×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.


image

Ivanhoe - van Walter Scott, VEERTIENDE HOOFDSTUK

VEERTIENDE HOOFDSTUK

In de hooggewelfde zaal

Van de burgtkasteelen,

Kon men de oude Ridderpraal

Van hun helden-spelen,--

't Uitgedoste strijdrental, d'Eedle stoet van vrouwen, Bij het luid trompetgeschal,

Menigwerf aanschouwen.

Warton.

Prins Jan hield zijn feestelijken maaltijd in het kasteel van

Ashby. Dit was niet hetzelfde gebouw, welks trotsche puinhoopen

den reiziger nog belang inboezemen, en dat in lateren tijd werd

opgericht door Lord Hastings, Groot Kamerheer van Engeland, een der

eerste slachtoffers van de dwingelandij van Richard III, en nog beter

bekend als een van Shakespeare's personaadjes, dan door zijn naam in de geschiedenis. Het kasteel en de stad Ashby behoorden in dien tijd

aan Roger de Quincy, Graaf van Winchester, die, gedurende den tijd

van ons verhaal, in het Heilige land toefde. Prins Jan had intusschen

bezit van zijn kasteel genomen, en beschikte naar goedvinden over zijn

goederen; en daar hij thans de oogen der wereld door zijne gastvrijheid

en pracht trachtte te verblinden, had hij bevel gegeven tot groote

toebereidselen, om het feest zoo schitterend mogelijk te maken.

De Hoffouriers van den Prins, die bij deze en andere gelegenheden het

volle koninklijke gezag uitoefenden, hadden al, wat zij voor de tafel

van hun meester geschikt oordeelden, uit de omstreken geroofd. Er

was ook een groote menigte gasten genoodigd; en Prins Jan, zich in

de noodzakelijkheid bevindende, om de volksgunst te zoeken, had deze

uitnoodigingen tot eenige aanzienlijke Saksische en Deensche familiën

uitgestrekt, zoowel als tot de Normandische edelen en heeren uit

den omtrek. Hoewel de Angel-Saksers bij gewone gelegenheden veracht

en vernederd werden, moest hun groot getal hen natuurlijk geducht

maken in de burgerlijke onlusten, die ophanden schenen, en het was

noodzakelijk, om de gunst van de voornaamsten onder hen te verwerven.

Het was dus de bedoeling van den Prins, aan welke hij ook gedurende

eenigen tijd getrouw bleef, om deze ongewone gasten met eene

beleefdheid te behandelen, die zij zelden ondervonden. Maar ofschoon

niemand met mindere schroomvalligheid zijne gewoonten en gevoelens

naar zijn belang wist te plooien, was het echter het ongeluk van

dezen Prins, dat zijne lichtzinnigheid en moedwilligheid gedurig

weder boven kwamen, en aan alles weder den bodem insloegen, wat hij

door vroegere veinzerij gewonnen had.

Van dezen lichtzinnigen aard gaf hij een merkwaardig bewijs in

Ierland, toen hij door zijn vader, Hendrik II, daarheen gezonden

werd, om de genegenheid der inwoners van deze nieuwe en gewichtige

bezitting der Normandische kroon te winnen. Bij deze gelegenheid

wedijverden de Iersche opperhoofden met elkander, om den jongen

Prins hun eerbiedige hulde en den vredekus aan te bieden. Maar,

in plaats van hunne begroeting met beleefdheid aan te nemen, konden

Jan en zijn moedwillig gevolg de verzoeking niet wederstaan, om de

Iersche edelen bij hunne lange baarden te trekken, een gedrag, dat,

zooals men verwachten kon, de hoogste verontwaardiging wekte bij de

beleedigde Ieren, en noodlottige gevolgen had voor de Normandische

heerschappij in dat land. Het is noodig, deze wispelturigheid van

Jan's karakter in het oog te houden, om zijn gedrag gedurende den avond, waarvan nu sprake is, verstaanbaar te maken.

Zooals hij zich in meer bedaarder oogenblikken voorgenomen had, ontving

Prins Jan Cedric en Athelstane met uitstekende vriendelijkheid,

en betuigde zonder eenigen wrevel, zijne teleurstelling, toen

de ongesteldheid van Rowena door den eerste als de reden werd

opgegeven, waarom zij aan zijne eervolle uitnoodiging niet had kunnen

voldoen. Cedric en Athelstane droegen beiden de Saksische kleeding,

die, ofschoon op zich zelve niet smakeloos en bij deze gelegenheid

uit kostbare stoffen bestaande, zoo zeer in maaksel en voorkomen van

die der overige gasten verschilde, dat Prins Jan het zich tot geene

geringe verdienste bij Waldemar Fitzurse aanrekende, dat hij niet

lachte, bij een gezicht, dat de mode van dien tijd zoo bespottelijk

maakte. Evenwel, met het oog van het gezond verstand gezien, was

de korte, nauwe _tunica_ en de lange mantel der Saksers bevalliger

en gemakkelijker, dan het kostuum der Normandiërs, wier onderkleed

uit een lang wambuis bestond, zoo wijd, dat het op een hemd of een

voermanskiel geleek, en daarover een nauwe mantel, die noch tegen de

koude noch tegen den regen beschermde, en welks eenige doel scheen te

zijn, zoo veel bontwerk, borduursel en juweelen ten toon te spreiden,

als het vernuft van den kleermaker er met mogelijkheid aan te pas

kon brengen. Karel de Groote, onder wiens regeering ze het eerst

werd ingevoerd, schijnt de ondoelmatigheid van deze kleeding zeer

wel gevoeld te hebben. "In 's hemels naam," zeide hij, "waartoe dienen deze korte mantels? Als wij te bed liggen, dekken zij ons

niet; te paard geven zij geen bescherming tegen wind en regen; en

als wij zitten, beschutten zij onze beenen niet tegen vochtigheid of

koude." In weerwil echter van deze keizerlijke afkeuring, bleven de

korte mantels in zwang tot den tijd waarvan wij spreken, en bijzonder

onder de Vorsten uit het huis van Anjou. Ze waren dus algemeen in

gebruik onder de hovelingen van Prins Jan; en de lange mantel der

Saksers werd bijgevolg door hen bespot.

De gasten zaten aan eene tafel, die bijna boog onder de menigte der

lekkernijen. De talrijke koks, die den Prins op zijne reis vergezelden,

hadden al hunne kunst ingespannen, om de vormen, waarin de gewone

spijzen voorgediend werden, te veranderen, en waren er bijna even goed,

als de hedendaagsche beoefenaren der kookkunst, in geslaagd, ze geheel

onkenbaar te maken. Behalve de schotels van inlandschen oorsprong,

waren er verschillende lekkernijen uit vreemde landen aangebracht, en

eene weelde van pasteien, taarten en gebak, welke alleen aan de tafels

van den hoogsten adel gebruikt werden. De maaltijd werd insgelijks

verheerlijkt door de kostelijkste, zoowel in- als uitheemsche wijnen.

Maar de Normandische edelen, hoe weelderig ook, waren over het

algemeen niet onmatig. Zij zochten de genoegens der tafel in de keur

der spijzen, maar vermeden de overdaad, en plachten den overwonnen

Saksers gulzigheid en dronkenschap te verwijten, als ondeugden aan hun

minderen stand eigen. Prins Jan, wel is waar, en zij, die zijn gunst

bejoegen door zijne zwakheden na te bootsen, waren aan de genoegens der

tafel verslaafd, en het is wel bekend, dat zijn dood veroorzaakt werd

door het onmatig gebruik van perziken en versch bier. Zijn gedrag was

echter eene uitzondering op de algemeene gewoonten zijner landgenooten.

Met geveinsde deftigheid, die alleen afgewisseld werd door stille

wenken tegen elkander, aanschouwden de Normandische Ridders en edelen

het ruwe gedrag van Athelstane en Cedric bij den maaltijd, aan welks

gebruiken en vorm zij niet gewend waren. En terwijl hun gedrag dus

het voorwerp der bespotting werd, zondigden de onkundige Saksers,

onwetend, tegen verscheidene der willekeurig vastgestelde wetten en

regels der welvoegelijkheid.

Het is echter wel bekend, dat een man zich eerder schuldig mag

maken aan eene wezenlijke schennis der regels van de beschaving

of van de goede zeden, dan onkundig schijnen in het geringste punt

der etiquette van de groote wereld. Daarom maakte Cedric, die zich

de handen aan een doek afveegde, in plaats van ze te drogen door ze

met bevalligheid in de lucht te bewegen, zich belachelijker dan zijn

metgezel Athelstane, die alléén een geheele, groote pastei verslond,

gevuld met de meest uitgezochte vreemde lekkernijen, een _Karum-pastei_

genoemd. Maar toen men door ernstig heen en weer vragen bevond, dat

de heer van Coningsburgh (of de _Franklin_, zooals de Normandiërs

hem noemden) geen begrip had van hetgeen hij verslonden had; en

den inhoud van de _Karum-pastei_ voor leeuweriken en duiven hield,

terwijl het _beccaficos_ en nachtegalen waren, werd zijne onkunde

veel meer bespot dan zijne gulzigheid, die het meer verdiend had.

Het lange feestmaal was eindelijk afgeloopen; en terwijl de beker vrij

rond ging, sprak men over de daden van het toernooi--over den Zwarten

Ridder, wiens zelfverloochening hem aan de verdiende eer onttrokken

had--en over den dapperen Ivanhoe, die de eer van den dag zoo duur

gekocht had. Deze onderwerpen werden met de vrijmoedigheid van een

krijgsman behandeld, en scherts en gelach vervulden de zaal. Het

voorhoofd van Prins Jan alleen was onder deze gesprekken bewolkt;

de een of andere zware zorg scheen op zijn gemoed te drukken, en het

was slechts na een wenk van zijne vrienden, dat hij belang scheen te

stellen in wat rondom hem voorviel. Bij zulke gelegenheden schrikte

hij op, ledigde een beker wijn, alsof hij zijn moed daardoor wilde

verlevendigen, en mengde zich in het gesprek door eenige afgebroken

of zonder samenhang aangebrachte opmerking.

"Wij ledigen dezen beker," zei hij, "op het welzijn van Wilfrid van Ivanhoe, den overwinnaar in het toernooi, en het spijt ons, dat zijn

wond hem van onze tafel afhoudt.--Dat allen op zijne gezondheid de

bekers vullen, en vooral Cedric van Rotherwood, de waardige vader

van een zoo veel belovenden zoon." "Neen, mijn Vorst," hernam Cedric, opstaande, en zijn beker onaangeroerd op de tafel plaatsende, "ik geef den naam van zoon niet aan den ongehoorzamen jongeling, die mijne bevelen veracht,

en de zeden en gewoonten zijner voorvaderen verzaakt." "Het is onmogelijk," riep Prins Jan, met geveinsde verbazing, "dat een zoo dapper ridder een onwaardig of ongehoorzaam zoon zou kunnen zijn!" "En toch is dit het geval met Wilfrid, mijn Vorst," hernam Cedric. "Hij heeft mijne vreedzame woning verlaten, om zich onder de weelderige

edelen aan het hof uws broeders te mengen, waar hij de ridderkunsten

geleerd heeft, waarop gij zoo hoogen prijs stelt. Hij heeft mij tegen

mijn wil en mijne bevelen verlaten; en in de dagen van Alfred zou

men zooiets ongehoorzaamheid--ja, zelfs een zeer strafbare misdaad

genoemd hebben." "Ach!" hervatte Prins Jan, met een diepen zucht van geveinsde

deelneming; "daar uw zoon mijn ongelukkigen broeder is gevolgd, behoeft men niet te vragen, van waar, of van wien hij de les van

kinderlijke ongehoorzaamheid geleerd heeft." Zoo sprak Prins Jan, vergetende dat onder alle zonen van Hendrik II,

schoon geen van hen vrij van deze misdaad was, hij zich het meest,

door oproer en ondankbaarheid tegen zijn vader, onderscheiden had.

"Ik meende," zei hij na eene korte stilte, "dat mijn broeder voornemens was, zijn gunsteling met de rijke heerlijkheid Ivanhoe te beleenen." "Hij heeft hem die geschonken," antwoordde Cedric, "en het is niet de minste reden die ik heb, om ontevreden te zijn op mijn zoon, dat

hij zich verlaagde, om als leenroerig vasal, dezelfde goederen aan te

nemen, welke zijne voorvaderen vrij en onafhankelijk bezeten hebben." "Wij zullen dus uwe toestemming verkrijgen, geachte Cedric," zei Prins Jan, "om dit leen aan een persoon te schenken, wiens waardigheid niet zal vernederd zijn, door land van de Britsche kroon te bezitten. Ridder

Reginald Front-de-Boeuf," zei hij, zich tot dien edele wendende, "ik vertrouw, dat gij de schoone heerlijkheid Ivanhoe zóó zult weten te behouden, dat Wilfrid zich zijns vaders ongenoegen niet op den

hals zal halen, door ze terug te krijgen!" "Bij den heiligen Anthonius!" antwoordde de sombere reus, "ik sta toe, dat uwe Hoogheid mij voor een Sakser houde, zoo Cedric, of Wilfrid,

of de beste, die ooit Saksisch bloed in de adren had, mij de gift

ontwringt, waarmede uwe Hoogheid mij vereerd heeft." "Wie u Sakser noemt, ridder," hernam Cedric, beleedigd door een spreekwijze, waarmede de Normandiërs dikwijls hun gewone verachting

jegens de Engelschen uitdrukten, "zal u een even groote als onverdiende eer aandoen." Front-de-Boeuf wilde antwoorden; maar de moedwilligheid en

lichtzinnigheid van Prins Jan kwamen hem voor.

"Voorzeker, mijn heeren," zei hij, "de edele Cedric spreekt de waarheid, en zijn geslacht kan den voorrang boven ons eischen, zoo

wel om de lengte van hun stamboom, als om die hunner mantels." "Zij gaan ons, inderdaad, in het veld vóór,--evenals het wild de honden!" zei Malvoisin.

"En zij hebben groot recht ons voor te gaan," zei Prior Aymer--"vergeet niet hun meerdere welvoegelijkheid en de bevalligheid hunner manieren!" "En hun zeldzame onthouding en matigheid!" zei De Bracy, het plan

vergetende, dat hem een Saksische bruid beloofde.

"En dan den moed en het beleid," zei Brian de Bois-Guilbert, "waardoor zij zich te Hastings en elders onderscheidden." Terwijl de hovelingen, beurtelings, met een effen en lachend gelaat het

voorbeeld van hun Prins volgden, en hun pijlen op Cedric afschoten,

werd het gezicht van den Sakser vuurrood van toorn; hij wierp zijn

woesten blik van den één op den anderen, alsof de schielijke opvolging

van zoo vele beleedigingen hem belette ze dadelijk te beantwoorden;

of gelijk een getergde stier, die, door zijne pijnigers omringd,

verlegen is, wie onder hen tot het onmiddellijke doel van zijn wraak

uit te kiezen.

Eindelijk zich tot Prins Jan wendende, als het hoofd, en de oorzaak der

hem aangedane beleediging, zei hij, met een stem, die half door drift

gesmoord was: "Welke ook de zwakheden en gebreken van onzen stam mogen geweest zijn, een Sakser zou voor een _Niddering_ [17]" (de krachtigste uitdrukking voor de uiterste nietswaardigheid), "gehouden zijn, zoo hij in zijne eigene zaal, en terwijl zijn eigen beker rondging, een

onschuldigen gast behandeld had, zooals uwe Hoogheid mij heden heeft

laten behandelen; en welke ook de ongelukken onzer voorvaderen op het

slagveld bij Hastings mogen geweest zijn, moesten zij er tenminste

van zwijgen"--en hier zag hij op Front-de-Boeuf en den Tempelier--"die voor weinige uren meer dan éénmaal zadel en stijgbeugel door de lans

van een Sakser verloren hebben." "Op mijn eer, een bijtende scherts!" zei Prins Jan. "Hoe vindt gij ze, mijn heeren?--Onze Saksische onderdanen nemen toe in geest en moed;

zij worden scherp van vernuft en trotsch van gedrag in deze onrustige

tijden.--Wat zegt gij, mijn heeren?--Bij het licht des hemels,

ik houd het voor het best, dat wij onze galeien weder bestijgen,

en bij tijds naar Normandië terugkeeren!" "Uit vrees voor de Saksers?" zei de Bracy lachende. "Wij zouden geen ander wapen, dan onze jachtsperen noodig hebben, om zulk wild

te jagen!" "Houdt op met uwe scherts, heeren ridders," zei Fitzurse, "en het ware goed," voegde hij er bij, zich tot den Prins wendende, "dat uw Hoogheid den waardigen Cedric verzekerde, dat er geen beleedigende

bedoeling is in spotternijen, die in het oor van een vreemdeling zeer

onaangenaam moeten klinken." "Beleediging?" antwoordde Prins Jan, terwijl hij zijn beleefde

houding weder aannam; "ik verzeker dat ik er nooit een bedoeld heb, of in mijn tegenwoordigheid toelaten zou.--Hier! ik ledig mijn beker

op het welzijn van Cedric zelven, daar hij niet op de gezondheid van

zijn zoon wil drinken." De beker ging rond, onder de geveinsde toejuiching der hovelingen,

welke echter de gewenschte uitwerking op het gemoed des Saksers

misten. Hij was van natuur niet scherpzinnig, maar zij, die meenden,

dat dit vleiend compliment zijne gevoeligheid over de hem pas

aangedane beleediging zou uitwisschen, rekenden zijn verstand toch al

te min. Hij zweeg echter, toen de koninklijke beker weder rondging:

"Op het welzijn van den ridder Athelstane van Coningsburgh." De ridder maakte een buiging, en toonde, dat hij niet ongevoelig was

voor die eer, door een grooten beker te ledigen.

"En nu, mijn heeren," zei Prins Jan, die verhit begon te worden door den wijn, dien hij gedronken had, "daar wij recht hebben laten wedervaren aan onze Saksische gasten, willen wij hen verzoeken, onze

beleefdheid te beantwoorden. Waardige Sakser," ging hij voort, zich tot Cedric wendende, "mag ik u verzoeken ons een Normandiër te noemen, wiens naam uw lippen het minst zal bezoedelen, en met een beker wijn

alle bitterheid af te spoelen, welke de klank nog zou achterlaten?" Terwijl Prins Jan sprak, stond Fitzurse op, en zachtjes achter den

stoel van den Sakser tredende, fluisterde hij hem toe, dat hij de

gelegenheid niet moest laten voorbijgaan, om een einde te maken aan de

vijandigheid tusschen de twee stammen, door Prins Jan zelven te noemen.

De Sakser antwoordde niet op dezen listigen raad, maar opstaande, en

den beker tot den rand toe vullende, sprak hij Prins Jan aldus aan:

"Uwe Hoogheid heeft begeerd, dat ik een Normandiër zou noemen, die verdiende, dat wij bij ons feest aan hem dachten. Dit is, waarlijk,

een zware taak, daar ze den slaaf oplegt om den lof van zijn meester te

verkondigen;--den overwonnene om zijn overwinnaar te prijzen. Echter

_zal_ ik een Normandiër noemen,--den eersten in de wapenen en in

stand,--den besten en edelsten van zijn stam. En de lippen, die

weigeren mij op zijn welverkregen roem bescheid te doen, noem ik

valsch en eerloos, en dat wil ik met mijn leven staande houden!--Ik

ledig dezen beker op het welzijn van Richard Leeuwenhart!" Prins Jan, die verwacht had, dat zijn eigen naam de rede van den

Sakser zou besluiten, schrikte toen die van zijn beleedigden broeder

zoo onverwacht genoemd werd. Hij bracht den beker werktuigelijk naar

de lippen, en zette dien dadelijk weder neer, om het gedrag van het

gezelschap bij dezen onverwachten feestdronk gade te slaan, daar

velen der aanwezigen gevoelden, dat het even gevaarlijk was er aan

te voldoen, als het te weigeren. Eenige oude, ervarene hovelingen,

volgden getrouw het voorbeeld van den Prins zelven, door den beker

naar de lippen te brengen en dien weder voor zich neder te zetten. Er

waren echter velen, die door een edelmoediger opwelling medegesleept,

uitriepen: "Lang leve Koning Richard! Moge hij ons weldra weder gegeven

worden!" Eenige weinigen, waaronder Front-de-Boeuf en de Tempelier,

lieten in sombere verachting hun bekers onaangeroerd staan. Maar

niemand waagde het rechtstreeks den beker te weigeren, die ter eere

van den regeerenden Vorst geledigd moest worden.

Nadat Cedric voor een oogenblik zijn zegepraal genoten had, zei hij

tot zijn metgezel: "Kom, edele Athelstane! wij zijn lang genoeg hier

gebleven, nu wij de gastvrije beleefdheid van Prins Jan vergolden

hebben. Zij, die in het vervolg meer van onze ruwe Saksische manieren

willen weten, moeten ons in de huizen onzer vaderen opzoeken;

want wij hebben genoeg van koninklijke gastmalen en Normandische

wellevendheid gezien." Dit zeggende, stond hij op, en verliet de eetzaal, gevolgd door

Athelstane en verscheidene andere gasten, die met de Saksers

vermaagschapt, zich beleedigd gevoelden door de spotternijen van

Prins Jan en zijn hovelingen.

"Bij het gebeente van St. Thomas!" riep Prins Jan, toen zij zich

verwijderd hadden, "de Saksische boeren hebben ons de nederlaag gegeven, en zijn zegevierende afgetrokken." "_Conclamatum est, poculatum est_," zei Prior Aymer, "wij hebben gedronken en zijn luidruchtig geweest;--het wordt tijd, dat wij de

wijnflesschen verlaten." "De monnik heeft de eene of andere schoone boetvaardige, die heden avond bij hem biechten moet, daar hij zooveel haast maakt!" zei

de Bracy.

"Dat niet, heer ridder," hernam de abt; "maar ik moet dezen avond nog eenige mijlen van mijne terugreis afleggen." "Zij gaan al weg," fluisterde de Prins Fitzurse toe; "hun vrees loopt de gebeurtenissen vooruit, en deze lafhartige Prior is de eerste,

die mij verlaat." "Vrees niet, mijn Vorst," zei Waldemar; "ik zal hun redenen geven, die hen zullen nopen bij onze bijeenkomst te York tegenwoordig te

zijn.--Heer Prior," zei hij, "ik moet u alléén spreken, voordat gij te paard stijgt." De andere gasten gingen nu spoedig uiteen, behalve zij, die

onmiddellijk tot de partij, of tot het gevolg van Prins Jan behoorden.

"Dit is dan de uitslag van uw raad," zei de Prins, een vertoornden blik op Fitzurse werpende, "dat een dronken Saksische boer mij op mijn eigen gastmaal trotseert, en dat, bij den enkelen naam van mijn

broeder, de menschen van mij afvallen, als van een melaatsche." "Geduld, mijn Vorst," hernam zijn raadgever; "ik zou u ook kunnen beschuldigen, en de lichtzinnigheid en onbedachtzaamheid berispen,

welke mijn plan hebben doen mislukken, en uw eigen beter oordeel op

het dwaalspoor hebben geleid; maar dit is geen tijd, om elkander

verwijten te doen. De Bracy en ik zullen ons dadelijk onder deze

lafaards begeven, en hen overtuigen, dat zij te ver zijn gegaan,

om terug te treden." "Het zal vruchteloos zijn," zei Prins Jan, terwijl hij met ongelijke schreden door het vertrek stapte, en met eene hevigheid sprak, waartoe

de wijn, dien hij gedronken had, gedeeltelijk bijdroeg.--"Het zal vruchteloos zijn;--ze hebben het schrift aan den muur gezien;--ze

hebben de voetstappen van den leeuw in het zand bespeurd;--ze hebben

zijn naderend gebrul door het woud hooren weergalmen;--niets zal hun

moed weder verlevendigen!" "Gave God!" zei Fitzurse tot De Bracy, "dat iets zijn moed verlevendigen kon! De enkele naam van zijn broeder jaagt hem de koorts

op het lijf. Ongelukkig de raadslieden van een Vorst, wien moed en

volharding geheel ontbreken, zoowel ten goede als ten kwade!"


VEERTIENDE HOOFDSTUK ΔΈΚΑΤΟ ΤΈΤΑΡΤΟ ΚΕΦΆΛΑΙΟ FOURTEENTH CHAPTER

In de hooggewelfde zaal In the high vaulted hall

Van de burgtkasteelen, From the castle castles,

Kon men de oude Ridderpraal Could the old Chivalry

Van hun helden-spelen,-- Of their heroic games,--

't Uitgedoste strijdrental, 't Outfitted battle ranks, d'Eedle stoet van vrouwen, d'Eedle procession of women, Bij het luid trompetgeschal, At the loud trumpet call,

Menigwerf aanschouwen. Many a view.

Warton. Warton.

Prins Jan hield zijn feestelijken maaltijd in het kasteel van Prince John held his festive meal at the castle of

Ashby. Ashby. Dit was niet hetzelfde gebouw, welks trotsche puinhoopen This was not the same building, whose proud ruins

den reiziger nog belang inboezemen, en dat in lateren tijd werd interest to the traveler, and that in later times became

opgericht door Lord Hastings, Groot Kamerheer van Engeland, een der founded by Lord Hastings, Grand Chamberlain of England, one of the

eerste slachtoffers van de dwingelandij van Richard III, en nog beter first victims of Richard III's tyranny, and even better

bekend als een van Shakespeare's personaadjes, dan door zijn naam in known as one of Shakespeare's personae, then by his name in de geschiedenis. history. Het kasteel en de stad Ashby behoorden in dien tijd At that time, the castle and town of Ashby belonged to

aan Roger de Quincy, Graaf van Winchester, die, gedurende den tijd to Roger de Quincy, Earl of Winchester, who, during the time

van ons verhaal, in het Heilige land toefde. of our story, dwelt in the Holy Land. Prins Jan had intusschen Prince John, meanwhile, had

bezit van zijn kasteel genomen, en beschikte naar goedvinden over zijn taken possession of his castle, and disposed of his

goederen; en daar hij thans de oogen der wereld door zijne gastvrijheid goods; and since he is now the eyes of the world by his hospitality

en pracht trachtte te verblinden, had hij bevel gegeven tot groote and splendor sought to dazzle, he had ordered great

toebereidselen, om het feest zoo schitterend mogelijk te maken. preparations, to make the party as magnificent as possible.

De Hoffouriers van den Prins, die bij deze en andere gelegenheden het The Prince's Hoffouriers, who, on these and other occasions, are the

volle koninklijke gezag uitoefenden, hadden al, wat zij voor de tafel exercised full royal authority, had all, what they had for the table

van hun meester geschikt oordeelden, uit de omstreken geroofd. of their master deemed suitable, looted from the surrounding areas. Er There

was ook een groote menigte gasten genoodigd; en Prins Jan, zich in had also been invited a large crowd of guests; and Prince John, himself in

de noodzakelijkheid bevindende, om de volksgunst te zoeken, had deze finding the necessity, to seek popular favor, had this

uitnoodigingen tot eenige aanzienlijke Saksische en Deensche familiën invitations to some considerable Saxon and Danish families

uitgestrekt, zoowel als tot de Normandische edelen en heeren uit extended, as well as to the Norman nobles and lords from

den omtrek. the perimeter. Hoewel de Angel-Saksers bij gewone gelegenheden veracht Although the Angel-Saxons on ordinary occasions despised

en vernederd werden, moest hun groot getal hen natuurlijk geducht and humiliated, their large number naturally had to make them formidable

maken in de burgerlijke onlusten, die ophanden schenen, en het was make in the civil disturbances, which seemed imminent, and it was

noodzakelijk, om de gunst van de voornaamsten onder hen te verwerven. necessary, to gain the favor of the distinguished among them.

Het was dus de bedoeling van den Prins, aan welke hij ook gedurende It was thus the intention of the Prince, to which he also during

eenigen tijd getrouw bleef, om deze ongewone gasten met eene remained faithful for some time, to these unusual guests with a

beleefdheid te behandelen, die zij zelden ondervonden. courtesy, which they rarely experienced. Maar ofschoon But although

niemand met mindere schroomvalligheid zijne gewoonten en gevoelens no one with lesser timidity his habits and feelings

naar zijn belang wist te plooien, was het echter het ongeluk van managed to bend to his interests, however, it was the misfortune of

dezen Prins, dat zijne lichtzinnigheid en moedwilligheid gedurig this Prince, that his frivolity and wantonness ceaselessly

weder boven kwamen, en aan alles weder den bodem insloegen, wat hij resurfaced, and hit bottom again to everything, which he

door vroegere veinzerij gewonnen had. had won through past feigning.

Van dezen lichtzinnigen aard gaf hij een merkwaardig bewijs in Of this frivolous nature, he gave curious evidence in

Ierland, toen hij door zijn vader, Hendrik II, daarheen gezonden Ireland, when he was sent there by his father, Henry II

werd, om de genegenheid der inwoners van deze nieuwe en gewichtige became, to secure the affection of the inhabitants of this new and important

bezitting der Normandische kroon te winnen. win possession of the Norman crown. Bij deze gelegenheid On this occasion

wedijverden de Iersche opperhoofden met elkander, om den jongen the Irish chiefs competed with each other, to get the young

Prins hun eerbiedige hulde en den vredekus aan te bieden. Prince to offer their respectful tributes and the kiss of peace. Maar, But,

in plaats van hunne begroeting met beleefdheid aan te nemen, konden Instead of accepting their greeting with courtesy, could

Jan en zijn moedwillig gevolg de verzoeking niet wederstaan, om de John and his wilful entourage did not resist the temptation, to the

Iersche edelen bij hunne lange baarden te trekken, een gedrag, dat, Irish nobles by their long beards, a behavior, which,

zooals men verwachten kon, de hoogste verontwaardiging wekte bij de as one might expect, aroused the highest indignation among the

beleedigde Ieren, en noodlottige gevolgen had voor de Normandische beleaguered Irishmen, and had fateful consequences for the Norman

heerschappij in dat land. rule in that land. Het is noodig, deze wispelturigheid van It is necessary, this fickleness of

Jan's karakter in het oog te houden, om zijn gedrag gedurende den Keeping an eye on Jan's character, to monitor his behavior during den avond, waarvan nu sprake is, verstaanbaar te maken. evening, which is now under discussion, to be understood.

Zooals hij zich in meer bedaarder oogenblikken voorgenomen had, ontving As he had envisioned in more subdued moments, he received

Prins Jan Cedric en Athelstane met uitstekende vriendelijkheid, Prince Jan Cedric and Athelstane with outstanding kindness,

en betuigde zonder eenigen wrevel, zijne teleurstelling, toen and expressed, without any displeasure, his disappointment, when

de ongesteldheid van Rowena door den eerste als de reden werd Rowena's indisposition was cited by the former as the reason

opgegeven, waarom zij aan zijne eervolle uitnoodiging niet had kunnen specified, why she had been unable to comply with his honorable invitation

voldoen. comply. Cedric en Athelstane droegen beiden de Saksische kleeding, Cedric and Athelstane both wore the Saxon dress,

die, ofschoon op zich zelve niet smakeloos en bij deze gelegenheid which, although not in itself distasteful and on this occasion

uit kostbare stoffen bestaande, zoo zeer in maaksel en voorkomen van consisting of precious fabrics, so very much in make and appearance of

die der overige gasten verschilde, dat Prins Jan het zich tot geene that of the other guests differed, that Prince John did not make it to any

geringe verdienste bij Waldemar Fitzurse aanrekende, dat hij niet minor credit to Waldemar Fitzurse, that he did not

lachte, bij een gezicht, dat de mode van dien tijd zoo bespottelijk laughed, at a face, which the fashion of the time so mockingly

maakte. made. Evenwel, met het oog van het gezond verstand gezien, was However, viewed with the eye of common sense, was

de korte, nauwe _tunica_ en de lange mantel der Saksers bevalliger the short, narrow _tunica_ and the long cloak of the Saxons more gracefully

en gemakkelijker, dan het kostuum der Normandiërs, wier onderkleed and easier, than the costume of the Normans, whose undergarments

uit een lang wambuis bestond, zoo wijd, dat het op een hemd of een consisted of a long doublet, so wide that it resembled a shirt or a

voermanskiel geleek, en daarover een nauwe mantel, die noch tegen de peddler's smock resembled, and over it a narrow cloak, which was neither against the

koude noch tegen den regen beschermde, en welks eenige doel scheen te cold nor from the rain, and whose only purpose seemed to be to

zijn, zoo veel bontwerk, borduursel en juweelen ten toon te spreiden, be, displaying so much fur work, embroidery and jewelry,

als het vernuft van den kleermaker er met mogelijkheid aan te pas if the ingenuity of the tailor could possibly be used to it

kon brengen. could bring. Karel de Groote, onder wiens regeering ze het eerst Charles the Great, under whose reign they were first

werd ingevoerd, schijnt de ondoelmatigheid van deze kleeding zeer was introduced, the ineffectiveness of this dressing seems very

wel gevoeld te hebben. did feel. "In 's hemels naam," zeide hij, "waartoe "For heaven's sake," he said, "to which dienen deze korte mantels? Do these short coats serve? Als wij te bed liggen, dekken zij ons When we are in bed, they cover us

niet; te paard geven zij geen bescherming tegen wind en regen; en not; on horseback they give no protection from wind and rain; and

als wij zitten, beschutten zij onze beenen niet tegen vochtigheid of when we sit, they do not shelter our legs from moisture or

koude." cold." In weerwil echter van deze keizerlijke afkeuring, bleven de In defiance of this imperial disapproval, however, the

korte mantels in zwang tot den tijd waarvan wij spreken, en bijzonder short cloaks in vogue until the time of which we speak, and particularly

onder de Vorsten uit het huis van Anjou. among the Princes from the house of Anjou. Ze waren dus algemeen in So they were common in

gebruik onder de hovelingen van Prins Jan; en de lange mantel der custom among the courtiers of Prince John; and the long cloak of the

Saksers werd bijgevolg door hen bespot. Saxons was consequently mocked by them.

De gasten zaten aan eene tafel, die bijna boog onder de menigte der The guests sat at a table, which almost bowed under the crowd of the

lekkernijen. delights. De talrijke koks, die den Prins op zijne reis vergezelden, The numerous cooks who accompanied the Prince on his journey,

hadden al hunne kunst ingespannen, om de vormen, waarin de gewone had exerted all their art, to create the forms, in which the ordinary

spijzen voorgediend werden, te veranderen, en waren er bijna even goed, foods were served, change, and were there almost as good,

als de hedendaagsche beoefenaren der kookkunst, in geslaagd, ze geheel as the contemporary practitioners of cooking, succeeded in making them completely

onkenbaar te maken. unknowable. Behalve de schotels van inlandschen oorsprong, Except for dishes of native origin,

waren er verschillende lekkernijen uit vreemde landen aangebracht, en various delicacies from foreign lands had been introduced, and

eene weelde van pasteien, taarten en gebak, welke alleen aan de tafels a wealth of pies, cakes and pastries, which only at the tables

van den hoogsten adel gebruikt werden. of the highest nobility were used. De maaltijd werd insgelijks The meal was likewise

verheerlijkt door de kostelijkste, zoowel in- als uitheemsche wijnen. glorified by the most delicious wines, both domestic and foreign.

Maar de Normandische edelen, hoe weelderig ook, waren over het But the Norman nobles, however opulent, were about the

algemeen niet onmatig. generally not immoderate. Zij zochten de genoegens der tafel in de keur They sought the pleasures of the table in the choice

der spijzen, maar vermeden de overdaad, en plachten den overwonnen of food, but avoided excess, and plied the conquered

Saksers gulzigheid en dronkenschap te verwijten, als ondeugden aan hun accusing Saxons of gluttony and drunkenness, as vices to their

minderen stand eigen. lesser stand own. Prins Jan, wel is waar, en zij, die zijn gunst Prince John, well it is true, and they, who did his favor

bejoegen door zijne zwakheden na te bootsen, waren aan de genoegens der desired by imitating his weaknesses, were to the pleasures of the

tafel verslaafd, en het is wel bekend, dat zijn dood veroorzaakt werd table addicted, and it is well known, that his death was caused

door het onmatig gebruik van perziken en versch bier. due to the excessive use of peaches and diff beer. Zijn gedrag was His behavior was

echter eene uitzondering op de algemeene gewoonten zijner landgenooten. however, an exception to the general habits of his compatriots.

Met geveinsde deftigheid, die alleen afgewisseld werd door stille With feigned propriety, alternating only with silent

wenken tegen elkander, aanschouwden de Normandische Ridders en edelen beckoning against each other, the Norman Knights and nobles beheld

het ruwe gedrag van Athelstane en Cedric bij den maaltijd, aan welks the rough behavior of Athelstane and Cedric at the meal, to whose

gebruiken en vorm zij niet gewend waren. use and form they were not used to. En terwijl hun gedrag dus And while their behavior is thus

het voorwerp der bespotting werd, zondigden de onkundige Saksers, became the object of derision, the ignorant Saxons sinned,

onwetend, tegen verscheidene der willekeurig vastgestelde wetten en ignorant, against several of the arbitrarily established laws and

regels der welvoegelijkheid. rules of benevolence.

Het is echter wel bekend, dat een man zich eerder schuldig mag It is well known, however, that a man may rather be guilty

maken aan eene wezenlijke schennis der regels van de beschaving make to an essential violation of the rules of civilization

of van de goede zeden, dan onkundig schijnen in het geringste punt or of morals, than seem ignorant in the slightest point

der etiquette van de groote wereld. Of etiquette of the great world. Daarom maakte Cedric, die zich Therefore, Cedric, who made himself

de handen aan een doek afveegde, in plaats van ze te drogen door ze wiped the hands on a cloth, instead of drying them by drying them

met bevalligheid in de lucht te bewegen, zich belachelijker dan zijn moving with grace in the air, making himself more ridiculous than his

metgezel Athelstane, die alléén een geheele, groote pastei verslond, companion Athelstane, who alone devoured an entire, large pie,

gevuld met de meest uitgezochte vreemde lekkernijen, een _Karum-pastei_ filled with the most select strange delicacies, a _Karum pie_

genoemd. mentioned. Maar toen men door ernstig heen en weer vragen bevond, dat But when one found, through serious back and forth questioning, that

de heer van Coningsburgh (of de _Franklin_, zooals de Normandiërs the lord of Coningsburgh (or the _Franklin_, as the Normans

hem noemden) geen begrip had van hetgeen hij verslonden had; en called him) had no understanding of what he had devoured; and

den inhoud van de _Karum-pastei_ voor leeuweriken en duiven hield, mistook the contents of the _Karum pie_ for larks and pigeons,

terwijl het _beccaficos_ en nachtegalen waren, werd zijne onkunde While it was _beccaficos_ and nightingales, his ignorance became

veel meer bespot dan zijne gulzigheid, die het meer verdiend had. much more mocked than his gluttony, which deserved it more.

Het lange feestmaal was eindelijk afgeloopen; en terwijl de beker vrij The long banquet had finally ended; and while the cup was freely

rond ging, sprak men over de daden van het toernooi--over den Zwarten around, people talked about the exploits of the tournament-about the Black

Ridder, wiens zelfverloochening hem aan de verdiende eer onttrokken Knight, whose self-denial deprived him of deserved honor

had--en over den dapperen Ivanhoe, die de eer van den dag zoo duur had--and about the brave Ivanhoe, who had the honor of the day so dearly

gekocht had. had bought. Deze onderwerpen werden met de vrijmoedigheid van een These topics were discussed with the frankness of a

krijgsman behandeld, en scherts en gelach vervulden de zaal. warrior treated, and jest and laughter filled the room. Het The

voorhoofd van Prins Jan alleen was onder deze gesprekken bewolkt; forehead of Prince John alone was cloudy under these conversations;

de een of andere zware zorg scheen op zijn gemoed te drukken, en het some heavy worry seemed to weigh on his mind, and it

was slechts na een wenk van zijne vrienden, dat hij belang scheen te was only after a hint from his friends that he seemed to take an interest in

stellen in wat rondom hem voorviel. set in what occurred around him. Bij zulke gelegenheden schrikte On such occasions

hij op, ledigde een beker wijn, alsof hij zijn moed daardoor wilde he stood up, emptied a cup of wine, as if to keep his courage thereby

verlevendigen, en mengde zich in het gesprek door eenige afgebroken enliven, and interfered in the conversation by a few interrupted

of zonder samenhang aangebrachte opmerking. or inconsistently applied comment.

"Wij ledigen dezen beker," zei hij, "op het welzijn van Wilfrid van "We empty this cup," he said, "on the good of Wilfrid of Ivanhoe, den overwinnaar in het toernooi, en het spijt ons, dat zijn Ivanhoe, the victor in the tournament, and we are sorry that his

wond hem van onze tafel afhoudt.--Dat allen op zijne gezondheid de wound keeps him from our table.--That all on his health the

bekers vullen, en vooral Cedric van Rotherwood, de waardige vader filling cups, and especially Cedric of Rotherwood, the worthy father

van een zoo veel belovenden zoon." Of such a promising son." "Neen, mijn Vorst," hernam Cedric, opstaande, en zijn beker "Nay, my Sovereign," resumed Cedric, rising, and holding his cup onaangeroerd op de tafel plaatsende, "ik geef den naam van zoon placing untouched on the table, "I give the name of son niet aan den ongehoorzamen jongeling, die mijne bevelen veracht, Not to the disobedient youth who despises my commands,

en de zeden en gewoonten zijner voorvaderen verzaakt." and renounced the morals and customs of his forefathers." "Het is onmogelijk," riep Prins Jan, met geveinsde verbazing, "dat een "It is impossible," cried Prince John, with feigned amazement, "that a zoo dapper ridder een onwaardig of ongehoorzaam zoon zou kunnen zijn!" so brave a knight could be an unworthy or disobedient son!" "En toch is dit het geval met Wilfrid, mijn Vorst," hernam Cedric. "And yet this is the case with Wilfrid, my Sovereign," Cedric resumed. "Hij "He heeft mijne vreedzame woning verlaten, om zich onder de weelderige has left my peaceful dwelling, to go among the lush

edelen aan het hof uws broeders te mengen, waar hij de ridderkunsten nobles to mingle at thy brother's court, where he would have the knightly arts

geleerd heeft, waarop gij zoo hoogen prijs stelt. Learned, which thou prizest so highly. Hij heeft mij tegen He turned me against

mijn wil en mijne bevelen verlaten; en in de dagen van Alfred zou abandoned my will and my commands; and in the days of Alfred would be

men zooiets ongehoorzaamheid--ja, zelfs een zeer strafbare misdaad one such disobedience--yes, even a very punishable crime

genoemd hebben." named." "Ach!" "Ah!" hervatte Prins Jan, met een diepen zucht van geveinsde resumed Prince John, with a deep sigh of feigned relief

deelneming; "daar uw zoon mijn ongelukkigen broeder is gevolgd, participation; "since your son has followed my unfortunate brother, behoeft men niet te vragen, van waar, of van wien hij de les van need not be asked, from where, or from whom he learned the lesson of

kinderlijke ongehoorzaamheid geleerd heeft." childlike disobedience learned." Zoo sprak Prins Jan, vergetende dat onder alle zonen van Hendrik II, Thus spoke Prince John, forgetting that among all the sons of Henry II,

schoon geen van hen vrij van deze misdaad was, hij zich het meest, clean none of them were free of this crime, he himself the most,

door oproer en ondankbaarheid tegen zijn vader, onderscheiden had. by rebellion and ingratitude against his father, had distinguished himself.

"Ik meende," zei hij na eene korte stilte, "dat mijn broeder voornemens "I believed," he said after a brief silence, "that my brother intended was, zijn gunsteling met de rijke heerlijkheid Ivanhoe te beleenen." was, to invest his minion with the rich glory of Ivanhoe." "Hij heeft hem die geschonken," antwoordde Cedric, "en het is niet "He gave it to him," Cedric replied, "and it is not de minste reden die ik heb, om ontevreden te zijn op mijn zoon, dat the least reason I have, to be dissatisfied with my son, that

hij zich verlaagde, om als leenroerig vasal, dezelfde goederen aan te he lowered himself, as a feudal vasal, to the same goods to

nemen, welke zijne voorvaderen vrij en onafhankelijk bezeten hebben." take, which his forefathers possessed freely and independently." "Wij zullen dus uwe toestemming verkrijgen, geachte Cedric," zei Prins "We will thus obtain your consent, dear Cedric," said Prince Jan, "om dit leen aan een persoon te schenken, wiens waardigheid niet John, "to grant this fief to a person, whose dignity is not zal vernederd zijn, door land van de Britsche kroon te bezitten. will be humbled, by owning land from the British crown. Ridder Knight

Reginald Front-de-Boeuf," zei hij, zich tot dien edele wendende, Reginald Front-de-Boeuf," he said, turning to the nobleman, "ik vertrouw, dat gij de schoone heerlijkheid Ivanhoe zóó zult weten "I trust thou wilt know the beautiful glory of Ivanhoe so te behouden, dat Wilfrid zich zijns vaders ongenoegen niet op den preserve, that Wilfrid did not take his father's displeasure on the

hals zal halen, door ze terug te krijgen!" neck, by getting them back!" "Bij den heiligen Anthonius!" "By Saint Anthony!" antwoordde de sombere reus, "ik sta toe, replied the somber giant, "I allow, dat uwe Hoogheid mij voor een Sakser houde, zoo Cedric, of Wilfrid, That your Highness hold me for a Saxon, so Cedric, or Wilfrid,

of de beste, die ooit Saksisch bloed in de adren had, mij de gift Whether the best, who ever had Saxon blood in the adren, gave me the gift

ontwringt, waarmede uwe Hoogheid mij vereerd heeft." wrings, with which your Highness has honored me." "Wie u Sakser noemt, ridder," hernam Cedric, beleedigd door een "Whoever calls you Saxon, knight," Cedric resumed, beleaguered by a spreekwijze, waarmede de Normandiërs dikwijls hun gewone verachting mode of speech, with which the Normans often expressed their habitual contempt

jegens de Engelschen uitdrukten, "zal u een even groote als onverdiende towards the English, "will give you an equally great and undeserved eer aandoen." honor." Front-de-Boeuf wilde antwoorden; maar de moedwilligheid en Front-de-Boeuf wanted to answer; but the willfulness and

lichtzinnigheid van Prins Jan kwamen hem voor. levity of Prince John occurred to him.

"Voorzeker, mijn heeren," zei hij, "de edele Cedric spreekt de "Surely, my lords," he said, "the noble Cedric speaks the waarheid, en zijn geslacht kan den voorrang boven ons eischen, zoo truth, and his lineage can claim primacy over us, if

wel om de lengte van hun stamboom, als om die hunner mantels." well for the length of their lineage, as for that of their cloaks." "Zij gaan ons, inderdaad, in het veld vóór,--evenals het wild de "They go before us, indeed, in the field,--as well as the game the honden!" dogs!" zei Malvoisin. Malvoisin said.

"En zij hebben groot recht ons voor te gaan," zei Prior Aymer--"vergeet "And they have great right to go before us," said Prior Aymer--"forget niet hun meerdere welvoegelijkheid en de bevalligheid hunner manieren!" not their superior benevolence and the gracefulness of their manners!" "En hun zeldzame onthouding en matigheid!" "And their rare abstinence and temperance!" zei De Bracy, het plan De Bracy said, the plan

vergetende, dat hem een Saksische bruid beloofde. forgetting, that promised him a Saxon bride.

"En dan den moed en het beleid," zei Brian de Bois-Guilbert, "waardoor "And then the courage and policy," said Brian de Bois-Guilbert, "by which zij zich te Hastings en elders onderscheidden." they distinguished themselves at Hastings and elsewhere." Terwijl de hovelingen, beurtelings, met een effen en lachend gelaat het While the courtiers, by turns, with even and smiling countenances, the

voorbeeld van hun Prins volgden, en hun pijlen op Cedric afschoten, followed the example of their Prince, shooting their arrows at Cedric,

werd het gezicht van den Sakser vuurrood van toorn; hij wierp zijn the Saxon's face became fiery red with wrath; he threw his

woesten blik van den één op den anderen, alsof de schielijke opvolging ferocious glance from one to another, as if the swift succession

van zoo vele beleedigingen hem belette ze dadelijk te beantwoorden; of so many insults prevented him from answering them promptly;

of gelijk een getergde stier, die, door zijne pijnigers omringd, Or like a tormented bull, who, surrounded by his tormentors,

verlegen is, wie onder hen tot het onmiddellijke doel van zijn wraak shy, who among them is to the immediate object of his vengeance

uit te kiezen. to choose from.

Eindelijk zich tot Prins Jan wendende, als het hoofd, en de oorzaak der Finally turning to Prince John, as the head, and cause of the

hem aangedane beleediging, zei hij, met een stem, die half door drift insult done to him, he said, in a voice, which was half through drift

gesmoord was: "Welke ook de zwakheden en gebreken van onzen stam mogen was stifled: "Whatever weaknesses and defects of our tribe may geweest zijn, een Sakser zou voor een _Niddering_ [17]" (de krachtigste have been, a Saxon would have been for a _Niddering_ [17]" (the most powerful uitdrukking voor de uiterste nietswaardigheid), "gehouden zijn, zoo expression for utter nothingness), "be held, if hij in zijne eigene zaal, en terwijl zijn eigen beker rondging, een he in his own hall, and while his own cup went round, a

onschuldigen gast behandeld had, zooals uwe Hoogheid mij heden heeft treated innocent guest, as your Highness has treated me today

laten behandelen; en welke ook de ongelukken onzer voorvaderen op het be dealt with; and which also the accidents of our forefathers on the

slagveld bij Hastings mogen geweest zijn, moesten zij er tenminste battlefield at Hastings may have been, at least they had to have been there

van zwijgen"--en hier zag hij op Front-de-Boeuf en den Tempelier--"die of silence"--and here he looked on Front-de-Boeuf and the Templar--"who were voor weinige uren meer dan éénmaal zadel en stijgbeugel door de lans for few hours more than once saddle and stirrup through the lance

van een Sakser verloren hebben." have lost to a Saxon." "Op mijn eer, een bijtende scherts!" "On my honor, a biting jest!" zei Prins Jan. Prince Jan said. "Hoe vindt gij ze, "How do ye find them, mijn heeren?--Onze Saksische onderdanen nemen toe in geest en moed; my lords?--Our Saxon subjects are increasing in spirit and courage;

zij worden scherp van vernuft en trotsch van gedrag in deze onrustige they become sharp of ingenuity and proud of behavior in this troubled

tijden.--Wat zegt gij, mijn heeren?--Bij het licht des hemels, times.--What say ye, my lords?--By the light of heaven,

ik houd het voor het best, dat wij onze galeien weder bestijgen, I hold it best that we mount our galleys again,

en bij tijds naar Normandië terugkeeren!" and return to Normandy in time!" "Uit vrees voor de Saksers?" "For fear of the Saxons?" zei de Bracy lachende. said de Bracy laughing. "Wij zouden "We would geen ander wapen, dan onze jachtsperen noodig hebben, om zulk wild need no other weapon, than our hunting spears, to get such game

te jagen!" to hunt!" "Houdt op met uwe scherts, heeren ridders," zei Fitzurse, "en het "Cease your jesting, gentlemen knights," said Fitzurse, "and the ware goed," voegde hij er bij, zich tot den Prins wendende, "dat uw were well," he added, turning to the Prince, "that your Hoogheid den waardigen Cedric verzekerde, dat er geen beleedigende Highness the worthy Cedric assured, that there was no offensive

bedoeling is in spotternijen, die in het oor van een vreemdeling zeer intention is in mockery, which in the ear of a stranger is very

onaangenaam moeten klinken." must sound unpleasant." "Beleediging?" "Insult?" antwoordde Prins Jan, terwijl hij zijn beleefde replied Prince John, as he continued his polite

houding weder aannam; "ik verzeker dat ik er nooit een bedoeld heb, attitude again; "I assure you I never meant one, of in mijn tegenwoordigheid toelaten zou.--Hier! or would allow in my presence.--Here! ik ledig mijn beker I empty my cup

op het welzijn van Cedric zelven, daar hij niet op de gezondheid van on the welfare of Cedric himself, since he was not on the health of

zijn zoon wil drinken." his son wants to drink." De beker ging rond, onder de geveinsde toejuiching der hovelingen, The cup went around, under the feigned acclaim of the courtiers,

welke echter de gewenschte uitwerking op het gemoed des Saksers which, however, the desired effect on the mind of the Saxon

misten. missed. Hij was van natuur niet scherpzinnig, maar zij, die meenden, He was not astute by nature, but those, who mused,

dat dit vleiend compliment zijne gevoeligheid over de hem pas that this flattering compliment increased his sensitivity about the him newly

aangedane beleediging zou uitwisschen, rekenden zijn verstand toch al inflicted offense would erase, counted his mind anyway

te min. too little. Hij zweeg echter, toen de koninklijke beker weder rondging: He was silent, however, as the royal cup was once again passed around:

"Op het welzijn van den ridder Athelstane van Coningsburgh." "On the welfare of the knight Athelstane of Coningsburgh." De ridder maakte een buiging, en toonde, dat hij niet ongevoelig was The knight made a bow, showing, that he was not insensitive

voor die eer, door een grooten beker te ledigen. For that honor, by emptying a large cup.

"En nu, mijn heeren," zei Prins Jan, die verhit begon te worden "And now, my lords," said Prince John, who was beginning to get heated door den wijn, dien hij gedronken had, "daar wij recht hebben laten by the wine, which he had drunk, "since we have let right wedervaren aan onze Saksische gasten, willen wij hen verzoeken, onze to our Saxon guests, we would like to ask them, our

beleefdheid te beantwoorden. answer politely. Waardige Sakser," ging hij voort, zich Worthy Saxon," he continued, imagining himself tot Cedric wendende, "mag ik u verzoeken ons een Normandiër te noemen, turning to Cedric, "May I ask you to call us a Norman, wiens naam uw lippen het minst zal bezoedelen, en met een beker wijn Whose name shall taint thy lips least, and with a cup of wine

alle bitterheid af te spoelen, welke de klank nog zou achterlaten?" wash off all the bitterness, which the sound would still leave behind?" Terwijl Prins Jan sprak, stond Fitzurse op, en zachtjes achter den As Prince John spoke, Fitzurse got up, and gently stood behind the

stoel van den Sakser tredende, fluisterde hij hem toe, dat hij de stepping into the chair of the Saxon, he whispered to him, that he was the

gelegenheid niet moest laten voorbijgaan, om een einde te maken aan de opportunity should not pass by, to put an end to the

vijandigheid tusschen de twee stammen, door Prins Jan zelven te noemen. hostility between the two tribes, to be mentioned by Prince John himself.

De Sakser antwoordde niet op dezen listigen raad, maar opstaande, en The Saxon did not answer to this sly advice, but stood up, and

den beker tot den rand toe vullende, sprak hij Prins Jan aldus aan: filling the cup to the brim, he addressed Prince John thus:

"Uwe Hoogheid heeft begeerd, dat ik een Normandiër zou noemen, die "Your Highness has desired, that I should name a Norman, who is verdiende, dat wij bij ons feest aan hem dachten. deserved that we thought of him at our celebration. Dit is, waarlijk, This is, truly,

een zware taak, daar ze den slaaf oplegt om den lof van zijn meester te a difficult task, as it imposes on the slave to praise his master's

verkondigen;--den overwonnene om zijn overwinnaar te prijzen. proclaim;--the vanquished to praise his victor. Echter However

_zal_ ik een Normandiër noemen,--den eersten in de wapenen en in _shall_ I call a Norman,--the first in arms and in

stand,--den besten en edelsten van zijn stam. booth,--those best and noblest of his tribe. En de lippen, die And the lips, which

weigeren mij op zijn welverkregen roem bescheid te doen, noem ik refusing to bescheid me on his well-earned fame, I call

valsch en eerloos, en dat wil ik met mijn leven staande houden!--Ik false and honorless, and I want to uphold that with my life!--I

ledig dezen beker op het welzijn van Richard Leeuwenhart!" empty this cup on the welfare of Richard Lionheart!" Prins Jan, die verwacht had, dat zijn eigen naam de rede van den Prince John, who had expected his own name to be the speech of the

Sakser zou besluiten, schrikte toen die van zijn beleedigden broeder Saxon would conclude, startled when that of his beleaguered brother

zoo onverwacht genoemd werd. so unexpectedly mentioned. Hij bracht den beker werktuigelijk naar He brought the cup mechanically to

de lippen, en zette dien dadelijk weder neer, om het gedrag van het the lips, and immediately put it down again, to observe the behavior of the

gezelschap bij dezen onverwachten feestdronk gade te slaan, daar company at this unexpected celebratory drink, since

velen der aanwezigen gevoelden, dat het even gevaarlijk was er aan many of those present felt, that it was equally dangerous there to

te voldoen, als het te weigeren. meet, if to refuse. Eenige oude, ervarene hovelingen, Some old, experienced courtiers,

volgden getrouw het voorbeeld van den Prins zelven, door den beker faithfully followed the example of the Prince himself, by taking the cup

naar de lippen te brengen en dien weder voor zich neder te zetten. to the lips and put it down again in front of him. Er There

waren echter velen, die door een edelmoediger opwelling medegesleept, were many, however, dragged along by a nobler impulse,

uitriepen: "Lang leve Koning Richard! exclaimed, "Long live King Richard! Moge hij ons weldra weder gegeven May he soon be given to us again

worden!" become!" Eenige weinigen, waaronder Front-de-Boeuf en de Tempelier, A few few, including Front-de-Boeuf and the Templar,

lieten in sombere verachting hun bekers onaangeroerd staan. left their cups untouched in somber contempt. Maar But

niemand waagde het rechtstreeks den beker te weigeren, die ter eere no one dared directly refuse the cup, which in honor

van den regeerenden Vorst geledigd moest worden. of the reigning Sovereign had to be emptied.

Nadat Cedric voor een oogenblik zijn zegepraal genoten had, zei hij After Cedric enjoyed his triumph for a moment, he said

tot zijn metgezel: "Kom, edele Athelstane! to his companion: "Come, noble Athelstane! wij zijn lang genoeg hier we have been here long enough

gebleven, nu wij de gastvrije beleefdheid van Prins Jan vergolden remained, now that we forgave the hospitable courtesy of Prince John

hebben. have. Zij, die in het vervolg meer van onze ruwe Saksische manieren They, who in the sequel more of our rough Saxon ways

willen weten, moeten ons in de huizen onzer vaderen opzoeken; want to know, should visit us in the homes of our fathers;

want wij hebben genoeg van koninklijke gastmalen en Normandische for we have had enough of royal guest meals and Norman

wellevendheid gezien." affability seen." Dit zeggende, stond hij op, en verliet de eetzaal, gevolgd door Saying this, he got up, and left the dining room, followed by

Athelstane en verscheidene andere gasten, die met de Saksers Athelstane and several other guests, who were with the Saxons

vermaagschapt, zich beleedigd gevoelden door de spotternijen van mesmerized, felt offended by the mockery of

Prins Jan en zijn hovelingen. Prince John and his courtiers.

"Bij het gebeente van St. "By the bones of St. Thomas!" Thomas!" riep Prins Jan, toen zij zich cried Prince John, as they turned

verwijderd hadden, "de Saksische boeren hebben ons de nederlaag had removed, "the Saxon peasants defeated us gegeven, en zijn zegevierende afgetrokken." given, and are victoriously deducted." "_Conclamatum est, poculatum est_," zei Prior Aymer, "wij hebben "_Conclamatum est, poculatum est_," said Prior Aymer, "we have gedronken en zijn luidruchtig geweest;--het wordt tijd, dat wij de drunk and have been loud;--it's time, that we should have the

wijnflesschen verlaten." leaving wine bottles." "De monnik heeft de eene of andere schoone boetvaardige, die heden "The monk has some beautiful penitent, who today avond bij hem biechten moet, daar hij zooveel haast maakt!" evening must confess to him, since he is in such a hurry!" zei said

de Bracy. de Bracy.

"Dat niet, heer ridder," hernam de abt; "maar ik moet dezen avond "Not that, lord knight," resumed the abbot; "but I must this evening nog eenige mijlen van mijne terugreis afleggen." still some miles of my return journey." "Zij gaan al weg," fluisterde de Prins Fitzurse toe; "hun vrees loopt "They are already leaving," the Prince whispered to Fitzurse; "their fears are running de gebeurtenissen vooruit, en deze lafhartige Prior is de eerste, the events ahead, and this dastardly Prior is the first,

die mij verlaat." who leaves me." "Vrees niet, mijn Vorst," zei Waldemar; "ik zal hun redenen geven, "Fear not, my Sovereign," said Waldemar; "I will give them reasons, die hen zullen nopen bij onze bijeenkomst te York tegenwoordig te which will require them to be present at our meeting in York.

zijn.--Heer Prior," zei hij, "ik moet u alléén spreken, voordat gij be.--Lord Prior," he said, "I must speak to you alone, before you are te paard stijgt." rising on horseback." De andere gasten gingen nu spoedig uiteen, behalve zij, die The other guests now soon dispersed, except for those who

onmiddellijk tot de partij, of tot het gevolg van Prins Jan behoorden. immediately belonged to the party, or to Prince John's entourage.

"Dit is dan de uitslag van uw raad," zei de Prins, een vertoornden "This, then, is the result of your counsel," said the Prince, a wroth blik op Fitzurse werpende, "dat een dronken Saksische boer mij op glancing over at Fitzurse, "that a drunken Saxon farmer was putting me on mijn eigen gastmaal trotseert, en dat, bij den enkelen naam van mijn defies my own guest meal, and that, by the singular name of my

broeder, de menschen van mij afvallen, als van een melaatsche." brother, men fall away from me, as from a leper." "Geduld, mijn Vorst," hernam zijn raadgever; "ik zou u ook kunnen "Patience, my Sovereign," resumed his counselor; "I could also give you beschuldigen, en de lichtzinnigheid en onbedachtzaamheid berispen, accuse, and rebuke levity and thoughtlessness,

welke mijn plan hebben doen mislukken, en uw eigen beter oordeel op which have caused my plan to fail, and your own better judgment on

het dwaalspoor hebben geleid; maar dit is geen tijd, om elkander have led the wrong way; but this is no time, to lead each other

verwijten te doen. reproach. De Bracy en ik zullen ons dadelijk onder deze De Bracy and I will get right under this

lafaards begeven, en hen overtuigen, dat zij te ver zijn gegaan, cowards, and convince them that they have gone too far,

om terug te treden." to step down." "Het zal vruchteloos zijn," zei Prins Jan, terwijl hij met ongelijke "It will be fruitless," said Prince John, speaking with uneven schreden door het vertrek stapte, en met eene hevigheid sprak, waartoe steps through the room, and spoke with a vehemence to which

de wijn, dien hij gedronken had, gedeeltelijk bijdroeg.--"Het zal partially contributed the wine, which he had drunk.--"It will vruchteloos zijn;--ze hebben het schrift aan den muur gezien;--ze be fruitless;---they have seen the writing on the wall;---they

hebben de voetstappen van den leeuw in het zand bespeurd;--ze hebben have detected the footsteps of the lion in the sand;---they have

zijn naderend gebrul door het woud hooren weergalmen;--niets zal hun hear his approaching roar echoing through the forest;--nothing will make their

moed weder verlevendigen!" revive courage again!" "Gave God!" "Gave God!" zei Fitzurse tot De Bracy, "dat iets zijn moed said Fitzurse to De Bracy, "that something is his courage verlevendigen kon! could enliven! De enkele naam van zijn broeder jaagt hem de koorts The mere name of his brother chases him the fever

op het lijf. on the body. Ongelukkig de raadslieden van een Vorst, wien moed en Unhappy the counselors of a Sovereign, whose courage and

volharding geheel ontbreken, zoowel ten goede als ten kwade!" perseverance entirely lacking, for better or worse!"