×

우리는 LingQ를 개선하기 위해서 쿠키를 사용합니다. 사이트를 방문함으로써 당신은 동의합니다 쿠키 정책.


image

Ivanhoe - van Walter Scott, ELFDE HOOFDSTUK

ELFDE HOOFDSTUK

1ste Struikr. Sta, Heer! geef af hetgeen gij bij u draagt,

Of anders pakken we u en plunderen u.

Spion. Wij zijn verloren, Heer! ziedaar de schurken,

Voor wie steeds alle reizigers bevreesd zijn.

Val. Mijn vrienden . 1ste Struikr. Toch niet, wij zijn uw vijanden.

2de Struikr. Stil, stil, hem aangehoord!

3de Struikr. Ja, bij mijn baard, dat willen wij;

't Is toch een deftig man. De twee Edellieden van Verona.

Gurt's nachtelijke avonturen waren nog niet ten einde; deze gedachte kwam bij hem zelf op, toen hij zich, na tusschen een paar eenzame

huizen, die aan het einde van het dorp lagen, te zijn doorgegaan,

in een diepen, hollen weg bevond, die tusschen twee dijken doorliep,

welke met hulst en hazelstruiken bezet waren, terwijl hier en daar

een dwergeik zijn takken geheel over het pad uitstrekte. De weg

was daarenboven bedorven door de wagens, die nog niet lang geleden

allerhande behoeften voor het toernooi hadden aangebracht, en het

was donker, want de dijken en struiken onderschepten het licht van

de schoone najaars-maan.

Uit het dorp hoorde men het verwijderde geluid der uitgelatenste

vroolijkheid, soms met gelach vermengd, soms door een gil afgebroken,

en dan weer door wilde muziek afgewisseld. Al deze klanken, welke

van de ongeregeldheid in de stad getuigden, die opgevuld was met

de krijgshaftige edelen en hun losbandig gevolg, verwekten eenige

ongerustheid bij Gurth. "De Jodin had gelijk," zei hij bij zich zelven. "Bij den Hemel en St. Dunstan, ik wenschte, dat ik de reis met

mijn schat veilig achter den rug had! Hier zijn zoo vele, ik wil niet

zeggen zwervende dieven, maar zwervende ridders en knapen, zwervende

monniken en minnezangers, zwervende goochelaars en potsenmakers, dat

een mensch met een enkele mark op zak, in gevaar zou zijn,--hoeveel

meer dus een arme zwijnenhoeder met een geheele beurs vol _zechinen_;

was ik maar eerst uit de schaduw van die verwenschte struiken, dan

kon ik tenminste de volgelingen van St. Nikolaas [15] zien, eer ze

mij op den hals vallen." Gurth verhaastte dus zijne schreden, om de open heidevlakte te

bereiken, waarheen de holle weg leidde, maar dit gelukte hem

niet. Juist toen hij aan het einde van den weg gekomen was, dáár

waar het kreupelhout het dichtste was, sprongen er vier mannen op

hem aan, zooals zijn angstig voorgevoel hem voorspeld had, van iedere

zijde van den weg twee, en grepen hem zoo vast, dat alle weerstand,

al ware die mogelijk geweest, te vergeefs zou geweest zijn.

"Geef uw last over!" zei er een van; "wij zijn de ontvangers van het rijk, die ieder van zijn last verlichten." "Gij zoudt mij van den mijnen niet zoo gemakkelijk verlichten," morde Gurth, wiens norsche eerlijkheid zelfs niet door geweld kon gebogen

worden,--"als ik het maar in mijne macht had, u een paar slagen te geven om mij te redden." "Dat zullen wij straks zien," zei de roover, en zich tot zijn makkers wendende, sprak hij: "brengt hem mede; ik zie, dat hij zich de hersenen wil laten inslaan, zoowel als zijne beurs opensnijden,

en zoo aan twee aderen tegelijk bloed gelaten worden." Gurth werd volgens dit bevel voortgesleept, en nadat hij eenigszins

ruw over den dijk aan de linker zijde van den weg getrokken was,

bevond hij zich in een eenzaam boschje, dat tusschen den hollen weg

en de open heivlakte lag. Hij werd gedwongen zijn woeste leidslieden

tot in de diepte van het bosch te volgen, waar zij plotseling op een

boomvrije plek bleven staan, waarop de stralen van de maan ongehinderd

door takken of struiken vielen. Hier voegden zich nog bij de roovers,

die waarschijnlijk tot de bende behoorden, twee andere mannen. Zij

hadden korte zwaarden op zijde en groote knuppels in de handen, en

Gurth bespeurde nu, dat zij allen maskers droegen, wat hun beroep

verraadde, al had hun vorige handelwijze ook nog eenige onzekerheid

dienaangaande overgelaten.

"Hoeveel geld hebt gij bij u?" vroeg een van de dieven.

"Dertig _zechinen_, die mij toebehooren," hernam Gurth kort af. "Verbeurd, verbeurd!" riepen de roovers; "een Sakser heeft dertig _zechinen_, en keert nuchter uit een dorp terug! Zij zijn

onherroepelijk en zeker aan ons vervallen, met alles, wat hij bij

zich heeft." "Ik heb ze bijeen gespaard, om mijn vrijheid daarmede te koopen," antwoordde Gurth.

"Gij zijt een ezel," hernam een van de dieven; "drie flesschen sterk bier hadden u even vrij gemaakt als uw meester, en zelfs vrijer,

als hij een Sakser is, evenals gij." "Eene droeve waarheid," hervatte Gurth; "maar als de dertig _zechinen_ mij van u vrijkoopen kunnen, zoo maakt mij de handen los, en ik zal

ze u uitbetalen." "Holla!" zei de een, die bij de anderen in aanzien scheen te staan,

"de beurs, die gij daar draagt, voor zoover ik door uw mantel voelen kan, bevat meer geld dan gij zegt." "Het behoort aan den dapperen ridder, mijn meester!" antwoordde Gurth;

"ik zou er zeker geen woord van gesproken hebben, zoo gij u met mijn eigendom hadt tevreden gesteld." "Gij zijt een eerlijke jongen," hernam de roover, "dat verzeker ik u; en wij vereeren St. Nikolaas niet zoo oprecht, of uw dertig _zechinen_

kunnen nog gered worden, als gij openhartig met ons handelt. Geef

ons intusschen uw aanvertrouwd goed over." Dit zeggende, nam hij van

onder Gurth's mantel den lederen zak, waarin de beurs, die Rebekka hem gegeven had, zoowel als de overige _zechinen_ zich bevonden,

en daarop ging hij voort met zijn ondervraging.--"Wie is uw meester?" "De Onterfde Ridder," zei Gurth. "Wiens goede lans den prijs in het toernooi van heden behaald heeft?" hervatte de roover. "Hoe is zijn naam en wat zijne afkomst?" "Hij verkiest beiden verborgen te houden," antwoordde Gurth, "en van mij zult gij zeker niets daaromtrent vernemen." "Wat is uw eigen naam en afkomst?" "Als ik u dat zeide," hernam Gurth, "zou het die van mijn meester kunnen verraden." "Gij zijt een stoute kerel," zei de roover, "maar straks nader daarover! Van waar krijgt uw meester dat goud? Heeft hij het geërfd,

of op welke wijze heeft hij het verworven?" "Door zijn goede lans," antwoordde Gurth. "Deze beurzen bevatten het losgeld van vier schoone paarden en wapenrustingen." "Hoeveel is er in?" vraagde de roover.

"Twee honderd _zechinen_." "Maar twee honderd _zechinen_?" zei de bandiet; "uw meester heeft mild met de overwonnenen gehandeld, en hun een gering losgeld opgelegd. Noem

diegenen op, welke het goud betaald hebben." Gurth gehoorzaamde.

"Welk losgeld hebben de wapenrusting en het paard van den Tempelier Brian de Bois-Guilbert opgebracht?--Gij ziet, dat gij mij niet kunt

bedriegen." "Mijn meester," hernam Gurth, "wil van den Tempelier niets dan zijn bloed aannemen. Zij hebben elkander op leven en dood uitgedaagd,

en kunnen niets in der minne afmaken." "Wezenlijk!" riep de roover, en hield na dezen uitroep een oogenblik

stil. "En wat hebt gij te Ashby gedaan, met zulk een som in uw bewaring?" "Ik ben er heen geweest," antwoordde Gurth, "om aan Izaäk den Jood van York den prijs terug te geven voor eene wapenrusting, welke hij

aan mijn meester voor het toernooi geleverd had." "En hoeveel hebt gij Izaäk betaald?--Mij dunkt, naar het gewicht te oordeelen, dat er nog wel twee honderd _zechinen_ in deze beurs zijn." "Ik heb aan Izaäk," zeide de Sakser, "tachtig _zechinen_ betaald, en hij heeft er mij honderd in de plaats gegeven." "Hoe! wat!" riepen alle roovers tegelijk; "durft gij met ons spotten, dat gij ons zulke onbeschaamde leugens vertelt?" "Wat ik u zeg," zeide Gurth, "is even waar, als dat de maan aan den hemel staat. Gij zult de geheele som in een zijden beurs vinden,

van het overige goud afgescheiden." "Bedenk u, vriend," zei de kapitein; "gij spreekt van een Jood, van een Israëliet, die even weinig gewillig is goud terug te geven, als

het dorre zand van de woestijn, om een beker water terug te geven,

dien de pelgrim er op uitgiet." "Zij bezitten niet meer barmhartigheid," zei een ander van de bandieten, "dan een onomgekochte gerechtsdienaar." "Het is echter zooals ik zeg," antwoordde Gurth. "Maakt oogenblikkelijk licht," zei de kapitein; "ik wil deze beurs onderzoeken; en als deze man de waarheid spreekt, dan is de

milddadigheid van den Jood bijna even wonderbaar als de stroom,

welke zijn voorouders in de woestijn verkwikte." Er werd licht gebracht, en de roover begon de beurs te onderzoeken. De

anderen verzamelden zich om hem heen, en zelfs de twee, die Gurth

vasthielden, lieten hem bijna los, terwijl zij de halzen uitstrekten,

om den uitslag van het onderzoek te zien. Van hunne achteloosheid

gebruik makende, rukte zich Gurth door eene plotselinge inspanning van

krachten en vlugheid geheel los, en had mogen ontsnappen, als hij had

kunnen besluiten, zijns meesters eigendom achter te laten. Maar dit

was geenszins zijn bedoeling. Hij ontrukte aan een der dieven zijn

knuppel, sloeg den kapitein ter neder, die daarop in het geheel niet

voorbereid was, en had bijna den zak en den schat weder bemachtigd. De

roovers waren hem echter te vlug, en maakten zich weder meester van

de beurs en van den getrouwen Gurth.

"Schurk!" zei de kapitein, weder opstaande, "gij hebt mij een gat in het hoofd geslagen, en bij anderen van onzes gelijken zou uwe

onbeschaamdheid u duur te staan komen. Maar gij zult dadelijk uw

lot vernemen. Laten wij eerst over uw meester spreken; de zaken van

den ridder gaan vóór die van den schildknaap, volgens de wetten der

ridderschap. Blijf intusschen stil staan;--als gij u weêr verroert,

zult gij voor uw leven lang tot rust gebracht worden!--Kameraden," zei hij vervolgens, zich tot zijne bende keerende, "deze beurs is met Hebreeuwsche letters geborduurd, en ik moet gelooven, dat het verhaal

van den dienaar waarheid is. De dolende ridder, zijn meester, moet er

noodzakelijk bij ons tolvrij afkomen. Hij heeft al te veel overeenkomst

met ons, om hem iets af te nemen: de honden verscheuren elkander niet,

zoolang er nog vossen en wolven in overvloed te vinden zijn." "Overeenkomst met ons?" antwoordde een van de bende: "Ik zou dat wel eens willen hooren bewijzen!" "Wel," hernam de kapitein, "is hij niet arm en onterfd, evenals wij?--Verdient hij niet den kost met de scherpte van zijn zwaard,

zooals wij?--Heeft hij niet Front-de-Boeuf en Malvoisin geslagen,

zooals wij hen zouden slaan, als wij maar konden? Is hij niet de

doodvijand van Brian de Bois-Guilbert, dien wij zoo vele redenen

hebben te vreezen? En al ware dit ook niet, zoudt gij willen, dat

wij minder barmhartig waren, dan een ongeloovige, Hebreeuwsche Jood?" "Neen, dat ware schande," bromde de andere; "en toch, toen ik onder de bende van den dapperen ouden Gandelyn diende, kenden wij zulke

gewetensbezwaren niet. En deze onbeschaamde boer,--die komt er zeker

ook nog heelshuids af,--daar sta ik borg voor!" "Niet, als _gij_ het hem beletten kunt," hernam de kapitein. "Kom hier, kerel!" ging hij voort, zich tot Gurth wendende: "weet gij den knuppel te hanteeren, daar gij er zoo vlug naar grijpt?" "Mij dunkt," antwoordde Gurth, "dat gij best zelf in staat zijt, die vraag te beantwoorden." "Nu, op mijn woord, ge hebt mij een fikschen slag gegeven;" hervatte de kapitein; "geef er dezen jongen net zoo een flinken, en gij zult er tolvrij afkomen; en als gij dat niet doet, welnu, daar gij zulk een

kerel zijt, denk ik, dat ik uw losgeld zelf zal moeten betalen.--Neem

uw knuppel, Mulder, en pas op uw hoofd; en gij anderen laat den boer

los, en geeft hem een stok;--het is licht genoeg, om elkander aan

te pakken." Beide kampvechters, met knuppels gewapend, traden voorwaarts,

in het midden van de open plek, om het volle maanlicht te hebben;

terwijl de roovers hun makker lachend toeriepen: "Mulder! neem uw

tolstok in acht!" De Mulder, van den anderen kant, den stok in het

midden vasthoudende, en over zijn hoofd zwaaiende, op de wijze,

die de Franschen _faire le moulinet_ noemen, riep pochende uit:

"Kom maar, boer, als gij durft; gij zult de kracht van een Mulders vuist gevoelen!" "Zoo gij een Mulder zijt," antwoordde Gurth onverschrokken, zijn wapen met even groote vlugheid om het hoofd zwaaiende, "dan zijt gij een dubbele dief, en ik, als eerlijk man, trotseer u!" Hierop vielen de kampvechters elkander aan, en gedurende eenige

minuten toonden zij groote gelijkheid in kracht, moed en behendigheid,

terwijl zij de slagen van hun tegenpartij opvingen en teruggaven,

zoodat men, uit het onophoudelijk gekletter, op een afstand zou

verondersteld hebben, dat er van iederen kant ten minste zes man aan

het vechten waren.

Minder hardnekkige, en zelfs minder gevaarlijke strijden, zijn in

schoone heldenverzen bezongen; maar de strijd tusschen Gurth en den

Mulder moet onbeschreven blijven, uit gebrek aan een gewijden dichter,

om recht te wedervaren aan die gewichtige gebeurtenis. Maar, ofschoon

dit vechten met knuppels lang uit de mode is, zullen wij in proza

voor deze stoute kampvechters ons best doen.

Lang vochten zij met gelijken uitslag, totdat de Mulder het geduld

verloor, omdat hij een zoo moedigen tegenstander vond, en het gelach

zijner makkers hoorde, die, zooals gewoonlijk bij zulke gelegenheden,

met zijn spijt den spot dreven. Hij was dus in geene gunstige

gemoedsgesteldheid voor den edelen tweestrijd met knuppels, waarbij,

evenals bij den gewonen kamp met stokken, de grootste koelbloedigheid

vereischt wordt; en dit gaf aan Gurth, wiens aard, hoe toornig ook,

toch bedaard was, gelegenheid, om een beslissend voordeel te behalen,

waarvan hij meesterlijk gebruik maakte.

De Mulder drong woedend op hem aan, beurtelings met beide einden van

zijn wapen slagen uitdeelende, en trachtende op halve stoks lengte te

komen, terwijl Gurth zich tegen den aanval verdedigde, door de handen

omtrent een el van elkander af te houden, en zich te dekken door zijn

wapen telkens met groote snelheid uit de eene hand in de andere te

werpen, om zijn hoofd en lichaam te beschermen. Zoo hield hij zich

verdedigender wijze staande, met oogen, voeten en handen behoorlijk

wachtende, tot hij bespeurde, dat zijn tegenpartij den adem verloor;

toen sloeg hij met de linkerhand naar zijn gezicht; en, terwijl de

Mulder poogde, den slag af te weren, liet Gurth de rechter- tot de

linkerhand zakken, en trof met volle kracht zijn tegenpartij aan de

linkerzijde van het hoofd, zoodat deze oogenblikkelijk lang uit op

den grond lag.

"Goed,--en als een dapper landsmans gedaan!" schreeuwden de

roovers. "Leve de eerlijke strijd en oud Brittanje! De Sakser heeft

beurs en huid gered, en de Mulder heeft zijn man gevonden." "Gij kunt heengaan, vriend," zei de kapitein, zich tot Gurth wendende, om de algemeene stem te bevestigen, "en ik zal u door twee van mijn kameraden den besten weg naar de tent van uw meester laten wijzen,

om u tegen andere nachtwandelaars te beschermen, die een minder teeder

geweten zouden hebben, dan wij; want er zijn velen op de been in een

nacht, als dezen. Pas evenwel op!" voegde hij er op strengen toon

bij. "Herinner u, dat gij geweigerd hebt uw naam te zeggen;--vraag niet naar den onzen, en tracht niet te ontdekken, wie of wat wij zijn;

want als gij dat doet zal het u erger gaan, dan ge wel denkt!" Gurth dankte den kapitein voor zijne beleefdheid, en beloofde zijn

raad niet te vergeten. Twee der vrijbuiters namen hunne stokken,

en Gurth bevelende hen kort op de hielen te volgen, gingen zij met

vlugge schreden vooruit, langs een voetpad, dat door het bosch en

de woeste vlakte in de nabijheid liep. Aan het einde van het bosch

spraken twee mannen zijn geleiders aan, en, nadat deze hun een antwoord

toegefluisterd hadden, begaven zij zich in het woud terug, en lieten

hen ongehinderd verder gaan. Deze omstandigheid deed Gurth gelooven,

dat de bende talrijk was, en dat zij geregelde wachten rondom hun

verzamelplaats hadden.

Toen zij op de open heide kwamen, waar Gurth het eenigszins moeielijk

zou gevallen zijn, den weg te vinden, geleidden de roovers hem recht

naar den top van een kleinen heuvel, van waar hij, in den maneschijn,

de palen van het strijdperk, en de schitterende tenten met haar

wapperende vlaggetjes, die aan ieder uiteinde er van bevestigd waren,

zien kon, en het gezang hooren, waarmede de schildwachten den tijd

zochten te korten.

Hier bleven de dieven staan.

"Wij gaan niet verder," zeiden zij; "het zou niet veilig voor ons zijn.--Herinner u de waarschuwing, die ge ontvangen hebt:--houd geheim,

wat u dezen nacht is overkomen, en het zal u niet berouwen;--zoo gij

verzuimt, wat men u gezegd heeft, zou de _Tower_ te Londen u niet

tegen onze wraak beschermen." "Goeden nacht, vrienden," zei Gurth. "Ik zal uw bevelen opvolgen, en ik vertrouw geen kwaad te doen, met u een veiliger en eerlijker

beroep toe te wenschen!" Zoo scheidden zij; de vrijbuiters keerden langs denzelfden weg terug,

dien zij gekomen waren, en Gurth ging naar de tent van zijn meester,

dien hij, in weerwil van het gegeven bevel, alle voorvallen van dien

nacht mededeelde.

De Onterfde Ridder was vervuld met verbazing, zoowel over de

edelmoedigheid van Rebekka, waarvan hij echter besloot geen voordeel

te trekken, als over die van de roovers, aan wier beroep zulk eene

deugd geheel vreemd scheen. Zijn gepeins over deze zonderlinge

omstandigheden, werd evenwel gestoord door de noodzakelijkheid, om

de rust te nemen, die de vermoeienissen van den vorigen dag en de

noodwendigheid, om zich tegen het gevecht van den aanstaanden morgen

te versterken, onmisbaar maakten.

De ridder legde zich dus op een zacht bed, waarmede de tent voorzien

was, neder, en de getrouwe Gurth strekte zijn verharde leden op

een berenvel, dat tot kleed op den grond diende, uit, dwars voor

de opening van de tent, zoodat niemand binnenkomen kon, zonder hem

wakker te maken.


ELFDE HOOFDSTUK ΕΝΔΈΚΑΤΟ ΚΕΦΆΛΑΙΟ ELEVENTH CHAPTER

1ste Struikr. 1st Struikr. Sta, Heer! Stand, Lord! geef af hetgeen gij bij u draagt, Renounce that which ye carry with you,

Of anders pakken we u en plunderen u. Or else we will catch you and plunder you.

Spion. Spy. Wij zijn verloren, Heer! We are lost, Lord! ziedaar de schurken, behold the villains,

Voor wie steeds alle reizigers bevreesd zijn. From whom all travelers are always afraid.

Val. Val. Mijn vrienden . My friends . 1ste Struikr. 1st Struikr. Toch niet, wij zijn uw vijanden. Still not, we are your enemies.

2de  Struikr. 2nd Struikr. Stil, stil, hem aangehoord! Silent, silent, heard him!

3de  Struikr. 3rd Struikr. Ja, bij mijn baard, dat willen wij; Yes, by my beard, that's what we want;

't Is toch een deftig man. 'Tis a distinguished man after all. De twee Edellieden van Verona. The Two Noblemen of Verona.

Gurt's nachtelijke avonturen waren nog niet ten einde; deze gedachte Gurt's nightly adventures were not yet at an end; this thought kwam bij hem zelf op, toen hij zich, na tusschen een paar eenzame occurred to himself, when, after finding himself among a few solitary

huizen, die aan het einde van het dorp lagen, te zijn doorgegaan, houses, which were at the end of the village, to have passed through,

in een diepen, hollen weg bevond, die tusschen twee dijken doorliep, in a deep, hollow road that ran between two dikes,

welke met hulst en hazelstruiken bezet waren, terwijl hier en daar which were occupied with holly and hazel bushes, while here and there

een dwergeik zijn takken geheel over het pad uitstrekte. a dwarf oak tree stretched its branches entirely across the path. De weg The road

was daarenboven bedorven door de wagens, die nog niet lang geleden Moreover, was spoiled by the wagons, which not long ago

allerhande behoeften voor het toernooi hadden aangebracht, en het had put in all kinds of needs for the tournament, and the

was donker, want de dijken en struiken onderschepten het licht van was dark, for the dikes and bushes intercepted the light of

de schoone najaars-maan. the beautiful autumn moon.

Uit het dorp hoorde men het verwijderde geluid der uitgelatenste From the village they heard the distant sound of the most elated

vroolijkheid, soms met gelach vermengd, soms door een gil afgebroken, mirth, sometimes mixed with laughter, sometimes broken off by a scream,

en dan weer door wilde muziek afgewisseld. and then again interspersed by wild music. Al deze klanken, welke All these sounds, which

van de ongeregeldheid in de stad getuigden, die opgevuld was met testified to the unruliness in the city, which was filled with

de krijgshaftige edelen en hun losbandig gevolg, verwekten eenige the warlike nobles and their licentious retinue, generated some

ongerustheid bij Gurth. anxiety at Gurth. "De Jodin had gelijk," zei hij bij zich "The Jewess was right," he said to himself zelven. self. "Bij den Hemel en St. "By den Hemel and St. Dunstan, ik wenschte, dat ik de reis met Dunstan, I wished, that I could have made the trip with

mijn schat veilig achter den rug had! had my treasure safely behind! Hier zijn zoo vele, ik wil niet Here are so many, I don't want to

zeggen zwervende dieven, maar zwervende ridders en knapen, zwervende say roving thieves, but roving knights and knaves, roving

monniken en minnezangers, zwervende goochelaars en potsenmakers, dat monks and minstrels, wandering magicians and potters, that

een mensch met een enkele mark op zak, in gevaar zou zijn,--hoeveel a man with a single mark in his pocket, would be in danger,--how many

meer dus een arme zwijnenhoeder met een geheele beurs vol _zechinen_; more so a poor swineherd with a whole purse full of _zechins_;

was ik maar eerst uit de schaduw van die verwenschte struiken, dan If only I were out of the shadow of those wished-for bushes first, then

kon ik tenminste de volgelingen van St. at least I could see the followers of St. Thomas. Nikolaas [15] zien, eer ze Nicholas [15] see, before they

mij op den hals vallen." fall on my neck." Gurth verhaastte dus zijne schreden, om de open heidevlakte te Gurth thus hastened his steps, to reach the open moorland plain.

bereiken, waarheen de holle weg leidde, maar dit gelukte hem reach, to which the hollow road led, but this succeeded him

niet. not. Juist toen hij aan het einde van den weg gekomen was, dáár Just when he had come to the end of the road, THERE

waar het kreupelhout het dichtste was, sprongen er vier mannen op Where the undergrowth was densest, four men jumped on

hem aan, zooals zijn angstig voorgevoel hem voorspeld had, van iedere him, as his fearful premonition had foretold him, from every

zijde van den weg twee, en grepen hem zoo vast, dat alle weerstand, side of the road two, and grabbed him in such a way that all resistance,

al ware die mogelijk geweest, te vergeefs zou geweest zijn. had it been possible, would have been in vain.

"Geef uw last over!" "Surrender your burden!" zei er een van; "wij zijn de ontvangers van het said one of them; "we are the recipients of the rijk, die ieder van zijn last verlichten." realm, relieving every one of his burden." "Gij zoudt mij van den mijnen niet zoo gemakkelijk verlichten," morde "Thou wouldst not relieve me of mine so easily," morphed Gurth, wiens norsche eerlijkheid zelfs niet door geweld kon gebogen Gurth, whose gruff honesty could not be bent even by violence

worden,--"als ik het maar in mijne macht had, u een paar slagen te be,--"if only I had it in my power to give you a few strokes to geven om mij te redden." give to save me." "Dat zullen wij straks zien," zei de roover, en zich tot zijn "We shall see that later," said the robber, turning to his makkers wendende, sprak hij: "brengt hem mede; ik zie, dat hij zich turning to his companions, he spoke, "bring him along; I see that he is feeling de hersenen wil laten inslaan, zoowel als zijne beurs opensnijden, brain, as well as cut open his purse,

en zoo aan twee aderen tegelijk bloed gelaten worden." And so to two veins at once blood is left." Gurth werd volgens dit bevel voortgesleept, en nadat hij eenigszins Gurth was dragged on according to this order, and after he was slightly

ruw over den dijk aan de linker zijde van den weg getrokken was, had been pulled roughly across the dike on the left side of the road,

bevond hij zich in een eenzaam boschje, dat tusschen den hollen weg he found himself in a lonely grove, which stood between the hollow road

en de open heivlakte lag. and the open moorland lay. Hij werd gedwongen zijn woeste leidslieden He was forced to give his fierce leadership

tot in de diepte van het bosch te volgen, waar zij plotseling op een following them into the depths of the forest, where they suddenly came upon a

boomvrije plek bleven staan, waarop de stralen van de maan ongehinderd tree-free spot remained, on which the moon's rays were unimpeded

door takken of struiken vielen. fell through branches or bushes. Hier voegden zich nog bij de roovers, Here still joined the robbers,

die waarschijnlijk tot de bende behoorden, twee andere mannen. who probably belonged to the gang, two other men. Zij She

hadden korte zwaarden op zijde en groote knuppels in de handen, en had short swords at their sides and big clubs in their hands, and

Gurth bespeurde nu, dat zij allen maskers droegen, wat hun beroep Gurth now noticed that they all wore masks, which was their profession

verraadde, al had hun vorige handelwijze ook nog eenige onzekerheid betrayed, though their previous conduct also had some uncertainty

dienaangaande overgelaten. left to that end.

"Hoeveel geld hebt gij bij u?" "How much money hast thou with thee?" vroeg een van de dieven. One of the thieves asked.

"Dertig _zechinen_, die mij toebehooren," hernam Gurth kort af. "Thirty _zechins_, belonging to me," Gurth resumed shortly. "Verbeurd, verbeurd!" "Forfeit, forfeit!" riepen de roovers; "een Sakser heeft cried the robbers; "a Saxon has dertig _zechinen_, en keert nuchter uit een dorp terug! thirty _zechinen_, and returns sober from a village! Zij zijn They are

onherroepelijk en zeker aan ons vervallen, met alles, wat hij bij irrevocably and surely lapsed to us, with all, which he had at

zich heeft." himself." "Ik heb ze bijeen gespaard, om mijn vrijheid daarmede te koopen," "I saved them together, to buy my freedom with them," he said. antwoordde Gurth. replied Gurth.

"Gij zijt een ezel," hernam een van de dieven; "drie flesschen sterk "Thou art a donkey," resumed one of the thieves; "three flasks strong bier hadden u even vrij gemaakt als uw meester, en zelfs vrijer, beer had made you as free as your master, and even freer,

als hij een Sakser is, evenals gij." If he is a Saxon, as well as you." "Eene droeve waarheid," hervatte Gurth; "maar als de dertig _zechinen_ "A sad truth," Gurth resumed; "but if the thirty _zechins_ mij van u vrijkoopen kunnen, zoo maakt mij de handen los, en ik zal can buy me free from you, so untie my hands, and I will

ze u uitbetalen." they pay you off." "Holla!" "Holla!" zei de een, die bij de anderen in aanzien scheen te staan, said one, who seemed to be held in high regard by the others,

"de beurs, die gij daar draagt, voor zoover ik door uw mantel voelen "The purse, which thou dost carry there, as far as I feel through thy cloak kan, bevat meer geld dan gij zegt." can, contains more money than ye say." "Het behoort aan den dapperen ridder, mijn meester!" "It belongs to the brave knight, my master!" antwoordde Gurth; replied Gurth;

"ik zou er zeker geen woord van gesproken hebben, zoo gij u met mijn "I certainly wouldn't have spoken a word of it, if thou hadst made thee with my eigendom hadt tevreden gesteld." property had satisfied." "Gij zijt een eerlijke jongen," hernam de roover, "dat verzeker ik u; "Thou art an honest boy," resumed the robber, "that I assure thee; en wij vereeren St. And we venerate St. Nikolaas niet zoo oprecht, of uw dertig _zechinen_ Nicholas not so sincere, or your thirty _zechinen_

kunnen nog gered worden, als gij openhartig met ons handelt. may yet be saved, if ye deal with us candidly. Geef Enter

ons intusschen uw aanvertrouwd goed over." us in the meantime your accustomed good about it." Dit zeggende, nam hij van Saying this, he took from

onder Gurth's mantel den lederen zak, waarin de beurs, die Rebekka under Gurth's cloak the leather bag, in which the purse, which Rebekah hem gegeven had, zoowel als de overige _zechinen_ zich bevonden, had given him, as well as the other _zechins_ were located,

en daarop ging hij voort met zijn ondervraging.--"Wie is uw meester?" and thereupon he continued his questioning.--"Who is your master?" "De Onterfde Ridder," zei Gurth. "The Disinherited Knight," Gurth said. "Wiens goede lans den prijs in het toernooi van heden behaald "Whose good lance won the prize in today's tournament heeft?" has?" hervatte de roover. resumed the robber. "Hoe is zijn naam en wat zijne afkomst?" "What is his name and what is his lineage?" "Hij verkiest beiden verborgen te houden," antwoordde Gurth, "en van "He chooses to keep both hidden," Gurth replied, "and from mij zult gij zeker niets daaromtrent vernemen." me ye shall certainly hear nothing concerning it." "Wat is uw eigen naam en afkomst?" "What is your own name and origin?" "Als ik u dat zeide," hernam Gurth, "zou het die van mijn meester "If I told you that," Gurth resumed, "it would be that of my master's kunnen verraden." may betray." "Gij zijt een stoute kerel," zei de roover, "maar straks nader "Thou art a naughty fellow," said the robber, "but later closer daarover! about that! Van waar krijgt uw meester dat goud? From where does your master get that gold? Heeft hij het geërfd, Did he inherit it,

of op welke wijze heeft hij het verworven?" or in what way did he acquire it?" "Door zijn goede lans," antwoordde Gurth. "By his good lance," Gurth replied. "Deze beurzen bevatten het "These scholarships contain the losgeld van vier schoone paarden en wapenrustingen." ransom of four clean horses and armor." "Hoeveel is er in?" "How much is in?" vraagde de roover. asked the robber.

"Twee honderd _zechinen_." "Two hundred _zechins_." "Maar twee honderd _zechinen_?" "But two hundred _zechins_?" zei de bandiet; "uw meester heeft mild said the bandit; "your master has mildly met de overwonnenen gehandeld, en hun een gering losgeld opgelegd. dealt with the vanquished, and imposed a small ransom on them. Noem Call

diegenen op, welke het goud betaald hebben." those who paid for the gold." Gurth gehoorzaamde. Gurth obeyed.

"Welk losgeld hebben de wapenrusting en het paard van den Tempelier "What ransom did the armor and horse of the Templar Brian de Bois-Guilbert opgebracht?--Gij ziet, dat gij mij niet kunt Brian de Bois-Guilbert brought up?--Thou see, that thou canst not make me

bedriegen." cheat." "Mijn meester," hernam Gurth, "wil van den Tempelier niets dan zijn "My master," Gurth resumed, "wants from the Templar nothing but his bloed aannemen. taking blood. Zij hebben elkander op leven en dood uitgedaagd, They challenged each other to life and death,

en kunnen niets in der minne afmaken." and can't finish anything amicably." "Wezenlijk!" "Essential!" riep de roover, en hield na dezen uitroep een oogenblik cried the robber, and after this exclamation stopped for an instant

stil. silent. "En wat hebt gij te Ashby gedaan, met zulk een som in uw "And what hast thou done at Ashby, with such a sum in thy bewaring?" custody?" "Ik ben er heen geweest," antwoordde Gurth, "om aan Izaäk den Jood "I went there," Gurth replied, "to give to Isaac the Jew van York den prijs terug te geven voor eene wapenrusting, welke hij of York to return the price for an armor, which he

aan mijn meester voor het toernooi geleverd had." to my master for the tournament had delivered." "En hoeveel hebt gij Izaäk betaald?--Mij dunkt, naar het gewicht te "And how much did ye pay Isaac?"--I think, according to the weight to oordeelen, dat er nog wel twee honderd _zechinen_ in deze beurs zijn." judge, that there are as many as two hundred _zechins_ left in this fair." "Ik heb aan Izaäk," zeide de Sakser, "tachtig _zechinen_ betaald, "I paid to Isaac," said the Saxon, "eighty _zechins_, en hij heeft er mij honderd in de plaats gegeven." and he gave me a hundred in its place." "Hoe! "How! wat!" what!" riepen alle roovers tegelijk; "durft gij met ons spotten, cried all the robbers at once; "dare ye mock us, dat gij ons zulke onbeschaamde leugens vertelt?" that ye tell us such impertinent lies?" "Wat ik u zeg," zeide Gurth, "is even waar, als dat de maan aan den "What I am telling you," said Gurth, "is as true, as if the moon on the hemel staat. heaven stands. Gij zult de geheele som in een zijden beurs vinden, Thou shalt find the whole sum in a silk purse,

van het overige goud afgescheiden." separated from the remaining gold." "Bedenk u, vriend," zei de kapitein; "gij spreekt van een Jood, van "Consider, friend," said the captain; "thou speakest of a Jew, of een Israëliet, die even weinig gewillig is goud terug te geven, als an Israelite, who is as unwilling to return gold, as

het dorre zand van de woestijn, om een beker water terug te geven, the barren sands of the desert, to return a cup of water,

dien de pelgrim er op uitgiet." dien the pilgrim pours out on it." "Zij bezitten niet meer barmhartigheid," zei een ander van de "They do not possess more mercy," said another of the bandieten, "dan een onomgekochte gerechtsdienaar." bandits, "than an unbribed court servant." "Het is echter zooals ik zeg," antwoordde Gurth. "However, it is just as I say," Gurth replied. "Maakt oogenblikkelijk licht," zei de kapitein; "ik wil deze "Makes light at once," said the captain; "I want these beurs onderzoeken; en als deze man de waarheid spreekt, dan is de scholarship investigation; and if this man speaks the truth, then the

milddadigheid van den Jood bijna even wonderbaar als de stroom, generosity of the Jew almost as miraculous as the stream,

welke zijn voorouders in de woestijn verkwikte." Which refreshed his ancestors in the desert." Er werd licht gebracht, en de roover begon de beurs te onderzoeken. Light was brought, and the robber began to examine the purse. De The

anderen verzamelden zich om hem heen, en zelfs de twee, die Gurth others gathered around him, and even the two, whom Gurth

vasthielden, lieten hem bijna los, terwijl zij de halzen uitstrekten, clutching him, almost let go as they stretched their necks,

om den uitslag van het onderzoek te zien. To see the results of the examination. Van hunne achteloosheid From their carelessness

gebruik makende, rukte zich Gurth door eene plotselinge inspanning van taking advantage of it, Gurth yanked himself by a sudden effort of

krachten en vlugheid geheel los, en had mogen ontsnappen, als hij had forces and swiftness entirely loose, and had been allowed to escape, if he had

kunnen besluiten, zijns meesters eigendom achter te laten. may decide, leaving his master's property behind. Maar dit But this

was geenszins zijn bedoeling. was by no means his intention. Hij ontrukte aan een der dieven zijn He extracted from one of the thieves his

knuppel, sloeg den kapitein ter neder, die daarop in het geheel niet bat, knocked down the captain, who then did not at all

voorbereid was, en had bijna den zak en den schat weder bemachtigd. was prepared, and had almost regained the bag and the treasure. De The

roovers waren hem echter te vlug, en maakten zich weder meester van robbers, however, were too quick for him, and again took possession of

de beurs en van den getrouwen Gurth. the scholarship and of the faithful Gurth.

"Schurk!" "Villain!" zei de kapitein, weder opstaande, "gij hebt mij een gat said the captain, rising again, "thou hast given me a hole in het hoofd geslagen, en bij anderen van onzes gelijken zou uwe struck in the head, and in others of our ilk you would be

onbeschaamdheid u duur te staan komen. insolence will cost you dearly. Maar gij zult dadelijk uw But thou shalt forthwith make thy

lot vernemen. Fate. Laten wij eerst over uw meester spreken; de zaken van Let us first speak of your master; the affairs of

den ridder gaan vóór die van den schildknaap, volgens de wetten der the knight go before those of the squire, according to the laws of the

ridderschap. knighthood. Blijf intusschen stil staan;--als gij u weêr verroert, In the meantime, stand still; if you move again,

zult gij voor uw leven lang tot rust gebracht worden!--Kameraden," thou shalt be put to rest for a lifetime!--Chamrades," zei hij vervolgens, zich tot zijne bende keerende, "deze beurs is met he then said, turning to his gang, "this scholarship is with Hebreeuwsche letters geborduurd, en ik moet gelooven, dat het verhaal Hebrew letters embroidered, and I have to believe, that the story is

van den dienaar waarheid is. of the servant is truth. De dolende ridder, zijn meester, moet er The wandering knight, his master, must be there

noodzakelijk bij ons tolvrij afkomen. necessarily come off toll-free with us. Hij heeft al te veel overeenkomst He already has too much in common

met ons, om hem iets af te nemen: de honden verscheuren elkander niet, with us, to take something away from him: dogs don't tear each other up,

zoolang er nog vossen en wolven in overvloed te vinden zijn." as long as foxes and wolves can still be found in abundance." "Overeenkomst met ons?" "Agreement with us?" antwoordde een van de bende: "Ik zou dat wel replied one of the gang: "I would eens willen hooren bewijzen!" once want to hear you prove it!" "Wel," hernam de kapitein, "is hij niet arm en onterfd, evenals "Well," resumed the captain, "isn't he poor and disinherited, as well as wij?--Verdient hij niet den kost met de scherpte van zijn zwaard, We?--Does he not earn a living with the sharpness of his sword,

zooals wij?--Heeft hij niet Front-de-Boeuf en Malvoisin geslagen, like us?--Hasn't he beaten Front-de-Boeuf and Malvoisin,

zooals wij hen zouden slaan, als wij maar konden? as we would beat them, if only we could? Is hij niet de Is he not the

doodvijand van Brian de Bois-Guilbert, dien wij zoo vele redenen mortal enemy of Brian de Bois-Guilbert, whom we have so many reasons

hebben te vreezen? have to fear? En al ware dit ook niet, zoudt gij willen, dat And though this also were not, wouldst thou wish, that

wij minder barmhartig waren, dan een ongeloovige, Hebreeuwsche Jood?" we were less merciful, than an unbelieving, Hebrew Jew?" "Neen, dat ware schande," bromde de andere; "en toch, toen ik onder "Nay, that were shameful," hummed the other; "and yet, when I was under de bende van den dapperen ouden Gandelyn diende, kenden wij zulke served the gang of brave old Gandelyn, we knew such

gewetensbezwaren niet. conscientious objections do not. En deze onbeschaamde boer,--die komt er zeker And this insolent peasant,--this one is definitely coming there

ook nog heelshuids af,--daar sta ik borg voor!" also still whole-skinned,-I'll vouch for that!" "Niet, als _gij_ het hem beletten kunt," hernam de kapitein. "Not, if _you_ can prevent him from doing so," the captain reiterated. "Kom "Come hier, kerel!" here, dude!" ging hij voort, zich tot Gurth wendende: "weet gij den he continued, turning to Gurth: "know ye the knuppel te hanteeren, daar gij er zoo vlug naar grijpt?" wielding bat, since thou grabs at it so quickly?" "Mij dunkt," antwoordde Gurth, "dat gij best zelf in staat zijt, "It seems to me," Gurth replied, "that thou art quite capable by thyself, die vraag te beantwoorden." answer that question." "Nu, op mijn woord, ge hebt mij een fikschen slag gegeven;" hervatte "Now, upon my word, you have given me a hefty blow;" resumed de kapitein; "geef er dezen jongen net zoo een flinken, en gij zult the captain; "give this boy just such a flinken, and thou shalt er tolvrij afkomen; en als gij dat niet doet, welnu, daar gij zulk een get off toll-free; and if ye do not, well, since ye have such a

kerel zijt, denk ik, dat ik uw losgeld zelf zal moeten betalen.--Neem fellow, I guess I'll have to pay your ransom myself.--Neither

uw knuppel, Mulder, en pas op uw hoofd; en gij anderen laat den boer thy bat, Mulder, and beware thy head; and ye others let the farmer

los, en geeft hem een stok;--het is licht genoeg, om elkander aan loose, and gives him a stick;--it's light enough, to get each other to

te pakken." address." Beide kampvechters, met knuppels gewapend, traden voorwaarts, Both camp fighters, armed with clubs, stepped forward,

in het midden van de open plek, om het volle maanlicht te hebben; in the middle of the clearing, to have the full moonlight;

terwijl de roovers hun makker lachend toeriepen: "Mulder! while the robbers called to their companion, laughing, "Mulder! neem uw take your

tolstok in acht!" Tollstick in observance!" De Mulder, van den anderen kant, den stok in het De Mulder, on the other hand, the stick in the

midden vasthoudende, en over zijn hoofd zwaaiende, op de wijze, holding center, and swinging over his head, in the manner,

die de Franschen _faire le moulinet_ noemen, riep pochende uit: which the French call _faire le moulinet_, exclaimed boastfully:

"Kom maar, boer, als gij durft; gij zult de kracht van een Mulders "Come, farmer, if thou darest; thou shalt have the strength of a Mulder's vuist gevoelen!" fist feel!" "Zoo gij een Mulder zijt," antwoordde Gurth onverschrokken, zijn "If thou art a Mulder," Gurth replied fearlessly, his wapen met even groote vlugheid om het hoofd zwaaiende, "dan zijt gij weapon swinging around the head with equal swiftness, "then thou art een dubbele dief, en ik, als eerlijk man, trotseer u!" a double thief, and I, being an honest man, defy thee!" Hierop vielen de kampvechters elkander aan, en gedurende eenige At this the camp fighters attacked each other, and for some

minuten toonden zij groote gelijkheid in kracht, moed en behendigheid, minutes they showed great equality in strength, courage and agility,

terwijl zij de slagen van hun tegenpartij opvingen en teruggaven, while they caught and returned the blows of their opponent,

zoodat men, uit het onophoudelijk gekletter, op een afstand zou so that, from the incessant clatter, one would, at a distance

verondersteld hebben, dat er van iederen kant ten minste zes man aan assumed, from each side, that there were at least six men to

het vechten waren. were fighting.

Minder hardnekkige, en zelfs minder gevaarlijke strijden, zijn in Less intractable, and even less dangerous struggles, are in

schoone heldenverzen bezongen; maar de strijd tusschen Gurth en den beautiful heroic verses sung; but the battle between Gurth and the

Mulder moet onbeschreven blijven, uit gebrek aan een gewijden dichter, Mulder must remain unwritten, for lack of an ordained poet,

om recht te wedervaren aan die gewichtige gebeurtenis. To do justice to that momentous event. Maar, ofschoon But, although

dit vechten met knuppels lang uit de mode is, zullen wij in proza this fighting with bats is long out of fashion, we will in prose

voor deze stoute kampvechters ons best doen. for these naughty camp fighters do our best.

Lang vochten zij met gelijken uitslag, totdat de Mulder het geduld For a long time they fought with equal results, until the Mulder's patience

verloor, omdat hij een zoo moedigen tegenstander vond, en het gelach lost, because he found such a courageous opponent, and the laughter

zijner makkers hoorde, die, zooals gewoonlijk bij zulke gelegenheden, heard his companions, who, as usual on such occasions,

met zijn spijt den spot dreven. mocked his regrets. Hij was dus in geene gunstige He was thus in no favorable

gemoedsgesteldheid voor den edelen tweestrijd met knuppels, waarbij, state of mind for the noble duel with clubs, in which,

evenals bij den gewonen kamp met stokken, de grootste koelbloedigheid as with the usual camp with sticks, the greatest coolness

vereischt wordt; en dit gaf aan Gurth, wiens aard, hoe toornig ook, required; and this gave to Gurth, whose nature, however wrathful,

toch bedaard was, gelegenheid, om een beslissend voordeel te behalen, yet calmed down, opportunity, to gain a decisive advantage,

waarvan hij meesterlijk gebruik maakte. of which he made masterful use.

De Mulder drong woedend op hem aan, beurtelings met beide einden van De Mulder furiously urged him on, taking turns with both ends of

zijn wapen slagen uitdeelende, en trachtende op halve stoks lengte te handing out his weapon blows, and attempting at half-stick length to

komen, terwijl Gurth zich tegen den aanval verdedigde, door de handen come, while Gurth defended himself against the attack, by the hands

omtrent een el van elkander af te houden, en zich te dekken door zijn about a cubit from each other, and cover himself by his

wapen telkens met groote snelheid uit de eene hand in de andere te weapon each time with great speed from one hand into the other.

werpen, om zijn hoofd en lichaam te beschermen. throw, to protect his head and body. Zoo hield hij zich Thus, he kept

verdedigender wijze staande, met oogen, voeten en handen behoorlijk standing defensively, with eyes, feet and hands properly

wachtende, tot hij bespeurde, dat zijn tegenpartij den adem verloor; waiting, until he sensed that his counterpart was losing breath;

toen sloeg hij met de linkerhand naar zijn gezicht; en, terwijl de Then he struck his face with the left hand; and, while the

Mulder poogde, den slag af te weren, liet Gurth de rechter- tot de Mulder attempted to fend off the blow, Gurth had the right to the

linkerhand zakken, en trof met volle kracht zijn tegenpartij aan de left hand dropped, and with full force struck his opponent at the

linkerzijde van het hoofd, zoodat deze oogenblikkelijk lang uit op left side of the head, so that these instantaneously long out on

den grond lag. The ground lay.

"Goed,--en als een dapper landsmans gedaan!" "Well,--and as a brave countryman done!" schreeuwden de shouted the

roovers. roovers. "Leve de eerlijke strijd en oud Brittanje! "Long live the fair fight and old Britain! De Sakser heeft The Saxon has

beurs en huid gered, en de Mulder heeft zijn man gevonden." purse and skin saved, and the Mulder found his man." "Gij kunt heengaan, vriend," zei de kapitein, zich tot Gurth wendende, "Thou can go, friend," the captain said, turning to Gurth, om de algemeene stem te bevestigen, "en ik zal u door twee van mijn to confirm the general vote, "and I will give you by two of my kameraden den besten weg naar de tent van uw meester laten wijzen, have comrades show you the best way to your master's tent,

om u tegen andere nachtwandelaars te beschermen, die een minder teeder to protect you from other night-walkers, who have a less tender

geweten zouden hebben, dan wij; want er zijn velen op de been in een would have known, than we; for there are many on the beat in a

nacht, als dezen. night, like this. Pas evenwel op!" Beware, however!" voegde hij er op strengen toon he added in a stern tone

bij. at. "Herinner u, dat gij geweigerd hebt uw naam te zeggen;--vraag "Remember, thou hast refused to say thy name;--ask niet naar den onzen, en tracht niet te ontdekken, wie of wat wij zijn; not to ours, and do not seek to discover, who or what we are;

want als gij dat doet zal het u erger gaan, dan ge wel denkt!" For if ye do, it will go worse for you, than ye well think!" Gurth dankte den kapitein voor zijne beleefdheid, en beloofde zijn Gurth thanked the captain for his courtesy, and promised his

raad niet te vergeten. council not to forget. Twee der vrijbuiters namen hunne stokken, Two of the freebooters took their sticks,

en Gurth bevelende hen kort op de hielen te volgen, gingen zij met and Gurth ordering them to follow close on their heels, they went with

vlugge schreden vooruit, langs een voetpad, dat door het bosch en swift steps forward, along a footpath, which cut through the forest and

de woeste vlakte in de nabijheid liep. ran the wasteland nearby. Aan het einde van het bosch At the end of the grove

spraken twee mannen zijn geleiders aan, en, nadat deze hun een antwoord two men addressed his conductors, and, after the latter gave them an answer

toegefluisterd hadden, begaven zij zich in het woud terug, en lieten whispered, they went back into the forest, and left

hen ongehinderd verder gaan. them continue unhindered. Deze omstandigheid deed Gurth gelooven, This circumstance made Gurth believe,

dat de bende talrijk was, en dat zij geregelde wachten rondom hun that the gang was numerous, and that they had regular guards around their

verzamelplaats hadden. gathering place had.

Toen zij op de open heide kwamen, waar Gurth het eenigszins moeielijk When they came to the open heath, where Gurth was having some difficulty

zou gevallen zijn, den weg te vinden, geleidden de roovers hem recht would have fallen, find the way, the robbers led him straight

naar den top van een kleinen heuvel, van waar hij, in den maneschijn, to the top of a small hill, from where, in the moonlight,

de palen van het strijdperk, en de schitterende tenten met haar the poles of the battlefield, and the magnificent tents with its

wapperende vlaggetjes, die aan ieder uiteinde er van bevestigd waren, flapping little flags, which were attached to each end of it,

zien kon, en het gezang hooren, waarmede de schildwachten den tijd could see, and hear the chant, with which the sentinels passed the time

zochten te korten. sought to shorten.

Hier bleven de dieven staan. This is where the thieves stayed.

"Wij gaan niet verder," zeiden zij; "het zou niet veilig voor ons "We are not going any further," they said; "it would not be safe for us zijn.--Herinner u de waarschuwing, die ge ontvangen hebt:--houd geheim, be.--Remember the warning, which thou hast received:--keep secret,

wat u dezen nacht is overkomen, en het zal u niet berouwen;--zoo gij what happened to you this night, and you will not repent;--if you

verzuimt, wat men u gezegd heeft, zou de _Tower_ te Londen u niet neglect what you were told, the _Tower_ in London would not give you

tegen onze wraak beschermen." protect against our vengeance." "Goeden nacht, vrienden," zei Gurth. "Good night, friends," Gurth said. "Ik zal uw bevelen opvolgen, "I will follow your orders, en ik vertrouw geen kwaad te doen, met u een veiliger en eerlijker and I trust to do no wrong, with you a safer and fairer

beroep toe te wenschen!" appeal!" Zoo scheidden zij; de vrijbuiters keerden langs denzelfden weg terug, Thus they parted; the freebooters returned by the same route,

dien zij gekomen waren, en Gurth ging naar de tent van zijn meester, which they had come, and Gurth went to his master's tent,

dien hij, in weerwil van het gegeven bevel, alle voorvallen van dien whom he, in defiance of the order given, all incidents of that

nacht mededeelde. night communicated.

De Onterfde Ridder was vervuld met verbazing, zoowel over de The Disinherited Knight was filled with amazement, both at the

edelmoedigheid van Rebekka, waarvan hij echter besloot geen voordeel generosity of Rebekah, of which, however, he decided not to take advantage

te trekken, als over die van de roovers, aan wier beroep zulk eene draw, as over those of robbers, to whose profession such a

deugd geheel vreemd scheen. virtue seemed entirely alien. Zijn gepeins over deze zonderlinge His musings on this eccentric

omstandigheden, werd evenwel gestoord door de noodzakelijkheid, om circumstances, however, was disturbed by the necessity, to

de rust te nemen, die de vermoeienissen van den vorigen dag en de take the rest that the fatigues of the previous day and the

noodwendigheid, om zich tegen het gevecht van den aanstaanden morgen necessity, to resist the fight of the upcoming morning

te versterken, onmisbaar maakten. strengthen, made indispensable.

De ridder legde zich dus op een zacht bed, waarmede de tent voorzien So the knight laid himself down on a soft bed, with which the tent was provided

was, neder, en de getrouwe Gurth strekte zijn verharde leden op was, down, and the faithful Gurth stretched his hardened members on

een berenvel, dat tot kleed op den grond diende, uit, dwars voor out a bearskin, which served as a rug on the ground, right in front of

de opening van de tent, zoodat niemand binnenkomen kon, zonder hem the opening of the tent, so that no one could enter, without him

wakker te maken. wake up.