Ik maak mijn portemonnaie open, en kijk wat er in zit.
Hier heb ik het kleingeld: 2 cent, 5 cent, 10 cent, 50 cent en een euro.
Ik heb hier nog een munt van 2 euro.
In het begin waren er ook nog muntjes van 1 cent, maar die bestaan niet meer. De Nederlandse Bank vind die te duur om te maken.
Ik heb ook wat briefjes: 5 euro, 10 euro en 20 euro.
Andere briefjes bestaan ook, maar die heb ik niet, 50 euro en 100 euro.