De capsule - Hoofdstuk 3 – De waarheid
Hoofdstuk 3 – De waarheid
Aldin kon het niet geloven. Maha was de dochter van de Kalkiaanse keizer! Het meisje zou chaos in de wereld kunnen veroorzaken! En alleen maar omdat ze eenzaam was? Omdat ze dacht dat keizer Valior haar problemen begreep? Wat had ze gedaan? !
Toen besefte Aldin iets. Het was niet de verantwoordelijkheid van het meisje. Ze begreep niet precies wat ze had gedaan. Ze was gewoon verdrietig. En een man die Valior heet, had haar geholpen. Hij was het probleem: de keizer! Hij was verantwoordelijk. Wat was zijn plan? Aldin moest het weten.
Aldin verliet Kira's huis. Hij stapte in een voertuig en reed naar de hoofdstad. Toen hij daar eenmaal was, ging hij direct naar het kantoor van de keizer. Plotseling hield een bewaker hem tegen. ‘Het is je verboden om naar binnen gaan,' zei de bewaker.
Aldin was verbaasd. ‘Verboden? Ik moet met Valior praten. ‘Weet je wie ik ben? Ik ben een minister!'
‘Dat zijn de bevelen van de keizer. Geen toegang voor jou, Aldin.'
Aldin vroeg zich af wat hij nu moest doen. Hij moest met keizer Valior praten. Zonder na te denken sloeg Aldin de bewaker op zijn hoofd. De bewaker viel op de grond. Aldin nam het wapen van de bewaker en ging het kantoor van Valior binnen.
De keizer zat in zijn stoel. Hij zag er moe uit. ‘Aldin, wat wil je?' zuchtte hij.
‘Waarom wist ik niet van het kind?'
‘Welk kind?'
‘Keizer, ik ben niet dom.'
Valior dacht even na. ‘Oké. We doen niet meer alsof. Wat wil je weten?'
‘Waarom is de dochter van de Kalkiaanse keizer hier? Waarom deed je dat?' Zijn stem werd luider. ‘Het is niet ons beleid om kinderen te gebruiken!'
Valior ging staan. Toen schreeuwde hij: ‘Het is niet ons beleid om oorlogen te verliezen!'
Aldin keek Valior aan. Toen vroeg hij, ‘Waarom heb je het mij niet verteld?'
‘Er is maar één reden waarom ik je het niet heb verteld.'
‘En wat is die reden?'
De keizer sloeg de ogen neer. ‘Ik wist dat je het niet zou goedkeuren,' antwoordde hij. ‘Ik wilde niet dat je mijn beslissing zou beïnvloeden.' Valior had gelijk. Natuurlijk zou Aldin niet willen dat een kind bij een oorlog werd betrokken. Dat kon gewoon niet.
‘Wat ga je met haar doen?' vroeg Aldin daarna.
‘Met Maha? We gaan voor haar zorgen! Ze is maar een kind,' zei de keizer.
Aldin vertrouwde hem niet. ‘Dat bedoelde ik niet,' zei hij. ‘Ik bedoelde wat gaat er gebeuren? Wat gaat er gebeuren als de Kalkianen erachter komen? Zullen ze haar kwaad doen?'
‘Dat zijn allemaal goede vragen. Allemaal, stuk voor stuk,' zei de keizer rustig.
Aldin keek de keizer aan. Hij accepteerde geen gemakkelijke antwoorden.
De keizer begon weer te praten. ‘De Kalkianen weten dat Maha is weggelopen.' Toen stopte hij. ‘Maar ze weten niet op welke planeet ze zit. Ook weten ze niet dat de spionnen van de Aardbewoners haar hebben geholpen. Dus eigenlijk weten ze niets, begrijp je.' Hij keek Aldin goed aan. De keizer wilde te weten komen wat Aldin ervan vond.
‘En als ze erachter komen dat je haar hebt geholpen?'
‘Ze kunnen er onmogelijk achter komen. De spionnen zeggen niets. Niemand weet het hier … behalve jij.'
Aldin moest even nadenken. ‘Maar waarom?' vroeg hij. Hij kon de logica van de keizer gewoon niet begrijpen. ‘Waarom betrek je er een klein kind bij? Waarom moet je haar bij haar ouders weghalen?'
‘Om wie haar ouders zijn,' antwoordde Valior. De keizer keek Aldin aan alsof hij dom was. ‘Zie je de voordelen niet? We hebben nu de dochter van de keizer. We kunnen haar gebruiken. Om de Kalkiaanse keizer onder controle te houden. Om de macht. Om alles eigenlijk.'
Valior keek Aldin weer voorzichtig aan. Hadden zijn woorden enige invloed op wat Aldin dacht? Aldins gezicht liet niets zien.
‘Begrijp je het nu?' ging hij door. ‘We kunnen Maha gebruiken om te krijgen wat we willen. Het lot van de Kalkiaanse keizer ligt in onze handen. En dat allemaal omdat zijn domme kleine meisje zich genegeerd voelde!' Uit Valior kwam een diepe lach. Het was een lach waar Aldin koud van werd.
Aldin keek de keizer aan. Hier was de man die Aldin altijd had vertrouwd. De man die zo belangrijk was voor Aldin. Maar nu voelde Aldin alleen maar afschuw. Valior gebruikte een kind om te krijgen wat hij wilde.
Aldin glimlachte en zei: ‘Ik begrijp het nu volkomen, keizer. Zoals u wilt.'
Aldin draaide zich om en verliet het kantoor van de keizer. Hij liep snel door de straten van de hoofdstad. Aldin vond het afschuwelijk wat er nu gebeurde. Maar hij kon het niet laten zien. Als de keizer hoorde dat hij tegen hem was, zou Aldin worden gedood. Er was maar één persoon die volgens Aldin hem kon helpen. Eén persoon die de keizer niet kon beïnvloeden. Hij moest met haar praten.
Aldin nam een voertuig van de regering. Hij reed snel naar de boerderij van Kira. Hij klopte op de deur. ‘Kira! Ben je thuis?'
Kira deed de deur open. ‘Ja,' antwoordde ze. ‘Wat is er?'
‘Is het meisje nog hier?' vroeg Aldin.
‘Ja, waarom? Ze hebben haar nog niet naar de hoofdstad gebracht.'
‘Prima,' antwoordde Aldin.
‘Maar er komt nu een voertuig aan', voegde ze eraan toe.
‘Oh. Nou, we hebben minder tijd dan ik dacht. We moeten opschieten,' zei hij nerveus. ‘Breng me naar haar toe.'
Ze liepen de slaapkamer in. Het meisje sliep rustig. ‘We moeten gaan,' zei hij.
‘Gaan? Waar naartoe?' vroeg Kira.
Aldin keek om zich heen. Hij kon niemand zien. ‘Waar zijn de bewakers?'
‘Ze zijn bij de capsule.'
‘Prima,' antwoordde Aldin. ‘Dit is onze kans.'
‘Onze kans?' vroeg Kira. Ze keek verward.
‘Om Maha weg te halen,' antwoordde Aldin.
Kira ging zitten. Ze keek naar Maha. Het meisje zag er voor het eerst kalmer uit. ‘Wil je Maha weghalen uit de hoofdstad?'
‘Nee, ik wil haar weghalen van deze planeet.'
‘Wat?' zei Kira. ‘Waarom?'
‘Maha is een verward en eenzaam meisje. Keizer Valior wil Maha alleen gebruiken om de Kalkiaanse keizer te beïnvloeden.'
Aldin legde de plannen van Keizer Valior uit. Kira kon het gewoon niet geloven. ‘Begrijp je me nu?' vroeg Aldin. ‘Ik wil niet dat ze Maha pijn doen. Als wij haar niet thuis brengen maakt ze geen enkele kans.'
‘Wij?'
‘Wij. We moeten haar naar Kalkia brengen. Ik kan het niet alleen, Kira. Ik heb je hulp nodig.'
Kira dacht even na. Ze keek naar het kleine meisje. Ze keek daarna uit het raam naar haar boerderij. Ten slotte keek ze Aldin aan en zei: ‘Wat heb ik te verliezen?'
Kira vertelde Maha dat ze naar de hoofdstad gingen. Ze stapten allemaal in het voertuig van Aldin. Aldin reed urenlang. Het dichtstbijzijnde ruimtestation was ver weg. Onderweg sliep Maha.
Toen ze aankwamen vertelde Aldin de beveiligingsagenten dat ze op een geheime regeringsmissie waren. De bewakers zeiden dat ze het aan niemand zouden vertellen.
Kira en Aldin droegen Maha naar het dichtsbijzijnde ruimteschip. Ze verlieten zonder moeite het station. Maha werd wakker toen het ruimteschip opsteeg. Ze was niet gelukkig. Aldin vond het jammer voor haar. Maar hij wist dat ze de juiste beslissing hadden genomen.
De reis door de ruimte duurde enkele weken. Het ruimteschip naderde Kalkia. Aldin zei door de radio: ‘Dit is Aardebewonersschip 12913. Ik moet de Kalkiaanse keizer spreken. Ik ben Minister Aldin van de Aardbewoners.'
De radio ging aan. ‘Waarom wilt u met onze keizer praten?' vroeg een bewaker.
‘We hebben zijn dochter.'
Het werd stil op de radio.
Al gauw zag Aldin een waarschuwing op zijn computerscherm. Er kwamen Kalkiaanse militaire eenheden aan. Ze bleven in de buurt van het ruimteschip wachten. Plotseling schoot de radio weer aan. ‘Geef ons Maha of je sterft,' zei een stem.
‘Je gaat ons niet vermoorden,' zei Aldin met overtuiging. ‘Ik wil met jullie keizer praten.' Toen voegde hij eraan toe: ‘Nu.' Het werd weer stil op de radio.
Na enkele minuten klonk er een krachtige stem op de radio: ‘Dit is de Kalkiaanse keizer.' Geef me mijn dochter! En toen was hij een paar seconden stil. ‘En dan ik laat jullie leven.'
‘Wij geven jullie Maha onder één voorwaarde, antwoordde Aldin.
Ze wachtten.
‘En wat is die?' zei de stem.
‘Er moet vrede komen tussen de Aarde en Kalkia.'
De keizer was weer een paar seconden stil. ‘Waarom zou ik jullie geloven?'
‘Omdat we je dochter hebben teruggebracht,' antwoordde Aldin.
‘Omdat ik weet dat de oorlog voor iedereen moeilijk is. Denk aan de economische problemen. Denk aan de honger en pijn. Onze werelden zijn allebei uitgeput. Hier moet een einde aan komen.'
Op de radio werd het weer stil. Eindelijk keerde de stem terug. Hij klonk deze keer zachter. ‘Ik ga akkoord,' zuchtte de keizer. ‘En ik accepteer jullie voorwaarde. Geef me mijn dochter terug en we zullen voor vrede zorgen.'
Hoofdstuk 3 Overzicht
Samenvatting
Aldin spreekt Keizer Valior. Valior wil Maha gebruiken om tegen de Kalkianen te vechten. Aldin is het niet eens met zijn plan. Hij houdt zijn gedachten geheim. Hij keert terug naar de boerderij van Kira. Hij en Kira nemen Maha mee naar een ruimteschip. Ze reizen naar Kalkia. Ze spreken met de Kalkiaanse keizer. Ze willen Maha teruggeven, maar de Kalkiaanse keizer moet eerst akkoord gaan met vrede. De keizer gaat akkoord. Eindelijk eindigt de oorlog.