×

Utilizziamo i cookies per contribuire a migliorare LingQ. Visitando il sito, acconsenti alla nostra politica dei cookie.

LUISTERSPROOKJES, 01 De nieuwe kleren van de keizer – Text to read

LUISTERSPROOKJES, 01 De nieuwe kleren van de keizer

Principiante 2 di olandese lesson to practice reading

Inizia a seguire questa lezione ora

01 De nieuwe kleren van de keizer

"Ik moet de keizer spreken," riep de schatkistbewaarder wanhopig. "De schatkist is helemaal leeg. De keizer heeft al het geld aan kleren uitgegeven! "

Maar de soldaat voor de deur van de keizerlijke slaapkamer wilde hem niet binnen laten. "Het spijt me, schatkistbewaarder. De keizer is kleren aan het passen in zijn kleedkamer. U kunt dus niet naar binnen."

Op dat ogenblik vloog de deur open. De keizer kwam opgewonden naar buiten, op de voet gevolgd door zijn eerste minister.

"Ik kan vandaag niemand ontvangen. Ik heb niets om aan te trekken. Ah, schatkistbewaarder, goed dat u er bent. Verhoog de belastingen onmiddellijk. Ik ben weer aan nieuwe kleren toe!"

"Maar majesteit, ik kan de belastingen niet opnieuw verhogen. De mensen hebben geen geld meer."

"Dat kan me niet schelen," zei de keizer op hooghartige toon. "Ik ben de keizer. Ik heb het hier voor het zeggen."

De volgende dag verschenen er twee vreemdelingen aan de poort van het paleis. Ze zeiden dat ze kleermaker waren. En natuurlijk werden ze door de keizer ontvangen. "Majesteit, we zouden het een grote eer vinden als we voor u nieuwe kleren mogen maken. En we willen hiervoor de mooiste stof van de wereld gebruiken."

"Laat die stof dan eerst maar eens' zien, " zei de keizer op gebiedende toon.

"We hebben heel wat stoffen bij ons, majesteit, en die zullen we u laten zien. Het zijn allemaal voorbeelden van onze weefkunst. Voor u, keizer, is de mooiste stof niet mooi genoeg. Daarom zullen we die speciaal voor u weven. U levert de materialen, een weefgetouw en een grote lichte werkkamer. En wij bieden u ons vakmanschap èn natuurlijk onze toverkunst aan."

"Toverkunst? Toverkunst? Wat voor toverkunst?" vroeg de keizer nieuwsgierig.

"Als iemand dom is of gemeen of niet geschikt voor zijn werk, zal hij de stof niet kunnen zien," zeiden de kleermakers. "Werkelijk?" riep de keizer.

"Verbazingwekkend! U kunt onmiddellijk beginnen. Dan kan ik morgen in de optocht door de stad mijn nieuwe kleren dragen. Schatkistbewaarder, zorg ervoor dat deze mannen alles krijgen wat ze nodig hebben!

De kleermakers werden naar een grote lichte kamer op de benedenverdieping van het paleis gebracht. Er stond een groot weefgetouw. Bedienden brachten zijde, wol, parels en gouddraad. Maar... de kleermakers verstopten het allemaal in een grote kist. Ze maakten het zich gemakkelijk in de keizerlijke stoelen en gingen een dutje doen.

De keizer zat op zijn troon en kon alleen maar aan zijn nieuwe kleren denken. Plotseling grijnsde hij boosaardig. "Dit is een prachtige kans om erachter te komen of iedereen wel geschikt is voor zijn werk." Hij liet de schatkistbewaarder bij zich komen. "Schatkistbewaarder," zei hij, "ga naar de kleermakers en kijk of ze al opschieten. Daarna komt u me vertellen of de stof werkelijk mooi wordt."

De schatkistbewaarder klopte op de deur van de weefkamer. Een van de kleermakers deed open.

"Komt u binnen. U bent zeker nieuwsgierig naar de stof. Zoals u ziet, zijn we bijna klaar."

In het midden van de kamer stond het weefgetouw... leeg. De schatkistbewaarder knipperde met zijn ogen en keek nog eens. Maar hij zag niets. "Hoe kan dat nu?" dacht hij. "Ben ik dom? Of gemeen? Of niet geschikt voor mijn werk? Dit is een ramp!

"Ahum... heel aardig. Jawel, heel mooi," stamelde hij. "En de kleuren zijn werkelijk prachtig."

"U hebt een goede smaak, schatkistbewaarder.

Wilt u de keizer vertellen dat de stof over een paar uur klaar is? Dan kunnen we hem de maat nemen. O ja, we hebben nog enkele meters gouddraad nodig." En de kleermakers deden alsof ze weer ijverig aan het werk gingen.

De schatkistbewaarder liep trillend van schrik naar de troonzaal. Het huilen stond hem nader dan het lachen.

"Kom, kom, " gebood de keizer ongeduldig. "Vertel eens hoe de stof eruit ziet!"

"Werkelijk wo... wonderbaarlijk, majesteit. Ik heb... ik heb nog nooit zoiets gezien." De keizer wreef tevreden in zijn handen. Zijn nieuwe kleren zouden dus heel bijzonder worden. En zijn schatkistbewaarder was een betrouwbaar man. "Heel goed gedaan, schatkistbewaarder. Nu wil ik dat de bisschop, de eerste minister en de opperbevelhebber van het leger naar de stof gaan kijken." De bisschop, de eerste minister en de opperbevelhebber van het leger staarden naar het lege weefgetouw. Ze vonden het verschrikkelijk dat ze de wonderlijke stof niet konden zien. "Ben ik gemeen?" dacht de bisschop. "Ben ik dom?" dacht de eerste minister,

"Ben ik niet geschikt om baas over het leger te zijn?" dacht de opperbevelhebber.

Maar ze lieten niets merken en riepen om beurten Ah en Oh. "Vooral de franje vind ik mooi," zei de bisschop. "Wat een ongewone kleuren," zei de eerste minister. "Uitstekend. Klasse," zei de opperbevelhebber.

En ze gingen naar boven om de keizer te vertellen dat de stof heel bijzonder was.

Daarna ging de keizer naar de kleermakers. Maar... hij kreeg de schrik van zijn leven. "O, wat verschrikkelijk. Ik zie niets. Ben ik dan niet geschikt om keizer te zijn?"

"We hopen dat uwe majesteit tevreden is," zeiden de kleermakers, terwijl ze hun meetlinten uitrolden.

"Ahum, pr... prachtig," stotterde de keizer. Hij voelde zich diepongelukkig.

De kleermakers deden alsof ze hem de maat namen en de stof om zijn schouders legden. De keizer nam een keizerlijke houding aan.

"Wel," dacht hij, terwijl hij in de spiegel keek. "Als iedereen zegt dat de stof prachtig is, dan zal het ook wel zo zijn."

"Voelt u de kwaliteit eens," zei de ene kleermaker.

"En wat vindt u van de voering?" zei de ander. "We zullen de hele nacht doorwerken." Maar natuurlijk deden ze niets. Ze sliepen de hele nacht.

De volgende morgen stond de keizer vroeg op. Hij had slecht geslapen. Hij was wel blij met zijn nieuwe kleren, maar hij vond het verschrikkelijk dat hij ze niet kon zien. De kleermakers deden alsof ze de keizer met zorg aankleedden. De dames en heren van de hofhouding stonden om hem heen en knikten goedkeurend.

"U ziet er fantastisch uit, majesteit," zei de schatkistbewaarder.

"Heel keizerlijk, moet ik zeggen," zei de bisschop.

"Uw onderdanen zullen genieten," zei de eerste minister.

Het nieuws over de nieuwe kleren van de keizer had zich als een lopend vuurtje door het land verspreid. En iedereen had ook gehoord dat je de wonderlijke stof niet kon zien als je dom of gemeen of ongeschikt voor je werk was.

Duizenden mensen waren naar de stad gekomen . Alle straten stonden vol.

De kinderen hadden de beste plaatsen. Die zaten op de schouders van hun vader.

Voorafgegaan door de keizerlijke vlag een muziekkorps van trompetters trok de stoet door de straten.

"Hoera, leve de keizer," riepen de mensen.

Niemand wilde laten merken dat ze de nieuwe kleren van de keizer niet konden zien.

Overal kon men horen: "Wat vindt u van de nieuwe kleren van de keizer"?

"O, prachtig. Schitterend. Zoiets heb ik nog nooit gezien."

In het paleis pakten de kleermakers gauw het gouddraad, de parels en de andere kostbaarheden in. Onopgemerkt slopen ze de paleispoort uit.

De keizerlijke stoet trok verder. De keizer boog waardig naar links en naar rechts. Maar hij voelde zich allesbehalve gelukkig. Hij wilde dat zijn nieuwe kleren niet zo dun waren, want hij had het verschrikkelijk koud.

"Kijk, daar komt de keizer!" zei een vader tegen zijn zoontje.

Wie is de keizer dan, pappa?"

"Die man daar in die prachtige kleren!

"Maar die man heeft helemaal geen kleren aan. Waarom heeft hij geen kleren aan, pappa?"

De mensen die in de buurt stonden, keken het jongetje stomverbaasd aan.

"Het spijt me," zei zijn vader.

"Hij is nog zo jong. Hij weet niet beter."

"Hij is te jong om voor de mal gehouden te worden, zul je bedoelen," zei zijn moeder. "De keizer heeft helemaal geen kleren aan. Iemand heeft hem mooi beetgenomen. En ons ook."

Een voor een bekenden de mensen dat ze de nieuwe kleren niet konden zien. Toen klonk het van alle kanten: "Kun jij de nieuwe kleren van de keizer zien?"

"Hoe kan ik ze nu zien als hij helemaal geen kleren aan heeft."

"De keizer is poedelnaakt!" lachten de mensen. "Hij heeft helemaal geen nieuwe kleren aan."

De keizer schaamde zich diep en bloosde van verlegenheid. Hij draaide zich snel om en holde zo hard hij kon terug naar het paleis. Hij had een lesje geleerd. Nooit meer zou hij ijdel zijn... en nooit meer zou hij geld aan kleren verspillen.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE