Ik breng de kinderen op de fiets naar school.
De kinderen doen een fietshelm op.
We fietsen op het fietspad, dat is het veiligste.
Op school zetten ze de fiets in de fietsenstalling.
Ze doen hun fiets op slot en doen het sleuteltje in hun schooltas.
Ik waarschuw ze dat ze het sleuteltje niet kwijt moeten raken.