×

Мы используем cookie-файлы, чтобы сделать работу LingQ лучше. Находясь на нашем сайте, вы соглашаетесь на наши правила обработки файлов «cookie».


image

Een Coquette Vrouw van Carry van Bruggen, Hoofdstuk 2 Deel 2 - 3

Hoofdstuk 2 Deel 2 - 3

Aan tafel vertelde ze hem van haar hoop, dat ze weldra haar verhaal zou kunnen omwerken en voltooien - en hij schertste over haar toekomstige grootheid en hoe gewichtig zij zich dan zou voelen, als ze eenmaal was gedrukt. Ze dacht er toch wel aan, het papier aan één kant te beschrijven? En kon ze proeven corrigeeren? Het leerde gauw genoeg en hij zou haar wel helpen ook! Terwijl hij sprak, voelde ze een wroeging om den jongen, bijna een drang om de oorzaak van haar vernieuwden werklust, haar opgewektheid op te biechten, maar ze bedwong die uit voorzichtigheid. ‘En waar loopt de historie over?' vroeg Egbert op zijn gewonen luchtig-neerbuigenden belangstellenden toon. Ina bloosde en antwoordde verward, dat hij maar wachten moest tot het gedrukt was -, ze voelde dat ze het hem niet zou durven, niet zou kunnen vertellen. Hij vond alles dadelijk immers wee en dweperig en onecht en aanstellerig -, alles dat overgevoelig was en week en vroom. Hij zou wel gelijk hebben en dat zij het nog niet geheel meevoelen kon, kwam door haar ‘groen'-heid. Daarom moest ze nu zelf vooral ook heel omzichtig zijn in de keus van haar woorden, elken schijn van die ‘weeheid' mijden, wilde ze dat hij haar werk lezen en waardeeren zou.

En als ze er geld mee verdiende, zou ze het besteden aan dingen, die hij mooi vond, misschien kon ze er het oude beeldje waar hij al weken naar loerde, maar dat hij wat duur vond, voor koopen! Dat voornemen moest ze hem dadelijk vertellen. Of wilde hij liever een reisje maken? Hij lachte om haar voorbarigheid en weigerde plagend haar te zeggen wat hij het liefste wilde -, ze moest dat luchtkasteelen-bouwen maar eens afleeren. Ina voelde een zwakke ontstemming om zijn toon van vaderlijk beter-weten. Iets van haar opgewektheid trok uit haar weg -, maar ze vergat het en leefde weer op, terwijl ze, over zijn stoel gebogen, nu en dan met de lippen zijn haar beroerend, hem de portretten toonde en ze samen erom lachten. Toch was ze opnieuw weer teleurgesteld, toen hij het portretje van haar ouders met een spottend ‘aandoenlijk' naast zich legde. Zij nam het weer op. ‘Vind je er werkelijk niet iets liefs in, Egbert?' ijverde zij schuchter.

‘Ik bedoel, omdat het menschen zijn van een vorig geslacht, voor wie die dingen toch heel ernstig en heel gewichtig waren.' ‘Och jawel -, maar in het algemeen voel ik zoo weinig voor familie en heelemaal niets voor portretten.' ‘Ook niet voor mijn portret?' Ze ging voor zijn knieën staan en greep schertsend zijn handen, en keek hem lachend met een blinkenden blik in de oogen, ineens verlangend hem zoo te bekoren, dat hij niet zou durven, niet zou kunnen zeggen, dat hij om haar portret niet gaf. En ze zag zichzelf als in een spiegel en voelde voor dat zoo vaak aanschouwde ‘zelf' een verliefde verteedering -, vast verwachtend, dat hij meevoelen zou en antwoorden met een vleierij. Ze vroeg het hem zoo duidelijk, voelde ze zelf, als was het met woorden, maar hij verstond het niet en antwoordde kalm ‘zelfs niet voor jouw portret'. Ze liet zijn handen vallen en keerde zich snel af -, hij mocht niet zien dat ze van teleurstelling en schaamte bijna schreide. Hij had haar in haar eigen oog belachelijk gemaakt, klein, kinderachtig, vernederd -, het was duldeloos en ze mocht het zelfs niet toonen, omdat hij het niet begreep, omdat hij haar gekrenktheid redeloos en haar dàn pas goed belachelijk zou vinden. Wat een ellendig gevoel was dat; ze stond voor het raam en tuurde naar buiten zonder iets te zien. Nu had hij het toch gemerkt en kwam naar haar toe. ‘Is Hare Majesteit weer niet genoeg bewierookt? Kan Hare Majesteit de nuchtere waarheid weer niet verdragen?' Ze antwoordde niet, hield met moeite haar tranen terug -, ze kon niet, ze wilde niet over deze dingen twisten -, het was zoo smakeloos. Ze schokte even met de schouders en keerde zich niet om. Ging hij nu van haar weg en moest ze hier blijven staan, met dat bittere brok in de keel? Maar plotseling voelde ze zijn armen om haar schouders, hij trok haar naar zich toe. ‘Kom, malle meid, stel je niet aan. Wat wil je vanmiddag na vijven doen? kom je me halen om te wandelen of blijf je liever hier wat werken?' Ze stond willoos tegen hem aangeleund, keek nog steeds gedachteloos uit het raam; haar felheid zakte, haar toorn was uitgebluscht -, doch alles in haar lag nu zoo aschvaal en stil. ‘Ik zal nog wel zien,' zei ze dof. Ze liep van het raam weg en ging op een stoel in den hoek naast de boekenkast zitten, het hoofd tegen het beschot. Hij merkte niets van haar doodelijke verslagenheid, het gaf haar een gevoel van kille teleurstelling, maar ook van verluchting: de oorzaak was immers om niet te bekennen kinderachtig. Egbert was naar beneden gegaan, ze hoorde hem zacht fluiten en neuriën -, de kamer was stil in het doffe namiddaglicht, de wereld leek als aan haar voeten in te krimpen, graúw en onherbergzaam als een woestijn te worden -, maar daar kwam hij zingend de trap weer op, zoo argeloos en blij, haar ontstemming van zooeven al weer vergeten - en plotseling schaamde zij zich om dat grillig, onredelijk wisselen van haarstemmingen, tegenover zijn onverstoorbare, gelijkmatige opgewektheid. Hij stond in kracht en rust en hoogheid toch wel ver boven haar, die van elk klein ding afhankelijk was voor haar rust en evenwicht en geluk. Naast haar lagen wat boeken tegen de kast gestapeld, ze nam er op goed geluk een van op. ‘Egbert, hoe kom je aan “Die Waffen nieder?” Hoe vind je het?' ‘Dat ding? O, dat is nog uit de dagen dat Geerte dweepte met “Vredes-Bertha.”' ‘Noemen ze haar zoo? Wat grappig! Maar het boek -, het boek zelf -, wat denk je, zou zoo iets nu werkelijk niet eenigen invloed hebben?' Hij lachte. ‘De menschen, die over oorlog en vrede te beschikken hebben, lezen zulke boekjes niet, beste meid, en als ze het doen, dan lachen ze erom. En daar hebben ze eigenlijk groot gelijk in. Al dat geschreeuw en geschrijf, precies kinderen die in een brand staan te blazen -, even onnoozel en met de “êelste” bedoelingen even belachelijk.' ‘Maar ze zeggen toch, dat door de “Negerhut” de slavernij is afgeschaft.' ‘Ze zeggen zooveel! Er zal nog wel een kleinigheid meer aan te pas zijn gekomen, beste kind! Ik geloof gewoonlijk niet zoo heel veel van dergelijke verhaaltjes.' ‘Dus je gelooft dan ook niet in den invloed van zoo iemand als bijvoorbeeld Tolstoï?' ‘Eerlijk gezegd -, een bitter klein beetje! En onder ons gesproken, hou ik hem eigenlijk voor een grooten kwakzalver.' ‘Hij wordt toch erg bewonderd,' zei Ina zacht. ‘Ja, schat, dat kan wel -, maar je verwacht toch, hoop ik, niet, dat die algemeene bewondering eenigen indruk op mij zal maken?' Hij had intusschen zijn schoenen aangetrokken en zag nu ineens het bundeltje boeken dat Ina had meegebracht. ‘Laat eens kijken! Komaan, dat is al uit een héél oude doos, hoor! Werner... en Ebers... en de geliefde Loti en zoo waar ook onze onvolprezen Camera!' Ina nam hem zacht het boek uit de hand en bladerde erin. ‘Ken je “'s Winters Buiten”? Dat vind ik een van de mooiste stukken - het is zoo vredig, zoo zacht-gemoedelijk, ook heel mooi van stemming, vind ik. Zal ik het je eens voorlezen, vanavond of zoo?' Egbert maakte een grappig wanhoopsgebaar. ‘Om 's Hemels wil -, beste meisje, spaar me! Laat die drinkbeker... je weet ik val onherroepelijk bij voorlezen in slaap. En bovendien vrees ik, dat dit niet aan mij besteed zou zijn. Een beetje zoet - naar mijn smaak. Maar weet je wat -, alsje eigen stukje klaar is- dàt mag je me voorlezen. Goed? En nu moet ik weg en ik zie je wel om vijf uur. Tenzij je natuurlijk blijft werken.' Maar Ina werkte dien middag niet, ze zat slap en lusteloos -, de uren kropen en haar eenig vooruitzicht, eerst flauw en ver, dan naderbij komend en oplevend, was voor dien dag de wandeling met Egbert -, ze was blij toen het vijf uur was en ze hem kon gaan halen. Toen ze in het donker naast elkaar liepen, vertelde ze hem dat ze niet had kunnen werken, dat het slappe, doffe Novemberweer haar stellig ongedurig en rusteloos maakte en ze vroeg hem of hij geduld wilde hebben en niet boos worden, wanneer ze eens wat prikkelbaar en kinderachtig was. Egbert was edelmoedig en beloofde dat hij geduld hebben zou en niet boos worden.


Hoofdstuk 2 Deel 2 - 3 Chapter 2 Part 2 - 3 Bölüm 2 Kısım 2 - 3

Aan tafel vertelde ze hem van haar hoop, dat ze weldra haar verhaal zou kunnen omwerken en voltooien - en hij schertste over haar toekomstige grootheid en hoe gewichtig zij zich dan zou voelen, als ze eenmaal was gedrukt. En la mesa, ella le habló de sus esperanzas de que pronto podría editar y completar su historia, y él bromeó sobre su futura grandeza y lo importante que se sentiría una vez impresa. Ze dacht er toch wel aan, het papier aan één kant te beschrijven? Pensó en escribir en un lado del papel, ¿no? En kon ze proeven corrigeeren? ¿Y podría corregir las pruebas? Het leerde gauw genoeg en hij zou haar wel helpen ook! ¡Aprendió muy pronto y él también la ayudaría! Terwijl hij sprak, voelde ze een wroeging om den jongen, bijna een drang om de oorzaak van haar vernieuwden werklust, haar opgewektheid op te biechten, maar ze bedwong die uit voorzichtigheid. Mientras él hablaba, ella sintió remordimiento por el muchacho, casi un impulso de confesar su alegría a la causa de su renovado entusiasmo por el trabajo, pero se contuvo por prudencia. ‘En waar loopt de historie over?' "¿Y de qué trata la historia?" vroeg Egbert op zijn gewonen luchtig-neerbuigenden belangstellenden toon. preguntó Egbert en su habitual tono aireado y condescendiente. Ina bloosde en antwoordde verward, dat hij maar wachten moest tot het gedrukt was -, ze voelde dat ze het hem niet zou durven, niet zou kunnen vertellen. Ina se sonrojó y respondió confundida que debería esperar hasta que se imprimiera; sintió que no se atrevería, que no podría decírselo. Hij vond alles dadelijk immers wee en dweperig en onecht en aanstellerig -, alles dat overgevoelig was en week en vroom. Después de todo, inmediatamente encontró todo lo patético y entusiasta y falso y cariñoso, todo lo que era hipersensible y suave y piadoso. Hij zou wel gelijk hebben en dat zij het nog niet geheel meevoelen kon, kwam door haar ‘groen'-heid. Tendría razón, y el hecho de que ella no pudiera simpatizar completamente era por su 'verdor'. Daarom moest ze nu zelf vooral ook heel omzichtig zijn in de keus van haar woorden, elken schijn van die ‘weeheid' mijden, wilde ze dat hij haar werk lezen en waardeeren zou. Por eso ella misma tenía que tener mucho cuidado en la elección de las palabras, evitando cualquier apariencia de esa 'enfermedad', si quería que él leyera y apreciara su trabajo.

En als ze er geld mee verdiende, zou ze het besteden aan dingen, die hij mooi vond, misschien kon ze er het oude beeldje waar hij al weken naar loerde, maar dat hij wat duur vond, voor koopen! Y si ganaba dinero con eso, lo gastaría en cosas que a él le gustaban, tal vez podría comprar la vieja figurita que él había estado observando durante semanas, ¡pero pensaba que era un poco cara! Dat voornemen moest ze hem dadelijk vertellen. Tenía que decirle esa intención de inmediato. Of wilde hij liever een reisje maken? ¿O preferiría hacer un viaje? Hij lachte om haar voorbarigheid en weigerde plagend haar te zeggen wat hij het liefste wilde -, ze moest dat luchtkasteelen-bouwen maar eens afleeren. Él se rió de su precipitación y en broma se negó a decirle lo que más deseaba: que debería olvidar que construye castillos en el aire. Ina voelde een zwakke ontstemming om zijn toon van vaderlijk beter-weten. Ina sintió una leve consternación por su tono paternal de mejor conocimiento. Iets van haar opgewektheid trok uit haar weg -, maar ze vergat het en leefde weer op, terwijl ze, over zijn stoel gebogen, nu en dan met de lippen zijn haar beroerend, hem de portretten toonde en ze samen erom lachten. Algo de su alegría la abandonó, pero lo olvidó y revivió, mientras, inclinándose sobre su silla, de vez en cuando sus labios rozando su cabello, le mostraba los retratos y se reían juntos. Toch was ze opnieuw weer teleurgesteld, toen hij het portretje van haar ouders met een spottend ‘aandoenlijk' naast zich legde. Sin embargo, volvió a sentirse decepcionada cuando él puso el retrato de sus padres junto a él con un 'toque' burlón. Zij nam het weer op. Ella lo tomó de nuevo. ‘Vind je er werkelijk niet iets liefs in, Egbert?' "¿No te gusta mucho, Egbert?" ijverde zij schuchter. ella engatusó tímidamente.

‘Ik bedoel, omdat het menschen zijn van een vorig geslacht, voor wie die dingen toch heel ernstig en heel gewichtig waren.' “Quiero decir, porque son personas de una generación anterior, para quienes esas cosas eran muy serias y muy importantes”. ‘Och jawel -, maar in het algemeen voel ik zoo weinig voor familie en heelemaal niets voor portretten.' "Oh, sí, pero en general no siento mucho por la familia y no me gustan los retratos en absoluto". ‘Ook niet voor mijn portret?' "¿Ni siquiera para mi retrato?" Ze ging voor zijn knieën staan en greep schertsend zijn handen, en keek hem lachend met een blinkenden blik in de oogen, ineens verlangend hem zoo te bekoren, dat hij niet zou durven, niet zou kunnen zeggen, dat hij om haar portret niet gaf. Se puso de pie ante sus rodillas y bromeando tomó sus manos, y sonrió y lo miró a los ojos con una mirada reluciente, deseando repentinamente encantarlo tanto que él no se atrevería, no podría decir, que no le importaba su retrato. En ze zag zichzelf als in een spiegel en voelde voor dat zoo vaak aanschouwde ‘zelf' een verliefde verteedering -, vast verwachtend, dat hij meevoelen zou en antwoorden met een vleierij. Y se vio a sí misma como en un espejo, y sintió por ese "yo" que tantas veces contemplaba un afecto amoroso, esperando seguramente que él simpatizaría y respondería con una adulación. Ze vroeg het hem zoo duidelijk, voelde ze zelf, als was het met woorden, maar hij verstond het niet en antwoordde kalm ‘zelfs niet voor jouw portret'. Ella le preguntó con tanta claridad, se sintió a sí misma, como en palabras, pero él no entendió y respondió con calma, "ni siquiera para tu retrato". Ze liet zijn handen vallen en keerde zich snel af -, hij mocht niet zien dat ze van teleurstelling en schaamte bijna schreide. Ella soltó sus manos y rápidamente se alejó, él no podía verla casi llorando de decepción y vergüenza. Hij had haar in haar eigen oog belachelijk gemaakt, klein, kinderachtig, vernederd -, het was duldeloos en ze mocht het zelfs niet toonen, omdat hij het niet begreep, omdat hij haar gekrenktheid redeloos en haar dàn pas goed belachelijk zou vinden. Él la había ridiculizado ante sus propios ojos, pequeña, infantil, humillada -, era impaciente y ni siquiera se le permitía demostrarlo, porque él no entendía, porque encontraría su dolor irrazonable y solo entonces realmente ridículo. Wat een ellendig gevoel was dat; ze stond voor het raam en tuurde naar buiten zonder iets te zien. Qué sentimiento tan miserable fue ese; se paró en la ventana y se asomó sin ver nada. Nu had hij het toch gemerkt en kwam naar haar toe. Ahora él se había dado cuenta y se acercó a ella. ‘Is Hare Majesteit weer niet genoeg bewierookt? ¿No se ha vuelto a enfurecer lo suficiente Su Majestad? Kan Hare Majesteit de nuchtere waarheid weer niet verdragen?' ¿No puede Su Majestad soportar la sobria verdad de nuevo? Ze antwoordde niet, hield met moeite haar tranen terug -, ze kon niet, ze wilde niet over deze dingen twisten -, het was zoo smakeloos. Ella no respondió, contuvo las lágrimas a duras penas, no podía, no quería discutir sobre estas cosas, era tan insípido. Ze schokte even met de schouders en keerde zich niet om. Ella sacudió un poco los hombros y no se dio la vuelta. Ging hij nu van haar weg en moest ze hier blijven staan, met dat bittere brok in de keel? ¿Se estaba alejando ahora de ella y ella tenía que quedarse allí, con ese amargo nudo en la garganta? Maar plotseling voelde ze zijn armen om haar schouders, hij trok haar naar zich toe. ‘Kom, malle meid, stel je niet aan. 'Vamos, niña tonta, no seas idiota. Wat wil je vanmiddag na vijven doen? ¿Qué quieres hacer esta tarde después de las cinco? kom je me halen om te wandelen of blijf je liever hier wat werken?' ¿Vienes a buscarme para dar un paseo o prefieres quedarte aquí y trabajar un poco? Ze stond willoos tegen hem aangeleund, keek nog steeds gedachteloos uit het raam; haar felheid zakte, haar toorn was uitgebluscht -, doch alles in haar lag nu zoo aschvaal en stil. Ella se apoyó contra él sin poder hacer nada, todavía mirando sin pensar por la ventana; su fiereza disminuyó, su ira se extinguió, pero todo en ella ahora estaba tan pálido y quieto. ‘Ik zal nog wel zien,' zei ze dof. "Ya veré", dijo ella con voz apagada. Ze liep van het raam weg en ging op een stoel in den hoek naast de boekenkast zitten, het hoofd tegen het beschot. Se apartó de la ventana y se sentó en una silla en el rincón junto a la librería, con la cabeza apoyada en el tabique. Hij merkte niets van haar doodelijke verslagenheid, het gaf haar een gevoel van kille teleurstelling, maar ook van verluchting: de oorzaak was immers om niet te bekennen kinderachtig. Él no se dio cuenta de su derrota mortal, le dio una sensación de fría decepción, pero también de alivio: después de todo, la causa era innegablemente infantil. Egbert was naar beneden gegaan, ze hoorde hem zacht fluiten en neuriën -, de kamer was stil in het doffe namiddaglicht, de wereld leek als aan haar voeten in te krimpen, graúw en onherbergzaam als een woestijn te worden -, maar daar kwam hij zingend de trap weer op, zoo argeloos en blij, haar ontstemming van zooeven al weer vergeten - en plotseling schaamde zij zich om dat grillig, onredelijk wisselen van haarstemmingen, tegenover zijn onverstoorbare, gelijkmatige opgewektheid. Egbert había bajado las escaleras, ella lo escuchó silbar y tararear suavemente -, la habitación estaba en silencio en la penumbra de la tarde, el mundo parecía encogerse a sus pies, volverse gris e inhóspito como un desierto -, pero aquí venía él cantando escaleras otra vez, tan crédula y alegre, olvidando su consternación de hace un momento—y de pronto se avergonzó de ese caprichoso, irrazonable cambio de humor, frente a su imperturbable, incluso jovial. Hij stond in kracht en rust en hoogheid toch wel ver boven haar, die van elk klein ding afhankelijk was voor haar rust en evenwicht en geluk. Él estaba muy por encima de ella en fuerza, tranquilidad y majestuosidad, quien dependía de cada pequeña cosa para su paz, equilibrio y felicidad. Naast haar lagen wat boeken tegen de kast gestapeld, ze nam er op goed geluk een van op. A su lado había algunos libros apilados contra el armario, tomó uno de ellos al azar. ‘Egbert, hoe kom je aan “Die Waffen nieder?” Hoe vind je het?' 'Egbert, ¿de dónde sacaste "Die Waffen nieder"? ¿Te gusta eso?' ‘Dat ding? O, dat is nog uit de dagen dat Geerte dweepte met “Vredes-Bertha.”' ‘Noemen ze haar zoo? Oh, eso es de los días en que Geerte deliraba sobre 'Peace-Bertha'”. “¿Es así como la llaman? Wat grappig! ¡Qué divertido! Maar het boek -, het boek zelf -, wat denk je, zou zoo iets nu werkelijk niet eenigen invloed hebben?' Pero el libro, el libro en sí, ¿qué piensas? ¿Algo así no tendría realmente alguna influencia? Hij lachte. ‘De menschen, die over oorlog en vrede te beschikken hebben, lezen zulke boekjes niet, beste meid, en als ze het doen, dan lachen ze erom. 'La gente que tiene que disponer de la guerra y la paz no lee esos libros, querida niña, y cuando lo hacen, se ríen de ellos. En daar hebben ze eigenlijk groot gelijk in. Y en realidad tienen razón en eso. Al dat geschreeuw en geschrijf, precies kinderen die in een brand staan te blazen -, even onnoozel en met de “êelste” bedoelingen even belachelijk.' Todos esos gritos y escritos, como niños que encienden un fuego, igual de tontos y ridículos con las intenciones 'más viles'. ‘Maar ze zeggen toch, dat door de “Negerhut” de slavernij is afgeschaft.' "Pero dicen que la esclavitud fue abolida a través de la 'Cabaña Negra'". ‘Ze zeggen zooveel! '¡Dicen tanto! Er zal nog wel een kleinigheid meer aan te pas zijn gekomen, beste kind! ¡Debe haber habido un poco más que eso, querida niña! Ik geloof gewoonlijk niet zoo heel veel van dergelijke verhaaltjes.' No suelo creer tantas historias como esa. ‘Dus je gelooft dan ook niet in den invloed van zoo iemand als bijvoorbeeld Tolstoï?' "¿Entonces no crees en la influencia de alguien como Tolstoi?" ‘Eerlijk gezegd -, een bitter klein beetje! 'Francamente, ¡un poco amargo! En onder ons gesproken, hou ik hem eigenlijk voor een grooten kwakzalver.' Y hablando entre nosotros, creo que es un gran charlatán. ‘Hij wordt toch erg bewonderd,' zei Ina zacht. "Él es muy admirado", dijo Ina en voz baja. ‘Ja, schat, dat kan wel -, maar je verwacht toch, hoop ik, niet, dat die algemeene bewondering eenigen indruk op mij zal maken?' —Sí, querida, puedes... pero espero que no esperes que la admiración general me impresione. Hij had intusschen zijn schoenen aangetrokken en zag nu ineens het bundeltje boeken dat Ina had meegebracht. Mientras tanto, se había puesto los zapatos y ahora, de repente, vio el paquete de libros que Ina había traído con ella. ‘Laat eens kijken! '¡Vamos a ver! Komaan, dat is al uit een héél oude doos, hoor! Vamos, eso es de una caja muy antigua, ¿sabes? Werner... en Ebers... en de geliefde Loti en zoo waar ook onze onvolprezen Camera!' Werner... y Ebers... y la querida Loti, ¡y así fue nuestra cámara insuperable! Ina nam hem zacht het boek uit de hand en bladerde erin. Ina tomó suavemente el libro de su mano y lo hojeó. ‘Ken je “'s Winters Buiten”? ¿Conoces 'In Winters Buiten'? Dat vind ik een van de mooiste stukken - het is zoo vredig, zoo zacht-gemoedelijk, ook heel mooi van stemming, vind ik. Creo que es una de las piezas más hermosas: es tan pacífica, tan bondadosa, también de muy buen humor, creo. Zal ik het je eens voorlezen, vanavond of zoo?' ¿Te lo leo esta noche o algo así? Egbert maakte een grappig wanhoopsgebaar. Egbert hizo un divertido gesto de desesperación. ‘Om 's Hemels wil -, beste meisje, spaar me! ¡Por el amor de Dios, querida niña, perdóname! Laat die drinkbeker... je weet ik val onherroepelijk bij voorlezen in slaap. Deja esa copa... sabes que me duermo irremediablemente al leer. En bovendien vrees ik, dat dit niet aan mij besteed zou zijn. Y además, me temo que esto no sería para mí. Een beetje zoet - naar mijn smaak. Maar weet je wat -, alsje eigen stukje klaar is- dàt mag je me voorlezen. Pero sabes qué, cuando tu propia pieza esté lista, puedes leerme eso. Goed? En nu moet ik weg en ik zie je wel om vijf uur. Tenzij je natuurlijk blijft werken.' A menos, por supuesto, que sigas trabajando. Maar Ina werkte dien middag niet, ze zat slap en lusteloos -, de uren kropen en haar eenig vooruitzicht, eerst flauw en ver, dan naderbij komend en oplevend, was voor dien dag de wandeling met Egbert -, ze was blij toen het vijf uur was en ze hem kon gaan halen. Pero Ina no trabajó esa tarde, se sentó inerte y apática; las horas se deslizaron y su única perspectiva, débil y distante al principio, luego acercándose y reviviendo, era la caminata con Egbert para ese día; se alegró cuando eran las cinco. en punto y ella podría ir a buscarlo. Toen ze in het donker naast elkaar liepen, vertelde ze hem dat ze niet had kunnen werken, dat het slappe, doffe Novemberweer haar stellig ongedurig en rusteloos maakte en ze vroeg hem of hij geduld wilde hebben en niet boos worden, wanneer ze eens wat prikkelbaar en kinderachtig was. Mientras caminaban uno al lado del otro en la oscuridad, ella le dijo que no había podido trabajar, que el clima aburrido de noviembre debía haberla inquietado e inquieto, y le pidió que tuviera paciencia y no se enojara cuando ella se puso un poco irritable e infantil. Egbert was edelmoedig en beloofde dat hij geduld hebben zou en niet boos worden. Egbert fue generoso y prometió ser paciente y no enfadarse.