×

We use cookies to help make LingQ better. By visiting the site, you agree to our cookie policy.

New Year Sale Up to 50% off
image

Short Stories In Dutch For Beginners, De ridder - Hoofdstuk 2 – De reis

De ridder - Hoofdstuk 2 – De reis

Hoofdstuk 2 – De reis

Lars en de bewakers namen de Noorderweg. Achter hen volgden de paarden en het rijtuig met goud. Na een tijdje zei Alfred, de hoofdbewaker, ‘Lars, wat komen we onderweg tegen?'

‘Het is geen gemakkelijke weg. Hij is heel gevaarlijk,' antwoordde Lars.

‘Dus, wat zullen we doen?'

‘Nou er lopen heel wat gevaarlijke mannen en dieren over deze weg. Ik stel voor dat we uit hun buurt blijven. We moeten proberen niet te vechten.'

‘Kun je goed vechten, Lars?'

‘Ik sta erom bekend. Ik kan erg goed vechten.'

‘Dat hoop ik,' zei Alfred. Ze bleven lopen.

Al gauw gingen de drie mannen over een grote stenen brug. Hij leek op de brug bij het kasteel van koning Andur.

‘Lars,' zei Alfred. ‘Deze brug lijkt erg veel op de kasteelbrug.'

‘Ja. jullie hebben hem lang geleden gebouwd.'

‘Hebben wij hem gebouwd?' zei Alfred verbaasd.

‘Nou, niet jullie persoonlijk. De mensen van jullie koninkrijk. Zij hebben hem lang geleden gebouwd. Ze hebben hem met een reden gebouwd. Maar dat ga ik je niet nu vertellen.

De mannen gingen de brug over. Daarna liepen ze een groot bos in. Er stonden heel veel bomen. Maar er waren geen dieren. Het was er zelfs stil.

‘Waarom zijn deze bossen zo stil?' vroeg Alfred.

‘We zijn nu in De Stille Bossen. Hier zijn geen dieren.'

‘Waarom niet?'

‘Er was hier heel lang geleden een grote veldslag. Het was tussen koning Andur en zijn broer.'

Alfred was jong. Hij wist niets over het gevecht. Hij dacht dat koning Andur en koning Arthuren elkaar vertrouwden.

‘Je ziet er verbaasd uit, Alfred,' zei Lars.

‘Dat ben ik ook,' antwoordde Alfred.

‘Waarom?'

‘Ik dacht dat de twee broers nooit vochten.'

Lars lachte. ‘Ik snap het. Nou, dat deden ze wel. Maar dat was heel veel jaren geleden.' Lars hield op met praten. De mannen gingen verder.

Het was erg donker in De Stille Bossen. De bomen waren hoog. Je kon weinig daglicht zien. Wat later vroeg Alfred, ‘Weet je waar we naartoe gaan, ridder?'

‘Ja. Ik ben hier al eens geweest.'

‘Wanneer?' vroeg Alfred.

‘Lang geleden.'

Lars dacht aan vroeger. Hij herinnerde zich het gevecht tussen koning Andur en koning Arthuren. Het was een van de grootste veldslagen in de geschiedenis. Hiervoor werden de bossen De Dierenbossen genoemd. Maar na het gevecht werden ze De Stille Bossen genoemd.

Lars bleef praten. ‘Toen ik jonger was, vocht ik voor koning Andur. Ik was bij het gevecht in deze bossen.'

‘Waar ging dat gevecht om?'

‘Koning Andur begon.'

‘En waarom vocht hij tegen zijn broer?'

‘Koning Andur wilde een fontein in het bos.'

Lars wandelde een paar minuten in stilte. Alfred bleef stil, maar hij dacht na. Hij wilde meer weten over de grote veldslag. Hij had altijd gedacht dat koning Andur een vreedzame koning was.

‘Mag ik je iets vragen, Lars?'

‘Ja.'

‘Wat voor soort fontein is het eigenlijk?'

‘Wacht maar af, dan zie je het vanzelf,' was alles wat Lars zei. Lars en Alfred zeiden een uur lang niets. De andere bewakers spraken soms zachtjes. Er waren alleen maar bomen en stilte - verder niets. Ten slotte kwam de groep bij een meer.

‘We zijn er,' zei de ridder.

‘Wat is dit?'

‘Heel lang geleden was dit meer een fontein.'

‘De fontein waar het gevecht om ging?'

‘Ja.'

De bewakers en de ridder liepen naar het meer. Uiteindelijk sprak Lars. ‘Er was hier heel lang geleden een fontein. Er was niet veel water. Lang niet zoveel als nu. Maar het water was toen betoverd. Als je dat water dronk, dan kreeg je een bijzondere kracht.'

‘Wat voor soort kracht?' vroeg een van de bewakers.

‘Als iemand dat water dronk, dan werd hij of zij heel sterk.' Alfred vormde een kom met zijn handen. Hij dronk wat water.

‘Het smaakt heel normaal,' zei hij.

‘Natuurlijk,' zei Lars. ‘Het is nu gewoon water. Het was heel lang geleden betoverd.'

Alfred droogde zijn handen af en vroeg: ‘Wat gebeurde er precies? Waarom is het water nu niet meer betoverd?'

Lars keek hem aan en begon te vertellen. ‘Zowel Andur en Arthuren wilden de macht. Ze zouden er alles voor doen. Op een dag hoorden ze over een toverfontein. Een fontein die mensen sterk maakte. Meteen wilden beide koningen hem hebben. Ze renden het bos in. Toen ze elkaar bij de fontein tegenkwamen begon het gevecht.'

‘Wat deden ze?' vroeg Alfred.

‘Beide koningen riepen hun soldaten op. De veldslag duurde dagen, weken en daarna maanden. Het was vreselijk. Tijdens het gevecht dronken de mannen zoveel water als ze konden. Ze wilden sterk zijn om te winnen. Ze lieten hun paarden erin rollen. Ze liepen erdoorheen. Ze baadden erin. Ze gebruikten al het water. Al gauw raakte het water bevuild. Men kon het niet meer gebruiken.'

Hij keek de bewakers aan. ‘Na een tijdje was de fontein opgedroogd. Het begon te regenen en er kwam een meer. Maar het was geen betoverd water.'

Alfred keek hem aan. ‘Dus dat was het einde van het toverwater?'

‘Niet helemaal,' zei Lars. Hij keek Alfred ernstig aan. ‘Arthuren had een klein beetje toverwater bewaard. En hij kende een geheim.

Je kan toverwater maken. Je hebt er origineel toverwater en tijd voor nodig, maar het is mogelijk.'

‘Dus dat is het geheim …' begon Alfred.

‘Nou, dat is slechts een deel van het geheim. Ga nu mee. Laten we dit bos verlaten.'

De groep ging weer verder op weg. Al gauw verlieten ze het bos. De zon scheen. De bomen waren niet zo hoog. Ze hadden een prachtig uitzicht over het landschap.

‘Waar zijn we?' vroeg Alfred.

‘We zijn bijna bij het kasteel van Arthuren. Het is goed dat we geen gevaar zijn tegengekomen.'

Alfred keek hem aan. ‘Zijn er echt gevaren in die bossen?'

Lars keek achterom. ‘Ja. Waarom denk je dat we overdag hebben gereisd? Ze tonen zich meestal ‘s nachts.'

‘Waarom heb je mij dat niet verteld?'

‘Ik had niet verwacht dat je mee zou komen,' zei Lars. Hij lachte. Toen zei hij: ‘Oké, laten we gaan.'

De groep kwam bij een stad. In die stad was een groot kasteel. De bewakers waren nog nooit in een ander koninkrijk geweest. ‘Is dit het?' vroeg Alfred.

‘Nou, dit is het koninkrijk. En dat is het kasteel van Arthuren. We brengen het goud daar naartoe.'

Alfred stopte. ‘Lars,' begon hij, ‘er is iets wat ik je niet heb gevraagd …'

‘Wat is dat?'

‘Waar is dit goud voor? Is het een vorm van belasting?

‘Koning Andur verloor het gevecht om De Stille Bossen. Dus nu moet hij zijn broer om de vijf jaar in goud betalen.'

‘Waarom betaalt hij? Kunnen ze geen vrede sluiten?'

‘Zij hebben vrede gesloten. Maar Arthuren heeft iets wat koning Andur niet heeft. Andur moet het kopen.'

Alfred keek Lars verbaasd aan. ‘Wat heeft Arthuren?'

‘Meer toverwater. Andur koopt het om zijn mensen tevreden te houden. Ze gebruiken het om krachtdranken te maken. Zoals deze twee toverdranken hier.' Lars toonde de toverdranken die hij had gekocht.

‘Ik heb over de toverdranken gehoord! Werken ze echt?'

‘Jazeker,' zei Lars. Hij deed de toverdranken weg en keek Alfred aan. ‘Ze werken alleen maar als ze van echt toverwater zijn gemaakt. Ga nu mee. Het is tijd om te gaan.'

Hoofdstuk 2 Overzicht

Samenvatting

Lars en de bewakers van koning Andur beginnen aan hun reis. Onderweg vertelt de ridder een verhaal. Andur vocht in een grote veldslag tegen zijn broer Arthuren. De veldslag ging om een fontein met toverwater. Het toverwater gaf de mensen kracht. Tijdens het gevecht raakte het water op. Maar koning Arthuren had nog wel toverwater. Hij verkoopt het aan koning Andur. Andur stuurt goud om voor meer toverwater te betalen.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE