De Pleintjes - Antwerp, The City Game - full documentary (3)
Ik heb eigenlijk het tegendeel ervaren.
Bedankt, jongen. Goed gedaan.
Heb je voor jezelf iets genomen? - Ik heb dat al opgedronken.
Ah, je hebt dat al opgedronken. Da's goed, jongen.
Merci, makker. - En hoe is het op school? Goed?
Goeie punten? Zeker? Ik ga het aan je broer vragen, hè.
Ik ben de slimste jongen van de klas. - De slimste? Da's goed.
Da's ook belangrijk, want voetbal is geluk.
School, als je goed studeert, kan je een goed diploma halen.
Wie supportert voor Karim en wie voor mij? - Ik weet niet wie wie is.
Wie is wie, denk je?
Ik had weinig of geen zin in studeren.
Ik werd ook niet opgevolgd door mijn ouders, door omstandigheden.
Ze wisten ook niet hoe het allemaal in mekaar zat.
En ik was heel snel schoolmoe.
Dan naar het beroepsonderwijs gestapt, kantoor en verkoop gevolgd,
louter en alleen omdat ik nog naar school moest gaan.
Maar... spijt komt altijd achteraf, zeggen ze.
Maar ik had één geluk: dat ik toch nog het voetbal had
om me daaraan toch nog vast te klampen.
Als je me door de benen speelt, dan ga je naar intensieve.
Ik was eigenlijk ook heel snel schoolmoe, maar ik heb het wel afgemaakt.
School is belangrijk, maar ik heb er niet onwaarschijnlijk veel plezier aan beleefd.
Ook een aantal keren van de school verwijderd.
Om welke reden heb ik nooit begrepen. Maar nee, ja...
School is belangrijk, maar voor mij niet de leukste herinneringen.
Ik kan niet... Zoals vroeger, ik kan niet winnen.
Oké, verdiend. - Zo zweten.
Chique bal.
Verstand gebruiken nu. Kom op.
Je hebt niet gedurfd vandaag. Vandaag heb je niet gedurfd.
Echt waar. Ik meen dat. Ik ga je de beelden laten zien. Je hebt niet gedurfd.
De dag van het ongeval was een vrijdagavond.
Ik had een wedstrijd.
Na de wedstrijd hadden we plannen gemaakt om een beetje rond te hangen.
Toen ik thuiskwam, heb ik de autosleutels gevonden van mijn zus.
Toen heb ik die genomen.
Toen hebben we heel de avond rondgereden.
We hadden alle drie geen rijbewijs.
Pas op het laatste liep het mis, toen ik de gasten hier heb afgezet.
Ik kwam hier eigenlijk op een...
Het was veel te snel, maar het regende ook. Ik nam die bocht veel te ruim
en ben op de middenberm terechtgekomen.
Doordat het glad was, ben ik op het andere rijvak terechtgekomen
en frontaal op een jeep gebotst.
Ik kwam moeilijk op adem, maar...
Ik ben uitgestapt en dacht dat ik een bloedneus had.
Toen ben ik naar huis gelopen.
Toen zag ik dat het veel erger was. Ik heb er een litteken aan overgehouden.
Ik moest heel dringend naar het ziekenhuis
en toen heb ik Ahmed Sababti opgebeld. Dat was een grote broer voor mij.
Die is heel de nacht bij mij gebleven, tot 's ochtends.
Na mijn ongeval is er veel veranderd.
Ik ben ook volwassener gaan nadenken.
Er is ook een heleboel misère bijgekomen. Ik moest voorkomen.
Dat was allemaal niet leuk, maar... het is niet dat ik ben veranderd
door de politie of doordat ik voor moest komen.
Ik ben veranderd door hoeveel pijn mijn ouders toen hadden.
In 1982 is mijn vader van Marokko naar hier gekomen, samen met mijn moeder,
om ons een betere toekomst te bieden op het vlak van onderwijs
en om een toekomst op te bouwen. Dus... Hè, of niet?
Maar het is hier niet hetzelfde als in Marokko, hè? Een groot verschil.
Het is anders.
Ginder, dat is niks.
Toen mijn ouders gescheiden zijn, was ik zo'n 11, 12 jaar.
Een scheiding is voor niemand leuk
en heeft in bepaalde gevallen zelfs ernstige gevolgen, maar...
ik had een afleiding, zoals al mijn broers en zussen.
Ik had sport als afleiding, namelijk voetbal.
Mijn broers deden andere sporten.
Wij hebben niet echt gemerkt dat er een scheiding gaande was of er zelfs was,
omdat vader ook altijd dichtbij was
en moeder liet haar taken, ondanks de problemen, ook nooit links liggen.
Ze is er alleen maar beter van geworden
en ze heeft ook altijd gepresteerd als een echte diepe spits.
Ik had het moeilijk op school. Ik had niet echt aandacht voor het schoolgebeuren.
Ik amuseerde me en het enige wat ik graag wou doen, was voetballen,
op het pleintje, dus...
Thuis aankomen na school, direct mijn rugzak weg, mijn schoenen aan,
mijn bal en richting het pleintje.
En voetballen tot de late avond, tot vader ons kwam halen.
Mijn ouders wisten wel goed wat er op het Bisthovenplein gebeurde,
omdat mijn ouders ook veel in contact kwamen met de andere ouders.
Ofwel in de moskee, tijdens de vrijdagmarkt of in de winkel.
Maar als we gingen spelen, gaven vader en moeder wel altijd even mee:
jongens, kom niet terug met klachten of weet ik veel.
Dus ga spelen, amuseer jullie, maar hou het wel bij spelen.
Voor ons is het wel belangrijk om er als vrouwen uit te zien,
want we zijn nog altijd vrouwen. Het is niet omdat we voetballen
en voetbal een mannensport is dat we plots een halve vrouw of een man zijn.
We blijven nog altijd vrouw.
Ik ben de oudste, zij is jonger dan ik.
De mensen verwachten dat de oudste een hoofddoek wil dragen,
maar ik geloof dat dat iets vanbinnen is, dat je daar zelf voor kiest.
Dat heeft niks te maken met de oudste of de jongste.
Je moet er klaar voor zijn. En ze was er klaar voor.
Hoe lang draag je al een hoofddoek? - In mei zes jaar, een hoofddoek.
Op m'n 12de ben ik een hoofddoek beginnen te dragen, puur uit eigen beweging.
Da's een keuze die je voor jezelf moet maken.
Niemand anders mag zich hiermee moeien. Ouders niet, niemand.
Het is echt een keuze van jezelf. - Je moet er klaar voor zijn.
Het belangrijkste: je moet er klaar voor zijn. Dat is mijn mening hierover.
Het geloof is voor ons eigenlijk alles.
Ik zou me eerlijk gezegd mijn leven niet kunnen inbeelden zonder de islam.
Als die er niet zou zijn, dan zou mijn leven echt wel ontsporen,
want ik ben ermee opgegroeid. Mijn leven hangt samen met mijn geloof.
En ik hoop dat ik ook ooit mijn hoofddoek zal dragen.
Dat is één van de dromen die ik ga proberen waar te maken.
Dat is een mooie stap naar de toekomst.
Het eerste jaar speelden we competitie in Hamme.
En mijn zus draagt dus een hoofddoek.
We werden daar echt, sorry dat ik het zo moet zeggen, als stront aangekeken.
Toen we er binnenkwamen, werden we er scheef bekeken.
'Doe dat doekje maar af. Wat is dat voor iets? Makaken.'
Het tweede jaar begonnen we sterker te spelen, wonnen we ook heel veel
en dan begon het racisme sterk af te nemen.
Je kan het beter gewoon negeren
en hopen dat die persoon ooit zal inzien dat hij verkeerd was.
De kleine groepjes verpesten het voor de anderen die zich wel gedragen.
Het jammere is dat sommige mensen dan één beeld plakken
op heel de groep, heel de afkomst, en dat is het jammere eraan,
terwijl het niet zo is.
Kunnen we naar daar gaan, naar H&M;? - Nee, niet deze. De andere is beter.
Op het pleintje kwamen de verschillende culturen, Marokkanen, Afrikanen,
Belgen... - Turken.
Iedereen van de buurt kwam samen en we voetbalden gewoon.
Meisje, jongen, kleur, bruin, zwart, wit, maakt niet uit.
Je had verschillende soorten culturen bij elkaar,
die gewoon met elkaar speelden.
Toen had je zelfs geen racisme of iets anders.
Het was gewoon spelen en daarmee uit. Voilà.
Racisme en discriminatie zijn van alle tijden.
Ook in die tijd gebeurde het wel.
Je had Den Ossepoot op de Vrijdagmarkt,
waar soms mensen voorbijkwamen die wat gedronken hadden
en iets stoers riepen naar ons. Maar uiteindelijk...
'Makaken.' Dat was toen een scheldwoord
dat echt wel schering en inslag was. 'Ga terug naar jullie eigen land.'
En toen was het Vlaams Blok ook wel aan een opmars bezig.
In die tijd, moet ik wel zeggen...
20 jaar geleden, toen we wat jonger en naïever waren...
De slogans van 'alle buitenlanders terug' en noem maar op...
We geloofden er wel in. Als het Vlaams Blok het ooit voor het zeggen heeft,
dan zouden we misschien terugvliegen, moeten teruggaan...
Dat had wel een impact toen, van:
ja, dat zal misschien wel 's waar kunnen zijn, dat we moeten teruggaan.
Maar uiteindelijk, na al die jaren beseffen we allemaal
dat we niet teruggaan, dat we hier zijn
en dat we moeten zorgen dat we goed samenleven.
We spraken Antwerps, Nederlands. We waren hier geboren.
We hadden zoiets: hey, doe eens normaal. Ik ga niet terug.
Als jij niet content bent, verhuis dan,
maar wij zijn van 't Stad en wij wonen hier en wij blijven hier.
Eigenlijk, dat heb ik ook wel geleerd...
Als mensen domme dingen zeggen, reageer je soms beter niet.
Hey, ça va?
Hoe is 't? Alles in orde? - Hey.
We gaan geen match spelen, hè? - Nee, dat gaat niet vandaag.
Ça va? - Ça va, jongen?
Ik dacht: zal hij me herkennen? - Lang geleden.
Da's heel lang geleden. - Nog altijd hetzelfde, hè?
Nog altijd hetzelfde busje? - Shit, ik heb dat niet meegebracht.
Als ik later kan zeggen: ik heb in mijn carrière altijd alles gegeven
en waar ik ook ben geraakt, het is allemaal dankzij mij.
Niet door een trainer, iemand anders, het bestuur, de bond,
allemaal mijn eigen werk.
Ik ben Radja Nainggolan. Ik heb op de Bloementuin gevoetbald op Linkeroever
en vandaag ben ik profvoetballer bij AS Roma.
We kwamen hier regelmatig sjotten met heel veel vrienden,
vooral tijdens de vakanties. - Na school.
We kwamen zelfs tot middernacht sjotten. Ons wat amuseren en dan naar huis.
We kwamen juist thuis en dan was het weer vertrekken, hier komen sjotten.
Hier woon je ook... Je ziet zelf al die blokken hier.
Iedereen woont hier dicht bij elkaar, iedereen kende iedereen. Wel leuk.
Er was echt veel volk.
Voor mij is het vooral moeilijk als ik naar Linkeroever moet komen...
Veel herinneringen aan mijn overleden moeder. Dat is toch wel...
datgene waaraan ik het meeste moet denken.
Maar ik sta hier nu. Het is niks veranderd, het is allemaal hetzelfde gebleven.
Wat moet ik zeggen?
Het is toch wel mooi om te kunnen zeggen: we hebben hier ooit gestaan
en nu sta ik toch op een heel hoog niveau, zal ik zeggen.
Amai, met mijn Leonardo DiCaprio-T-shirt nog.
En deze, die linkse hier? - Murat. Die is keeper nu, in Nederland.
Een goeie keeper, hè? - Dat was die gek.
Maar een plezante kerel. - Dat is Sababti.
Er waren wel een paar goeie sjotters. - Maar we redden ons altijd wel.
Wij waren altijd veel beter.
Ik was misschien altijd wel de stoerste,
maar uit voorzorg zei ik soms dat zij niet moest meedoen,
omdat ik misschien bang was dat ze... - Ja, natuurlijk.
Omdat ik soms wat bang was dat ze gekwetst zou raken of pijn zou hebben.
Ze is toch maar een meisje.
Soms was het ook wel echt meer voor het prestige dan voor de fun.
Dat waren matches waarvan ik zei: beter dat zij niet speelt.
Want ja, je ziet het zelf, die muurtjes... - Je wordt over die omheining gegooid.
Voor een meisje was het soms wel hard voetbal.
Als je niks hebt en je wil alles hebben, dan doe je alles om iets te hebben.
Ik denk... We hebben nooit...
Niet dat we nooit iets hadden, maar we hebben een heel zwaar verleden...
Niet te vergelijken met nu, Radja.
Wij hadden gewoon nooit iets. Mijn vader is weggegaan,
mijn moeder had wat problemen en zo.
Economisch zaten we echt niet goed.
Om het minste te kunnen verdienen, doe je dan alles.
Ik denk...
Vooral daarvoor doe je het ook. Om veel te kunnen bereiken in het leven,
moet je hard werken. En ik denk: als je met niks begint en alles wil hebben,
dan moet je blijven doorgaan om nog meer te hebben.
Bij mij is dat hetgene waarop ik gefocust ben.