章 - 荷兰

**Hoofdstuk 2 – Nederland** Chapter 2 - Netherlands

Ons vliegtuig landt in Amsterdam. Our plane lands in Amsterdam. Mijn vriend Arnoud wacht op de luchthaven. My friend Arnoud is waiting at the airport. ‘Hallo Daniel!', zegt hij. "Hello Daniel!" he says. Hij geeft me een stevige knuffel. Er umarmt mich fest. He gives me a firm hug. ‘Ik ben zo blij dat je er bent!' Ich bin so froh, dass du hier bist! "I'm so glad you're here!

‘Hoi Arnoud! Hallo Arnoud! 'Hi Arnoud! Het is geweldig om je te zien!', antwoord ik. Es ist schön, dich zu sehen", antworte ich. It's great to see you!", I reply. 很高兴见到你!"我回答道。 Arnoud kijkt naar mijn zus Julia. Arnoud looks at my sister Julia. Ik stel ze aan elkaar voor. I introduce them to each other. 我把他们介绍给对方。 ‘Dit is mijn vriend Arnoud en dit is mijn zus Julia.' "This is my friend Arnoud and this is my sister Julia.

Arnoud kust Julia op elke wang. Arnoud kisses Julia on each cheek. 阿诺德分别亲吻了朱莉娅的脸颊。 ‘Hallo Julia. Leuk je te ontmoeten!' Nice to meet you!

Mijn zus is erg verlegen. My sister is very shy. Ze is vooral verlegen als ze nieuwe mensen ontmoet. She is especially shy when meeting new people. ‘Hallo … Arnoud', zegt ze. 'Hello ... Arnoud,' she says. Haar gezicht wordt rood. Her face turns red. 她的脸涨得通红。 Dan wordt ze stil. Then she becomes silent. 然后她就安静了。

‘Je zus is erg verlegen, hè?', zegt Arnoud glimlachend tegen me. "Your sister is very shy, isn't she," Arnoud says to me, smiling. 你妹妹很害羞吧,"阿诺德微笑着对我说。

‘Ja, dat klopt, maar ze is erg aardig', zeg ik. 'Yes, that's right, but she's very nice,' I say. 是的,她是,但她人很好,"我说。

Even later gaan we naar de flat van Arnoud. A little later we go to Arnoud's apartment. Daar zullen we het hele trimester blijven. There we will stay for the entire trimester. 我们将在那里呆上整个学期。 We nemen een taxi. We take a cab. Na 30 minuten komen we in het centrum van Amsterdam aan. After 30 minutes, we arrive in downtown Amsterdam. 30 分钟后,我们抵达阿姆斯特丹市中心。 De taxi kost 41 euro en 50 cent. The cab costs 41 euros and 50 cents. Arnoud zegt dat dit het gebruikelijke tarief is in dit deel van de stad. Arnoud says this is the usual rate in this part of town. 阿诺德说,这是该地区的通常价格。 We betalen in de taxi en stappen uit. We pay in the cab and get out. 我们在出租车上付了钱,然后下了车。

Het is slechts een korte wandeling naar de flat van Arnoud. It is only a short walk to Arnoud's apartment. 从这里步行到阿诺德的公寓很近。 Het is juni en het is erg warm. It is June and it is very hot. 现在是六月,天气非常炎热。 Maar er is een prettige wind die ons afkoelt. But there is a pleasant wind that cools us down. 但一阵惬意的微风吹来,让我们顿感凉爽。

We komen rond lunchtijd bij de flat aan. We arrive at the apartment around lunchtime. 我们大约在午餐时间到达公寓。 Mijn zus en ik hebben erg veel honger. My sister and I are very hungry. ‘Arnoud', zeg ik. ‘Waar kunnen we gaan eten?' "Where can we go for dinner?

‘Er zijn een paar goede restaurants in de buurt.' 'There are some good restaurants nearby.' "چند رستوران خوب در همین نزدیکی هست."

‘Welk soort gerechten hebben ze?' "What kind of dishes do they have? "چه نوع ظروفی دارند؟" 他们有什么样的菜肴?

‘Eén van de restaurants, De Gekke Loempia, heeft fantastische loempia's. 'One of the restaurants, De Gekke Loempia, has fantastic spring rolls. یکی از رستوران ها، De Gekke Loempia، دارای اسپرینگ رول های فوق العاده است. 其中一家名为 De Gekke Loempia 的餐厅的春卷非常好吃。 Ik kan het je erg aanbevelen. I highly recommend it. 我强烈推荐。 Je kan er met de bus naartoe. You can go there by bus. 您可以乘坐公共汽车前往。 En er is een ander restaurant met heerlijke vis. And there is another restaurant with delicious seafood. 此外,还有一家餐厅提供美味的鱼。 Dat is hier om de hoek.' That's right around the corner. همین نزدیک است. 就在拐角处

‘Julia, wil jij een loempia?', vraag ik mijn zus. "Julia, would you like an egg roll?", I ask my sister. 朱莉娅,你想吃蛋卷吗?"我问妹妹。

‘Ja, graag! 'Yes, please! Ik heb zo'n honger!', antwoordt ze. I'm so hungry!" she replied.

Arnoud kan niet met ons meegaan. Arnoud cannot go with us. آرنود نمی تواند با ما بیاید. 阿诺德不能加入我们。 Hij is leraar en hij moet lesgeven. He is a teacher and he has to teach. Dus gaan Julia en ik op weg naar het loempiarestaurant. So Julia and I set out for the spring roll restaurant. بنابراین من و جولیا به سمت رستوران اسپرینگ رول می رویم. Het is een korte wandeling naar het busstation. It is a short walk to the bus station. ‘Hmm … Wacht even, welke bus gaat naar het loempiarestaurant?', vraag ik Julia. "Hmm ... Wait a minute, which bus goes to the spring roll restaurant?", I ask Julia. 嗯......等等,哪路公交车去春卷餐厅?

‘Dat weet ik niet …' antwoordt ze. 'I don't know ...' she replied. ‘Laten we het aan hem vragen.' Ze wijst naar een man met een wit overhemd. "Let's ask him. She points to a man wearing a white shirt. "بیا از او بپرسیم." او به مردی با پیراهن سفید اشاره می کند. 让我们问问他。她指着一个穿着白衬衫的男人。

We lopen naar de man toe. We walk up to the man. به سمت مرد می رویم. 我们走向那个人。 Hij glimlacht. He smiles. 他笑了 ‘Hallo! Kan ik jullie helpen?'

‘Hallo. Hoe komen we bij het restaurant De Gekke Loempia?', vraag ik. How do we get to the restaurant The Crazy Spring Roll?", I ask.

‘Dat is heel eenvoudig! 'That's very simple! این خیلی ساده است! Bus 35 gaat die kant op. Bus 35 goes that way. اتوبوس 35 به آن سمت می رود. Autobus 35 jedzie w tamtym kierunku. 35 路公交车经过那里。 Hij gaat rechtstreeks naar De Gekke Loempia. It goes straight to The Crazy Spring Roll. 他直奔 "疯狂美洲狮"。 Er is alleen een klein probleem.' There's just a little problem. فقط یک مشکل کوچک وجود دارد.' 只有一个小问题。

‘Wat is er?', vraag ik. "What is it?", I ask.

‘Die bus is meestal op dit moment overvol.' 'That bus is usually overcrowded at this time.' 那辆公交车现在通常人满为患。

‘Oké. Dank u wel!', zeggen we.

Op weg naar de bushalte praten Julia en ik met elkaar. On the way to the bus stop, Julia and I talk to each other. De bus vindt ze geen goed idee. She doesn't like the bus. او فکر نمی کند اتوبوس ایده خوبی باشد. 她不喜欢公交车。 ‘Daniel', zegt ze, ‘laten we gewoon in het visrestaurant gaan eten. 'Daniel,' she says, 'let's just eat at the seafood restaurant.' او می‌گوید: «دانیل، بیا برویم در رستوران غذاهای دریایی غذا بخوریم. Dat is gemakkelijker. That's easier. این راحت تر است. 那就简单多了。 Ik wil niet met een overvolle bus mee.' I don't want to go on an overcrowded bus.

‘Dat weet ik … maar wacht even! 'I know that ... but wait a minute! "می دانم... اما یک دقیقه صبر کن! 我知道......但请等一下! Ik heb een idee. I have an idea. Ik neem de bus naar De Gekke Loempia. I'm taking the bus to The crazy spring roll. من با اتوبوس به De Gekke Loempia می روم. 我乘车前往 "疯狂之泉"。 Jij gaat naar het visrestaurant.' You go to the seafood restaurant. شما به رستوران ماهی بروید. 你去海鲜餐厅。

‘Waarom?' "Why?

‘Op die manier kunnen we de twee restaurants met elkaar vergelijken.' "That way we can compare the two restaurants. 这样,我们就可以比较这两家餐厅了。

‘Oh. Goed idee. Good idea. Oké. Veel plezier! Have fun! Ik bel je straks wel op je mobieltje', roept ze en ze loopt weg. I'll call you on your cell phone later," she calls and walks away.

Ik stap in de volgende bus en ik ga zitten. I get on the next bus and I sit down. سوار اتوبوس بعدی می شوم و می نشینم. 我上了下一班车,然后坐下。 Het openbaar vervoer in Amsterdam is erg goed. Public transportation in Amsterdam is very good. 阿姆斯特丹的公共交通非常发达。 Ik weet dat ik me nergens zorgen om hoef te maken. I know I have nothing to worry about. میدونم هیچی برای نگرانی ندارم Wiem, że nie mam się czym martwić. Ik ben erg moe. I am very tired. Ik val snel in slaap. I quickly fall asleep. سریع خوابم می برد. Ik word na een tijdje wakker. I wake up after a while. بعد از مدتی از خواب بیدار می شوم. 过一会儿我就醒了。 De bus is gestopt. The bus stopped. 公交车停了下来。 Niemand anders dan de chauffeur zit in de bus. No one but the driver is on the bus. هیچکس جز راننده در اتوبوس نیست. 除了司机,车上没有其他人。 ‘Neem me niet kwalijk', zeg ik. 'Excuse me,' I say. 对不起,"我说。 ‘Waar zijn we?' "Where are we?

‘We zijn in Maastricht aangekomen', antwoordt hij. 'We arrived in Maastricht,' he replied. 我们到达了马斯特里赫特,"他回答道。

‘Wat zegt u? 'What are you saying? Maastricht? Maastricht? Zijn we in Maastricht? Are we in Maastricht? Hoe kan dat nou?', zeg ik. How can that be," I say. چطور ممکن است؟»، می گویم. 怎么可能?"我说。

‘Nou, dit is de snelbus. 'Well, this is the express bus. '嗯,这是快车。 Hij gaat rechtstreeks van Amsterdam naar Maastricht', zegt hij tegen me. He goes straight from Amsterdam to Maastricht," he tells me. Ik kan het niet geloven. I can't believe it. 我简直不敢相信。 Ik heb de verkeerde bus genomen. I took the wrong bus. اتوبوس اشتباهی سوار شدم. 我坐错车了 Wat doe ik nu? What do I do now? من الان چکار کنم؟ 我现在该怎么办? Ik bedank de chauffeur en stap de bus uit. I thank the driver and get off the bus. Dan pak ik mijn mobieltje. Then I grab my cell phone. 然后我拿起手机。 Ik wil mijn zus bellen, maar het lukt niet. I want to call my sister, but it doesn't work. من می خواهم به خواهرم زنگ بزنم اما نمی توانم. 我想给姐姐打电话,但打不通。 Mijn batterij is leeg! My battery is dead! Ik kijk op mijn horloge. I look at my watch. Het is net na vijf uur ‘s middags. It is just after five in the afternoon. درست بعد از پنج بعد از ظهر است. 现在是下午五点刚过。 Mijn zus weet niet waar ik ben. My sister doesn't know where I am. خواهرم نمی داند من کجا هستم. Ze zal zich echt zorgen maken. She will be really worried. او واقعاً نگران خواهد شد. 她会非常担心的。 Ik moet haar zien te bereiken. I need to see her. باید بهش برسم 我要见她 Ik zoek een telefooncel! I'm looking for a phone booth!

Ik vraag op straat aan een dame waar een telefooncel is. I ask a lady on the street where a phone booth is. از خانمی در خیابان می پرسم که جعبه تلفن کجاست. 我在街上问一位女士电话亭在哪里。 ‘Daar staat er één', zegt ze en wijst. 'There's one over there,' she says and points. او با اشاره می گوید: "یکی آنجاست." ‘Kijk, daar aan de overkant.' 'Look, over there on the other side.' "نگاه کن، آن طرف آن طرف." 看,在另一边。

Ik bedank haar en ik ga naar de telefooncel. I thank her and I go to the phone booth. Maar als ik er ben, realiseer ik me nog iets. But when I get there, I realize something else. اما وقتی به آنجا می رسم متوجه چیز دیگری می شوم. 但当我到达那里时,我意识到了另外一件事。 Julia's telefoonnummer staat in het geheugen van mijn mobiel. Julias Telefonnummer ist im Speicher meines Handys gespeichert. Julia's phone number is in the memory of my cell phone. 我的手机内存里有朱莉娅的电话号码。 Ik kan mijn mobiel niet aanzetten. Ich kann mein Handy nicht einschalten. I can't turn on my cell phone. 我无法打开手机。 Eindelijk heb ik een telefoon, maar ik heb geen nummer. Endlich habe ich ein Telefon, aber ich habe keine Nummer. Finally I have a phone, but I don't have a number. Wat nu? Was nun? Now what? Ik denk even na. Ich denke einen Moment lang nach. I think for a moment. یک لحظه فکر می کنم. 我想了一会儿。 Dan realiseer ik me weer iets. Dann wird mir wieder etwas klar. Then I realize something again. بعد دوباره متوجه یه چیزی میشم 然后我又意识到了什么。 Ik heb echt honger. Ich bin wirklich hungrig. I'm really hungry. 我真的饿了 Ik heb sinds het ontbijt niets gegeten! I haven't eaten anything since breakfast! من از صبحانه چیزی نخوردم! 早餐后我什么都没吃! Ik besluit om een restaurant te zoeken. I decide to find a restaurant. Ik kan straks verder over mijn probleem nadenken. I can think further about my problem later. بعدا میتونم به مشکلم فکر کنم

Verderop in de straat vind ik een restaurant. Further down the street, I find a restaurant. 再往前走,我发现了一家餐馆。 De ober komt naar mijn tafel. The waiter comes to my table. ‘Goedenavond!', zegt hij heel vrolijk. "Good evening!" he says very cheerfully.

‘Goedenavond', antwoord ik.

‘Wat zal het zijn?' "What will it be? 会是什么呢?

Ik kijk snel naar het menu. I take a quick look at the menu. ‘Mag ik … een loempia?' zeg ik in het Nederlands. "Can I have ... an egg roll?" I say in Dutch. 我能吃......蛋卷吗?"我用荷兰语说。

‘Pardon? 'Excuse me? Ik begrijp u niet', antwoordt hij in het Nederlands. I don't understand you," he replied in Dutch.

Ik probeer het opnieuw. I'll try again. Mijn Nederlands kan toch niet zo slecht zijn. Surely my Dutch can't be that bad. هلندی من نمی تواند آنقدر بد باشد. 我的荷兰语肯定不会那么糟糕。 ‘Hm … mag ik een loempia?' Ik wijs als een gek naar het woord loempia op het menu. 'Hm ... can I have an egg roll?' I point like crazy at the word spring roll on the menu. 嗯......我能吃个蛋卷吗?我疯了似的指着菜单上的春卷两个字。 Dan zeg ik het nog eens in het Engels. Then I'll say it again in English. 那我就用英语再说一遍。 Dan glimlacht de ober en zegt in het Engels: ‘Bedankt. Then the waiter smiles and says in English: "Thank you. 然后服务员微笑着用英语说:'谢谢:谢谢 Ik kom hier niet vandaan. I'm not from here. 我不是本地人。 Ik ben hier pas kort en mijn Nederlands is niet zo goed.' I have only been here for a short time and my Dutch is not very good.' من فقط مدت کوتاهی است که اینجا هستم و هلندی من خیلی خوب نیست. 我来这里时间不长,荷兰语也不是很好。

Ik begin heel hard te lachen. I start laughing really hard. خیلی سخت شروع به خندیدن می کنم. 我开始大笑起来。 Veel mensen in het restaurant draaien zich om en kijken. Many people in the restaurant turn and look. بسیاری از افراد در رستوران می چرخند و نگاه می کنند. 餐厅里的许多人都转过头来观看。 Op dat moment voel ik me opgelaten. In that moment, I feel elated. در آن لحظه احساس آرامش می کنم. 那一刻,我感到心花怒放。 Ik hoefde niet zo hard te lachen. I didn't have to laugh so hard. لازم نبود انقدر بخندم 我没必要笑得那么厉害。 Maar het kan me niet schelen. But I don't care. اما من اهمیتی نمی دهم. 但我不在乎。 Het is allemaal teveel. It's all too much. این همه خیلی زیاد است. Deze hele situatie is gewoon zo vreemd! This whole situation is just so strange! کل این وضعیت خیلی عجیب است! Mijn zus en ik wilden samen een loempia gaan eten. My sister and I wanted to eat an egg roll together. من و خواهرم می خواستیم با هم اسپرینگ رول بخوریم. En hier zit ik dan een loempia te eten—maar dan wel alleen in Maastricht! And here I am eating a spring roll-but only in Maastricht! و اینجا من دارم یک اسپرینگ رول می خورم - اما فقط در ماستریخت! En mijn zus weet niet waar ik ben. And my sister doesn't know where I am. Het is zo ironisch! It's so ironic! خیلی طعنه آمیز است!

Ik eet alles op en betaal de rekening. I eat everything and pay the bill. Dan realiseer ik me mijn situatie. Then I realize my situation. Wat doe ik nu? What do I do now? Mijn mobieltje werkt niet. Er is een telefooncel, maar ik heb het nummer van mijn zuster niet. There is a phone booth, but I don't have my sister's number. Wat kan ik doen? What can I do? Dan weet ik het. Then I know. Ik kan naar Londen bellen! I can call London! من می توانم به لندن زنگ بزنم! Ik ken het vaste telefoonnummer van mijn moeder en vader. I know the landline number of my mother and father. شماره تلفن ثابت مادر و پدرم را می دانم.

Ik ga terug naar de telefooncel. I go back to the phone booth. Ik bel het nummer van mijn ouders. I call my parents' number. Het gaat vier keer over. It passes four times. چهار بار زنگ می زند. Eindelijk zegt mijn moeder: ‘Hallo?' Finally my mother says, "Hello?

‘Hoi mam. Ik ben het, Daniel.' It's me, Daniel. من هستم، دانیل.

‘Daniel?', zegt ze. ‘Hoe gaat het met je? 'How are you doing? Hoe vind je Amsterdam?' How do you like Amsterdam?

‘Het is er prima. 'It's fine there. 'خوبه. Hm … mam. Ik heb een probleempje.'

‘Wat is er? 'What is it? Is er iets gebeurd? Did something happen?

‘Nee, mam, maar wil je alsjeblieft Julia bellen? 'No, Mom, but would you please call Julia? Zeg haar dan dat ik in Maastricht ben. Then tell her I'm in Maastricht. En vertel haar dat de batterij van mijn mobiel leeg is.' And tell her my cell phone battery is dead.

‘In Maastricht? Wat doe je in Maastricht? !' !'

‘Het is een lang verhaal, mam. 'It's a long story, Mom. Ik vertel je later wel meer.' I'll tell you more later. بعداً بیشتر به شما خواهم گفت.

We zeggen elkaar gedag. We say hello to each other. سلام می کنیم. Ik besluit om een hotelkamer te nemen. I decide to get a hotel room. Verderop in de straat is er één beschikbaar. Further down the street, one is available. Ik kan morgen terug naar Amsterdam. I can go back to Amsterdam tomorrow. Op dit moment heb ik slaap nodig. Right now, I need sleep.

Ik betaal met contant geld voor een overnachting. I pay with cash for an overnight stay. Ik heb geen creditcards bij me. I don't carry credit cards. Ik ga naar mijn kamer. I go to my room. Ik trek mijn kleren uit en ga naar bed. I take off my clothes and go to bed. لباس هایم را در می آورم و به رختخواب می روم. Ik doe het licht uit en ga slapen. I turn off the light and go to sleep. چراغ را خاموش می کنم و می خوابم. Ik ben doodmoe. I am dead tired. من خیلی خسته ام. Wat een gekke dag! What a crazy day! چه روز دیوانه ای!

**Hoofdstuk 2 Overzicht**

**Samenvatting** Summary

Daniel en Julia komen in Amsterdam aan. Daniel and Julia arrive in Amsterdam. Arnoud, de vriend van Daniel, ontmoet ze op de luchthaven. Ze gaan allemaal naar de flat van Arnoud. They all go to Arnoud's apartment. Daniel en Julia hebben honger. Daniel and Julia are hungry. Arnoud beveelt twee restaurants aan. Arnoud recommends two restaurants. آرنود دو رستوران را پیشنهاد می کند. Julia loopt naar een visrestaurant. Julia walks to a seafood restaurant. Daniel neemt een bus naar een loempiarestaurant. Daniel takes a bus to an egg roll restaurant. In de bus valt Daniel in slaap. On the bus, Daniel falls asleep. Hij wordt in Maastricht wakker! He wakes up in Maastricht! او در ماستریخت از خواب بیدار می شود! Zijn telefoon werkt niet. His phone is not working. Hij kent het telefoonnummer van zijn zus niet. He does not know his sister's phone number. Uiteindelijk belt hij zijn moeder. Finally, he calls his mother. Dan overnacht hij in een hotel. Then he spent the night in a hotel.