A) Job werd altijd op zaterdag vroeg wakker.
Meestal keek hij naar buiten om het weer te checken.
Vaak zag hij dat het weer mooi en zonnig was.
Als dat zo was, besloot Job meestal om naar het strand te gaan.
Het strand was ongeveer een uur rijden.
Elke keer als hij vertrok, zocht hij eerst naar zijn zwemkleding.
Maar zijn zwemkleding was telkens moeilijk te vinden.
Meestal vond Job het in zijn kast.
Soms was het bewolkt geworden als hij zover was om te vertrekken!
Dan hoopte hij dat hij de dag erna naar het strand kon.
B) Ik word al een tijd vroeg wakker op zaterdag.
Meestal kijk ik naar buiten om het weer te checken.
Vaak zie ik dat het weer mooi en zonnig is.
Als dat zo is, besluit ik meestal om naar het strand te gaan.
Het strand is ongeveer een uur rijden.
Elke keer als ik vertrek, zoek ik eerst naar mijn zwemkleding.
Maar mijn zwemkleding is telkens moeilijk te vinden.
Meestal vind ik het in mijn kast.
Soms is het bewolkt geworden als ik zover ben om te vertrekken!
Dan hoop ik dat ik de dag erna naar het strand kan.
Vragen:
Een :Job werd altijd op zaterdag vroeg wakker.
Werd Job op zaterdag altijd laat wakker?
Nee, Job werd altijd op zaterdag vroeg wakker.
Twee : Job keek meestal naar buiten om het weer te checken.
Wat deed Job meestal om het weer te checken?
Job keek meestal naar buiten om het weer te checken.
Drie : Het weer was vaak mooi en zonnig.
Was het weer zonnig?
Ja, het weer was vaak mooi en zonnig.
Vier : Job besloot meestal om naar het strand te gaan.
Wat besloot Job meestal?
Job besloot meestal om naar het strand te gaan.
Vijf : Het strand was ongeveer een uur rijden.
Hoe ver was het strand?
Het strand was ongeveer een uur rijden.
Zes : Job zoekt eerst naar zijn zwemkleding.
Waar zoekt Job eerst naar?
Job zoekt eerst naar zijn zwemkleding.
Zeven : Hij kan zijn zwemkleding vaak niet vinden.
Kan hij altijd zijn zwemkleding vinden?
Nee, hij kan zijn zwemkleding vaak niet vinden.
Acht : Meestal vindt Job zijn zwemkleding in de kast.
Waar vindt Job uiteindelijk altijd zijn zwemkleding?
Meestal vindt Job zijn zwemkleding in de kast.
Negen : Soms is het bewolkt geworden.
Blijft het weer altijd mooi en zonnig?
Nee, het weer blijft niet altijd mooi en zonnig.
Soms is het bewolkt geworden.
Tien : Job hoopt dat hij morgen naar het strand kan.
Wanneer hoopt Job naar het strand te kunnen?
Job hoopt dat hij morgen naar het strand kan.