×

We use cookies to help make LingQ better. By visiting the site, you agree to our cookie policy.


image

Heb je zin? - Bart de Pau, 008 at the supermarket

008 at the supermarket

Hallo. Ik ben Bart de Pau. Online docent Nederlands. Welkom bij Heb je zin?. Vandaag oefenen we zinnen met de grammatica van #dutchgrammar les 13 over voorzetsels. Martin en Marieke staan op de markt. Ze hebben eten voor vanavond, maar ze willen nog naar de winkel… om een toetje. Naast de markt is een supermarkt. Martin en Marieke lopen naar de supermarkt. Voor de supermarkt stopt Martin. Hij vraagt aan Marieke: Wat hebben we nodig voor vlaflip? Vla, yoghurt en limonadesiroop. Ok. Ze gaan de supermarkt binnen. In de supermarkt pakt Martin een mandje. Zo lopen naar de melkproducten. Eh… Waar staat de vla? Hier, naast de yoghurt. Welke vla nemen we? Chocolade vla? Nee, we nemen vanillevla. Die staat onder de cholocadevla. Oh ja. Ik neem dit pak. Kijk naar de houdbaarheidsdatum! Die staat op het pak. Eh. Waar staat de houdbaarheidsdatum? Ah hier… THT, dat betekent: tenminste houdbaar tot… 22 oktober 2016 Dat is over 3 dagen. En nu de yoghurt. Eh… ik neem dit pak. Houdbaarheidsdatum: THT 24 oktober Ook goed. En nu nog de limonadesiroop. Waar staat die? Eh… Ah daar, achter dat rek. Martin doet de limonadesiroop in het mandje. Anders nog iets? Nee, dat was het. Meer hebben we niet nodig. Ze lopen naar de kassa. Voor de kassa staat een rij. Ze wachten in de rij tot ze aan de beurt zijn. Vanillevla, yoghurt en limonadesiroop. Gaat u vlaflip eten? Jazeker! Wilt u een tasje? Nee hoor, dat is niet nodig. Spaart u zegeltjes? Eh nee. Dat is dan 4 euro 65. Martin haalt een briefje van 50 uit zijn portemonnee. Heeft u niet kleiner? vraagt de kassière Eh, even kijken. Nee, ik heb niet kleiner. Ik kan ook pinnen. Graag. Ik heb niet genoeg wisselgeld. Martin pakt zijn bankpasje uit zijn portemonnee. voer uw pas in aub toets nu uw pincode in druk ok Dat is in orde. Wilt u het bonnetje? Ja, alsjeblieft. Martin stopt het bonnetje in zijn portemonnee. Prettige avond! Tot ziens! Martin en Marieke lopen naar buiten. Op straat controleren ze het bonnetje. Klopt het? vraagt Marieke. Ja, het klopt. En nu heb ik heel erg honger! Ik ook! Ze lopen naar het huis van Martin. Dat was de les van vandaag. Ken je alle voorzetsels? De volgende les gaat Martin koken voor Marieke. Tot dan!


008 at the supermarket 008 at the supermarket 008 au supermarché 008 at the supermarket 008 в супермаркете

Hallo. Hello. こんにちは。 你好。 Ik ben Bart de Pau. I'm Bart de Pau. Je suis Bart de Pau. Online docent Nederlands. Online teacher of Dutch. Professeur de néerlandais en ligne. Welkom bij Heb je zin?. Welcome to Do you fancy ?. Bienvenidos a ¿Te apetece?. Bienvenue sur Voulez-vous?. Vandaag oefenen we zinnen met de grammatica van #dutchgrammar les 13 over voorzetsels. Today we practice sentences using the grammar from #dutchgrammar lesson 13 on prepositions. Aujourd'hui, nous pratiquons des phrases avec #dutchgrammar lesson 13, une grammaire sur les prépositions. 今日は、前置詞についての#dutchgrammarレッスン13の文法で文章を練習します。 Martin en Marieke staan op de markt. Martin and Marieke are on the market. Martin et Marieke sont sur le marché. マーティンとマリエケは市場に出ています。 Martin e Marieke estão no mercado. Ze hebben eten voor vanavond, maar ze willen nog naar de winkel… om een toetje. They have dinner for tonight, but they still want to go to the store ... for dessert. Tienen la cena para esta noche, pero todavía quieren ir a la tienda... para el postre. Ils dînent ce soir, mais ils veulent toujours aller au magasin ... pour le dessert. 今夜は夕食を食べますが、デザートを求めて店に行きたいです。 Eles jantam esta noite, mas ainda querem ir à loja... para a sobremesa. Naast de markt is een supermarkt. Next to the market is a supermarket. Al lado del mercado hay un supermercado. À côté du marché est un supermarché. 市場の隣にはスーパーマーケットがあります。 Martin en Marieke lopen naar de supermarkt. Martin and Marieke walk to the supermarket. Martin y Marieke caminan hacia el supermercado. Martin et Marieke vont au supermarché. マーティンとマリエケはスーパーマーケットに歩いて行きます。 Voor de supermarkt stopt Martin. Martin stops in front of the supermarket. Martin s'arrête devant le supermarché. マーティンはスーパーマーケットの前で立ち止まります。 Martin para em frente ao supermercado. Hij vraagt aan Marieke: Wat hebben we nodig voor vlaflip? He asks Marieke: What do we need for flax? Le pregunta a Marieke: ¿Qué necesitamos para vlaflip? Il demande à Marieke: De quoi avons-nous besoin pour le lin? 彼はマリエケに尋ねる:亜麻には何が必要ですか? Vla, yoghurt en limonadesiroop. Custard, yogurt and lemonade syrup. Crème anglaise, yogourt et sirop de limonade. カスタード、ヨーグルト、レモネードシロップ。 Ok. OK. Ze gaan de supermarkt binnen. They enter the supermarket. Ils entrent dans le supermarché. In de supermarkt pakt Martin een mandje. Martin takes a basket in the supermarket. Martin prend un panier au supermarché. マーティンはスーパーマーケットでバスケットを取ります。 Zo lopen naar de melkproducten. So walk to the milk products. だから、乳製品に歩いてください。 Eh… Waar staat de vla? Uh ... Where is the custard? Euh ... Où est la crème anglaise? Hier, naast de yoghurt. Here, next to the yogurt. Welke vla nemen we? Which custard do we take? Chocolade vla? Chocolate custard? Nee, we nemen vanillevla. No, we'll take vanilla custard. いいえ、バニラカスタードを取ります。 Die staat onder de cholocadevla. It is under the chocolate custard. C'est sous le flocon de chocolat. チョコレートカスタードの下にあります。 Oh ja. Oh yeah. Ik neem dit pak. I'm taking this suit. Je prends ce costume. 私はこのスーツを取っています。 Kijk naar de houdbaarheidsdatum! Look at the expiration date! 有効期限を見てください! Die staat op het pak. It's on the package. C'est sur l'emballage. Eh. Eh. Waar staat de houdbaarheidsdatum? Where is the best-before date? Ah hier… THT, dat betekent: tenminste houdbaar tot… 22 oktober 2016 Dat is over 3 dagen. Ah here ... THT, that means: at least tenable until ... October 22, 2016 That's in 3 days. Ah ici ... THT, ça veut dire: au moins tenable jusqu'à ... 22 octobre 2016 C'est dans 3 jours. ああ... THT、つまり:少なくとも10年までは持続可能... 2016年10月22日それは3日後です。 Ah aqui ... THT, isso significa: pelo menos sustentável até ... 22 de outubro de 2016 Isso é daqui a 3 dias. En nu de yoghurt. And now the yogurt. Eh… ik neem dit pak. Um ... I'll take this suit. Eu pego este terno. Houdbaarheidsdatum: THT 24 oktober Ook goed. Best before: October 24th Also good. En nu nog de limonadesiroop. And now the lemonade syrup. Waar staat die? Where is it? どこにありますか? Eh… Ah daar, achter dat rek. Uh ... Ah there, behind that rack. Euh ... Ah, derrière ce rack. ええと…あそこのラックの後ろ。 Martin doet de limonadesiroop in het mandje. Martin puts the lemonade syrup in the basket. マーティンはレモネードシロップをバスケットに入れます。 Anders nog iets? Anything else? Quelque chose d'autre? Nee, dat was het. No that was it. Meer hebben we niet nodig. We don't need anything else. これ以上は必要ありません。 Ze lopen naar de kassa. They walk to the cash register. Ils marchent jusqu'à la caisse. 彼らはレジに行きます。 Voor de kassa staat een rij. There is a line in front of the cash register. レジの前に列があります。 Há uma linha na frente do registro. Ze wachten in de rij tot ze aan de beurt zijn. They wait in line until it is their turn. Esperan en fila su turno. Ils font la queue jusqu'à ce que ce soit leur tour. 彼らは順番になるまで並んで待ちます。 Eles esperam na fila até chegar a vez deles. Vanillevla, yoghurt en limonadesiroop. Vanilla custard, yogurt and lemonade syrup. Gaat u vlaflip eten? Are you going to eat custard lip? ¿Vas a comer vlaflip? カスタードリップを食べますか? Jazeker! Hell yes! はい! Wilt u een tasje? Would you like a bag? ¿Te gustaría una bolsa? バッグが欲しいですか? Nee hoor, dat is niet nodig. No, that's not necessary. Non, ce n'est pas nécessaire. いいえ、それは必要ありません。 Não, isso não é necessário. Spaart u zegeltjes? Do you save stamps? ¿Guardas sellos? Est-ce que vous enregistrez des timbres? 切手を保存しますか? Você guarda selos? Eh nee. Eh no. Dat is dan 4 euro 65. That is 4 euros 65. Martin haalt een briefje van 50 uit zijn portemonnee. Martin takes a 50 note from his wallet. Martin prend 50 billets de son portefeuille. マーティンは財布から50枚のメモを取ります。 Martin recebe uma nota de 50 de sua carteira. Heeft u niet kleiner? Don't you have smaller? 小さくありませんか? Você não tem um tamanho menor? vraagt de kassière Eh, even kijken. the cashier asks Eh, let's see. le caissier demande Eh, voyons. レジ係がええと尋ねましょう。 pergunte ao caixa Eh, dê uma olhada. Nee, ik heb niet kleiner. No, I have no smaller. いいえ、小さくありません。 Não, eu não tenho menor. Ik kan ook pinnen. I can also pin. También puedo fijar. ピン留めもできます。 Graag. Gladly. Ik heb niet genoeg wisselgeld. I don't have enough change. 十分な変更はありません。 Eu não tenho mudanças suficientes. Martin pakt zijn bankpasje uit zijn portemonnee. Martin takes his bank card from his wallet. マーティンは財布から銀行カードを受け取ります。 Martin tira o cartão do banco da carteira. voer uw pas in aub toets nu uw pincode in druk ok Dat is in orde. enter your card please enter your pin code now press ok That is fine. ingrese su tarjeta por favor ingrese su código pin ahora presione ok Eso está bien. カードを入力し、PINコードを入力して[OK]を押してください。 Digite seu cartão, digite seu código PIN agora OK Está tudo bem. Wilt u het bonnetje? Do you want the receipt? Voulez-vous le reçu? Ja, alsjeblieft. Yes please. Martin stopt het bonnetje in zijn portemonnee. Martin puts the receipt in his wallet. マーティンはレシートを財布に入れます。 Martin coloca o recibo em sua carteira. Prettige avond! Good evening! ¡Ten una buena tarde! 素晴らしい夜を! Tot ziens! Bye! Martin en Marieke lopen naar buiten. Martin and Marieke walk outside. Martin e Marieke caminham para fora. Op straat controleren ze het bonnetje. They check the receipt on the street. Ils vérifient le reçu dans la rue. 彼らは路上で領収書を確認します。 Eles verificam o recibo na rua. Klopt het? Is it right? Est-ce correct? 正しいですか? Está certo? vraagt Marieke. Marieke asks. Ja, het klopt. Yes it is. En nu heb ik heel erg honger! And now I am very hungry! E agora estou com muita fome! Ik ook! Me too! Ze lopen naar het huis van Martin. They walk to Martin's house. Dat was de les van vandaag. That was today's lesson. C'était la leçon d'aujourd'hui. Ken je alle voorzetsels? Do you know all prepositions? Connaissez-vous toutes les prépositions? De volgende les gaat Martin koken voor Marieke. The next lesson Martin will cook for Marieke. Tot dan! Until then!