×

LingQ'yu daha iyi hale getirmek için çerezleri kullanıyoruz. Siteyi ziyaret ederek, bunu kabul edersiniz: çerez politikası.

LUISTERSPROOKJES, 01 Het Lelijke Jonge Eendje – Text to read

LUISTERSPROOKJES, 01 Het Lelijke Jonge Eendje

Başlangıç 2 Hollandaca lesson to practice reading

Bu dersi şimdi öğrenmeye başlayın

01 Het Lelijke Jonge Eendje

Het was lente! Op de boerderij waren de lammetjes en de kalveren al geboren. Ook de kuikens waren al uit het ei gekomen en trippelden vrolijk rond. Alleen Mevrouw Eend zat nog op haar nest bij de vijver. Haar eieren hadden al lang uitgekomen moeten zijn. Het was maar goed dat ze een geduldige eend was.

Eindelijk klonk het dan toch “krak-krak”. Het eerste ei brak open en er kroop een mooi klein eendje uit de schaal. In de loop van de middag werden er nog vier donzige eendjes geboren. Maar het laatste ei bleef heel. Er zat zelfs geen scheurtje in. “Het is ook wel erg groot!” dacht Mevrouw Eend. “Ik denk dat het langer duurt om zo'n groot ei uit te broeden.” En ze ging weer op het nest zitten.

De volgende morgen klonk er luid “krak” en de eierschaal brak in tweeën.

Uit het ei tuimelde een bundeltje slordige veertjes… bijna zo groot als Mevrouw Eend zelf. “Jij kunt geen kind van mij zijn!” kwaakte Mevrouw Eend, terwijl ze ongelovig naar het grote eendje keek. Zijn broertjes en zusjes begonnen te lachen. “Wat ben jij lelijk, zeg,” zeiden ze “En wat heb je een rare grote voeten!”

En daar kwam Meneer Eend aangezwommen. “O, help, wat zal hij hiervan zeggen.” En Mevrouw Eend probeerde het lelijke eendje achter haar vleugels te verbergen. Meneer Eend keek trots naar zijn kroost. “Goed gedaan, vrouw. Je hebt knappe kinderen uitgebroed.” “Maar wie is dat daar? Hoort die ook bij ons?”

Het lelijke eendje klapte vrolijk met zijn vleugeltjes en liep naar zijn vader toe. Maar Meneer Eend wilde niets van hem weten en waggelde boos weg. Mevrouw Eend legde haar vleugel beschermend om het lelijke eendje. “Was je maar wat kleiner en knapper,” zuchtte ze. “Maar misschien heb je wel een goed verstand.”

De kippen en de haan kwamen uit hun hok om de kindertjes van Mevrouw Eend te bewonderen. “Wat een schatjes!” kakelde een bruine kip. “Maar wat jammer voor u dat er een zo lelijk is!” “Kukeleku, dat is helemaal geen eend!” kraaide de haan. “Volgens mij is het een kalkoen, mijn beste Mevrouw Eend.” “Wat een onzin!” kwaakte Mevrouw Eend boos. “Natuurlijk is het geen kalkoen. En dat zal ik bewijzen ook. Kalkoenen kunnen niet zwemmen. Kom kinderen, allemaal de vijver in!

Het bleek al gauw dat Mevrouw Eend gelijk had, want het lelijke eendje kon even goed zwemmen als zijn broertjes en zusjes. En zelfs veel sneller, omdat hij van die grote voeten had. Maar de dieren van de boerderij, de kippen, de haan en de ganzen bleven hem plagen.

Dikke tranen van verdriet biggelden langs de snavel van het lelijke eendje. Hij zwom met gebogen hoofdje naar de overkant van de vijver en wilde dat hij niet geboren was.

De lente en de zomer gingen voorbij. En het lelijke eendje werd steeds groter. De andere dieren op de boerderij vonden dat hij steeds lelijker werd.

Op een dag in de herfst vlogen er grote witte vogels hoog over de vijver. Ze hadden lange slanke halzen. O, wat vond het lelijke eendje die vogels mooi. “Kijk eens, zwanen!” hoorde hij de kinderen van de boer zeggen. “De zwanen vertrekken naar warme landen. Het wordt winter!”

Een paar weken later was de vijver bevroren. De kinderen wisten dat de eenden moeilijk eten konden vinden. Ze gooiden kleine stukje oud brood op het ijs.

“Wat wordt die lelijke eend al groot, he” zei een van de meisjes. “Misschien kunnen we hem met Kerstmis opeten,” zei haar broer.

Toen werd het lelijke eendje heel bang. Hij vluchtte over de velden naar de rivier en verstopte zich tussen het riet. Nee, hij durfde niet meer terug naar de vijver. Al miste hij zijn moeder wel…

Het lelijke eendje bleef de hele winter bij de rivier. Hij had het koud en hij kon bijna geen eten vinden.

Eindelijk werd het lente! Op een dag streek er een groep witte zwanen in de rivier neer.

Het lelijke eendje verstopte zich gauw, want hij wilde niet dat die mooie vogels zouden zien hoe lelijk hij was.

Het lelijke eendje besloot terug naar huis te gaan. Hij liep het erf van de boerderij op. Bij de vijver zag hij zijn broertjes en zusjes. Hun snavels vielen wijd open van verbazing. “Mamma, pappa!” riepen ze. “Kom eens kijken wie hier is?”

Vader Eend was net kopje onder gedoken op zoek naar eten op de bodem van de vijver. Hij kwam snel naar boven en schudde zijn veren. “Wat is er aan de hand, vrouw?” Waarom maken de kinderen zo'n lawaai?”

Ik geloof dat onze… onze lelijke zoon terug gekomen is,” zei Mevrouw Eend.

Op hetzelfde ogenblik ging de deur van de boerderij open. De kinderen renden naar buiten. Ze wezen naar het lelijke eendje en ze riepen allemaal tegelijk: “O, wat een prachtige zwaan!” Het lelijke eendje wist niet wat hij hoorde. Zouden ze hem bedoelen?

Hij liep gauw naar de vijver en liet zich in het water glijden. Langzaam boog hij zijn hoofd en keek in het water. Het water was zo glad dat hij zichzelf erin kon zien. “Een zwaan?” riep hij verbaasd. “Ik ben een zwaan!” Van blijdschap klapte hij met zijn mooie witte vleugels. En ineens voelde hij het water van de vijver niet meer. Hij keek naar beneden en zag dat hij boven de vijver vloog. “Ik kan vliegen” riep hij. En hij vloog hoger en hoger naar de andere zwanen toe waar hij bij hoorde. En iedereen zei dat hij de mooiste was van allemaal.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE