Auto rijden
Ik stap in de auto.
Ik doe mijn gordel vast, en steek de sleutel in het contact.
Ik start de auto, en schakel in zijn achteruit om de parkeerplaats uit te steken.
Daarna schakel ik naar zijn één, en twee om rustig mijn straat uit te rijden.
Bij de kruising moet ik remmen, want ik moet voorrang verlenen.
Als de weg vrij is trek ik weer op en kan ik oversteken.
Als het begint te regenen, zet ik de ruitenwissers aan. Het wordt ook langzaam donker, dus ontsteek ik de lampen van de auto.
Als ik aankom moet ik niet vergeten de lampen van de auto weer uit te doen, anders loopt mijn accu leeg, en kan ik daarna niet meer starten.