Vragen:
Een : Mike staat elke ochtend om zes uur op.
Staat Mike vroeg op?
Ja, Mike staat elke ochtend om zes uur op.
Twee : Mike drinkt een kop koffie.
Drinkt Mike een kop thee?
Nee, Mike drinkt geen kop thee, hij drinkt een kop koffie.
Drie : Mike gaat met de auto naar zijn werk.
Gaat Mike met de auto naar zijn werk?
Ja, Mike gaat met de auto naar zijn werk.
Vier : Mikes werk begint om half acht‘s ochtends.
Begint Mikes werk om zeven uur‘s ochtends?
Nee, Mikes werk begint niet om zeven uur‘s ochtends.
Het begint om half acht‘s ochtends.
Vijf : Mike is kok in een restaurant.
Is Mike kok?
Ja, Mike is kok in een restaurant.
Zes : De klanten komen uit veel verschillende landen.
Komen de klanten uit hetzelfde land?
Nee, de klanten komen niet uit hetzelfde land.
Ze komen uit veel verschillende landen.
Zeven : De klanten zijn vriendelijk.
Zijn de klanten vriendelijk?
Ja, de klanten zijn vriendelijk.
Acht : Mike is blij als hij met de klanten praat.
Is Mike blij als hij met de klanten praat?
Ja, Mike is blij als hij met de klanten praat.