Iets aan het doen zijn
Hallo, in het forum was er een vraag hoe je in het Nederlands kunt zeggen dat je iets aan het doen bent.
Eerst wat voorbeelden om te beginnen:
Iemand belt me op en vraagt wat ik aan het doen ben.
Mogelijke antwoorden zijn dan:
Ik ben aan het eten.
Ik eet een boterham.
Ik ben aan het televisie kijken.
Ik kijk naar de televisie.
Ik doe niets, ik zit op de bank.
Ik doe niets, ik lig op mijn bed.
Dus in technische termen, of je gebruikt de tegenwoordige tijd, of je gebruikt de constructie 'ik ben aan het'.
Nog een paar voorbeelden.
Iemand belt op en vraagt wat jouw kinderen aan het doen zijn: Ze zijn aan het voetballen buiten.
Ze liggen te slapen in bed.
Ze zitten op de bank en kijken naar de televisie.
Ze kijken naar de televisie.
Ze zijn aan het spelen met de lego.
Een paar laatste voorbeelden.
Iemand belt op en vraagt wat je man aan het doen is: Hij drinkt een biertje op het terras met zijn vrienden.
Hij is even weggegaan om de kinderen op te halen.
Hij staat onder de douche.
Hij is in de tuin aan het werk.