voltooid verleden tijd met hebben
Voltooid verleden tijd met hebben
Ik heb een pak slaag gehad.
Jij hebt een lolly gekregen.
Hans heeft zijn pyjama aangedaan.
Wij hebben gedoucht en hebben ons toen aangekleed.
Jullie hebben eerst gegeten en hebben toen de afwas gedaan.
De ouders hebben de kinderen naar school gebracht.