×

We use cookies to help make LingQ better. By visiting the site, you agree to our cookie policy.

Short Stories In Dutch For Beginners, De capsule - Hoofdstu… – Text to read

Short Stories In Dutch For Beginners, De capsule - Hoofdstuk 1 – De capsule

Beginner 2 Dutch lesson to practice reading

Start learning this lesson now

De capsule - Hoofdstuk 1 – De capsule

Hoofdstuk 1 – De capsule

Het gebeurde veel eeuwen geleden. Het leefklimaat op de aarde was slecht. De mensen hadden ruimte nodig. Ze wilden vrijheid. Daarom begonnen mensen te verhuizen naar andere planeten. Ze begonnen de ene na de andere kolonie op meerdere werelden op te zetten.

In het begin was er vrede en succes. De verschillende werelden waren niet van elkaar gescheiden. Ze werkten als groep samen. Ze waren van elkaar afhankelijk.

Toen veranderde er iets. Er was een snelle bevolkingsgroei. De afzonderlijke planeten hadden meer voedsel nodig. Elke kolonie wilde meer voor zichzelf. Toen begonnen de problemen.

Overal ontstonden oorlogen. Politieke opvattingen en akkoorden veranderden. Kolonies vochten om land, macht en wapens. Uiteindelijk bleven twee belangrijke keizerrijken over: de ‘Aardbewoners' en de ‘Kalkianen'. En beide keizerrijken wilden alles voor zichzelf.

De basis van de regering van de Aardbewoners was op Aarde. Hun hoofdstad was Parijs, in Frankrijk. Politieke ambtenaren ontmoetten elkaar in het parlementsgebouw. Daar bespraken ze zaken zoals wetgeving, economie, energie en oorlog.

De keizer van de Aardbewoners was een oude man die Valior heette. Hij werd vele jaren geleden door middel van stemmen tot deze rol gekozen. De verkiezingen verliepen niet eerlijk, maar dat was geen probleem voor Valior. Hij had veel oorlogen gevoerd. Hij had er maar een paar verloren. Hij was een keizer die alles deed om te winnen.

Op een dag sprak Valior in het parlementsgebouw met zijn ministers. ‘We moeten ophouden met vechten,' riep hij. ‘De economie van ons rijk kan geen oorlogen meer aan. Onze mensen hebben honger. Onze steden hebben wegen nodig. Veel Aardbewoners hebben huizen, licht en voedsel nodig.'

Een man die Aldin heette, sprak. Hij was Valiors meest betrouwbare minister. ‘Maar sire,' zei hij, ‘de Kalkianen blijven ons aanvallen. We kunnen hier niet gewoon maar blijven zitten. Dit land heeft een sterk leger nodig! We moeten onszelf beschermen.'

‘Ik ga daarmee akkoord, maar er is iets wat we kunnen doen. Ik heb iets gedaan dat …'

Plotseling was er veel lawaai buiten de kamer. De deur ging open. Er kwam een bewaker binnen. Hij hield een vrouw vast. Ze vocht en schreeuwde: ‘Laat me gaan! Ik heb een bericht voor de keizer! Laat me gaan!'

Keizer Valior keek naar de deur. ‘Wat gebeurt hier?' schreeuwde hij. ‘Ik houd een vergadering!'

‘Het spijt me, meneer,' zei de bewaker. ‘Deze vrouw wil met u praten. Ze zegt dat het belangrijk is.'

‘Oké. Zeg het maar. Wat is er?' De vrouw werd opeens erg nerveus. Ze had nog nooit met de keizer gesproken. Ze begon langzaam te praten. ‘Mijn … mijn … mijn hoogste keizer, mijn excuses. Maar ik heb nieuws.'

‘Wat voor nieuws?' vroeg de keizer. Toen zei hij: ‘En wat snel! Dit is een belangrijke vergadering!'

‘Er is een capsule bij mijn boerderij geland, keizer.'

‘Een wat?'

‘Een ruimtecapsule. Ik geloof dat het een Kalkiaanse ruimtecapsule is, keizer.'

‘Hoe weet u dat het een Kalkiaanse capsule is?'

‘Mijn man. Hij heeft tegen de Kalkianen gevochten. Hij heeft er mij over verteld.' De ministers en de keizer waren stil. Ten slotte vroeg Aldin: ‘Nog een aanval? Vallen ze de hoofdstad aan?'

‘Nee, nee …' zei de vrouw. ‘De capsule heeft geen wapens. Maar er zit iets in.'

‘In de capsule?' zei de keizer. Hij keek de kamer rond. ‘Wat zou erin kunnen zitten?'

‘Ik weet het niet,' antwoordde de vrouw. ‘Ik was te nerveus om te kijken.'

De keizer riep zijn bewakers. Hij zei dat ze naar die boerderij moesten gaan - en snel! De bewakers en de vrouw stapten in een voertuig. Minister Aldin ging met hen mee.

Onderweg sprak Aldin met de vrouw. ‘Hoe heet u?' vroeg hij.

‘Ik heet Kira.'

‘Kira, dat is een mooie naam. Bent u boerin?'

‘Ja, de boerderij is alles wat ik nog heb.'

Woont u er met uw man?'

‘Mijn man is in de oorlog gestorven.'

Aldin voelde zich opeens ongemakkelijk. Hij praatte snel over iets anders. ‘Hoe ziet de capsule eruit?'

Kira keek hem goed aan. ‘Ik heb liever dat u hem zelf ziet,' zei ze. Toen draaide ze zich om.

‘Goed dan,' zei een verbaasde Aldin. De rest van de reis bleven ze stil. Het voertuig kwam bij de boerderij van Kira aan. Aldin en Kira stapten uit. Ze gingen naar de capsule. De bewakers wachtten in het voertuig. Er waren overal sporen in de grond. De capsule lag op zijn kant. Hij was open.

‘Kira, ik dacht dat je niet in de capsule had gekeken,' zei Aldin.

‘Het spijt me. Ik heb je niet de waarheid verteld. Ik wilde niets zeggen. Niet voordat iemand anders het zag.'

‘Wat zag?'

‘Kijk.'

Aldin naderde langzaam de capsule. Eerst zag hij niets. Toen zag hij het. In de capsule lag een klein meisje.

‘Het is een kind! Een kind!' riep hij. Hij keek verbaasd naar Kira.

‘Ja. Dat is waarom ik het niet heb aangeraakt of iets heb gezegd. Ik wist niet wat ik moest doen. Ik wilde een dokter halen, maar …'

Juist! dacht Aldin. Het meisje is bewusteloos. Ze moet misschien behandeld worden. Wij hebben hulp nodig! Aldin rende naar het voertuig. Hij zei tegen de bewakers dat ze een dokter moesten bellen. Toen pakte hij het jonge meisje voorzichtig op. Hij nam haar mee het huis van Kira in. Hij legde haar op een bed.

Een half uur later was het meisje nog steeds bewusteloos. Aldin ging ten slotte de kamer uit. Kira ging met hem mee. ‘Vertel me,' zei Aldin. ‘Weet jij nog iets over de capsule?'

‘Nee … maar het is wel Kalkiaans, hè?' zei Kira langzaam.

‘Ja.'

‘En het kind?' vroeg Kira.

‘Ze ziet er ook Kalkiaans uit.'

‘Maar wat doet ze hier? Waarom hebben ze ons een kind gestuurd?'

‘Ik weet het niet,' antwoordde Aldin. ‘Als ze kan praten, kan ze het ons misschien vertellen.'

‘Is ze echt door de ruimte gereisd?'

‘Ik denk van wel. Hoogstwaarschijnlijk was er een groter ruimteschip. Ze hebben haar waarschijnlijk in de capsule gezet. Daarna hebben ze haar dichtbij de Aarde achtergelaten. Waarschijnlijk is de capsule uit zichzelf hier geland.'

Eindelijk hoorden ze een voertuig aankomen. De dokters kwamen eraan. Ze wilden het meisje meteen zien. Aldin en Kira bleven uit de buurt.

Het was laat. Aldin had waarschijnlijk honger. Kira vroeg of hij met haar iets wilde eten.

‘Heb je kinderen, Kira?' vroeg Aldin terwijl hij at.

‘Nee. Mijn man en ik wilden kinderen. Maar toen kwam de oorlog en …'

‘Het spijt me.'

‘Het geeft niet,' zei ze en glimlachte verdrietig.

Terwijl hij at keek Aldin rond. Het huis was mooi. Het was schoon en eenvoudig. Het was het huis van een alleenstaande vrouw.

Aldin zag al snel dat Kira naar hem keek. ‘Wilde je me iets vragen, Kira?' vroeg hij.

‘Ja.'

‘Zeg het maar.'

‘Wat ga je met het meisje doen?'

Aldin stopte. Ten slotte vertelde hij haar de waarheid. ‘Ik weet het niet. Ik weet niet eens waarom ze hier is.'

Plotseling rende één van de dokters de keuken in. ‘Het kleine meisje is wakker! Ze kan praten!'

Hoofdstuk 1 Overzicht

Samenvatting

Twee keizerrijken voeren oorlog tegen elkaar: de Aardbewoners en de Kalkianen. De keizer van de Aardbewoners vergadert met zijn ministers. Plotseling komt er een vrouw binnen. Ze vertelt dat er een Kalkiaanse capsule bij haar boerderij is geland. Aldin is de meest betrouwbare minister van de keizer. Hij gaat naar de boerderij. In de capsule ontdekt Aldin een klein meisje. Eerst is het meisje bewusteloos. Dan wordt ze wakker.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE