Moeten
Je moet nu naar huis komen.
Hij moet zich niet zoveel zorgen maken.
Ik moet dit boek voor de cursus lezen.
Ze moeten moe zijn.
Moet je altijd zo hard praten?
Je moet stil zijn.
Moeten
Je moet nu naar huis komen.
Hij moet zich niet zoveel zorgen maken.
Ik moet dit boek voor de cursus lezen.
Ze moeten moe zijn.
Moet je altijd zo hard praten?
Je moet stil zijn.
이 텍스트의 오디오를 듣고 어휘를 배우려면 무료 LingQ 계정을 등록하세요.