07 Wie is sterker?
Wie is sterker?
De Wind zei tegen de Zon: "Niemand is sterker dan ik. Ik kan bomen omver blazen en de bergen met een dikke laag sneeuw bedekken. Ik kan schepen op rotsen laten open en daken van huizen blazen. Heus, niemand is sterker dan ik." De Zon glimlachte alleen maar. "Wat? Geloof je me niet?" riep de Wind. "Denk je soms dat jij sterker bent?" "Natuurlijk ben ik sterker, meneer Wind," zei de Zon. "Huh... huh..." gierde de Wind. "Dat zullen we nog wel zien, jij... jij groot uitgevallen sinaasappel! We zullen een wedstrijd houden." "Dat is goed," zei de Zon. "Zie je die man daar beneden in de Wilgenlaan? Hij is op weg naar het station. Probeer jij maar eens zijn vest uit te trekken voordat hij in de trein stapt." De Wind rolde om van het lachen. "Alleen zijn vest?" loeide hij. "Ik zal die man helemaal uitkleden." En hij begon zo hard te blazen dat alle ruiten van de huizen in de Wilgenlaan trilden. De man met het vest liep terug naar huis en trok een jas aan, want hij merkte dat het weer slechter werd. De Wind begon nog harder te blazen. "Brr," zei de man. "Wat een koude wind!" en hij knoopte zijn jas dicht. Even later stapte de man in de bus naar het station. "Brr, wat een vreselijke storm," zei hij tegen de chauffeur. De Wind begon zo hard te blazen dat de bus heen en weer over de weg slingerde. "Ik rijd naar de garage," zei de chauffeur. "Met zo'n storm is het veel te gevaarlijk op de weg." De Wind blies en blies tegen de deur van de garage tot hij paars zag. "Ik geef het op," hijgde hij. "Maar het zal jou ook niet lukken om die man zijn vest uit te trekken, mevrouw Zon." De Zon begon te schijnen. De bus kwam de garage uit en begon in de richting van het station te rijden. "Pff, wat is het heet!" zeiden de mensen, toen ze bij het station uit de bus stapten. En de Zon begon nog harder te schijnen. De man kreeg het warm en knoopte zijn jas los. "Wat een vreemd weer," dacht hij en liep het perron op. De Zon scheen en scheen. Pff. Zei de man, en hij trok zijn jas uit. Alle andere mensen op het perron hadden ook hun jas uitgetrokken. "Pfff," zuchtte de man nog een keer en toen trok hij zijn vest uit. "Ik had het kunnen weten," zei de Wind tegen de Zon. "De mensen hebben altijd al meer van jou dan van mij gehouden."