Ik ga boodschappen doen.
Ik ga naar de supermarkt.
In de supermarkt pak ik een karretje.
Ik moet een euro in het karretje doen om hem los te maken.
Ik ga de winkel binnen.
Ik ga boodschappen doen.
Ik ga naar de supermarkt.
In de supermarkt pak ik een karretje.
Ik moet een euro in het karretje doen om hem los te maken.
Ik ga de winkel binnen.
このテキストの音声を聞き、語彙を学習するには、無料のLingQアカウントに登録してください。