Geld en getallen
Hoeveel kosten die appelen?
Ze zijn twee euro twintig per kilo.
Wat is de maandelijkse huur?
Zevenhonderdvijftig euro per maand voor deze flat.
Ik wil graag ijsjes kopen, ze zijn een vijftig per stuk.
De jongen koopt een lollie voor 50 cent.