×

Utilizziamo i cookies per contribuire a migliorare LingQ. Visitando il sito, acconsenti alla nostra politica dei cookie.

LingQ Mini Stories, 40 - Sharon en haar familie – Text to read

LingQ Mini Stories, 40 - Sharon en haar familie

Principiante 2 di olandese lesson to practice reading

Inizia a seguire questa lezione ora

Dit is een verhaal over Sharon en haar familie.

A) Sharon heeft een grote familie.

Ze heeft een broer, een zus en veel nichten en neven.

Sharons broer is ouder dan zij.

Hij is ook luidruchtiger en grappiger dan Sharon.

Sharons zus is jonger dan zij.

Sharons zus is ook kleiner en socialer.

Sharons zus praat liever met mensen dan Sharon.

Ondanks dat Sharon veel oudere nichten en neven heeft, kent ze die niet erg goed.

Ze wonen verder weg dan haar broer en zus.

Nu vertelt Sharon het verhaal:

B) Ik heb een grote familie.

Ik heb een broer, een zus en veel nichten en neven.

Mijn broer is ouder dan ik.

Hij is luidruchtiger en grappiger dan ik.

Mijn zus is jonger dan ik.

Mijn zus is ook kleiner en socialer.

Mijn zus praat liever met mensen dan ik.

Ondanks dat ik veel oudere nichten en neven heb, ken ik ze niet erg goed.

Ze wonen verder weg dan mijn broer en zus.

Nu ga ik een paar vragen stellen.

Je kunt deze beantwoorden of gewoon luisteren als je dat liever wilt.

Een : Sharon heeft een grote familie.

Heeft Sharon een grote familie?

Ja, Sharon heeft een grote familie.

Twee : Sharon heeft een broer.

Hoeveel broers heeft Sharon?

Sharon heeft een broer.

Drie : Sharons broer is ouder dan zij.

Wie is er ouder, Sharon of haar broer?

Sharons broer is ouder dan zij.

Vier : Sharons broer is luidruchtiger dan zij.

Wie is er luidruchtiger, Sharon of haar broer?

Sharons broer is luidruchtiger dan zij.

Vijf : Sharons zus is jonger dan zij.

Wie is er jonger, Sharon of haar zus?

Sharons zus is jonger dan zij.

Zes : Dus vindt haar zus het leuker om met mensen te praten dan Sharon.

Wie praat er liever met mensen, Sharon of haar zus?

Sharons zus is socialer dan zij, dus vindt haar zus het leuker om met mensen te praten dan Sharon.

Zeven : Sharon heeft veel oudere nichten en neven.

Heeft Sharon maar een paar nichten en neven?

Nee, Sharon heeft veel oudere nichten en neven.

Acht : Sharons broer en zus wonen dichterbij dan haar nichten en neven.

Wie wonen er dichterbij, Sharons nichten en neven, of haar broer en zus?

Sharons broer en zus wonen dichterbij dan haar nichten en neven.

En dat was Sharons verhaal.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE