×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.


image

Don Quichot van La Mancha, Don Quichot I - Jonker Don Quichot

Don Quichot I - Jonker Don Quichot

Hoofdstuk I. Jonker Don Quichot.

Nog zoo heel, heel lang niet geleden woonde in een dorp van La Mancha, een edelman, gelijk men die heden ten dage in Spanje nog bij de vleet vinden kan.

Zijne inkomsten waren slechts matig, en hij had daarvan althans drie vierden tot zijn dagelijksch schraal onderhoud noodig. Voor het laatste vierde schafte onze edelman zich zijne kleeding aan, die elk jaar in een nieuwen lakenschen rok, een fluweelen broek en leeren pantoffels bestond. Zijne verdere huisgenooten waren zijne nicht, een jong knap meisje van achttien jaren, eene oude huishoudster en eindelijk een jonge knaap, die het paard voeren, water halen, hout klooven en verder huiselijk werk verrichten moest.

Op den tijd, dat onze geschiedenis begint, had onze edelman, wiens naam Don ( Don is in Spanje ons: Heer) Quichot was, zijn vijftigste jaar bijna bereikt.

Evenwel was hij nog kloek, krachtig en lang, ofschoon ontzettend schraal en mager van gestalte, met een smal, ingevallen gezicht, en een bijzonder groot vriend van de jacht. Zijne allergrootste liefhebberij was echter, zich in het lezen van riddergeschiedenissen te verdiepen, waardoor hij niet alleen vaak eten, drinken en slapen vergat, maar ook het beheer van zijn vermogen verwaarloosde en zich gedwongen zag, het eene stuk goed land na het ander te verkoopen, alleen om tot aanschaffen van zulke avontuurlijke en zeldzame boeken het benoodigde geld in handen te krijgen. Op deze wijze bracht hij daar mettertijd dan ook een groot aantal van bijeen, in 't lezen waarvan hij zich van den vroegen morgen tot den laten avond zoozeer verdiepte, dat zijn hoofd er van op hol raakte en hij er zoetjes aan stapelgek door werd. Zijne arme hersens waren vol van tornooien en gevechten, van lansen en zwaarden, van betooveringen en minneliederen, van uitdagingen en wonden, van reuzen en draken; en 't ongeluk daarbij was, dat hij al dien onzin voor wezenlijke en waarachtige waarheid hield en er niet minder geloof aan schonk, dan aan de beste wereldgeschiedenis, die hem toevallig in handen kwam. De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had.

Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld.

In 't zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg.

In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had.

Nu diende nog de proef te worden genomen, of zijn meesterstuk ook sterk genoeg was, om den houw van een vijand te kunnen weerstaan.

Om daar zeker van te zijn, zette hij den helm op tafel, trok zijn zwaard en deed dat met al de kracht van zijn arm daarop neervallen. Terstond lag het heele ding in stukken, en onze held moest met schrik zien, hoe de arbeid van verscheidene dagen, die hem zoo menigen zweetdroppel gekost had, in een ommezien tijds was te niet gegaan.

Diep bedroefd zag hij de verwoesting aan.

Hij had moeite, om zijne tranen in te houden en zette zich stil in een hoek neer, om door diep nadenken een middel uit te vinden om de schade te herstellen en in weerwil van alle hindernissen toch in het bezit van een behoorlijken helm te komen.

Na lang hoofdbreken kwam hij tot het besluit, om het bordpapier van binnen van ijzeren staafjes te voorzien, ging terstond aan het werk en kwam ook eindelijk tot zijn genoegen klaar.

“Nu is hij sterk genoeg!” dacht hij, maar had toch den moed niet, zijn maaksel nogmaals aan zulk eene gevaarlijke proef te onderwerpen, zoodat hij zich vergenoegde met zonder omstandigheden zijn helm voor den besten en volmaaksten helm te verklaren, die ooit het hoofd eens dapperen ridders had gedekt.

Toen dit nu beredderd was, besteedde hij drie of vier dagen, om een gepasten en welluidenden naam voor zijn strijdros te bedenken.

Het arme beest had wel meer gebreken, dan een gulden centen en een pond wichtjes heeft, aan zijn lijf, maar Don Quichot was toch van oordeel, dat de hengst, daar die voortaan een edelen en beroemden ridder zou dragen, ook volstrekt een naam moest hebben, die met zijne nieuwe roeping en waardigheid strookte. Hij koos en koos weer, snuffelde al zijne ridder- en heldengeschiedenissen door en kwam na veel wikken en wegen tot het besluit, om aan zijn knol den liefelijken en welluidenden naam van Rocinante te geven.

Na het afdoen van deze hoogst gelukkige aangelegenheid viel hem in, dat ook hij zelf aan zijn ouden eerlijken naam een deftigen staart moest hechten, en besloot hij dus, in 't vervolg als manhaftig en dapper ridder onder den naam van Don Quichot van La Mancha op te treden. Nu eindelijk zoo de hoofdzwarigheden overwonnen waren, nu zijne wapenrusting blank gepoetst, Rocinante gedoopt en hij zelf van een deftigen naam voorzien was, nu haperde er alleen nog maar aan, dat hij, gelijk alle dolende ridders vóór hem, naar eene schoone dame rondzag, tot wier eer en verheerlijking de te verrichten groote daden moesten bedreven worden.

“Een dolend ridder,” sprak hij bij zich zelf, “is een onding zonder ridderlijke liefde.

Hij is een boom zonder blad en bloesem, een lichaam zonder ziel en geest. Hoe toch, als ik nu op mijne tochten een reus ontmoet en hem door de kracht van mijn arm en van mijne dapperheid in het stof neerwerp of hem van den kop tot de teenen in tweeën hak, moet ik hem dan niet naar iemand heen zenden, om den roem mijner dapperheid te verkonden en door heel de wereld te verbreiden? En tot wien kan ik hem beter zenden, dan tot de uitverkorene dame van mijn hart, gelijk in alle tijden ieder avontuurlijk ridder er eene bezeten heeft? Ik moet en wil eene aangebedene van mijn hart en van mijne gedachten vinden!”

Eens tot dit besluit gekomen, vond hij de uitvoering er van zoo heel moeielijk niet.

In de nabijheid zijner woning, in een klein gehucht, Toboso genaamd, woonde eene flinke, stevige, gezonde boerenmeid.

Don Quichot had haar in vroeger tijd wel menigmaal gezien, en zij scheen hem recht geschikt toe, om tot de koningin van zijn hart te worden uitverkoren. Zij heette eigenlijk Aldonza Lorenzo, maar daar die naam hem niet mooi en deftig genoeg klonk, zoo noemde hij haar Dulcinea van Toboso, daar hij dit voor een recht hoogdravenden, welluidenden en geheimzinnigen naam hield, die eerder aan eene prinses en hooge dame, dan aan eene gewone boerendeerne deed denken. En dat immers was de hoofdzaak voor onzen held.

Don Quichot I - Jonker Don Quichot Don Quijote I - Jonker Don Quijote Don Quixote I - Jonker Don Quixote Don Quixote I - Jonker Don Quixote Don Kişot I - Jonker Don Kişot

Hoofdstuk I. Jonker Don Quichot. Kapitel I. Squire Don Quijote. Chapter I. Jonker Don Quixote. Chapitre I. Jonker Don Quichotte. Bölüm I. Jonker Don Kişot.

Nog zoo heel, heel lang niet geleden woonde in een dorp van La Mancha, een edelman, gelijk men die heden ten dage in Spanje nog bij de vleet vinden kan. Vor nicht allzu langer Zeit lebte in einem Dorf von La Mancha ein Adliger, wie man ihn heute noch in Spanien findet. Still so very, very long ago not lived in a village of La Mancha, a nobleman, as one can find today in Spain at the skate. Nu cu foarte, foarte mult timp în urmă, într-un sat din La Mancha, trăia un nobil, așa cum se mai găsește și astăzi în Spania. Hala çok uzun zaman önce, İspanya'da patenlerde bugün bulabileceğiniz bir La Mancha köyünde yaşamıyor.

Zijne inkomsten waren slechts matig, en hij had daarvan althans drie vierden tot zijn dagelijksch schraal onderhoud noodig. Sein Einkommen war nur mäßig, und er benötigte mindestens drei Viertel davon für seinen mageren täglichen Lebensunterhalt. His income was only moderate, and he needed at least three-fourths of it for his daily poor maintenance. Veniturile sale erau modeste și avea nevoie de cel puțin trei sferturi din ele pentru întreținerea zilnică. Kazançları sadece ılımlıydı ve günlük yetersiz bakımları için en az dörtte üçüne ihtiyaç duyuyordu. Voor het laatste vierde schafte onze edelman zich zijne kleeding aan, die elk jaar in een nieuwen lakenschen rok, een fluweelen broek en leeren pantoffels bestond. Für das letzte Viertel kaufte sich unser Edelmann sein Kleid, das jedes Jahr aus einem neuen Tuchrock, einer Samthose und Lederpantoffeln bestand. For the last fourth, our nobleman bought his clothes, which each year consisted of a new cloth skirt, velvet trousers and leather slippers. Pentru ultimul sfert, nobilul nostru și-a cumpărat ținuta, care în fiecare an consta într-o nouă fustă de in, pantaloni de catifea și papuci de piele. Son çeyrekte, her yıl yeni bir derisinden, kadife pantolonundan ve deri terliklerinden oluşan soylu elbisemiz asilzade giyindi. Zijne verdere huisgenooten waren zijne nicht, een jong knap meisje van achttien jaren, eene oude huishoudster en eindelijk een jonge knaap, die het paard voeren, water halen, hout klooven en verder huiselijk werk verrichten moest. His other housemates were his cousin, a young, handsome eighteen-year-old, an old housekeeper, and finally a young boy, who rode the horse, fetched water, gnawed wood, and had to do other domestic work. Diğer ev arkadaşları kuzeni, genç, yakışıklı, on sekiz yaşında, eski bir hizmetçi ve nihayet atı süren, su getiren, ahşabı kemiren ve diğer ev işlerini yapmak zorunda kalan genç bir çocuktu.

Op den tijd, dat onze geschiedenis begint, had onze edelman, wiens naam Don ( Don is in Spanje ons: Heer) Quichot was, zijn vijftigste jaar bijna bereikt. At the time that our history begins, our nobleman, whose name Don (Don is in Spain our: Lord) Quixote, had almost reached his fiftieth year. Tarihimizin başladığı zamanda, Don (Don İspanya'da bizim Rabbimiz) Quixote olan asilzimiz neredeyse elli yılını bulmuştu.

Evenwel was hij nog kloek, krachtig en lang, ofschoon ontzettend schraal en mager van gestalte, met een smal, ingevallen gezicht, en een bijzonder groot vriend van de jacht. Dennoch war er immer noch untersetzt, stark und groß, obwohl sehr schlank und mager von Statur, mit einem schmalen, eingefallenen Gesicht und ein sehr großer Freund der Jagd. However, he was still tall, powerful and tall, although very thin and thin in shape, with a narrow, hollow face, and a particularly great friend of the hunt. Bununla birlikte, hala uzun, güçlü ve uzun boyluydu, çok ince ve incecik olmasına rağmen, dar, içi boş bir yüzle ve özellikle avın büyük bir arkadaşıyla. Zijne allergrootste liefhebberij was echter, zich in het lezen van riddergeschiedenissen te verdiepen, waardoor hij niet alleen vaak eten, drinken en slapen vergat, maar ook het beheer van zijn vermogen verwaarloosde en zich gedwongen zag, het eene stuk goed land na het ander te verkoopen, alleen om tot aanschaffen van zulke avontuurlijke en zeldzame boeken het benoodigde geld in handen te krijgen. His greatest hobby, however, was to immerse himself in the reading of knightly histories, as a result of which he not only often forgot about food, drink and sleep, but also neglected the management of his wealth and was forced to sell one piece of good land after another , only to get hold of the necessary money to purchase such adventurous and rare books. Op deze wijze bracht hij daar mettertijd dan ook een groot aantal van bijeen, in 't lezen waarvan hij zich van den vroegen morgen tot den laten avond zoozeer verdiepte, dat zijn hoofd er van op hol raakte en hij er zoetjes aan stapelgek door werd. In this way, in the course of time, he assembled a large number of them, in the reading of which he drifted so much from the early morning until the evening that his head was running wild and he was greedy about it. Zijne arme hersens waren vol van tornooien en gevechten, van lansen en zwaarden, van betooveringen en minneliederen, van uitdagingen en wonden, van reuzen en draken; en 't ongeluk daarbij was, dat hij al dien onzin voor wezenlijke en waarachtige waarheid hield en er niet minder geloof aan schonk, dan aan de beste wereldgeschiedenis, die hem toevallig in handen kwam. His poor brains were full of tournaments and battles, of lances and swords, of spells and mini-songs, of challenges and wounds, of giants and dragons; and the misfortune was that he took all that nonsense for real and true truth and gave no less faith to it than to the best world history that happened to come into his hands. Zavallı beyinleri turnuvalar ve savaşlar, mızraklar ve kılıçlar, büyüler ve sloganlar, meydan okumalar ve yaralar, devler ve ejderhalarla doluydu; Kaza, gerçek ve gerçek hakikatin tüm bu saçmalıklarını saklı tutması ve ona ulaşan en iyi dünya tarihine değil, ona daha az inanç vermemesiydi. De vreemde verwarring zijner begrippen bracht hem tot het nog vreemder voornemen, om tot vermeerdering van zijn roem en tot heil der wereld een dolend ridder te worden, in ridderlijke wapenrusting het land door te trekken en even zoo groote heldendaden te verrichten, als waarvan hij in de oude romans gelezen had. The strange confusion of his notions led him to the even more strange purpose of becoming an exultant knight to increase his fame and for the sake of the world, to pass through the country in chivalrous armor, and to perform as great feats as he did in read the old novels. Onun fikirlerinin garip kargaşası onu şöhretini arttırmak ve dünya uğruna şehre zekice bir zırh içinde geçmesi ve yaptığı gibi büyük başarılar göstermesi için coşkulu bir şövalye olma yolunu daha da garip bir amaca götürdü. eski romanı oku.

Zijne verbeelding spiegelde hem met levendige kleuren de ongehoorde avonturen en gevaren voor de oogen, door welker heldhaftig bestaan hij zich een onvergankelijken roem verzekeren moest. His imagination reflected the unheard-of adventures and dangers of the eyes with vivid colors, through which heroic existence he had to insure an imperishable fame. Door de kracht van zijn arm zag hij zich zelf reeds tot machtig keizer gekroond, en hij meende, dat het hem althans zeker gelukken moest een koningskroon te veroveren, gelijk al verschillende dolende helden dat in den ouden tijd hadden gedaan. By the strength of his arm, he himself saw himself crowned as a powerful emperor, and he thought that he should at least certainly succeed in conquering a royal crown, just as several wandering heroes had done in ancient times. Hij gaf zich meer en meer aan deze streelende gedachten over en achtte nu eindelijk den tijd gekomen, om zijn dolzinnig besluit ten uitvoer te brengen. He surrendered more and more to these caressing thoughts and now finally thought the time had come to implement his crazy decision.

Zijn eerste werk was, dat hij aan het opknappen en schoonmaken van eene overoude, door een zijner voorzaten gedragen wapenrusting ging, welke hij uit een donkeren hoek van de rommelkamer had opgeschommeld. His first job was to refurbish and clean an ancient armor worn by one of his frontmen, which he had rocked from a dark corner of the junk room.

In 't zweet zijns aanschijns wreef hij er met een wollen lap en puimsteen de roestvlekken af, en hij was innig voldaan, als hij na uren poetsen weer een deel van het harnas goed glad en blank had gekregen. In the sweat of his face, he wiped off the rust stains with a woolen cloth and pumice stone, and he was deeply satisfied when, after hours of brushing, he had made part of the harness again smooth and white. Eerst toen hij hiermee eindelijk klaar was, bemerkte hij tot zijn niet geringe schrik, dat nog een zeer belangrijk stuk aan zijne uitrusting ontbrak: de helm namelijk. Only when he was finally done with this did he notice, to his great surprise, that a very important piece of his equipment was missing: the helmet.

Deze ongelukkige omstandigheid bracht hem in de grootste verlegenheid en gaf hem veel kommer en zorg. This unfortunate circumstance embarrassed him and gave him much sorrow and concern.

In de hoop van den ontbrekenden helm op te sporen, haalde hij in de rommelkamer alles onderstboven, doch vond niets dan een oude stormkap, die bij de overige wapenstukken volstrekt niet paste en vroeger denkelijk aan den een of anderen geringen voetknecht had toebehoord. Hoping to find the missing helmet, he pulled everything upside down in the junk room, but found nothing but an old storm hood, which was completely out of place with the other pieces of armor and which had previously belonged to one of the few foot servants. Desniettemin was hij met die vondst niet weinig ingenomen en wist zijne scherpzinnigheid zeer spoedig middelen te vinden, om de stormkap in een behoorlijken, schoon al niet prachtigen helm te herscheppen. Nonetheless, he was not unhappy with the find, and his wits soon found ways to recreate the storm hood in a decent, though not splendid, helmet. Hij nam bordpapier, waarvan hij met veel moeite en getob de benedenhelft van den helm knutselde, hechtte die aan de stormkap, verfde alles staalkleurig en kreeg zoo een ding, dat wel nagenoeg het fatsoen van een ridderlijk hoofddeksel had. He took some paper, of which he tinkered the lower half of the helmet with great effort and effort, attached it to the storm cap, painted everything steel-colored, and got one thing that had almost the decency of a knightly headgear.

Nu diende nog de proef te worden genomen, of zijn meesterstuk ook sterk genoeg was, om den houw van een vijand te kunnen weerstaan. Now it still had to be tested whether his masterpiece was strong enough to withstand the cut of an enemy.

Om daar zeker van te zijn, zette hij den helm op tafel, trok zijn zwaard en deed dat met al de kracht van zijn arm daarop neervallen. To make sure of that, he put the helmet on the table, drew his sword, and dropped it on it with all the strength of his arm. Terstond lag het heele ding in stukken, en onze held moest met schrik zien, hoe de arbeid van verscheidene dagen, die hem zoo menigen zweetdroppel gekost had, in een ommezien tijds was te niet gegaan. Immediately the whole thing was shattered, and our hero was shocked to see how the labor of several days that had cost him so many drops of sweat had vanished in an instant.

Diep bedroefd zag hij de verwoesting aan. He looked deeply saddened at the destruction.

Hij had moeite, om zijne tranen in te houden en zette zich stil in een hoek neer, om door diep nadenken een middel uit te vinden om de schade te herstellen en in weerwil van alle hindernissen toch in het bezit van een behoorlijken helm te komen. He struggled to hold back his tears and sat down in a corner to find, through deep thought, a means of repairing the damage and obtaining a proper helmet despite all obstacles.

Na lang hoofdbreken kwam hij tot het besluit, om het bordpapier van binnen van ijzeren staafjes te voorzien, ging terstond aan het werk en kwam ook eindelijk tot zijn genoegen klaar. After a long time of thinking he decided to provide the board with iron rods on the inside, immediately went to work and finally came to his satisfaction. Uzun süre düşündükten sonra sonuca varmak için, demir çubuklarla içerideki mukavvayı sağlamak, hemen çalışmaya başladı ve nihayet onun zevkine geldi.

“Nu is hij sterk genoeg!” dacht hij, maar had toch den moed niet, zijn maaksel nogmaals aan zulk eene gevaarlijke proef te onderwerpen, zoodat hij zich vergenoegde met zonder omstandigheden zijn helm voor den besten en volmaaksten helm te verklaren, die ooit het hoofd eens dapperen ridders had gedekt. "Now he's strong enough!" he thought, but had no courage to subject his work to such a dangerous test once again, so that he was content to declare his helmet the best and most perfect helmet which had once covered the head of brave knights.

Toen dit nu beredderd was, besteedde hij drie of vier dagen, om een gepasten en welluidenden naam voor zijn strijdros te bedenken. When this was now settled, he spent three or four days to come up with an appropriate and melodious name for his steed.

Het arme beest had wel meer gebreken, dan een gulden centen en een pond wichtjes heeft, aan zijn lijf, maar Don Quichot was toch van oordeel, dat de hengst, daar die voortaan een edelen en beroemden ridder zou dragen, ook volstrekt een naam moest hebben, die met zijne nieuwe roeping en waardigheid strookte. The poor beast had more flaws than a golden cent and a pound of weight on his body, but Don Quixote was of the opinion that the stallion, since he would now carry a noble and famous knight, should also have a name that was consistent with his new calling and dignity. Hij koos en koos weer, snuffelde al zijne ridder- en heldengeschiedenissen door en kwam na veel wikken en wegen tot het besluit, om aan zijn knol den liefelijken en welluidenden naam van Rocinante te geven. He chose and chose again, rummaged through all his knight and hero histories, and after much deliberation decided to give to his tuber the sweet and melodious name of Rocinante.

Na het afdoen van deze hoogst gelukkige aangelegenheid viel hem in, dat ook hij zelf aan zijn ouden eerlijken naam een deftigen staart moest hechten, en besloot hij dus, in 't vervolg als manhaftig en dapper ridder onder den naam van Don Quichot van La Mancha op te treden. After completing this very happy affair, he realized that he too had to attach a genteel tail to his old honest name, so he decided in the future as a brave and brave knight under the name of Don Quixote of La Mancha to perform. Nu eindelijk zoo de hoofdzwarigheden overwonnen waren, nu zijne wapenrusting blank gepoetst, Rocinante gedoopt en hij zelf van een deftigen naam voorzien was, nu haperde er alleen nog maar aan, dat hij, gelijk alle dolende ridders vóór hem, naar eene schoone dame rondzag, tot wier eer en verheerlijking de te verrichten groote daden moesten bedreven worden. Now finally the main graces had been overcome, now that his armor had been polished white, Rocinante was baptized and he himself had been given a decent name, now all that was left was that he, like all the knights before him, looked around at a beautiful lady, to whose honor and glorification the great deeds to be performed had to be practiced.

“Een dolend ridder,” sprak hij bij zich zelf, “is een onding zonder ridderlijke liefde. "An errant knight," he said to himself, "is an unmention without knightly love.

Hij is een boom zonder blad en bloesem, een lichaam zonder ziel en geest. He is a tree without leaves and blossoms, a body without soul and spirit. El este un copac fără frunze și flori, un trup fără suflet și spirit. Hoe toch, als ik nu op mijne tochten een reus ontmoet en hem door de kracht van mijn arm en van mijne dapperheid in het stof neerwerp of hem van den kop tot de teenen in tweeën hak, moet ik hem dan niet naar iemand heen zenden, om den roem mijner dapperheid te verkonden en door heel de wereld te verbreiden? How, then, when I meet a giant on my journeys and throw him into the dust by the force of my arm and my bravery, or chop him in half from head to toe, shouldn't I send him to someone, to declare the glory of my prowess and spread it throughout the world? En tot wien kan ik hem beter zenden, dan tot de uitverkorene dame van mijn hart, gelijk in alle tijden ieder avontuurlijk ridder er eene bezeten heeft? And to whom better can I send him than to the chosen lady of my heart, as in all ages every adventurous knight has possessed one? Ik moet en wil eene aangebedene van mijn hart en van mijne gedachten vinden!” I must and want to find a man of my heart and of my thoughts! "

Eens tot dit besluit gekomen, vond hij de uitvoering er van zoo heel moeielijk niet. Once he had reached this decision, he did not find it so difficult to implement.

In de nabijheid zijner woning, in een klein gehucht, Toboso genaamd, woonde eene flinke, stevige, gezonde boerenmeid. Near his house, in a small hamlet called Toboso, lived a good-sized, sturdy, healthy peasant girl.

Don Quichot had haar in vroeger tijd wel menigmaal gezien, en zij scheen hem recht geschikt toe, om tot de koningin van zijn hart te worden uitverkoren. Don Quixote had seen her many times in the old days, and she seemed rightly suited to him to be chosen as the queen of his heart. Zij heette eigenlijk Aldonza Lorenzo, maar daar die naam hem niet mooi en deftig genoeg klonk, zoo noemde hij haar Dulcinea van Toboso, daar hij dit voor een recht hoogdravenden, welluidenden en geheimzinnigen naam hield, die eerder aan eene prinses en hooge dame, dan aan eene gewone boerendeerne deed denken. Her real name was Aldonza Lorenzo, but as the name did not sound pretty and dignified enough to him, he called her Dulcinea of Toboso, taking it to be a rightly pompous, melodious, and mysterious name, which belonged to a princess and high lady rather than reminded me of an ordinary farm girl. En dat immers was de hoofdzaak voor onzen held. And that was the main thing for our hero.