Gaan in de verleden tijd
Ik ging naar mijn werk.
Jij ging naar de kapper.
Jouw broer ging mee naar de kapper.
Wij gingen niet naar de kapper.
Jullie gingen vorige week naar de kapper.
Zij gingen nooit naar de kapper.
Gaan in de verleden tijd
Ik ging naar mijn werk.
Jij ging naar de kapper.
Jouw broer ging mee naar de kapper.
Wij gingen niet naar de kapper.
Jullie gingen vorige week naar de kapper.
Zij gingen nooit naar de kapper.
이 텍스트의 오디오를 듣고 어휘를 배우려면 무료 LingQ 계정을 등록하세요.