×

우리는 LingQ를 개선하기 위해서 쿠키를 사용합니다. 사이트를 방문함으로써 당신은 동의합니다 쿠키 정책.

LUISTERSPROOKJES, 03_02 Sneeuwwitje en de zeven dwergen – Text to read

LUISTERSPROOKJES, 03_02 Sneeuwwitje en de zeven dwergen

초급 2 네덜란드어의 lesson to practice reading

지금 본 레슨 학습 시작

03_02 Sneeuwwitje en de zeven dwergen

Heel lang geleden leefden in een ver land een wijze koning en een mooie, lieve koningin. De koningin wilde graag een kindje hebben. Op een dag in de winter toen ze bij het raam zat te borduren, prikte ze in haar vinger. Er vielen drie druppels bloed op het zwarte ebbenhout van de vensterbank. De druppels gleden van de vensterbank af naar buiten en vielen in de sneeuw onder het raam.

"Ik wilde dat ik een dochtertje had met een huid zo wit als sneeuw, lippen zo rood als bloed en haren zo zwart als ebbenhout," zuchtte de koningin.

Een jaar later kreeg ze een dochtertje met een huid zo wit als sneeuw, lippen zo rood als bloed en haren zo zwart als ebbenhout. De koningin en de koning noemden haar Sneeuwwitje.

Een paar dagen na de geboorte van Sneeuwwitje stierf de koningin. De koning had veel van zijn koningin gehouden. Maar hij vond dat Sneeuwwitje een moeder nodig had en hij besloot een nieuwe vrouw te zoeken.

Een paar maanden later trouwde hij met een prinses. Ze was heel mooi, maar haar hart was zo koud als ijs. De nieuwe koningin was ook erg ijdel. Ze geloofde dat niemand mooier was dan zij. Ze bezat een toverspiegel die ze in de koninklijke slaapkamer liet ophangen. Elke avond keek ze erin en dan fluisterde ze: "Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Wie is het mooiste in het land?"

En dan antwoordde de spiegel: "U, mijn koningin, bent de mooiste in het land".

De koningin wist dat het waar was omdat de spiegel niet kon liegen. Ze keek naar haar spiegelbeeld en glimlachte tevreden.

Sneeuwwitje groeide op en ze werd een mooi meisje. Op de dag dat Sneeuwwitje zeven jaar was geworden, vroeg haar stiefmoeder aan de spiegel: "Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Wie is de mooiste in het land?"

Tot haar schrik antwoordde de spiegel: "U, mijn koningin bent heel mooi, maar Sneeuwwitje is de mooiste in het land". De koningin werd heel boos. Ze liet de koninklijke jager bij zich komen. "Neem Sneeuwwitje mee naar het bos en dood haar. En neem haar hart mee als bewijs dat je haar echt hebt gedood."

De jager werd bleek, maar hij liep toch naar de tuin waar Sneeuwwitje speelde. Hij nam haar bij de hand en liep met haar naar het bos. Hij haalde zijn mes tevoorschijn en zei: "Ik moet je doodmaken".

Sneeuwwitje keek hem met grote ogen aan. Haar rode lippen trilden van angst. "Laat de wilde beesten je maar doden!" riep de jager. "Ik kan het niet" En hij rende weg. Sneeuwwitje bleef alleen achter in het bos.

Op weg naar het paleis doodde de jager een hert en sneed het hart van het dier eruit. Dit gaf hij aan de koningin en zei dat het van Sneeuwwitje was. De koningin lachte boosaardig en voerde het hart aan haar honden.

Sneeuwwitje dwaalde intussen door het bos. Ze was bang voor de wilde dieren die in het bos leefden.

Toen de bomen zagen hoe mooi Sneeuwwitje was, bogen ze hun takken opzij zodat ze zich geen pijn kon doen. En de wilde dieren kwamen niet te dicht bij haar, zodat ze niet zou schrikken.

Aan het einde van de middag zag Sneeuwwitje tussen de bomen een heel klein huisje. Ze liep ernaartoe en klopte op het deurtje. Maar de deur bleef dicht. Voorzichtig deed Sneeuwwitje het deurtje open en ging naar binnen.

"Wat een grappig klein huisje," dacht ze. Alles was netjes opgeruimd. Op de tafel leg een rood geblokt kleedje en daarop stonden zeven bordjes en zeven bekers. Naast elk bordje lagen een lepel, een vork en een mes. Op elk bordje lag een broodje en in elk bekertje zat wijn. Tegen een muur stonden zeven bedjes op een rij.

Sneeuwwitje had erge honger. Ze nam een hapje van elk broodje en dronk uit elke beker een slokje wijn. Sneeuwwitje was ook erg moe. Ze liep naar het eerste bedje.

"Dit bedje is te smal," zei ze. "En dit is te kort." In het zevende bedje paste ze, al ze haar knieën optrok. Ze ging liggen en viel meteen in slaap.

Het werd avond en de zeven dwergen die in het huisje woonden, kwamen thuis. Ze hadden de hele dag in de goudmijn gewerkt en ze waren erg moe. Ze staken de kaarsen aan.

"Wie heeft er op mijn stoel gezeten?" riep de eerste dwerg. "Wie heeft er aan mijn bord gezeten?" riep de tweede. "Wie heeft er van mijn brood gesnoept?" riep de derde. "En aan mijn lepel gelikt?" riep de vierde. "En mijn vork gebruikt?" riep de vijfde. "En mijn mes?" riep de zesde. "En van mijn wijn gedronken?" zei de zevende dwerg.

De eerste dwerg liep naar zijn bed. "Er heeft iemand op mijn bed gelegen!" riep hij.

"En in mijn bed," riepen de tweede, de derde, de vierde, de vijfde de zesde dwerg tegelijk.

"En nu slaapt er iemand in mijn bed," zei de zevende dwerg.

De dwergen gingen rond het bed staan. "Wat is ze mooi," zei de eerste dwerg. "Heel mooi," zeiden de tweede en derde dwerg. "We moeten geen lawaai maken," zei de vierde dwerg. "Blaas de kaarsen uit," zei de vijfde dwerg. "We mogen haar niet wakker maken," zei de zesde dwerg.

Die nacht sliep de zevende dwerg in de bedjes van de andere dwergen, steeds een uur in elk bed.

Sneeuwwitje werd de volgende morgen vroeg wakker. Eerst schrok ze toen ze de dwergen zag. Maar ze troostten haar en luisterden naar haar verhaal.

"Kun je koken?" vroeg de eerste dwerg. "En wassen, naaien en schoonmaken?" Sneeuwwitje knikte verlegen. "Dan moet je maar bij ons blijven," riepen de dwergen tegelijk. "Jij kunt het huis schoonmaken en voor ons koken, wassen en naaien als wij naar ons werk zijn. Maar je mag niemand binnenlaten als we niet thuis zijn."

Zeven jaar lang dacht de boze koningin dat Sneeuwwitje dood was. Daarom had ze niet aan haar spiegel hoeven te vragen wie de mooiste in het land was. Maar op een avond verveelde ze zich. Ze ging voor de spiegel staan en vroeg: "Spiegeltje, spiegeltje aan de wand? Wie is de mooiste in het land?"

De spiegel antwoordde: "U, mijn koningin bent heel mooi, maar Sneeuwwitje is de mooiste in het land". De koningin was woedend. Ze dwong de spiegel haar te vertellen waar ze Sneeuwwitje kon vinden. De boze koningin verkleedde zich als koopvrouw en ging naar het kleine huisje in het bos.

"Ik heb allerlei mooie dingen te koop" riep ze en klopte op het deurtje. Sneeuwwitje deed het raam open. "Goedemorgen," zei ze. "Wat heeft u allemaal te koop?"

"Ik verkoop linten in alle kleuren van de regenboog," zei de koningin. "Ach, het lint van je vestje is helemaal versleten. Ik zal je een nieuw lint geven."

Sneeuwwitje vergat helemaal dat ze de deur niet open mocht doen en ze liet de vrouw binnen. De boze koningin kreeg een nieuw lint door het vestje. En ze trok het lint zo strak aan dat Sneeuwwitje geen adem meer kon halen en flauwviel. "Nu zal ze zeker dood gaan," lachte de koningin vals. "En dan ben ik weer de mooiste in het land."

Tegen de avond kwamen de dwergen thuis. Ze zagen Sneeuwwitje op de grond liggen. Ze was heel erg wit en ze bewoog niet. "Maak haar vest los," riep de eerste dwerg. De tweede dwerg pakte een schaar en knipte het lint door. Sneeuwwitje kon toen weer ademhalen en deed haar ogen open. "De koningin zal erachter komen dat je nog leeft," zeiden de dwergen. "Je mag nu echt niemand meer binnenlaten"

Natuurlijk kreeg de boze koningin die avond van haar spiegel te horen dat Sneeuwwitje nog leefde. De volgende morgen nam ze een groene appel en verfde een helft rood met giftige verf. Ze verkleedde zich als een oude vrouw en ging weer naar het huisje. "Appels, mooie appels!" riep ze en klopte aan de deur.

Sneeuwwitje keek door het raam. "Ik mag niemand binnenlaten," zei ze.

"Verstandig meisje," zei de koningin en ze haalde de appel uit haar mandje. Zelf nam ze een hap uit de groene helft en gaf de rest aan Sneeuwwitje. "Hier," zei ze, "geniet er maar van ik heb er maar een hapje van genomen."

De appel zag er heerlijk uit. Sneeuwwitje nam een hap en... viel neer. "Nu is ze zeker dood," lachte de koningin en ging terug naar het paleis.

's Avonds kwamen de dwergen thuis. Ze zeggen Sneeuwwitje op de grond liggen.

De dwergen begrepen dat Sneeuwwitje niet meer te redden was. Ze waren heel verdrietig.

Omdat de dwergen Sneeuwwitje niet in de koude donkere aarde wilden begraven, maakten ze een glazen kist, zodat ze altijd naar haar konden kijken. De eerste dwerg maakte een gouden gedenkplaat waarop stond geschreven: "Hier ligt Sneeuwwitje, koningsdochter".

De dwergen droegen de kist naar de top van een heuvel en bewaakten haar dag en nacht. Ook de dieren uit het bos kwamen naar de heuvel, eerst de eekhoorntjes, toen de konijntjes en later een hertje. En de vogels kwamen voor haar zingen.

Zeven jaren gingen voorbij. Op een dag reed een prins langs en hij las de woorden die op de gouden plaat stonden geschreven. "Ik zou haar graag meenemen," zei hij tegen de dwergen. " Nee, dat gebeurt niet," zeiden de dwergen. "Willen jullie geld voor haar hebben?" vroeg de prins. "Ze betekent meer voor ons dan al het goud in de wereld," antwoordden de dwergen.

"Laat me haar dan eenmaal kussen," smeekte de prins.

De dwergen fluisterden met elkaar. "Goed, een kus dan," zeiden ze eindelijk en ze maakten de kist open.

De prins bukte zich en op het ogenblik dat hij Sneeuwwitje kuste, viel het stuk appel uit haar mond.

Even later deed Sneeuwwitje haar ogen open. Ze keek angstig om zich heen. "Je bent veilig," zei de prins. Sneeuwwitje keek naar zijn gezicht. "Je ogen hebben de kleur van de zee. En je haren zijn goudblond als de zon. Ik geloof dat ik van jou zou kunnen houden."

Wat was de prins gelukkig toen hij Sneeuwwitje uit de kist tilde. "Ik hou meer van jou dan van wie ook in de wereld. Ga met me mee naar het koninkrijk van mijn vader. En ik hoop dat je met me zult willen trouwen."

Sneeuwwitje nam afscheid van de zeven dwergen. Ze kuste hen vaarwel en beloofde dat ze hen vaak zou komen opzoeken. Daarna klom ze op het paard van de prins en reed met hem naar het paleis van zijn vader.

De boze koningin had al jaren niet aan haar spiegel gevraagd wie de mooiste van de land was. Maar juist op de dag dat Sneeuwwitje door de prins was wakker gekust, liep ze naar de spiegel en vroeg: "Spiegeltje, spiegeltje aan de wand. Wie is de mooiste in het land?"

De toverspiegel begon te lachen en zei: "U, mijn koningin, bent zo lelijk als de nacht. Sneeuwwitje is de mooiste in het land."

De koningin krijste van woede. Ze trok de spiegel van de muur en gooide hem tegen de vensterbank. De spiegel brak in duizend stukken. Een scherpe splinter glas drong in het hart van de boze koningin en ze viel dood neer.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE