Ik werk, en zo verdien ik mijn geld.
Mijn baas betaalt mij aan het einde van elke maand op mijn rekening.
Van mijn salaris betaal ik de huur en andere vaste lasten.
Van wat erover blijft, koop ik eten, koop ik kleding en andere spullen, en ga ik op vakantie.
Als er geld overblijft zet ik dat op mijn spaarrekening.
Ik zorg dat ik iedere maand wat geld over houd.