×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.


image

Zielenschemering [part 2], Hoofdstuk 15

Hoofdstuk 15

Om den zieken man was de kamer nu geworden als glas, maar ondoorzichtig. Want hij zag niet meer door de kamerwanden het heelal en het Beest: hij zag niets meer dan de kamer, maar zoo broos geheel die kamer en alle de dingen, die zij bevatte, dat het was of het àlles van glas was, de kamer, het bed en hijzelve, van glas, van broos glas, en of het alles, met een enkele beweging van ondoordachtheid breken zoû kunnen in scherven en gruis. Neen, nu opgesmeerd het Beest al zijn merg had met heerlijke likken, had het hem los- en achtergelaten uitgeput op zijn bed en hij lag, - zijn glazen lichaam lag onmachtig tot beweging, en nu hij na langen tijd open de moeilijke oogen geslagen had en zijne kamer zag om zich heen als glas, en zichzelven voelde als glas, nu wist hij, dat het Beest niet meer zoû priemen doen zijn vurende tongestralen, omdat het al àl van hem op had gevreten. Als een glazen huls lag zielloos zijn lijf neêr en hij vroeg zich af, of hij niet dood was. Hij was niet zeker, dat hij leefde. Hij zag de kamer heel stil; naast hem zat in de glazen atmosfeer van zijn kamer, een man, die scheen zoo broos van glas ook, en de man zat roerloos, - het scheen, een boek in de hand, dat hij las in de glazige schemering, die zeefde door de dichtgeduisterde kamergordijnen...

De zieke man sloot weêr de moeilijke oogen en het scheen hem toe, dat hij heel langzaam aan wegzonk, in een diepe donzen diepte, al dieper en dieper, afgrond van dons, waarin hij zonk, en steeds zonk, zonk en steeds zonk.

- - - - - - - - - -

- De koorts is bedaard, zei de militaire geneesheer. Hij slaapt.

- Is alle gevaar geweken... vroeg het bleeke vrouwtje, in de armen van haar schoonzuster.

- Ja... U zoû goed doen te rusten, mevrouw.

- Ik kan niet... ik kan niet...

- Ga slapen, Adeline, zei Constance. Ik blijf in de kamer naast Gerrit, en de verpleger let goed op.

- Voor hij insliep heeft hij een oogenblik rondgekeken, heel rustig... zei de verpleger naast het bed van Gerrit. - Ga slapen, Adeline...

- - - - - - - - - -

Hoe lang zonk in de donzen diepte de zieke man en zonk en zonk, wie wist het... Nu opende hij weêr de oogen en hij zag in de kamer wel zitten den rustigen man op een stoel aan zijn voeteneinde, waar hij zag ook staan een vrouw.

- ...Constance... murmelde de zieke man.

Zij boog zich naar hem toe.

Te glimlachen poogde hij omdat hij haar herkende, maar hij voelde zich te zwak te glimlachen.

Een andere vrouw verscheen naast de eerste: ook hij herkende haar, maar het was of zij was gestorven...

- ...Lien... murmelde de zieke man.

- Hij herkent ons, fluisterde Constance.

Hoofdstuk 15 Chapter 15

Om den zieken man was de kamer nu geworden als glas, maar ondoorzichtig. Around the sick man, the room had now become like glass, but opaque. Want hij zag niet meer door de kamerwanden het heelal en het Beest: hij zag niets meer dan de kamer, maar zoo broos geheel die kamer en alle de dingen, die zij bevatte, dat het was of het àlles van glas was, de kamer, het bed en hijzelve, van glas, van broos glas, en of het alles, met een enkele beweging van ondoordachtheid breken zoû kunnen in scherven en gruis. For he no longer saw the universe and the Beast through the walls of the room: he saw nothing more than the room, but so fragile was the whole room and all the things it contained that it was as if all of it were made of glass, the room, the bed and himself, of glass, of fragile glass, and as if, with a single movement of thoughtlessness, it might break into shards and grit. Neen, nu opgesmeerd het Beest al zijn merg had met heerlijke likken, had het hem los- en achtergelaten uitgeput op zijn bed en hij lag, - zijn glazen lichaam lag onmachtig tot beweging, en nu hij na langen tijd open de moeilijke oogen geslagen had en zijne kamer zag om zich heen als glas, en zichzelven voelde als glas, nu wist hij, dat het Beest niet meer zoû priemen doen zijn vurende tongestralen, omdat het al àl van hem op had gevreten. Nay, now that the Beast had lubricated all his marrow with delicious licks, it had loosened and left him exhausted on his bed and he lay, - his glass body lay incapable of movement, and now that after a long time he had opened the difficult eyes and saw his room around him as glass, and felt himself as glass, now he knew, that the Beast would no longer pierce his fiery tongues, because it had already eaten all of him. Als een glazen huls lag zielloos zijn lijf neêr en hij vroeg zich af, of hij niet dood was. Like a glass shell, his body lay soulless and he wondered if he was not dead. Hij was niet zeker, dat hij leefde. He was not sure, he was alive. Hij zag de kamer heel stil; naast hem zat in de glazen atmosfeer van zijn kamer, een man, die scheen zoo broos van glas ook, en de man zat roerloos, - het scheen, een boek in de hand, dat hij las in de glazige schemering, die zeefde door de dichtgeduisterde kamergordijnen... He saw the room very still; beside him, in the glass atmosphere of his room, sat a man, who seemed so frail of glass too, and the man sat motionless, - it seemed, a book in hand, which he was reading in the glassy twilight, which sifted through the closed curtains of the room....

De zieke man sloot weêr de moeilijke oogen en het scheen hem toe, dat hij heel langzaam aan wegzonk, in een diepe donzen diepte, al dieper en dieper, afgrond van dons, waarin hij zonk, en steeds zonk, zonk en steeds zonk. The sick man again closed his difficult eyes and it seemed to him that he was sinking very slowly, into a deep downy depth, deeper and deeper, abyss of down, into which he sank, and sank, sank and sank.

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

- De koorts is bedaard, zei de militaire geneesheer. - The fever has calmed down, the military doctor said. Hij slaapt. He sleeps.

- Is alle gevaar geweken... vroeg het bleeke vrouwtje, in de armen van haar schoonzuster. - Has all danger passed asked the pale female, in the arms of her sister-in-law.

- Ja... U zoû goed doen te rusten, mevrouw. - Yes... You would do well to rest, madam.

- Ik kan niet... ik kan niet... - I can't... I can't...

- Ga slapen, Adeline, zei Constance. - Go to sleep, Adeline, said Constance. Ik blijf in de kamer naast Gerrit, en de verpleger let goed op. I stay in the room next to Gerrit, and the nurse pays close attention.

- Voor hij insliep heeft hij een oogenblik rondgekeken, heel rustig... zei de verpleger naast het bed van Gerrit. - Before he fell asleep he looked around for an instant, very quietly said the nurse beside Gerrit's bed. - Ga slapen, Adeline... - Go to sleep, Adeline...

- - - - - - - - - - - - - - - - - - - -

Hoe lang zonk in de donzen diepte de zieke man en zonk en zonk, wie wist het... Nu opende hij weêr de oogen en hij zag in de kamer wel zitten den rustigen man op een stoel aan zijn voeteneinde, waar hij zag ook staan een vrouw. How long the sick man sank into the downy depths and sank and sank, who knew? Now he opened his eyes again and he saw the quiet man sitting on a chair at the foot of the room, where he also saw a woman standing.

- ...Constance... murmelde de zieke man. - ...Constance... murmured the sick man.

Zij boog zich naar hem toe. She bent toward him.

Te glimlachen poogde hij omdat hij haar herkende, maar hij voelde zich te zwak te glimlachen. To smile he tried because he recognized her, but he felt too weak to smile.

Een andere vrouw verscheen naast de eerste: ook hij herkende haar, maar het was of zij was gestorven... Another woman appeared next to the first: he too recognized her, but it was as if she had died

- ...Lien... murmelde de zieke man. - ...Lien... murmured the sick man.

- Hij herkent ons, fluisterde Constance. - He recognizes us, Constance whispered.