Bij de groenteafdeling pak ik fruit en groente.
Ik doe appelen in een zak.
Ik neem een zak aardappelen en wortels mee.
Ik koop ook een bloemkool en sperzieboontjes.
Ik koop een net sinaasappelen.
Voor mijn kinderen koop ik bananen.
Bij de groenteafdeling pak ik fruit en groente.
Ik doe appelen in een zak.
Ik neem een zak aardappelen en wortels mee.
Ik koop ook een bloemkool en sperzieboontjes.
Ik koop een net sinaasappelen.
Voor mijn kinderen koop ik bananen.
이 텍스트의 오디오를 듣고 어휘를 배우려면 무료 LingQ 계정을 등록하세요.