×

We gebruiken cookies om LingQ beter te maken. Als u de website bezoekt, gaat u akkoord met onze cookiebeleid.

Andersens Sproken en vertellingen van H. C. Andersen, HET L… – Text to read

Andersens Sproken en vertellingen van H. C. Andersen, HET LELIJKE JONGE EENDJE Deel 2

Semi-gevorderd 2 Nederlands lesson to practice reading

Begin nu met het leren van deze les

HET LELIJKE JONGE EENDJE Deel 2

Het lelijke jonge eendje Part 2

«Ik zal er toch nog een beetje op blijven zitten,» antwoordde de eend; «ik heb er nu al zo lang op gezeten, en dus kan ik er nog wel een paar dagen op zitten!»

«Je moet het zelf weten,» hernam de oude eend en ging weg.

Eindelijk ging het grote ei open.

«Piep, piep!» zei het jong en kroop er uit. Het was een groot en lelijk beest! De eend bekeek het eens. «Wat is dat een verschrikkelijk groot eendje,» dacht zij; «geen van de anderen ziet er zo uit. Zou het misschien een kalkoens kuikentje zijn? Nu, daar zullen we wel gauw achter komen; in het water moet het, al zou ik het er ook zelf induwen.»

Den volgenden dag was het mooi, heerlijk weer; de zon scheen op alle groene bladeren.

De moeder der eendjes ging met haar hele familie naar de gracht toe. Plof! daar sprong zij in het water. «Kwak, kwak!» zeide zij, en het ene eendje na het andere plofte er nu ook in; het water spatte hun om den kop, en zij doken even onder, maar kwamen al spoedig weer boven en zwommen uitmuntend; hun poten gingen van zelf, en allen waren zij in het water; zelfs het lelijke, grauwe eendje zwom mee.

«Neen, het is geen kalkoen,» dacht de oude eend; «kijk eens, hoe ferm hij met zijn poten slaat en hoe recht hij zich weet te houden!

't Is mijn eigen kind! Eigenlijk is hij toch nog zo lelijk niet, als men hem maar eens goed bekijkt! Kwak, kwak! Gaat maar met mij mee, dan zal ik je in de grote wereld brengen en je in de eendenkooi voorstellen: maar zorgt, dat je dicht in mijn nabijheid blijft, en neemt je voor de kat in acht!»

En zo begaven zij zich naar de eendenkooi.

Daarbinnen was een verschrikkelijk rumoer; want daar waren twee families, die elkaar het bezit van een palingkop betwistten, en eindelijk kreeg de kat dien toch.

«Kijk, zo gaat het nu in de wereld!» zei de moeder der eendjes, en zij stak haar snavel al uit, want zij wilde den palingkop ook wel hebben.

«Gebruik je poten nu!» vervolgde zij. «Houdt je fatsoen en maakt een buiging voor de oude eend, die je daar ziet: dat is de voornaamste van alle; zij is van Spaanse afkomst, daarom is zij zo dik; en, zie je wel, zij heeft een rood lapje om haar poot; dat is iets heel moois en de grootste onderscheiding, die een eend te beurt kan vallen; dat betekent, dat men haar niet kwijt wil raken en dat zij door dieren en mensen erkend moet worden. Wacht eens! Zet je poten niet zo binnenwaarts! een welopgevoed eendje zet zijn poten buitenwaarts, evenals vader en moeder doen. Ziet eens! Zo! Buigt je hals nu en zegt: Kwak!»

En dat deden zij; maar de andere eenden in de ronde bekeken ze en zeiden tegen elkaar: «Kijk eens!

Nu moeten wij nog het aanhangsel krijgen, alsof wij al niet talrijk genoeg waren! En foei! wat ziet dat eene eendje er uit! Dat willen wij hier niet hebben!» En terstond vloog er een oude eend naar het arme beest toe en beet het in de nek.

Source: LibriVox read by (gelezen door): Anna Simon

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE