×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.


image

De Pleintjes - Antwerp, The City of Game (documentaire), De Pleintjes - Antwerp, The City Game - full documentary (2)

geen gsm, geen Facebook, geen Twitter...

geen computer.

Je vrije tijd bracht je op het pleintje door.

Je leert vooral verliezen op een plein. Je leert omgaan met teleurstellingen.

En zo word je een kampioen. Kijk naar Karim.

Ik heb hem heel vaak vernederd op het pleintje.

Grote meneer geworden later, hè. Je hebt dat gezien.

1m84. - Ja, voilà.

Amar...

Lomp, lomp, lomp.

We zijn de betere ploeg. We spelen ze van het kastje naar de muur

en we maken het niet af. We maken het niet af. Dat is het verschil.

En dan komen ze met zo'n flutgoal, een vrije trap.

Een muur staat nooit met zijn benen open. Nooit.

Voeten dicht, dat is de muur. Sta je zo, afgeweken bal door je benen, ongelukkig.

Maar dan die vijfde fout, Amar.

2-2 in de finale. Wat hebben we al honderd keer gezegd? Doe dat niet.

En toch doe jij dat. Kom op, in de tweede helft knok je je weer in de wedstrijd

en we sleuren ons er weer door. Dat is het verschil.

Ik heb ons voor de match... Woensdag heb ik ons daarop attent gemaakt.

Die foutenlast kan onze dood worden.

We creëren enorm veel kansen. We moeten ze alleen binnen schieten.

Binnen sjotten, daar draait het om.

In de tweede helft gaan we ze binnen sjotten, pakken we die.

Amar, jij start die tweede helft. Kom op, kop op, er is niks gebeurd.

Ik ben Sabrine Fellouss van het Elisabethpleintje

en ik speel voetbal bij Kras Antwerpen.

Als je denkt dat meisjes niet kunnen voetballen, kom dan maar 's af.

Wij woonden daar en wij staken gewoon over,

of we liepen weg van onze ouders, en kwamen hier spelen.

We zijn hier op het Sint-Elisabethplein,

het plein waar ik voor het eerst heb gevoetbald.

Soms stiekem, want vader had niet graag dat we hier speelden,

omdat hier heel veel zatlappen zaten.

Soms werd het wat gevaarlijk, als ze drugs gebruikten.

Als moeder boodschappen ging doen of zo en we mochten niet naar buiten,

dan gingen wij even buiten spelen.

We wisten ongeveer wanneer ze terug zou zijn. 10 à 15 minuten spelen

en terug naar binnen.

Hier hebben we veel basisdingen geleerd, zoals de bal passen, gewoon passen,

trappen op doel... We hadden geen doel, gewoon tussen de paaltjes.

Vooral heel sterk zijn in het duel, schouderduwtjes...

We moesten soms echt ruzie maken om te mogen meedoen, omdat...

De jongens zeiden: 'Jullie zijn meisjes en kunnen niet voetballen.'

Maar door agressief mee te doen, mochten we meestal wel meedoen.

Dit plein was de enige plaats waar ik me kind kon voelen.

Thuis ook, maar meer tussen de jongeren zelf.

Echt tussen vrienden en vriendinnen, om te kunnen spelen.

Thuis heb je je zussen en je broers,

maar dat is toch anders dan met je vrienden of vriendinnen.

Ik ben Mohamed Zemmouri, steunpuntcoördinator van Kras Sport,

een sportafdeling van Kras Jeugdwerk.

Dit is hier mijn pleintje, het pleintje van De Kluis in Borgerhout.

Ze noemen me ondertussen de peetvader van de pleintjes,

omdat ik er al ongeveer 20 jaar actief ben.

Antwerpen is mijn stad. Ik heb nooit willen teruggaan.

Toen mijn ouders in '85 terugkeerden, ben ik hier gebleven als jonge snaak

die geen werk had.

Toen was het al duidelijk dat dit mijn stad ging zijn en blijven,

en ik hoop tot mijn dood.

Een straatvoetballer is iemand die zijn zin doet.

Die komt op het plein, heeft in z'n hoofd: ik ga van goal naar goal spelen

of ik ga een dribbeltje doen. Er is niemand die zegt: 'Nee, dat niet.'

Die heeft alle vrijheid om zich binnen zijn domein te ontwikkelen.

Vandaar de technische vaardigheid van die jongens.

Maar wij moeten die jongeren natuurlijk motiveren om er het beste van te maken

en ze ook duidelijk maken: wat je ook uitspookt, bij ons ben je altijd welkom.

Wij gaan proberen om je de juiste weg te wijzen.

Ik denk dat zowat iedereen in Antwerpen mijn gsm-nummer heeft.

Ik zeg altijd: ik ben een beroemdheid, maar een arme beroemdheid, geen rijke.

Zelfs als je op zondagmiddag met je vrouw rondwandelt op de Meir,

dan roepen ze soms nog: 'Zemmouri, hoe laat is er morgen training?'

Die jongeren weten echt goed wat ze willen en die pleintjes zijn belangrijk voor hen,

want als die er niet zijn, waar zouden ze dan...?

Er zijn onvoldoende sporthallen om iedereen op te vangen.

De enige uitweg zijn die pleintjes in die buurten,

want op een plein hoef je niet te reserveren.

Plus, op zo'n plein is er dikwijls een heel positieve dynamiek.

Die jongens hebben hun eigen regels.

Dikwijls wordt zo'n plein bekeken als een zootje ongeregeld,

maar dat is helemaal niet waar.

Bisthoven heeft een heel groot aandeel gehad in mijn voetbalcarrière,

is heel belangrijk geweest. Het is 'n plek waar ik veel leuke dingen heb beleefd.

Ik ben Moussa Dembélé. Ik kom van het Bisthovenplein

en ik speel voor Tottenham Hotspur in de Premier League.

Zoals je ziet, is het toch wel een beetje veranderd.

Vroeger had je alleen... Nu zie je van die goals.

Vroeger had je alleen palen hier, twee basketbalpalen.

En dat was het doel. We probeerden op de palen te trappen,

want we hadden nog geen goals.

Je was verplicht om alles uit te voetballen en een actie te maken.

Het is fijn om na zoveel jaar terug te zijn. Dat is toch wel al minstens...

zeker een paar jaar geleden.

De eerste keer dat ik hier kwam, gingen mijn ogen open.

Die gasten zijn allemaal technisch begaafd.

En daardoor wou ik ook...

Ik wou zoals zij mijn techniek een beetje ontwikkelen.

Ik probeerde bepaalde jongens een beetje na te doen, constant.

En dan probeerde ik dat stiekem bij mij thuis ook een beetje,

zodat als ik terugkwam ik een beetje met die gasten mee kon.

Straatvoetballers hebben meer vertrouwen in hun eigen skills,

zijn erg bevriend met de bal, verliefd op de bal vooral.

Je bent constant met de bal bezig, aan het voetballen.

Nu spelen jongeren dagelijks vooral op hun PlayStation, hun computer.

Bij ons wat dat vooral straatvoetbal. Bij ons was dat gewoon...

En da's een goede eigenschap, als je de bal zoveel mogelijk wil hebben

en als je er iets mee kan doen.

In de zomer was ik hier gewoon dagelijks.

Dat zorgt voor leuke herinneringen.

Op een gegeven moment moesten de lichten uit en belden ze de politie.

En dan verstopten we ons even, zaten we even te praten.

Als de politie weg was weer voetballen. Weer de politie, en zo...

Dat was wel grappig.

Dat was wel tof. Mijn jeugd was goed.

De sfeer, vooral... Dat was veel praten.

Dat was veel proberen om onder iemand zijn huid te raken, van:

we gaan jullie afmaken of wat dan ook, van die dingen.

Maar het pleintje was wel scherp. Dat was echt...

Dat was niet zomaar even vrienden. Iedereen wou winnen.

En daarna kon je spreken. Dat irriteerde je wel heel de dag...

Dat was wel lastig. Je wou sowieso winnen.

Ik heb van sommige jongeren vernomen dat ze graag zouden willen

dat dit plein naar hem wordt genoemd, als dat kan.

Voor mij is dat niet essentieel. Er zijn echt wel...

ongelofelijke spelers uit die tijd die echt goed waren

en die meer verdienen dan ik dat de plek naar hen wordt vernoemd.

Maar het is altijd leuk als dat...

Voor mij persoonlijk is dat wel mooi.

Saïd is een samenvatting van verschillende Saïds.

Dat zijn de verschillende sociale rollen die ik moet invullen.

Als oudste broer thuis, als beste vriend van mijn maat,

als jeugdwerker. Nu ga ik naar een zaal waar ik rapper ben.

Dat zijn allemaal rollen die ik moet invullen

Maar toch, dat is... Dat is Saïd. Wie is Saïd?

Saïd is één van de grootste strijders van Antwerpen.

Het is niet omdat we bruin zijn of Marokkaan of moslim

dat we niets kunnen betekenen in de samenleving.

Je moet zijn wie je wil zijn.

Heb je iets, een talent, ontplooi dat. Het is geen taboe meer om jezelf te zijn,

om een column te schrijven, je mening te verkondigen.

Waarom? Dat werd ons thuis bijgebracht. We moeten stil zijn. We wonen in hun land.

Nee, sorry, we wonen niet in hun land. Dat is ook mijn land.

Alles goed, jongen?

Alles goed, jongen?

Ga je pas halen. Als je die laat zien, mag je binnen.

Oké, maar ik ga mijn pas niet halen. - Nee, ga gewoon je pas halen.

Da's gewoon verantwoordelijkheid. Da's nodig.

Dit is niet zomaar een bende artiesten bij elkaar, maar één grote familie.

Ook al lijkt het niet zo, dat is gewoon zo. We kijken allemaal boos.

Zoals hij. Of hij nu wil of niet, hij blijft boos kijken.

Hij is boos op de maatschappij.

Dit is allemaal... Het is geacteerd.

Dat zijn actiefilmpjes. Da's niet echt.

Da's echt.Real life. - Da's niet echt. Acteren.

We zijn sowieso niks gewend.

Show, geef maar show.

Die gast heeft geen papieren. Geen papieren.

Favela's.

Kogelgaten. Allemaal kogelgaten.

Da's geacteerd.

Wij kwamen hier sjotten, Marokko-Turkije,

met een kapitein met de Belgische nationaliteit.

Voor een cola kwamen wij hier spelen tegen de Turken.

Een match sjotten straks? - Gaan jullie mee sjotten voor de tv?

Dat is de toekomst van het Belgische voetbal. Hier zitten de talenten.

Wie is de beste van jullie? - Hier is de kleine Messi.

Wie is de beste? - Hij, hij, hij.

Nee, ik. - Hij?

Nee, ik. Nee, ik, ik, ik.

Het plein blijft een deel van je, omdat je hier zoveel tijd hebt doorgebracht.

10, 15, 20 jaar, soms zelfs langer.

Dat blijft een deel van je herinnering. Je blijft er een soort liefde voor koesteren.

In dat opzicht voelt het wel aan alsof dat plein een deel van jou is.

Matthias Schoenaerts, Turks Park, Antwerpen Zuid.

Gaan we een match spelen? Oké.

Jullie vieren, bij Matthias. En jullie vieren bij mij.

Komaan, mes tussen de tanden. En niet verliezen, anders straftraining.

En ik zal ondertussen de eerste goal maken. Eén-nul al.

Wie gaat winnen? - Wij.

Ondertussen was het al 1-0.

Matthias heeft altijd kunnen voetballen. Vooral veel karakter en temperament.

Ik denk dat dat ook wel een sterkte van hem is geweest,

ook in het leven dat hij tot hiertoe heeft geleid.

Wie weet, als hij voluit voor het voetbal had gekozen en er voluit voor was gegaan,

had hij met misschien ook wel kunnen maken in het voetbal.

Voetbal is veel te leuk, hè. Dan verdwijnt alles.

Meestal ben ik niet zo rustig. Ik blijf kalm omdat de tv erbij is.

Ik moet toch een goede indruk... - Normaal tackelt hij door.

Voetbal is een heerlijk spelletje. Da's fantastisch, want voetbal...

geeft heel veel toekomstperspectief aan die jonge mensen.

Ik ben nooit echt ambitieus geweest in voetbal. Ik deed dat heel graag,

maar ik had nooit de ambitie om profvoetballer te worden.

Tot ik op het punt stond om profvoetballer te worden,

dan ben ik dichtgeklapt en ben ik gestopt

en ben ik eigenlijk op het laagste niveau gaan voetballen.

Ik speelde op het hoogste en ben op het allerlaagste gaan voetballen

met vrienden, caféclubs.

Da's al voor de film.

Goeie bal, Karim.

Ikzelf en vooral mijn vrouw hebben niet graag

dat mijn zoon op de pleintjes gaat rondhangen, omdat dat ook weer...

Ze hoort van: als je zoon te veel op straat rondhangt,

dan gaat hij op het slechte pad kunnen raken.

Dat gevaar zit er natuurlijk ook in. Daar mag je ook niet blind voor zijn.

Je kan wel slechte vrienden maken en een bepaalde weg op gaan,

maar ik vind nog altijd, en dat is echt mijn volste overtuiging,

dat een kind ook wel een weg moet zoeken.

Je kan het wel in een bepaalde richting sturen, maar uiteindelijk...

Je kan ze overbeschermen, maar dan kan het nog fout lopen.

Ik denk dat een kind zelf zijn weg moet zoeken.

Durven tackelen.

Die buurten worden altijd gedemoniseerd of in een slecht daglicht gesteld,

afgeschilderd als gevaarlijk of wat dan ook.


geen gsm, geen Facebook, geen Twitter...

geen computer.

Je vrije tijd bracht je op het pleintje door.

Je leert vooral verliezen op een plein. Je leert omgaan met teleurstellingen.

En zo word je een kampioen. Kijk naar Karim.

Ik heb hem heel vaak vernederd op het pleintje.

Grote meneer geworden later, hè. Je hebt dat gezien.

1m84. - Ja, voilà.

Amar...

Lomp, lomp, lomp.

We zijn de betere ploeg. We spelen ze van het kastje naar de muur

en we maken het niet af. We maken het niet af. Dat is het verschil.

En dan komen ze met zo'n flutgoal, een vrije trap.

Een muur staat nooit met zijn benen open. Nooit.

Voeten dicht, dat is de muur. Sta je zo, afgeweken bal door je benen, ongelukkig.

Maar dan die vijfde fout, Amar.

2-2 in de finale. Wat hebben we al honderd keer gezegd? Doe dat niet.

En toch doe jij dat. Kom op, in de tweede helft knok je je weer in de wedstrijd

en we sleuren ons er weer door. Dat is het verschil.

Ik heb ons voor de match... Woensdag heb ik ons daarop attent gemaakt.

Die foutenlast kan onze dood worden.

We creëren enorm veel kansen. We moeten ze alleen binnen schieten.

Binnen sjotten, daar draait het om.

In de tweede helft gaan we ze binnen sjotten, pakken we die.

Amar, jij start die tweede helft. Kom op, kop op, er is niks gebeurd.

Ik ben Sabrine Fellouss van het Elisabethpleintje

en ik speel voetbal bij Kras Antwerpen.

Als je denkt dat meisjes niet kunnen voetballen, kom dan maar 's af.

Wij woonden daar en wij staken gewoon over,

of we liepen weg van onze ouders, en kwamen hier spelen.

We zijn hier op het Sint-Elisabethplein,

het plein waar ik voor het eerst heb gevoetbald.

Soms stiekem, want vader had niet graag dat we hier speelden,

omdat hier heel veel zatlappen zaten.

Soms werd het wat gevaarlijk, als ze drugs gebruikten.

Als moeder boodschappen ging doen of zo en we mochten niet naar buiten,

dan gingen wij even buiten spelen.

We wisten ongeveer wanneer ze terug zou zijn. 10 à 15 minuten spelen

en terug naar binnen.

Hier hebben we veel basisdingen geleerd, zoals de bal passen, gewoon passen,

trappen op doel... We hadden geen doel, gewoon tussen de paaltjes.

Vooral heel sterk zijn in het duel, schouderduwtjes...

We moesten soms echt ruzie maken om te mogen meedoen, omdat...

De jongens zeiden: 'Jullie zijn meisjes en kunnen niet voetballen.'

Maar door agressief mee te doen, mochten we meestal wel meedoen.

Dit plein was de enige plaats waar ik me kind kon voelen.

Thuis ook, maar meer tussen de jongeren zelf.

Echt tussen vrienden en vriendinnen, om te kunnen spelen.

Thuis heb je je zussen en je broers,

maar dat is toch anders dan met je vrienden of vriendinnen.

Ik ben Mohamed Zemmouri, steunpuntcoördinator van Kras Sport,

een sportafdeling van Kras Jeugdwerk.

Dit is hier mijn pleintje, het pleintje van De Kluis in Borgerhout.

Ze noemen me ondertussen de peetvader van de pleintjes,

omdat ik er al ongeveer 20 jaar actief ben.

Antwerpen is mijn stad. Ik heb nooit willen teruggaan.

Toen mijn ouders in '85 terugkeerden, ben ik hier gebleven als jonge snaak

die geen werk had.

Toen was het al duidelijk dat dit mijn stad ging zijn en blijven,

en ik hoop tot mijn dood.

Een straatvoetballer is iemand die zijn zin doet.

Die komt op het plein, heeft in z'n hoofd: ik ga van goal naar goal spelen

of ik ga een dribbeltje doen. Er is niemand die zegt: 'Nee, dat niet.'

Die heeft alle vrijheid om zich binnen zijn domein te ontwikkelen.

Vandaar de technische vaardigheid van die jongens.

Maar wij moeten die jongeren natuurlijk motiveren om er het beste van te maken

en ze ook duidelijk maken: wat je ook uitspookt, bij ons ben je altijd welkom.

Wij gaan proberen om je de juiste weg te wijzen.

Ik denk dat zowat iedereen in Antwerpen mijn gsm-nummer heeft.

Ik zeg altijd: ik ben een beroemdheid, maar een arme beroemdheid, geen rijke.

Zelfs als je op zondagmiddag met je vrouw rondwandelt op de Meir,

dan roepen ze soms nog: 'Zemmouri, hoe laat is er morgen training?'

Die jongeren weten echt goed wat ze willen en die pleintjes zijn belangrijk voor hen,

want als die er niet zijn, waar zouden ze dan...?

Er zijn onvoldoende sporthallen om iedereen op te vangen.

De enige uitweg zijn die pleintjes in die buurten,

want op een plein hoef je niet te reserveren.

Plus, op zo'n plein is er dikwijls een heel positieve dynamiek.

Die jongens hebben hun eigen regels.

Dikwijls wordt zo'n plein bekeken als een zootje ongeregeld,

maar dat is helemaal niet waar.

Bisthoven heeft een heel groot aandeel gehad in mijn voetbalcarrière,

is heel belangrijk geweest. Het is 'n plek waar ik veel leuke dingen heb beleefd.

Ik ben Moussa Dembélé. Ik kom van het Bisthovenplein

en ik speel voor Tottenham Hotspur in de Premier League.

Zoals je ziet, is het toch wel een beetje veranderd.

Vroeger had je alleen... Nu zie je van die goals.

Vroeger had je alleen palen hier, twee basketbalpalen.

En dat was het doel. We probeerden op de palen te trappen,

want we hadden nog geen goals.

Je was verplicht om alles uit te voetballen en een actie te maken.

Het is fijn om na zoveel jaar terug te zijn. Dat is toch wel al minstens...

zeker een paar jaar geleden.

De eerste keer dat ik hier kwam, gingen mijn ogen open.

Die gasten zijn allemaal technisch begaafd.

En daardoor wou ik ook...

Ik wou zoals zij mijn techniek een beetje ontwikkelen.

Ik probeerde bepaalde jongens een beetje na te doen, constant.

En dan probeerde ik dat stiekem bij mij thuis ook een beetje,

zodat als ik terugkwam ik een beetje met die gasten mee kon.

Straatvoetballers hebben meer vertrouwen in hun eigen skills,

zijn erg bevriend met de bal, verliefd op de bal vooral.

Je bent constant met de bal bezig, aan het voetballen.

Nu spelen jongeren dagelijks vooral op hun PlayStation, hun computer.

Bij ons wat dat vooral straatvoetbal. Bij ons was dat gewoon...

En da's een goede eigenschap, als je de bal zoveel mogelijk wil hebben

en als je er iets mee kan doen.

In de zomer was ik hier gewoon dagelijks.

Dat zorgt voor leuke herinneringen.

Op een gegeven moment moesten de lichten uit en belden ze de politie.

En dan verstopten we ons even, zaten we even te praten.

Als de politie weg was weer voetballen. Weer de politie, en zo...

Dat was wel grappig.

Dat was wel tof. Mijn jeugd was goed.

De sfeer, vooral... Dat was veel praten.

Dat was veel proberen om onder iemand zijn huid te raken, van:

we gaan jullie afmaken of wat dan ook, van die dingen.

Maar het pleintje was wel scherp. Dat was echt...

Dat was niet zomaar even vrienden. Iedereen wou winnen.

En daarna kon je spreken. Dat irriteerde je wel heel de dag...

Dat was wel lastig. Je wou sowieso winnen.

Ik heb van sommige jongeren vernomen dat ze graag zouden willen

dat dit plein naar hem wordt genoemd, als dat kan.

Voor mij is dat niet essentieel. Er zijn echt wel...

ongelofelijke spelers uit die tijd die echt goed waren

en die meer verdienen dan ik dat de plek naar hen wordt vernoemd.

Maar het is altijd leuk als dat...

Voor mij persoonlijk is dat wel mooi.

Saïd is een samenvatting van verschillende Saïds.

Dat zijn de verschillende sociale rollen die ik moet invullen.

Als oudste broer thuis, als beste vriend van mijn maat,

als jeugdwerker. Nu ga ik naar een zaal waar ik rapper ben.

Dat zijn allemaal rollen die ik moet invullen

Maar toch, dat is... Dat is Saïd. Wie is Saïd?

Saïd is één van de grootste strijders van Antwerpen.

Het is niet omdat we bruin zijn of Marokkaan of moslim

dat we niets kunnen betekenen in de samenleving.

Je moet zijn wie je wil zijn.

Heb je iets, een talent, ontplooi dat. Het is geen taboe meer om jezelf te zijn,

om een column te schrijven, je mening te verkondigen.

Waarom? Dat werd ons thuis bijgebracht. We moeten stil zijn. We wonen in hun land.

Nee, sorry, we wonen niet in hun land. Dat is ook mijn land.

Alles goed, jongen?

Alles goed, jongen?

Ga je pas halen. Als je die laat zien, mag je binnen.

Oké, maar ik ga mijn pas niet halen. - Nee, ga gewoon je pas halen.

Da's gewoon verantwoordelijkheid. Da's nodig.

Dit is niet zomaar een bende artiesten bij elkaar, maar één grote familie.

Ook al lijkt het niet zo, dat is gewoon zo. We kijken allemaal boos.

Zoals hij. Of hij nu wil of niet, hij blijft boos kijken.

Hij is boos op de maatschappij.

Dit is allemaal... Het is geacteerd.

Dat zijn actiefilmpjes. Da's niet echt.

Da's echt.Real life. - Da's niet echt. Acteren.

We zijn sowieso niks gewend.

Show, geef maar show.

Die gast heeft geen papieren. Geen papieren.

Favela's.

Kogelgaten. Allemaal kogelgaten.

Da's geacteerd.

Wij kwamen hier sjotten, Marokko-Turkije,

met een kapitein met de Belgische nationaliteit.

Voor een cola kwamen wij hier spelen tegen de Turken.

Een match sjotten straks? - Gaan jullie mee sjotten voor de tv?

Dat is de toekomst van het Belgische voetbal. Hier zitten de talenten.

Wie is de beste van jullie? - Hier is de kleine Messi.

Wie is de beste? - Hij, hij, hij.

Nee, ik. - Hij?

Nee, ik. Nee, ik, ik, ik.

Het plein blijft een deel van je, omdat je hier zoveel tijd hebt doorgebracht.

10, 15, 20 jaar, soms zelfs langer.

Dat blijft een deel van je herinnering. Je blijft er een soort liefde voor koesteren.

In dat opzicht voelt het wel aan alsof dat plein een deel van jou is.

Matthias Schoenaerts, Turks Park, Antwerpen Zuid.

Gaan we een match spelen? Oké.

Jullie vieren, bij Matthias. En jullie vieren bij mij.

Komaan, mes tussen de tanden. En niet verliezen, anders straftraining.

En ik zal ondertussen de eerste goal maken. Eén-nul al.

Wie gaat winnen? - Wij.

Ondertussen was het al 1-0.

Matthias heeft altijd kunnen voetballen. Vooral veel karakter en temperament.

Ik denk dat dat ook wel een sterkte van hem is geweest,

ook in het leven dat hij tot hiertoe heeft geleid.

Wie weet, als hij voluit voor het voetbal had gekozen en er voluit voor was gegaan,

had hij met misschien ook wel kunnen maken in het voetbal.

Voetbal is veel te leuk, hè. Dan verdwijnt alles.

Meestal ben ik niet zo rustig. Ik blijf kalm omdat de tv erbij is.

Ik moet toch een goede indruk... - Normaal tackelt hij door.

Voetbal is een heerlijk spelletje. Da's fantastisch, want voetbal...

geeft heel veel toekomstperspectief aan die jonge mensen.

Ik ben nooit echt ambitieus geweest in voetbal. Ik deed dat heel graag,

maar ik had nooit de ambitie om profvoetballer te worden.

Tot ik op het punt stond om profvoetballer te worden,

dan ben ik dichtgeklapt en ben ik gestopt

en ben ik eigenlijk op het laagste niveau gaan voetballen.

Ik speelde op het hoogste en ben op het allerlaagste gaan voetballen

met vrienden, caféclubs.

Da's al voor de film.

Goeie bal, Karim.

Ikzelf en vooral mijn vrouw hebben niet graag

dat mijn zoon op de pleintjes gaat rondhangen, omdat dat ook weer...

Ze hoort van: als je zoon te veel op straat rondhangt,

dan gaat hij op het slechte pad kunnen raken.

Dat gevaar zit er natuurlijk ook in. Daar mag je ook niet blind voor zijn.

Je kan wel slechte vrienden maken en een bepaalde weg op gaan,

maar ik vind nog altijd, en dat is echt mijn volste overtuiging,

dat een kind ook wel een weg moet zoeken.

Je kan het wel in een bepaalde richting sturen, maar uiteindelijk...

Je kan ze overbeschermen, maar dan kan het nog fout lopen.

Ik denk dat een kind zelf zijn weg moet zoeken.

Durven tackelen.

Die buurten worden altijd gedemoniseerd of in een slecht daglicht gesteld,

afgeschilderd als gevaarlijk of wat dan ook.