Gebruik van d'r
Gebruik van d'r
In de spraaktaal zul je snel horen dat mensen af en toe d'r zeggen.
Dit is een samentrekking die zowel 'er' als 'haar' kan betekenen. In voorbeelden wordt het duidelijk:
In de betekenis van haar:
Ik heb Anna en d'r man gisteren nog gezien.
Ik heb Anna en haar man gisteren nog gezien.
Ik heb d'r gisteren nog gezien.
Ik heb haar gisteren nog gezien.
Ik heb d'r gisteren dat boek gegeven.
Ik heb haar gisteren dat boek gegeven.
Als aanduiding van plaats:
D'r is een vreselijk ongeluk gebeurd.
Ergens is een vreselijk ongeluk gebeurd.
Er is een vreselijk ongeluk gebeurd.
En als laatste, als indicatie van bezit:
Hij heeft d'r drie van.
Hij heeft er drie.
Hij heeft d'r drie.
Hij heeft er drie