×

Utilizziamo i cookies per contribuire a migliorare LingQ. Visitando il sito, acconsenti alla nostra politica dei cookie.

image

LUISTERSPROOKJES, 02 Het Kind van de zon

02 Het Kind van de zon

Dit is een oud verhaal over een Indiaanse man en vrouw die op een klein eiland voor de kust van Canada woonden. Ze waren heel eenzaam want ze hadden geen kinderen en er woonden geen andere mensen op het eiland.

Op een avond zat de vrouw op een rots bij de zee. Ze staarde treurig naar het water. "Als we kinderen hadden, speelden ze nu naast me op het strand. Dan zou ik niet zo alleen zijn," dacht ze.

Een eindje verderop dook een ijsvogel in het water. Toen hij weer bovenkwam, had hij een grote vis in zijn bek. De ijsvogel vloog naar een boomstam die op het water dreef. Op die boomstam zaten haar jongen ongeduldig op een lekker hapje te wachten.

"O, ijsvogel," zei de vrouw. "Ik zou ook zo graag kinderen willen hebben om te verzorgen, net als jij."

Tot haar verbazing antwoordde de ijsvogel: "Kijk in de schelpen. Ga eens in de schelpen kijken."

De volgende avond zat de vrouw weer op de rots over de zee uit te kijken. Dichtbij zag ze een zeemeeuw en haar jongen die zich op de golven lieten drijven.

"O, zeemeeuw," zei de vrouw verdrietig. "Ik zou ook zo graag kinderen willen hebben, net als jij."

En de zeemeeuw zei: "Kijk in de schelpen. Ga eens in de schelpen kijken."

Even later hoorde de vrouw achter zich een zacht gehuil. Het geluid kwam uit een grote schelp. De vrouw pakte de schelp op en keek erin. In de schelp lag een heel kleine baby, een jongetje. Dolgelukkig nam de vrouw het kindje mee naar huis. Het kindje groeide op tot een sterke kleine jongen. Op een dag zei hij: "Moeder, wilt u van uw koperen armband een boog en twee pijlen voor me maken"?

De vrouw, die alles voor haar zoon over had, maakte een kleine boog en twee kleine pijlen.

De volgende dag en alle dagen erna ging de kleine jongen op jacht. Hij bracht ganzen, eenden en allerlei kleine zeevogels mee naar huis.

De jongen werd groter en zijn gezicht kreeg een mooie gouden kleur. Als hij op het strand zat en naar het water keek, was het altijd mooi weer en dan dansten er vreemde lichtjes op de golven.

Op een dag stak er een zware storm op. De zee was zo wild dat de man die dag niet kon uitvaren. Het weer bleef slecht en na een paar dagen was er geen vis meer voor zijn vrouw en zoon om te eten.

De jongen zei: "Laat me met u meegaan in de boot, vader. Ik weet hoe de Geest van de Storm weggejaagd moet worden."

De man vond het eerst niet goed, maar de jongen bleef zo aandringen dat hij uiteindelijk toch mee mocht.

Ze waren nog niet ver van de kust vandaan, toen ze de Geest van de Storm zagen. Hij blies uit het zuidwesten, waar de Grote Winden wonen.

De Geest van de Storm blies en blies.

De boot werd heen en weer geslingerd op de hoge golven. Maar hoe hard de Geest de Storm zijn best deed, de boot kon hij niet omverblazen. Even later werd het water rond de boot rustig.

De Geest van de Storm riep de Geest van de Mist om hem te helpen. Hij wist dat de man en de jongen zouden verdwalen, als er mist over het water hing.

De man zag de Geest van de Mist aankomen. Hij werd heel erg bang. Want de Geest van de Mist is voor een visser veel gevaarlijker dan alle andere Geesten van het Weer.

Maar de jongen zei: "U hoeft niet bang te zijn, vader. Hij zal u geen kwaad doen, omdat ik bij u ben."

De jongen had gelijk. De Geest van de Mist zag hem in de boot zitten en verdween even snel als hij gekomen was. Toen wist de Geest van de Storm dat hij niets meer kon doen. Hij draaide zich om en begon in een andere richting te blazen. Het was weer veilig op zee.

Op weg naar huis leerde de jongen zijn vader een toverlied. Ze zongen het samen uit volle borst. Toen de vissen het lied hoorden, zwommen ze regelrecht in de netten die achter de boot hingen. Tegen de avond was de boot vol met vis. De man had nog nooit zoveel vis gevangen als die dag.

"Wil je mij het geheim van je toverkracht vertellen?" vroeg hij aan zijn zoon.

"Ik kan het u nog niet vertellen, vader," antwoordde de jongen.

De volgende dag ging de jongen op jacht. Hij schoot kieviten, blauwe gaaien en roodborstjes. Thuisgekomen stroopte hij de huid met de veren van de dode vogels. Hij hing ze op, om ze in de zon te laten drogen.

De volgende morgen deed hij de veren van de kieviten om zijn schouders, liep naar het strand en... vloog weg. Hij zweefde boven de zee. Het water kreeg een donkergrijze kleur, precies de kleur van de veren van een kievit.

De jongen vloog één keer rond het eiland en streek toen neer op het strand. Daar legde hij de kievitsveren af en deed de veren van de blauwe gaaien om. Hij steeg opnieuw op. Toen hij boven zee zweefde, veranderde de kleur van het water van donkergrijs in donkerblauw, precies de kleur van de veren van een blauwe gaai. Nadat hij weer één keer rond het eiland was gevlogen, ging hij terug naar het strand en deed de veren van de roodborstjes om. De veren van roodborstjes zijn roodgoud van kleur. Hij vloog naar de zee en de golven onder hem kregen een roodgouden gloed. En de lucht in het westen kreeg een gouden kleur, precies de kleur van zijn gezicht.

De jongen vloog terug naar het eiland en ging naar zijn moeder. "Ik ben het Kind van de Zon," zei hij tegen haar. "De tijd is gekomen dat ik u moet verlaten. Maar u zult me nog vaak zien als aan het einde van de dag de zon in het westen ondergaat. Als de lucht en de zee de kleur hebben van mijn gezicht, zal het de volgende dag mooi weer zijn en het zal dan niet waaien of stormen."

De jongen deed de veren van de kieviten en de blauwe gaaien om de schouders van zijn moeder. "Als u extra zonneschijn nodig hebt, moet u deze veren dragen en kleine witte veertjes in de lucht gooien. De wind zal die dan bij mij brengen."

Toen steeg de jongen op en vloog naar het westen. De vrouw en de man bleven bedroefd achter.

Maar als in de herfst mist boven de zee kwam opzetten en de lucht 's avonds donkergrijs werd, nam de vrouw een handvol witte vogelveertjes en gooide die in de lucht. De wind bracht de veertjes naar het westen. Dan wist het Kind van de Zon dat de vrouw naar hem verlangde.

Als de zon onderging, kwam het Kind van de Zon te voorschijn. De lucht stond dan in vuur en vlam en de golven van de zee veranderden in goud. Dan wist de vrouw dat het de volgende dag mooi weer zou zijn en dat het niet zou stormen of waaien. Net zoals het Kind van de Zon haar had beloofd.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE