Ik ga boodschappen doen.
Ik ga naar de supermarkt.
In de supermarkt pak ik een karretje.
Ik moet een euro in het karretje doen om hem los te maken.
Ik ga de winkel binnen.
초급 1 네덜란드어의 lesson to practice reading
지금 본 레슨 학습 시작Ik ga boodschappen doen.
Ik ga naar de supermarkt.
In de supermarkt pak ik een karretje.
Ik moet een euro in het karretje doen om hem los te maken.
Ik ga de winkel binnen.
To hear audio for this text, and to learn the vocabulary sign up for a free LingQ account.