Vandaag is het zaterdag.
Ik moet het huis schoonmaken.
Ik pak de stofzuiger uit de kast en zuig de kamers.
Ik zet de stofzuiger weer terug en neem even pauze.
Ik drink een kopje koffie en ga weer aan het werk.
Ik moet de wc nog schoonmaken en de badkamer.
De keuken maak ik morgen wel schoon.