Het is winter.
Alle bladeren vallen van de bomen.
In de tuin moet ik de bladeren bij elkaar harken.
Ik gooi de bladeren in de compostbak.
Ik wied nog wat onkruid op de oprijlaan en gooi het onkruid ook in de compostbak.
In de winter hoef ik het gras niet meer te maaien.