Ik kan me ook niet veel herinneren van wat ik op school geleerd heb.
In mijn geval heb ik niet veel te vergeten.
Ik ook!
Door de manier waarop ik op school talen leerde heb ik er een hekel aan gekregen.
Ik vocht tegen de taal die ik leerde.
Ik denk dat dat voor veel mensen zo is.
Ja.
Mensen moeten het leren om de taal leuk te vinden.
Mensen moeten stoppen om tegen de taal te vechten en de taal natuurlijk tot zich laten komen.
Tja, ik gok dat dat echt voor jou heeft gewerkt.
Oh ja.
George liet me dat zien en ik liet hem in mijn flat wonen.
En toen weerstond je George ook niet?
Wat probeer je te zeggen?
Hij is niet mijn vriendje.
We delen niet hetzelfde bed!
Het was aardig van je om hem in jouw flat te laten wonen.
Dat was fijn voor mij.
Ik had gratis Nederlandse gesprekken met hem bij het ontbijt en bij het avondeten.
Soms gingen we samen naar feesten toe.
Ik gok dat dat je Nederlands heeft doen verbeteren.
Ja, maar nu wil ik dat hij vertrekt.
Ik heb hem niet meer nodig.
Bovendien werkt hij me op de zenuwen.
Waarom zeg je dat?
Waarom wil je niet meer met hem samenwonen?
Hij is zo rommelig.
Hij ruimt niet op.
Hij laat overal zijn vuile kleren rondslingeren.