Dit verhaal gaat over Kendra, een vrouw die zich voorbereidt op een worstelwedstrijd.
A) Kendra zit ongeveer vijftien jaar in een worstelteam.
Vandaag zei haar coach dat er een wedstrijd aankomt.
Hij wil dat ze in de lagere gewichtsklasse meedoet.
Daarom moet Kendra anders gaan eten.
Ze moet ook vaker naar de sportschool.
Kendra is altijd dol geweest op worstelen.
Maar het is moeilijker geworden nu ze ouder is.
Ze heeft niet meer zoveel tijd als vroeger.
En ze valt niet meer zo makkelijk af.
Toch zal Kendra meedoen aan de wedstrijd.
Nu gaat het verhaal over Kendra en haar vriendin:
B) Kendra en haar vriendin zitten al bijna vijftien jaar in een worstelteam.
Vandaag zei hun coach dat er een wedstrijd aankomt.
Hij wil dat ze in de lagere gewichtsklasse meedoen.
Daarom moeten Kendra en haar vriendin anders gaan eten.
Ze moeten ook vaker naar de sportschool.
De meiden zijn altijd dol geweest op worstelen.
Maar het is moeilijker geworden nu ze ouder zijn.
Ze hebben niet meer zoveel tijd als vroeger.
En ze vallen niet meer zo makkelijk af.
Toch zullen Kendra en haar vriendin meedoen aan de wedstrijd.
En nu volgen er een aantal vragen over het verhaal:
Vragen:
Een : Kendra zit ongeveer vijftien jaar in een worstelteam.
Hoe lang zit Kendra al in het worstelteam?
Kendra zit ongeveer vijftien jaar in een worstelteam.
Twee : Vandaag zei haar coach dat er een wedstrijd aankomt.
Wanneer zal er een wedstrijd plaatsvinden?
Vandaag zei haar coach dat er een wedstrijd aankomt.
Drie : Hij wil dat ze in de lagere gewichtsklasse meedoet.
In welke gewichtsklasse wil hij dat ze meedoet?
Hij wil dat ze in de lagere gewichtsklasse meedoet.
Vier : Daarom zal Kendra anders moeten gaan eten.
Wat moet Kendra daarom doen?
Ze zal anders moeten gaan eten.
Vijf : De meiden zijn altijd dol geweest op worstelen.
Zijn de meiden altijd dol geweest op worstelen?
Ja, de meiden zijn altijd dol geweest op worstelen.
Zes : Het is moeilijker geworden nu ze ouder zijn.
Sinds wanneer is het moeilijker geworden?
Het is moeilijker geworden nu ze ouder zijn.
Zeven : Ze hebben niet meer zoveel tijd als vroeger.
Hadden ze vroeger meer tijd?
Ja, ze hebben niet meer zoveel tijd als vroeger.
Acht : Toch zullen Kendra en haar vriendin meedoen aan de wedstrijd.
Zullen Kendra en haar vriendin toch meedoen aan de wedstrijd?
Ja, toch zullen Kendra en haar vriendin meedoen aan de wedstrijd.