×

우리는 LingQ를 개선하기 위해서 쿠키를 사용합니다. 사이트를 방문함으로써 당신은 동의합니다 쿠키 정책.

Een Beetje Nederlands, #7.2 Tweede Wereldoorlog in Nederl... – Text to read

Een Beetje Nederlands, #7.2 Tweede Wereldoorlog in Nederland deel 2/3

중급 1 네덜란드어의 lesson to practice reading

지금 본 레슨 학습 시작

#7.2 Tweede Wereldoorlog in Nederland deel 2/3

Begin van de bezetting: 1940-1941

Direct na de overgave van Nederland werd het Nederlandse parlement opgeheven. Er werden nieuwe bestuurders aangesteld door de Duitse nazipartij. De leider werd de Oostenrijkse nazi Arthur Seyss-Inquart. Anton Mussert van de NSB had gehoopt die rol te krijgen, maar hij werd genegeerd door de Duitsers. Al meteen werden de communistische en socialistische politieke partijen in Nederland verboden. Vanaf 1941 werden alle politieke partijen behalve de NSB verboden.

In het eerste jaar van de bezetting, van mei 1940 tot juni 1941, probeerden de Duitse bezetters om de Nederlandse bevolking over te halen mee te werken met de Duitsers. Dat wil zeggen dat ze graag wilden dat de Nederlanders het idee van nationaalsocialisme accepteerden. Een groot deel van de Nederlanders was daar niet in geïnteresseerd. Maar over het algemeen werd er gedacht dat de Duitse bezetting wel mee zou vallen en dat het beter was om de nieuwe situatie te accepteren. Voor veel Nederlanders veranderde er eerst ook weinig in hun dagelijkse leven. Veel Nederlandse bedrijven profiteerden juist van de oorlog in het begin, omdat ze nu handel konden drijven met Duitsland.

Voor de Joodse bevolking van Nederland had de bezetting door nazi-Duitsland wel direct gevolgen. Joodse ambtenaren in dienst bij de overheid werden ontslagen. De rechten van Joden werden steeds verder afgenomen en ze werden uitgesloten van de maatschappij. Zo mogen ze niet meer naar de bioscoop, cafés, zwembaden en parken.

In 1941 werd er door de Duitsers begonnen met het vervolgen van de Joden, ook wel de Holocaust of Sjoa genoemd. Alle Joden moesten zich laten registreren bij de overheid. Ze moesten daar zelfs zelf voor betalen.

Aan het begin van 1941 vielen leden van de NSB ook steeds vaker Joden lastig. Door bijvoorbeeld van de Joden te stelen, hen te vernederen of ze fysiek aan te vallen. In Amsterdam had je een buurt rond het Waterlooplein die de Jodenbuurt heette, daar woonden traditioneel veel Joodse mensen. Op 11 februari 1941 ging een groep NSB'ers naar het Waterlooplein om Joden lastig te vallen. Een communistische knokploeg werd gewaarschuwd en ging er op af om de NSB'ers tegen te houden. Een knokploeg is een groep mensen die georganiseerd gaan knokken, oftewel vechten. Bij het gevecht tussen de twee groepen werd iemand van de groep NSB'ers doodgeslagen.

Als reactie daarop werd op 22 en 23 februari door de nazi's de eerste razzia in Nederland gehouden. Een razzia is in het Nederlands een term voor de jacht op Joodse mensen. Meer dan 400 Joodse mannen werden deze twee dagen in de Jodenbuurt gearresteerd door de Duitse politie. De hardheid waarmee de razzia uitgevoerd werd riep verontwaardiging op. Zoals ik net zei dachten veel Nederlanders dat de Duitse bezetting wel mee zou vallen. Nu werden ze met hun neus op de feiten gedrukt.

Deze razzia en andere incidenten waren reden voor de Communistische Partij van Nederland om actie te gaan voeren. Op 25 en 26 februari 1941 werd er gestaakt, eerst in Amsterdam en later ook in andere steden. Een staking is het stoppen met werken omdat de arbeiders ontevreden zijn. De staking, die later bekend werd als de Februaristaking, was het enige massale openlijke protest tegen de Jodenvervolging in bezet Europa. Trams werden die dag geblokkeerd zodat ze niet konden rijden. Doordat de trams niet reden merkte iedereen in de stad dat er iets aan de hand was en sloten meer en meer mensen zich bij de staking aan. Tienduizenden arbeiders legden die dag het werk neer.

De Februaristaking is door de Duitse bezetters beëindigd met veel geweld, onder andere door te schieten op groepen stakers. Negen stakers werden gedood bij het beëindigen van de staking door de Duitsers. Ook de organisatoren van de staking werden opgepakt en door de Duitsers vermoord. Op de plek in Amsterdam waar de razzia gehouden werd staat nu een standbeeld die herinnert aan de Februaristaking, het beeld De Dokwerker.

De Februaristaking is een unieke gebeurtenis en een duidelijk verzet tegen de Duitse bezetting en de Jodenvervolging. Er zijn ook meer verzetsdaden geweest, maar de grote meerderheid van de Nederlandse bevolking accepteerden de Duitse bezetters.

Globaal was de Nederlandse bevolking op te delen in een aantal groepen:

Groep een - Actief verzet tegen de Duitsers. Dit is een kleine groep Nederlanders die actief verzet bood tegen de Duitsers. Bijvoorbeeld door het plegen van aanslagen, spionage en organiseren van verzet. Of door onderduikers te helpen. Onderduiken betekent je verschuilen, bijvoorbeeld bij iemand thuis.

Naar schatting zijn er ongeveer 25.000 mensen geweest in Nederland die aan actief verzet deelgenomen hebben. Deze verhalen zijn natuurlijk wel de heldenverhalen die na de oorlog in boeken en films beroemd zijn geworden.

Vergeleken met andere landen in Europa is er in het Nederlandse verzet weinig geweld gebruikt. Wel zijn er in Nederland heel veel mensen ondergedoken, meer dan in andere landen.

Groep twee Passief verzet. Bijvoorbeeld vormen van verzet waarbij de maatregelen van de Duitsers niet opgevolgd werden. Er zijn verschillende voorbeelden van passief verzet tegen de Duitse bezetting. Bijvoorbeeld het luisteren naar Radio Oranje, dat verboden was. Of het lezen van een illegale krant, waarvan de nu nog steeds bestaande kranten Trouw en Het Parool voorbeelden zijn.

Groep drie Stille acceptatie. Dit was de grootste groep mensen in de oorlog. Ze werken niet actief mee met de Duitsers maar accepteerden de bezetting. Voor hun ging het leven voor een groot deel door als normaal, in ieder geval in de eerste jaren van de oorlog.

Groep vier Actieve acceptatie en medewerking. Dit noem je ook wel collaboratie. Een groep van ongeveer 100.000 Nederlanders heeft zich in de oorlog aangesloten bij de NSB. Soms omdat ze overtuigd waren van de nazi-ideeën, maar soms ook vanuit opportunisme. Bijvoorbeeld als je je baan kwijt was, vergrootte het je kansen als je lid was van de NSB om nieuw werk te krijgen.

Voorbeelden van actieve medewerking zijn het verraden van Joden en onderduikers, en je vrijwillig aansluiten bij het Duitse leger. De Nederlandse krant De Telegraaf heeft in de oorlog samengewerkt met de Duitsers en is na de oorlog vijf jaar verboden geweest. Maar die samenwerking was niet helemaal vrijwillig.

Ik wil nog een bekende verzetsheld bespreken voordat ik doorga. Dat is Hannie Schaft. Hannie Schaft is geboren in Haarlem en was twintig jaar oud toen de oorlog begon. Studenten aan de universiteit moesten een verklaring ondertekenen dat ze loyaal waren aan de Duitsers, maar dat weigerde ze te doen. Dus ze verliet de universiteit. Haar verzetswerk begon klein: stelen van identificatiekaarten voor Joden en koerierswerk. Koerierswerk, dus het verplaatsen van illegale spullen zoals wapens en illegale kranten, werd in de oorlog vaak door vrouwen gedaan. Hier wordt soms niet zo veel aandacht aan gegeven omdat het niet zo spectaculair is, maar vrouwen hebben een belangrijke rol gehad in het verzet.

Maar Hannie Schaft wilde meer. Ze is betrokken geweest bij meerdere moorden op Duitsers, NSB'ers en verraders. Ze werd bekend als ‘het meisje met het rode haar' en er werd jacht gemaakt op haar door de nazi's. Hannie Schaft heeft heel veel pech gehad: drie weken voor de bevrijding van Nederland werd ze gepakt en doodgeschoten door de Duitsers. Na de oorlog werd ze een van de symbolen van het verzet en er zijn meerdere boeken en films over haar gemaakt.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE