02 Assepoester
Ella was nog maar een klein meisje toen haar moeder stierf. Een paar jaar later trouwde haar vader met een weduwe die twee dochters had. Ella was eerst heel blij dat ze een nieuwe moeder en twee zusjes kreeg. Maar al gauw bleek dat haar stiefmoeder een onaardige en ijdele vrouw was. Ze kocht altijd heel dure kleren. Maar hoe duur haar jurken ook waren, de stiefmoeder van Ella werd er niet mooier door, omdat ze altijd zo lelijk keek.
Iedere dag weer vertelde ze haar twee dochters, Truida en Bertha, dat ze zo mooi waren als rozen. Truida en Bertha vonden dat heerlijk om te horen, maar ze wisten heus wel dat Ella veel mooier was. Ella had lange goudblonde haren, een zachte huid, een lieve glimlach en kleine, sierlijke handen en voeten. Truida en Bertha waren heel jaloers op hun mooie stiefzusje. En daarom deden ze vaak onvriendelijk tegen haar.
Diezelfde winter werd de vader van Ella heel ziek en stierf. Omdat Ella nog niet oud genoeg was om voor zichzelf te zorgen, moest ze wel bij haar stiefmoeder en stiefzusjes blijven wonen. Die lieten haar al het zware werk in huis doen.
Op een dag bracht de postbode een envelop met het koninklijk zegel. In de envelop zaten vier uitnodigingen voor het bal dat in het koninklijk paleis zou worden gehouden. Tijdens het bal zou de prins uit de mooiste meisjes van de stad een vrouw kiezen.
Het hele huis was in rep en roer! Ze konden over niets anders meer praten dan over de prins, het bal, kleren en kapsels. En ze lieten Assepoester maar werken.
“Poeder mijn kastanjebruine pruik, Assepoester!”
“Naai deze kraaltjes op mijn jurk, Assepoester!”
“Strijk mijn kanten sjaal, Assepoester! En pas op dat het kant niet schroeit!”
Assepoester vond al dat extra werk niet erg. Ze voelde zich juist blij, want nu zou ze het prachtige paleis op de heuvel ook van binnen kunnen zien.
“Wat zal ik aantrekken?” vroeg ze heel verlegen.
Drie verbaasde gezichten staarden haar aan. “Jij? Wat jij moet aantrekken?” zei haar stiefmoeder. “Je denkt toch niet dat jij met ons naar het bal gaat?”
Bertha moest heel hard lachen. “Je ziet eruit als een vogelverschrikker.”
“Ze zullen je niet een binnen laten,” spotte Truida.
Op de avond van het bal poederde Bertha haar neus zo dik, dat die eruit zag als een schuimpje. En Truida borstelde haar pruik zo hoog op dat die heen en weer wiebelde als ze liep. Hun moeder plofte bijna in haar jurk van pure brokaat, zo strak zat die om haar heen. Ze klommen in een koets en reden weg.
Assepoester zat in haar hoekje bij de haard in de keuken te huilen. Er vielen een paar tranen in de hete as. De as siste en er kwam een sliertje rook te voorschijn. Het sliertje werd groter en groter en werd een wolk. Plotseling verschenen er schitterende zilveren sterretjes in de rook en… uit de wolk stapte een oude dame met witte haren en een vriendelijk gezicht.
“Je hoeft niet te huilen, mijn kind,” zei ze tegen Assepoester. “Ik ben een goede fee en ik zal ervoor zorgen dat je toch naar het bal kunt gaan. We hebben niet veel tijd meer, dus ga gauw naar de kelder en vang vier muizen. En kom dan naar de tuin.”
Assepoester was wel een beetje verbaasd, maar ze deed wat de lieve oude dame haar had gezegd.
In de tuin vroeg de fee haar twee hagedissen te zoeken en een pompoen te plukken. Assepoester deed het. Toen zwaaide de fee drie maal met haar toverstokje.
Er schoten kleurige sterretjes uit het stokje en… de pompoen veranderde in een zilveren koets, de muizen in vier prachtige grijze paarden en de hagedissen in twee deftige lakeien.
“Maar ik kan toch niet in deze oude kleren naar het bal gaan,” zei Assepoester bijna huilend.
De oude dame giechelde. “O, wat dom van me. Dat was ik bijna vergeten.” Zachtjes tikte ze met haar toverstokje op het voorhoofd van Assepoester. En op hetzelfde ogenblik had Assepoester een prachtige jurk van goud- en zilverdraad aan en aan haar voeten prijkten een paar tere glazen muiltjes.
“Ik hoop dat je een heerlijke avond zult hebben, mijn kind,” zei de fee. “Ga nu gauw naar het paleis, maar denk eraan dat je voor middernacht weggaat. Want als de klok twaalf uur slaat, is mijn toverkracht uitgewerkt. Ach, en dit was ik bijna vergeten,” zei ze. En ze gaf Assepoester een kaart met een gouden randje. Het was een uitnodiging voor het bal. De fee tikte met haar toverstokje op haar eigen voorhoofd en verdween. Assepoester stapte in de koets en reed naar het paleis.
In het paleis was het bal in volle gang. Plotseling hield het orkest op met spelen… op de dansvloer bleef iedereen stokstijf staan. Allemaal staarden ze naar het mooie meisje in haar prachtige jurk die verlegen de marmeren trap afliep.
Ook de prins zag Assepoester. Hij maakte een diepe buiging en vroeg haar om de eerste dans. Ook de volgende dans was voor Assepoester en de volgende… en die daarna ook.
De andere vrouwen en meisjes in de balzaal fluisterden achter hun waaiers: “Ik denk dat de prins zijn keuze heeft gemaakt”. “Wie is dat meisje?” “Ze is vast een prinses!”
Truida en Bertha zaten boos in een hoekje.
“Het is niet eerlijk!” pruilde Bertha.
“Nee, hij zou ook eens met een ander moeten dansen,” zei Truida.
Maar de prins bleef de hele avond met Assepoester dansen. Assepoester was nog nooit zo gelukkig geweest. Licht als een veertje zweefde ze in de armen van de prins over de dansvloer. Ze vergat alles om zich heen… en ze dacht ook niet aan de tijd tot… de klok twaalf uur begon te slaan. “O, hemeltje, ik moet weg!” riep Assepoester. En ze holde de marmeren trap op. “Waarom ga je weg?” riep de prins. “En ik weet niet eens hoe je heet.” Maar Assepoester was al verdwenen. Verdrietig raapte de prins het glazen muiltje op dat Assepoester in haar haast op de trap had verloren.
Op weg naar huis veranderde de koets weer in een pompoen, de paarden werden weer muizen en de deftige lakeien die weer hagedissen werden, verdwenen achter een steen. Ook de prachtige baljurk veranderde weer in een oude werkjurk. Alleen het glazen muiltje verdween niet. Bedroefd stopte Assepoester het muiltje in de zak van haar jurk. Ze kroop in haar hoekje bij de haard en huilde zich in slaap.
Uren later kwamen haar stiefmoeder en stiefzusjes thuis.
“Het is allemaal de schuld van Assepoester,” zeurde Bertha. “Als ze mijn jurk netter had gestreken, was de prins zeker verliefd op mijn geworden.”
“En als ze mijn pruik beter had geborsteld, was ik vast zijn vrouw geworden,” snauwde Truida.
“Dat gebeurt misschien nog wel,” zei hun moeder. “Die onbekende prinses is toch verdwenen.”
De volgende dag hingen overal in de stad aanplakbiljetten. Er stond op geschreven: “Wie het glazen muiltje past, wordt mijn vrouw. De Prins.”
Truida en Bertha liepen rood aan van opwinding.
“Nu zal hij zeker met mij trouwen,” riep Bertha. “Ik heb zulke kleine voeten.” “Poeh, zo groot als een straattegel zul je bedoelen!” schreeuwde Truida. “Maar ik krijg dat muiltje aan, al is dat het laatste wat ik doe.” Hun moeder zei helemaal niets. Ze stond zichzelf in de spiegel te bewonderen. “een kroon zal me best goed staan,” dacht ze . Er werd op de deur geklopt.
Buiten stond de dienaar van de prins. Hij droeg het glazen muiltje op een rood fluwelen kussen. Bertha trok hem naar binnen. “Geef hier!” riep ze. “Nee, ik eerst!” schreeuwde Truida.
“Uit de weg,” zei hun moeder. “Ik zal het eerst proberen!”
Maar hoe ze het ook probeerde, het lukte haar niet het muiltje aan te krijgen. Truida en Bertha deden nog meer hun best en zagen rood van inspanning. Maar ook zij kregen hun grote voeten niet in het kleine smalle muiltje.
“Houd u alstublieft op!” zei de dienaar. “Straks maakt u het muiltje nog kapot. Is er niemand anders in huis?”
“Niemand!” riepen ze alle drie.
De dienaar wees toen naar Assepoester die in haar hoekje bij de haard zat. “En wie is dat dan?”
“Oh, dat is niemand,” zei Bertha.
“De prins wil dat elke vrouw in de stad het muiltje past,” zei de dienaar en hij legde het muiltje bij Assepoester neer.
Haar kleine sierlijke voetje gleed zonder moeite in het glazen muiltje. De dienaar stond op en maakte een diepe buiging. Hij liep naar de deur en zei: “Ik heb haar gevonden, hoogheid!” De prins kwam naar binnen.
“Het is niet eerlijk,” zei Bertha. “Het is vast een vergissing!” riep Truida. “En… en ze is niet eens naar het bal geweest,” zei hun moeder.
Maar Assepoester glimlachte naar haar prins. “Geld voor een trouwjurk heb ik niet, maar ik heb wel een paar schoenen.” En ze haalde het andere muiltje uit de zak van haar jurk.
Bertha bloosde. Truida deed haar mond niet meer open. En hun moeder? Die slaakte een kreet en… viel flauw.
Nog dezelfde dag kocht de prins een prachtige satijnen trouwjurk voor zijn bruid. En de volgende dag trouwde Assepoester met haar prins.