Het is voorjaar en het gras groeit hard.
Ik maai het gras elke week met een grasmaaier.
Het onkruid steek ik weg met een onkruidsteker.
Ik schoffel de aarde tussen de planten.
Ik plant wat nieuwe bloemetjes in de tuin en geef ze water met de gieter.
Het is voorjaar en het gras groeit hard.
Ik maai het gras elke week met een grasmaaier.
Het onkruid steek ik weg met een onkruidsteker.
Ik schoffel de aarde tussen de planten.
Ik plant wat nieuwe bloemetjes in de tuin en geef ze water met de gieter.
이 텍스트의 오디오를 듣고 어휘를 배우려면 무료 LingQ 계정을 등록하세요.