×

우리는 LingQ를 개선하기 위해서 쿠키를 사용합니다. 사이트를 방문함으로써 당신은 동의합니다 쿠키 정책.


image

Een Coquette Vrouw van Carry van Bruggen, Hoofdstuk 2 (1)

Hoofdstuk 2 (1)

De avond was voorbij. Ina was moe - ze had zich verveeld, ze voelde zelf dat ze bleek was en het leek haar dat haar gezicht verwrongen moest staan van het herhaaldelijk gapen - van binnen voelde alles kil en leeg en verslagen. Ze had zich in deze samenkomst verblijd en het had niets opgeleverd dan verveling, ergernis, verbeten wrevel en steken van twijfel en zelfverwijt. Ze lag nu op de rustbank, de oogen gesloten, terwijl Coba van 't Hoff, Geerte de Kruyff, haar vriendin die gastvrouw was, de kamer ordenden, de meubels rechtschoven, en onder voortdurend pruttelen note-doppen en koekkruimels van het vloerkleed opvischten. Deur en raam stonden tegen elkaar open; het was zeer warm geweest, maar nu woei de koude Novemberwind snijdend over Ina heen -, ze had wel graag een van beide dicht gehad, doch ze verroerde zich niet en ze vroeg niets, te dof, te moedeloos om geluid of beweging voort te brengen. Waren dat, de bleeke, vooze meisjes, de slappe slungels van jongens, die de machteloosheid tot werken en scheppen op de trekken lag, de menschen die haar moesten schadeloos stellen voor de kille benepen deftigheid thuis bij Mary? Moest ze aan hun gesprekken, aan hun omgang haar hart ophalen en haar geest verfrisschen, moest ze in dien kring haar echte vrienden kiezen? Alles wat ze gezegd hadden leek haar opgeschroefd en onecht, wat ze vertoond en uitgevoerd hadden voos en middelmatig, opgeblazen van eigenwaan en overschatting. De rauwe zenuwtergende muziek van den jongen componist, die ‘met elke methode gebroken' had, maar zoo ‘overstelpend-suggestief' improviseerde, de vale flodderige teekeningen, waar ze beurtelings met diepzinnige gezichten voor kwamen staan, en minuten lang in peinzen verzonken bleven, tot ze met half-verdwaasde oogen, als zóó aan een hoogere wereld , ontrukt, de hand over het voorhoofd strijkend, diepzinnige woorden fluisterend zwijgend weer neerzaten op den grond, met opgehurkte knieën, het hoofd tegen den muur. Dat scheen de voorgeschreven houding, enkelen maar hadden op stoelen gezeten. En dat belachelijke kleine ventje, dat nauwelijks goed Hollandsch sprak en ‘aristocratie bestreefde' - democratie scheen in dezen kring al weer uit de mode - en het bleeke wezentje met haar vooze mopneusje, die bij een koperen-stoofjes-artist in den leer was en door haar fijngevoeligheid van het eene pension naar het andere werd gedreven, omdat ze het nergens kon uithouden, waar onderwijzeressen woonden, - die waren zóó afstootend-‘philistreus' dat ze niet kon tegenover ze aan tafel zitten. Een jong acteurtje en een jonge schoolmeester, die voor een Duitsche akte werkte, hadden over de grooter-heid van Goethe en Shakespeare getwist, - het acteurtje hield het op Shakespeare, de ander zwoer bij Goethe -, en een aankomend genie met een kinbaardje had er met een stemmetje als een fluitje tusschendoor gelispeld: ‘Flaubèèrt, o Flaubèèrt' en daarop de oogen gesloten en gezwegen als uitgeput van zijn geestdrift. ‘Mystiek' deed opgeld. Verder was er veel op conventioneele lieden en conventioneele kunst, vooral ook op studie in alle graden en soorten gesmaald. ‘Inspiratie' -, ‘persoonlijkheid', hadden de meisjes gezucht, en heur schuchtere hoofdjes op de schouders van de jongens gevleid. Ina had den heelen avond geen grap of lach, geen enkel snedig of geestig woord gehoord, zij zelf had niet veel gesproken -, ze voelde zich stug en wantrouwig en soms ook bij vlagen twijfelend aan zichzelf, aan haar vermogen om te begrijpen en te genieten. Ze waren allemaal zoo opgetogen -, zoo grif met hun bewondering, vol ijver om te toonen, tot hoever hun begrip, hun geestesverfijning wel ging -, ze spraken zoo hoog en zoo duister. Hoe had ze er toe kunnen komen om in dit fijnbeschaafd gezelschap haar voorliefde voor Mendelssohn -, en een oud zwak voor Grieg te bekennen? Een groot, donker meisje, met een breeden mond, in een felgroene jurk, had even de schouders opgetrokken, smadelijk gelachen en zich zonder antwoord afgewend. Ze had haar wel kunnen bijten en van dat oogenblik af was haar stemming geheel vergiftigd en bedorven -, had ze niets meer gezegd, maar met een bitteren spotlach geluisterd, in haar hart schimpend tegen de machtelooze, vooze kwakzalvers en hun zotte pralerij. Het was overal hetzelfde -, en zij kon nergens aarden, , zij paste in geen enkele omgeving, stootte overal het hoofd en verwarde zich het hart als een vogel in een strik. Ze dacht aan dokter Ramondt en aan de verleden lente. Na dien eersten keer had ze hem nog twee keer ontmoet, toen hij Mary bezocht -, maar kort en vluchtigjes; tot vertrouwelijk praten was het niet meer gekomen. En na Mary's herstel was hij heel niet meer teruggeweest. Mary had haar verteld dat hij het heel druk had, ongefortuneerd was, voor een veeleischende vrouw en drie kinderen moest zorgen, en aan vriendschappelijke bezoeken niet denken kon. En Ina had haar best gedaan natuurlijk te vinden, wat iedereen natuurlijk vond, en toch was teleurstelling lang nog in haar blijven nawerken, en een scherp gevoel van schaamte om haar eigen verwarde hoopvolle gedachten, haar vreugde en verwachting en bereidwilligheid, waar hij haar blijkbaar zelfs niet telde en het bezoek beschouwde als een wat langgerekte en misschien zelfs wat zware en taaie doktersvisite. Ze wist het wel al, dat voor de meesten dagelijksch werk en dagelijksch belang in de eerste plaats gold en boven de dingen van het hart recht en voorkeur had -, en toch maakte het haar kil en bedrukt, zoovaak zij het van nabij ervoer. Waren er dan werkelijk geen menschen, voor wie het gevoelsleven altijd in al zijn uitingen en vertakkingen boven het maatschappelijk leven ging? Ze wist allang van niet -, en toch verwachtte zij het steeds weer opnieuw. Ze dacht aan een voorval uit haar eigen leven -, een paar jaar terug, toen ze een deel van haar overgangsexamen koelbloedig had verzuimd omdat haar oude vriend, de gebrekkige klokkenmaker met zijn koolzwarten baard, haar dien dag een naamvers zou voorlezen en geven, dat hij voor haar had gemaakt. Het was langdradig en sentimenteel, het vers, maar het had haar toen bewogen om den toover der verheerlijking, ze had het niet vergeten, en de eerste regels haalde ze zich nu in gedachten. In glanzen zijt gij mij verschenen, Nooit had mijn hart 't geluk gedroomd. Ach ga nu niet meer van mij henen.... De drie beginletters waren haar naam. Toen waren ze haar hard gevallen, allemaal en zelfs Otto, de toegevende broer, die voogd over haar was sinds moeders dood, had haar schertsend vermaand: ‘eerst de zaken en dan het meisje.' Dat was de eerste keer geweest, dat ze , Een coquette vrouw3 die platte, stuitende zegswijze vernam en er van rilde, maar daarna had ze die veel vaker wel gehoord -, en, erger, ervaren dat bijkans alle menschen zoo leefden, voor ‘de zaken' eerst en dan voor ‘het meisje' - of wat daar overeenkomstig aan was. Hoe vlak en vaal, kil en redeloos leek haar de wereld en het leven, zoovaak zij, die 't altijd weer vergat, daaraan herinnerd werd. En Ramondt was als de overigen ook, - om zijn drukke praktijk was hij weggebleven en had niet meer naar haar omgezien -, en hoe stellig had ze, zonder gezet overdenken, van hem verwacht, dat hij anders zou wezen. ‘Ina, je slaapt toch niet? Sta op, dan gaan we naar boven en als Egbert bij uitzondering eens zoo minzaam is geweest om klaar te zetten -, dan kunnen we meteen een boterham eten.' Moeizaam en lusteloos rees Ina overeind. Ze was nadat de anderen waren heengegaan met Coba achtergebleven om boven bij Geerte's broer nog een uurtje na te praten. Ze liep kil, huiverend en diep-verslagen, na den onbevredigenden avond, het stil liggen in de kou, het verwarrend napeinzen, achter de anderen een duister trapportaal door, een oud wenteltrapje op en stond plotseling in een licht, warm, laag vertrek, onder een bruinberookte balkenzoldering. Een bleeke jongen die bij het vuur zat te lezen, keek op en lei zijn boek neer bij hun binnenkomen -, een oudere man met een blonden baard rees geeuwend en zich verschrikt de oogen wrijvend, van de kanapee op. De jongste was Geerte's neefje, de andere haar broer. ‘Zeker weer den heelen avond geslapen,' smaalde Geerte, ‘en niet klaargezet of niets.' ‘Hè meid, slapen is zoo lekker -, bederf er nu niet dadelijk de goede uitwerking van. Als je mij even laat besterven, zal ik helpen met alle macht.' Hij rekte wijd de armen boven het hoofd, strekte de beenen voor zich uit, stak de handen diep in de zakken en bleef zitten. Een gevoel van verruiming en rust trok weldadig door Ina heen. De warme kamer, de oude meubels, de pijpedamp, het gezellige, blonde gezicht, vooral de luchtige woorden deden haar goed tot in haar hart. Ze voelde een begeerte, het troebele, ontstemmende, hinderlijke, het wurmen en tobben van zich af te werpen en vroolijk te zijn. Het neefje was gedienstig opgestaan en verontschuldigde zich, dat hij niets had klaargezet. ‘Onzin,' sneed Geerte af met haar besliste stem -, ‘jij , kon het niet weten. Als Egbert maar niet zoo eeuwig lui was'. Ina was, op zijn uitnoodiging, terwijl de drie zich van kast naar tafel repten, naast Egbert op de kanapee gaan zitten en toen hij opnieuw goedmoedig lachte om Geerte's vinnige woorden, lachte ze mee. Hij keek haar aan. ‘Help me maar tegen mijn boosaardige zuster -, u moest eens weten hoe ik zucht onder haar heerschappij! Geerte, toe kijk niet zoo leelijk, vertel eens wat van den Idioten-krans!' ‘Jawel, jij zit daar maar lui en ik loop me dood en dan nog vertellen -, ik dank je.' ‘Wie waren er allemaal?' ‘Vraag het Ina -, die is er toch ook geweest!' Ina voelde zich vol van onberedeneerden jool. ‘Waarom komt u er zelf niet?' ‘Ik?' Ze proestte om de overdreven uitdrukking van zijn ontsteltenis, ‘lieve ziel, daar hoor ik niet. Daar gaat het mij veel te verheven toe, daar zou ik mij voelen als een haar in de soep.' ‘Zoo ging het mij ook. Ik hoor er ook niet, en ik geloof ook heelemaal niet dat ik in den smaak ben gevallen.' ‘Heb jelui nog van de “Sarcasmen en Reverieën” genoten?' ‘Wat is dat?' Ina's oogen schitterden in de zijne, vol jolige behaagzucht. ‘Weet u dát niet? Dan mankeert er drie-kwart aan uw opvoeding. Iets heel modern-verfijnds, lang niet voor de poes. Kip-op-hooge-pooten-stijl. Geerte heeft het mij eens willen voorlezen, de brave ziel, ze meent het zoo goed met mij, maar ik ben erbij in slaap gevallen - voorlezen is mijn beste slaapdrankje - toen ineens werd ik wakker van een zin en dien eenen zin heb ik onthouden, het was over een “dienstmeid van erkende en beproefde voortreffelijkheid” - of “voortreflijkheid” -, dat zou nog al weer moderner zijn.' ‘Stond er dat?' lachte Ina ‘wat onzinnig.' ‘Het is héél ernstig,' zei Egbert ‘zoo moet je het zeggen tegenwoordig, bijvoorbeeld: ‘de boterhammen die mijn neef daar maakt, zijn van een jammerlijke scheefheid en schriel-gesmeerdhheid.' ‘Egbert, als je te lui bent om zelf iets te doen, maak hem dan tenminste niet in de war.' ‘Is het tot u doorgedrongen, mejuffrouw, dat ik lui ben? Het is de lust van mijn leven! Kom, we gaan aan tafel, en dan moet je mij nog meer vertellen.' Ze stonden op. Ina zat tusschen Egbert en het neefje in , maar ze zei geen woord tegen den bleeken verlegen jongen, liet tot twee maal toe een vraag die hij deed onbeantwoord en zag niet, dat hij pijnlijk bloosde. Al haar aandacht was voor Egbert -, alleen jammer dat hij-zelf zooveel aandacht voor zijn boterhammen had en daardoor niet voortdurend naar haar keek, - zij at heelemaal niet, praatte en lachte aanhoudend. ‘Toen kregen we een vioolsolo. De kamer was halfdonker gemaakt, dat moest zoo. En daar voel ik op eens een wildvreemd, warm hoofd in mijn schoot -, en snikken, erbarmelijk! Achteraf bleek dat zijn geliefde. Het genie zelf viel flauw toen het uit was - hij lag voor lijk tegen de piano, met twee slappe armen naast zijn lijf, zijn kin op zijn borst.


Hoofdstuk 2 (1) Kapitel 2 (1) Chapter 2 (1) Bölüm 2 (1)

De avond was voorbij. La velada había terminado. Ina was moe - ze had zich verveeld, ze voelde zelf dat ze bleek was en het leek haar dat haar gezicht verwrongen moest staan van het herhaaldelijk gapen - van binnen voelde alles kil en leeg en verslagen. Ina estaba cansada - aburrida, se sentía pálida y le parecía que su rostro debía estar torcido por los repetidos bostezos - por dentro todo se sentía frío y vacío y derrotado. Ze had zich in deze samenkomst verblijd en het had niets opgeleverd dan verveling, ergernis, verbeten wrevel en steken van twijfel en zelfverwijt. Se había regocijado en este encuentro, y no había producido nada más que aburrimiento, molestia, amargo resentimiento y aguijones de duda y autorreproche. Ze lag nu op de rustbank, de oogen gesloten, terwijl Coba van 't Hoff, Geerte de Kruyff, haar vriendin die gastvrouw was, de kamer ordenden, de meubels rechtschoven, en onder voortdurend pruttelen note-doppen en koekkruimels van het vloerkleed opvischten. Ahora estaba acostada en el sofá, con los ojos cerrados, mientras Coba van 't Hoff, Geerte de Kruyff, su amiga que era la anfitriona, arreglaban la habitación, movía los muebles a la derecha y sacaban cáscaras de nuez y migas de galleta de la alfombra mientras hierve a fuego lento continuamente. Deur en raam stonden tegen elkaar open; het was zeer warm geweest, maar nu woei de koude Novemberwind snijdend over Ina heen -, ze had wel graag een van beide dicht gehad, doch ze verroerde zich niet en ze vroeg niets, te dof, te moedeloos om geluid of beweging voort te brengen. La puerta y la ventana estaban abiertas una contra la otra; había hecho mucho calor, pero ahora el viento frío de noviembre soplaba sobre Ina, le hubiera gustado tener uno de ellos cerrado, pero no se movió y no pidió nada, demasiado aburrida, demasiado abatida para hacer algún sonido o movimiento. . Waren dat, de bleeke, vooze meisjes, de slappe slungels van jongens, die de machteloosheid tot werken en scheppen op de trekken lag, de menschen die haar moesten schadeloos stellen voor de kille benepen deftigheid thuis bij Mary? ¿Eran las pálidas chicas vampiro, los flácidos muchachos larguiruchos cuya impotencia para trabajar y palear yacía detrás de ellos, las personas que tenían que compensarla por la fría y tímida gentileza en la casa de Mary? Moest ze aan hun gesprekken, aan hun omgang haar hart ophalen en haar geest verfrisschen, moest ze in dien kring haar echte vrienden kiezen? ¿Debería disfrutar de sus conversaciones, sus relaciones y refrescar su mente, debería elegir a sus verdaderos amigos en este círculo? Alles wat ze gezegd hadden leek haar opgeschroefd en onecht, wat ze vertoond en uitgevoerd hadden voos en middelmatig, opgeblazen van eigenwaan en overschatting. Todo lo que habían dicho le parecía exagerado e irreal, lo que habían hecho y hecho vacío y mediocre, hinchado de vanidad y sobreestimación. De rauwe zenuwtergende muziek van den jongen componist, die ‘met elke methode gebroken' had, maar zoo ‘overstelpend-suggestief' improviseerde, de vale flodderige teekeningen, waar ze beurtelings met diepzinnige gezichten voor kwamen staan, en minuten lang in peinzen verzonken bleven, tot ze met half-verdwaasde oogen, als zóó aan een hoogere wereld , ontrukt, de hand over het voorhoofd strijkend, diepzinnige woorden fluisterend zwijgend weer neerzaten op den grond, met opgehurkte knieën, het hoofd tegen den muur. La música cruda y desgarradora del joven compositor, que había 'rompido con todos los métodos', pero improvisado de una manera tan 'abrumadoramente sugerente', los dibujos desvaídos y holgados, ante los que aparecían alternativamente con rostros profundos, y permanecían perdidos en pensaron por minutos, hasta que con los ojos medio deslumbrados, como de un mundo superior, arrebatado de él, acariciando sus frentes, susurrando palabras profundas en silencio, volvieron a sentarse en el suelo, con las rodillas en cuclillas, la cabeza contra la pared. Dat scheen de voorgeschreven houding, enkelen maar hadden op stoelen gezeten. Esa parecía ser la actitud prescrita, pero algunos se habían sentado en sillas. En dat belachelijke kleine ventje, dat nauwelijks goed Hollandsch sprak en ‘aristocratie bestreefde' - democratie scheen in dezen kring al weer uit de mode - en het bleeke wezentje met haar vooze mopneusje, die bij een koperen-stoofjes-artist in den leer was en door haar fijngevoeligheid van het eene pension naar het andere werd gedreven, omdat ze het nergens kon uithouden, waar onderwijzeressen woonden, - die waren zóó afstootend-‘philistreus' dat ze niet kon tegenover ze aan tafel zitten. Y ese ridículo muchachito, que apenas hablaba muy bien el holandés y que "luchaba por la aristocracia" -la democracia ya parecía pasada de moda en este círculo- y la pálida criatura con su sucia naricita de trapeador, que era aprendiz de un artista de estufas de cobre y Iba de una pensión a otra por su sensibilidad, porque no soportaba los lugares donde vivían los maestros —eran tan repulsivos— "philistreus" que no podía sentarse frente a ellos en la mesa. Een jong acteurtje en een jonge schoolmeester, die voor een Duitsche akte werkte, hadden over de grooter-heid van Goethe en Shakespeare getwist, - het acteurtje hield het op Shakespeare, de ander zwoer bij Goethe -, en een aankomend genie met een kinbaardje had er met een stemmetje als een fluitje tusschendoor gelispeld: ‘Flaubèèrt, o Flaubèèrt' en daarop de oogen gesloten en gezwegen als uitgeput van zijn geestdrift. Un joven actor y un joven maestro de escuela, que trabajaban para una obra alemana, habían discutido sobre la grandeza de Goethe y Shakespeare (el pequeño actor creía que era Shakespeare, el otro juraba por Goethe) y un aspirante a genio con barba en la barbilla había ceceado en una vocecita como un silbido: "Flaubèert, O Flaubèert", y luego cerró los ojos y permaneció en silencio como agotado por su entusiasmo. ‘Mystiek' deed opgeld. El 'misticismo' despegó. Verder was er veel op conventioneele lieden en conventioneele kunst, vooral ook op studie in alle graden en soorten gesmaald. Además, se dio mucho a la gente convencional y al arte convencional, especialmente al estudio de todos los grados y tipos. ‘Inspiratie' -, ‘persoonlijkheid', hadden de meisjes gezucht, en heur schuchtere hoofdjes op de schouders van de jongens gevleid. 'Inspiración', 'personalidad', habían suspirado las chicas, y halagado sus tímidas cabecitas sobre los hombros de los chicos. Ina had den heelen avond geen grap of lach, geen enkel snedig of geestig woord gehoord, zij zelf had niet veel gesproken -, ze voelde zich stug en wantrouwig en soms ook bij vlagen twijfelend aan zichzelf, aan haar vermogen om te begrijpen en te genieten. En toda la noche Ina no había oído ni un chiste ni una risa, ni una sola palabra ingeniosa o ingeniosa, ella misma no había hablado mucho, se sentía rígida y suspicaz, ya veces dudando de sí misma, de su capacidad para comprenderse y disfrutar. Ze waren allemaal zoo opgetogen -, zoo grif met hun bewondering, vol ijver om te toonen, tot hoever hun begrip, hun geestesverfijning wel ging -, ze spraken zoo hoog en zoo duister. Todos estaban tan eufóricos, tan rápidos con su admiración, llenos de celo por mostrar hasta dónde llegaba su comprensión, su sofisticación, hablaban tan alto y tan oscuramente. Hoe had ze er toe kunnen komen om in dit fijnbeschaafd gezelschap haar voorliefde voor Mendelssohn -, en een oud zwak voor Grieg te bekennen? ¿Cómo podía haberse atrevido a confesar su cariño por Mendelssohn y su vieja debilidad por Grieg en esta compañía de buenos modales? Een groot, donker meisje, met een breeden mond, in een felgroene jurk, had even de schouders opgetrokken, smadelijk gelachen en zich zonder antwoord afgewend. Una chica alta, morena, con una boca ancha, con un vestido verde brillante, se encogió de hombros por un momento, se rió con desdén y se alejó sin una respuesta. Ze had haar wel kunnen bijten en van dat oogenblik af was haar stemming geheel vergiftigd en bedorven -, had ze niets meer gezegd, maar met een bitteren spotlach geluisterd, in haar hart schimpend tegen de machtelooze, vooze kwakzalvers en hun zotte pralerij. Podría haberla mordido, y desde ese momento su humor estaba completamente envenenado y manchado; no había dicho nada más, pero escuchaba con una risa amarga, amonestando en su corazón a los charlatanes impotentes, vacíos y sus estúpidas bromas. Het was overal hetzelfde -, en zij kon nergens aarden, , zij paste in geen enkele omgeving, stootte overal het hoofd en verwarde zich het hart als een vogel in een strik. Era lo mismo en todas partes, y no podía instalarse en ningún lugar, no encajaba en ningún entorno, golpeaba la cabeza en todas partes y enredaba su corazón como un pájaro en una trampa. Ze dacht aan dokter Ramondt en aan de verleden lente. Pensó en el Dr. Ramondt y en la primavera pasada. Na dien eersten keer had ze hem nog twee keer ontmoet, toen hij Mary bezocht -, maar kort en vluchtigjes; tot vertrouwelijk praten was het niet meer gekomen. Después de esa primera vez, lo había visto dos veces más cuando visitó a Mary, pero breve y fugazmente; ya no era posible hablar confidencialmente. En na Mary's herstel was hij heel niet meer teruggeweest. Y después de la recuperación de Mary, no había regresado en absoluto. Mary had haar verteld dat hij het heel druk had, ongefortuneerd was, voor een veeleischende vrouw en drie kinderen moest zorgen, en aan vriendschappelijke bezoeken niet denken kon. Mary le había dicho que estaba muy ocupado, desafortunado, cuidando a una esposa exigente y tres hijos, y no pensando en visitas amistosas. En Ina had haar best gedaan natuurlijk te vinden, wat iedereen natuurlijk vond, en toch was teleurstelling lang nog in haar blijven nawerken, en een scherp gevoel van schaamte om haar eigen verwarde hoopvolle gedachten, haar vreugde en verwachting en bereidwilligheid, waar hij haar blijkbaar zelfs niet telde en het bezoek beschouwde als een wat langgerekte en misschien zelfs wat zware en taaie doktersvisite. E Ina había hecho todo lo posible por encontrar lo natural, lo que todos consideraban natural, y sin embargo la decepción había persistido durante mucho tiempo en ella, y un agudo sentimiento de vergüenza por sus propios pensamientos confusos y esperanzados, su alegría, expectativa y disposición, donde aparentemente él ni siquiera sabía. cuenta y consideró la visita como una visita al médico un tanto prolongada y tal vez incluso algo pesada y dura. Ze wist het wel al, dat voor de meesten dagelijksch werk en dagelijksch belang in de eerste plaats gold en boven de dingen van het hart recht en voorkeur had -, en toch maakte het haar kil en bedrukt, zoovaak zij het van nabij ervoer. Ella ya sabía que para la mayoría el trabajo diario y el interés diario eran lo primero y más importante, y tenían derecho y preferencia sobre las cosas del corazón y, sin embargo, eso la volvía fría y deprimida, como a menudo lo experimentaba de primera mano. Waren er dan werkelijk geen menschen, voor wie het gevoelsleven altijd in al zijn uitingen en vertakkingen boven het maatschappelijk leven ging? ¿Realmente no hubo personas para quienes la vida del sentimiento en todas sus manifestaciones y ramificaciones siempre triunfara sobre la vida social? Ze wist allang van niet -, en toch verwachtte zij het steeds weer opnieuw. Hacía mucho tiempo que no lo sabía y, sin embargo, lo esperaba una y otra vez. Ze dacht aan een voorval uit haar eigen leven -, een paar jaar terug, toen ze een deel van haar overgangsexamen koelbloedig had verzuimd omdat haar oude vriend, de gebrekkige klokkenmaker met zijn koolzwarten baard, haar dien dag een naamvers zou voorlezen en geven, dat hij voor haar had gemaakt. Pensó en un incidente de su propia vida hace unos años, cuando había reprobado parte de su examen de transición a sangre fría porque su viejo amigo, el relojero imperfecto con su barba negra como el carbón, iba a leer y darle un nombre. verso ese día, que él había hecho para ella. Het was langdradig en sentimenteel, het vers, maar het had haar toen bewogen om den toover der verheerlijking, ze had het niet vergeten, en de eerste regels haalde ze zich nu in gedachten. El verso era prolijo y sentimental, pero la había conmovido entonces con la magia de la glorificación, no lo había olvidado, y ahora recordaba los primeros versos. In glanzen zijt gij mij verschenen, Nooit had mijn hart 't geluk gedroomd. En brillantez me apareciste, Mi corazón nunca soñó la felicidad. Ach ga nu niet meer van mij henen.... De drie beginletters waren haar naam. Oh, no me dejes ahora... Las tres primeras letras eran su nombre. Toen waren ze haar hard gevallen, allemaal en zelfs Otto, de toegevende broer, die voogd over haar was sinds moeders dood, had haar schertsend vermaand: ‘eerst de zaken en dan het meisje.' Entonces la habían golpeado duro, todos ellos, e incluso Otto, el hermano complaciente, que había sido su tutor desde la muerte de su madre, le había dicho en broma: "Primero los negocios, luego la niña". Dat was de eerste keer geweest, dat ze , Een coquette vrouw3 die platte, stuitende zegswijze vernam en er van rilde, maar daarna had ze die veel vaker wel gehoord -, en, erger, ervaren dat bijkans alle menschen zoo leefden, voor ‘de zaken' eerst en dan voor ‘het meisje' - of wat daar overeenkomstig aan was. Esa había sido la primera vez que lo había oído y se estremeció, una mujer coqueta, que lo había oído y se estremeció, pero después de eso lo había oído mucho más seguido - y, peor aún, experimentó que casi todas las personas vivían así, antes de 'el negocio' primero y luego por 'la niña' - o lo que le correspondiera. Hoe vlak en vaal, kil en redeloos leek haar de wereld en het leven, zoovaak zij, die 't altijd weer vergat, daaraan herinnerd werd. Qué plano y pálido, frío y sin sentido le parecían el mundo y la vida, tantas veces ella, que siempre olvidaba, lo recordaba. En Ramondt was als de overigen ook, - om zijn drukke praktijk was hij weggebleven en had niet meer naar haar omgezien -, en hoe stellig had ze, zonder gezet overdenken, van hem verwacht, dat hij anders zou wezen. Y Ramondt también era como los demás —debido a su ajetreado trabajo, se había mantenido alejado y ya no la había cuidado— y con qué firmeza, sin pensarlo mucho, ella había esperado que él fuera diferente. ‘Ina, je slaapt toch niet? 'Ina, no estás durmiendo, ¿verdad? Sta op, dan gaan we naar boven en als Egbert bij uitzondering eens zoo minzaam is geweest om klaar te zetten -, dan kunnen we meteen een boterham eten.' Levántate, luego iremos arriba, y si Egbert ha sido excepcionalmente amable al prepararlo, entonces podemos comer un sándwich de inmediato. Moeizaam en lusteloos rees Ina overeind. Cansada y apáticamente, Ina se puso de pie. Ze was nadat de anderen waren heengegaan met Coba achtergebleven om boven bij Geerte's broer nog een uurtje na te praten. Después de que los demás se fueron, ella se quedó con Coba para hablar una hora más arriba con el hermano de Geerte. Ze liep kil, huiverend en diep-verslagen, na den onbevredigenden avond, het stil liggen in de kou, het verwarrend napeinzen, achter de anderen een duister trapportaal door, een oud wenteltrapje op en stond plotseling in een licht, warm, laag vertrek, onder een bruinberookte balkenzoldering. Fría, temblando y profundamente derrotada, después de la velada insatisfactoria, de permanecer inmóvil en el frío, de meditar confusamente, detrás de los demás a través de una escalera oscura, subió por una vieja escalera de caracol y de repente se encontró en un ambiente luminoso, cálido y bajo. habitación, bajo un desván con vigas color marrón ahumado. Een bleeke jongen die bij het vuur zat te lezen, keek op en lei zijn boek neer bij hun binnenkomen -, een oudere man met een blonden baard rees geeuwend en zich verschrikt de oogen wrijvend, van de kanapee op. Un muchacho pálido, que leía junto al fuego, levantó la vista y dejó su libro cuando entraron, un anciano de barba rubia, bostezando y frotándose los ojos alarmado, se levantó del canapé. De jongste was Geerte's neefje, de andere haar broer. ‘Zeker weer den heelen avond geslapen,' smaalde Geerte, ‘en niet klaargezet of niets.' —Dormí toda la noche otra vez —se burló Geerte—, y ni una instalación ni nada. ‘Hè meid, slapen is zoo lekker -, bederf er nu niet dadelijk de goede uitwerking van. 'Oye niña, dormir es tan agradable, no estropees el buen efecto de inmediato. Als je mij even laat besterven, zal ik helpen met alle macht.' Si me dejas morir por un tiempo, te ayudaré con todas mis fuerzas. Hij rekte wijd de armen boven het hoofd, strekte de beenen voor zich uit, stak de handen diep in de zakken en bleef zitten. Estiró los brazos por encima de la cabeza, estiró las piernas frente a él, metió las manos en los bolsillos y se sentó allí. Een gevoel van verruiming en rust trok weldadig door Ina heen. Una sensación de expansión y paz atravesó a Ina de una manera tranquilizadora. De warme kamer, de oude meubels, de pijpedamp, het gezellige, blonde gezicht, vooral de luchtige woorden deden haar goed tot in haar hart. La habitación cálida, los muebles viejos, el vapor de la pipa, el rostro rubio acogedor, especialmente las palabras ligeras le hicieron bien al corazón. Ze voelde een begeerte, het troebele, ontstemmende, hinderlijke, het wurmen en tobben van zich af te werpen en vroolijk te zijn. Sintió un deseo, turbio, desconcertante, molesto, de librarse de las preocupaciones y retorcimientos y ser feliz. Het neefje was gedienstig opgestaan en verontschuldigde zich, dat hij niets had klaargezet. El sobrino se había levantado amablemente y se había disculpado por no haber preparado nada. ‘Onzin,' sneed Geerte af met haar besliste stem -, ‘jij , kon het niet weten. -Tonterías -cortó Geerte con su voz decidida-, no podías saberlo. Als Egbert maar niet zoo eeuwig lui was'. Ojalá Egbert no fuera tan perpetuamente perezoso'. Ina was, op zijn uitnoodiging, terwijl de drie zich van kast naar tafel repten, naast Egbert op de kanapee gaan zitten en toen hij opnieuw goedmoedig lachte om Geerte's vinnige woorden, lachte ze mee. Por invitación suya, mientras los tres corrían del armario a la mesa, Ina se había sentado al lado de Egbert en el sofá y cuando él volvió a reír con buen humor ante las palabras cortantes de Geerte, ella también se rió. Hij keek haar aan. ‘Help me maar tegen mijn boosaardige zuster -, u moest eens weten hoe ik zucht onder haar heerschappij! ¡Ayúdame contra mi malvada hermana, deberías saber cómo gimo bajo su dominio! Geerte, toe kijk niet zoo leelijk, vertel eens wat van den Idioten-krans!' ¡Geerte, no te veas tan feo, dime algo sobre la corona Idiot! ‘Jawel, jij zit daar maar lui en ik loop me dood en dan nog vertellen -, ik dank je.' "Sí, solo siéntate allí perezosamente y me voy a morir y luego diré: gracias". ‘Wie waren er allemaal?' ¿Quiénes estaban allí? ‘Vraag het Ina -, die is er toch ook geweest!' 'Pregúntale a Ina, ¡ella también ha estado allí!' Ina voelde zich vol van onberedeneerden jool. Ina se sintió llena de bromas irracionales. ‘Waarom komt u er zelf niet?' ¿Por qué no vienes tú mismo? ‘Ik?' Ze proestte om de overdreven uitdrukking van zijn ontsteltenis, ‘lieve ziel, daar hoor ik niet. Ella se quedó sin aliento ante la expresión exagerada de su consternación, 'Querida alma, no pertenezco allí. Daar gaat het mij veel te verheven toe, daar zou ik mij voelen als een haar in de soep.' Es demasiado elevado para mí allí, me sentiría como un pelo en la sopa allí.' ‘Zoo ging het mij ook. 'Así me pasó a mí también. Ik hoor er ook niet, en ik geloof ook heelemaal niet dat ik in den smaak ben gevallen.' No pertenezco allí, y tampoco creo que me gustara en absoluto. ‘Heb jelui nog van de “Sarcasmen en Reverieën” genoten?' "¿Has disfrutado de los sarcasmos y los ensueños?" ‘Wat is dat?' Ina's oogen schitterden in de zijne, vol jolige behaagzucht. Los ojos de Ina brillaron en los suyos, llenos de alegre coquetería. ‘Weet u dát niet? ¿No sabes eso? Dan mankeert er drie-kwart aan uw opvoeding. Entonces faltan las tres cuartas partes de tu educación. Iets heel modern-verfijnds, lang niet voor de poes. Algo muy moderno y refinado, no para los débiles de corazón. Kip-op-hooge-pooten-stijl. Estilo pollo con patas altas. Geerte heeft het mij eens willen voorlezen, de brave ziel, ze meent het zoo goed met mij, maar ik ben erbij in slaap gevallen - voorlezen is mijn beste slaapdrankje - toen ineens werd ik wakker van een zin en dien eenen zin heb ik onthouden, het was over een “dienstmeid van erkende en beproefde voortreffelijkheid” - of “voortreflijkheid” -, dat zou nog al weer moderner zijn.' Geerte quiso leérmelo una vez, el alma buena, tiene buenas intenciones para mí, pero me quedé dormido con él, leerlo en voz alta es mi mejor poción para dormir, luego, de repente, me desperté de una oración y recordé esa oración, era se trataba de una “sirvienta de excelencia reconocida y comprobada”—o “excelencia”—que sería aún más moderna.' ‘Stond er dat?' "¿Eso estaba ahí?" lachte Ina ‘wat onzinnig.' se rió Ina 'qué tonta.' ‘Het is héél ernstig,' zei Egbert ‘zoo moet je het zeggen tegenwoordig, bijvoorbeeld: ‘de boterhammen die mijn neef daar maakt, zijn van een jammerlijke scheefheid en schriel-gesmeerdhheid.' -Es muy grave -dijo Egbert-, así hay que decirlo estos días, por ejemplo: 'los bocadillos que hace mi prima allí son de una chuchería y una delgadez lamentables'. ‘Egbert, als je te lui bent om zelf iets te doen, maak hem dan tenminste niet in de war.' "Egbert, si eres demasiado perezoso para hacer algo por ti mismo, al menos no lo confundas". ‘Is het tot u doorgedrongen, mejuffrouw, dat ik lui ben? ¿Se ha dado cuenta, señora, de que soy un vago? Het is de lust van mijn leven! ¡Es la lujuria de mi vida! Kom, we gaan aan tafel, en dan moet je mij nog meer vertellen.' Ven, cenemos y luego debes contarme más. Ze stonden op. Se levantaron. Ina zat tusschen Egbert en het neefje in , maar ze zei geen woord tegen den bleeken verlegen jongen, liet tot twee maal toe een vraag die hij deed onbeantwoord en zag niet, dat hij pijnlijk bloosde. Ina se sentó entre Egbert y el sobrino, pero no le dijo ni una palabra al niño pálido y tímido, dejando dos veces sin respuesta una pregunta que le hizo y sin ver que se sonrojaba dolorosamente. Al haar aandacht was voor Egbert -, alleen jammer dat hij-zelf zooveel aandacht voor zijn boterhammen had en daardoor niet voortdurend naar haar keek, - zij at heelemaal niet, praatte en lachte aanhoudend. Toda su atención estaba en Egbert, es una pena que él mismo le prestara tanta atención a sus sándwiches y por eso no la miraba todo el tiempo, ella no comía nada, hablaba y reía todo el tiempo. ‘Toen kregen we een vioolsolo. 'Luego tenemos un solo de violín. De kamer was halfdonker gemaakt, dat moest zoo. La habitación se había puesto en penumbra, tenía que ser así. En daar voel ik op eens een wildvreemd, warm hoofd in mijn schoot -, en snikken, erbarmelijk! Y allí, de repente, siento una cabeza completamente extraña y cálida en mi regazo, ¡y solloza, lamentablemente! Achteraf bleek dat zijn geliefde. Más tarde resultó que su amante. Het genie zelf viel flauw toen het uit was - hij lag voor lijk tegen de piano, met twee slappe armen naast zijn lijf, zijn kin op zijn borst. El propio genio se desmayó cuando todo terminó: yacía muerto contra el piano, con dos brazos inertes a los costados y la barbilla apoyada en el pecho.