×

LingQ'yu daha iyi hale getirmek için çerezleri kullanıyoruz. Siteyi ziyaret ederek, bunu kabul edersiniz: çerez politikası.

Een Beetje Nederlands, #14.2 Praten met Sietske – BONUS! de… – Text to read

Een Beetje Nederlands, #14.2 Praten met Sietske – BONUS! deel 2/3

Orta 1 Hollandaca lesson to practice reading

Bu dersi şimdi öğrenmeye başlayın

Robin: Maar het is wel grappig dat je zegt dat je veel Nederlandse kinderprogramma's heb gekeken vroeger, want op de Nederlandse tv zijn ook wel veel Belgische of Vlaamse programma's geweest. Bijvoorbeeld Samson en Gert is natuurlijk een beroemde. Dat is ook veel Nederlandse tv geweest en ik kan me ook herinneren dat ik… dat er een soort van Sinterklaas programma was toen ik kind was, en dat was ook, als ik me goed herinner, in het Vlaams.

Sietske: Natuurlijk! Dag, Sinterklaasje! Dat was ja, dat was echt prachtig, dat programma, dat is heel goed geacteerd. Er waren echt twee topacteurs… meer dan twee trouwens maar twee die ik nu ook nog ken, dat weet van, ah ja, die speelde daarin mee. En dat was heel mooi gemaakt. Dus ik snap dat dat werd geëxporteerd. Van Samson en Gert wist ik niet dat het werd geëxporteerd. Vind ik iets minder goed. Maar was dat dan niet vreemd voor jullie om zo een Vlaams programma te zien?

Robin: Ja… ja en nee. Ik denk dat je als kind daar sowieso wat minder moeite mee hebt, omdat je… alle taal is, in principe nieuw voor je, of veel taal is nieuw voor je. En ik denk ook wel dat het gesproken is in gewoon Nederlands, dat goed bereikbaar is voor iedereen. Omdat het gewoon een kinderprogramma is. Ja, dus ik stond er eigenlijk niet echt bij stil, denk ik als kind, dat het eigenlijk in het Vlaams gesproken was. Het was gewoon normaal.

Sietske: Ja, ja, ik vind dat wel grappig ook. Ik heb altijd de indruk dat de Nederlanders het veel moeilijker vinden om de Vlamingen te begrijpen dan omgekeerd. Wij zijn er toch een beetje meer op getraind. Ik denk om he… net om wat ik daarnet zei dat voor ons heel lang het Standaardnederlands ook toch een beetje uit Nederland kwam. Maar misschien is dat niet voor iedereen zo. Ik moet zeggen, ik ben eigenlijk een kwart Nederlandse, oooh nee! Mijn grootvaders die ja, die is nog wel een deel in Nederland opgegroeid. Ik heb altijd wel een beetje de Nederlandse invloed gehad en wij zijn ook wel vaak naar Nederland geweest. Maar natuurlijk ge hoort nu aan mij: ik heb een super Nederlandse naam, maar ik spreek totaal niet met Nederlands accent. Hoewel dat wij allemaal, denk ik, de reflex maken, als wij een Nederlander voor ons hebben om toch een beetje mooiers te gaan spreken, en… haha.

Robin: Dat is eigenlijk ook een vraag van mij. Wat… want ik heb dus het verschil uitgelegd tussen de standaardtaal, tussentaal en dialect in de reguliere podcast. Zou je kunnen vertellen wat je nu eigenlijk spreekt? Zou je dus zeggen dat je tussentaal spreekt, of meer de standaardtaal.

Sietske: Ja, dat is echt een goeie vraag, want soms denk ik dat ik dat zelf ook niet zo goed weet. Maar ik vermoed, voor mij, wat het meest standaardtaal is, is wat ze echt op tv spreken. Dat was toch vroeger zo, want dat is nu ook niet meer helemaal waar. Maar als ik dan… als ik bijvoorbeeld [zeg], “ik weet het niet zo goed”, dat is voor mij standaardtaal en dat kan ik eigenlijk gewoon niet meer. Dus ik denk dat ik altijd wel een vorm van tussentaal spreek. Door een paar dingen weg te laten. Nu, als ik lesgeef… ik heb een tijdje lesgegeven ook natuurlijk, Nederlands als tweede taal, dan ben ik daar wel veel meer mee bezig.

En dan denk ik dat mijn taal toch wel als standaardtaal kan geclassificeerd worden. Maar meer en meer, zeker als de studenten een hoger niveau hebben gehaald, dan komt er altijd tussentaal tussen. In de zin van en dan begin ik ook met ‘ge' te spreken. Maar dat is het grootste verschil he, tussen standaardtaal en tussentaal. Dat wij dingen weggelaten, dat met ‘ge' spreken, dat de vervoegingen soms een beetje anders zijn. Of dat er woorden bijkomen, he. Het is eigenlijk zoals Sofie het op mijn podcast goed heeft uitgelegd. Want ik heb dus vorige week een experte tussentaal op mijn een podcast gehad, die dat een beetje beter heeft uitgelegd en daar ook heel veel over kan vertellen. Ik ben daar iets minder goed in, maar ze zegt: het is eigenlijk gemaakt om sneller te spreken. Ja, om u gewoon te kunnen uitdrukken om, om, om… hun gevoel eigenlijk uit te drukken, niet om per se iets over te brengen. Dus waar ik nu doe, is niet helemaal tussentaal, want ik let nog wel wat op mijn woorden. Maar vanaf het moment dat we gewoon praten en het gewoon een beetje laten gaan, dan is het tussentaal.

Robin: Nog een andere vraag: Ik ben wel benieuwd… Misschien is het niet helemaal duidelijk wanneer, in welke situatie je dus wat spreekt. Dus ik heb een aantal situaties op een rij gezet en ik ben wel benieuwd wat voor een… Dus of je tussentaal zou spreken of juist meer standaardtaal of misschien, als je het spreekt in dialect. Misschien kunnen daar even naar kijken. Dus ik was benieuwd, bijvoorbeeld bij de bakker. Als je een brood besteld, zou je dan eerder tussentaal of dialect gebruiken? Of standaardtaal, denk je?

Sietske: Ja, dat hangt er dus af. Als je naar de bakker gaat in het dorp waarvan je afkomstig bent, bent of in het dorp waarvan je afkomstig zijt…, dat is dus tussentaal. Dan denk ik dat dat wel meer in het dialect is. Maar als je naar een bakker gaat in West-Vlaanderen en ge zijt daar niet van afkomstig. Ja, dan gaat je geen dialect…. dan gaat ge niet uw eigen dialect spreken van thuis, want dan gaan ze daar niet begrijpen. Nu, ik denk niet een gesprek in een bakker is vaak ook… ja, er zijn niet zoveel woorden die… die gebruikt worden in het dialect denk ik. Hmm ja, in West-Vlaanderen misschien wel.

Robin: En als je met vrienden spreekt.

Sietske: Ja, vrienden is in mijn geval tussentaal want ik spreek geen dialect meer. Maar ik kan me inbeelden… mensen die ergens zijn opgegroeid, daar nu nog altijd wonen, die gaan dialect het spreken, onder elkaar zeker.

Robin: En met familie ook.

Sietske: Familie is denk ik de allereerste plaats waar ge het dialect ook leert. Familie is ook wat bepaalt of je dialect spreekt of niet, want in mijn geval… iets heel persoonlijks: Ik ben… we waren met drie thuis vroeger en bij mij en mijn broer heeft mijn moeder nog… en mijn vader ook denk ik, nog redelijk netjes Nederlands gesproken dus ik denk tussentaal. Maar de derde [kind], dan waren ze dan een beetje beu. Dan begon dat wel allemaal wat platter te worden. Zo zeggen wij dat: platter wilt zeggen, meer richting dialect. Dus ik denk… ik had ook vriendinnen die wel altijd dialect thuis spraken of toch bijna dialect en die het dan effectief ook moeilijker hadden om… om gewoon ja tussentaal terug te spreken. Dus ik denk je familie is de plek waar je het leert, dialect of niet.

Robin: Oké en de laatste situatie: als je zelf bijvoorbeeld een ober bent in een restaurant. Dus een beetje, nou, laten we zeggen, een beetje een chic restaurant, zou je dan wel meer in standaardtaal spreken, of wordt er dan ook tussentaal gesproken.

Sietske: Standaardtaal wordt echt nog weinig gesproken hoor. Minder en minder. Nu, ik ben natuurlijk, ik heb het niet onderzocht, ik ben er niet zo bewust mee bezig. Dus nu dat gij me die vraag stelt, denk ik: goh ja, is dat dan tussentaal of standaardtaal…. ik zou dat niet zou kunnen zeggen. Ja, ik denk, ik denk toch nog in de meerderheid van de gevallen dat er toch nog veel tussentaal wordt gesproken. Ja, zeker… ja, ge zegt nu een chic restaurant, maar op zich maakt het niet zo veel uit, he. Het blijft een setting waar dat alles een beetje losser is. Ik zou zeggen: een sollicitatiegesprek is misschien eerder een moment om toch meer standaardtaal te spreken. Dat zal voor mij de enige situatie zijn waarin ik zeg… buiten dan als ik met anderstalige spreek, waarvan ik weet dat tussentaal wat moeilijker is. Maar dan een sollicitatiegesprek ja.

Robin: En dus als je presentator bent op het journaal, dan spreek je ook van Standaardnederlands, maar voor de rest bijna eigenlijk niet.

Sietske: Ja, ja, nu dat zijn er niet zo veel he, die het journaal presenteren of op televisie komen. Haha

Robin: Je gebruikt ook de ge- en gij-vorm met de daarbij horende u en uw. Die vorm gebruiken we in Nederland dus helemaal niet meer. Gebruik jij eigenlijk de je- en jij-vorm helemaal niet? Of is dat… zijn er ook nog situaties waarbij je die vorm nog wel gebruikt.

Sietske: Ja, ik gebruik dat nog wel als ik het idee hebt dat ik toch een beetje meer netjes moet spreken. En zeker als ik met Nederlanders spreekt… dus nu de reden waarom ik nu ook soms je of jij gebruik is, omdat ik het kopieer van jou. Dus kopieer het van u, he. Maar voor mij is je en jij eigenlijk een beetje een manier om ja, want waar meer netjes te spreken. Ik ken het ook niet anders uitdrukken. Dus ik gebruik het nog wel, maar helemaal niet zo veel als ge en gij.

Robin: Want in Nederland hebben we dus de u- en de uw-vorm voor formele situaties. Of als je bijvoorbeeld met je baas praat of met een ouder persoon die je niet kent. Gebruik je in dat soort situaties ook de u- en uw-vorm, of misschien juist de je- en jij-vorm.

Sietske: Dat is een hele goeie vraag. Want ik betrapte mezelf erop als ik nog formeel wou zijn hè, want ondertussen, ik ben niet zon formeel persoon, dat moet ik wel toegeven. Maar vroeger als ik met leerkrachten of oudere mensen moeten spreken waarvan ik dacht van: oei, dat is belangrijk… of werkgevers. Ja, dat is ook nog wel voorgevallen. Dan dacht ik: ja, nu moet ik… want voor ons is dat dan moeilijk natuurlijk, want als we ge en gij zeggen dan zeg ik sowieso u en uw. Dus als je daar niet dat directe aanspreekvorm moest gebruiken, als ik niet moest zeggen aaah…. want je kunt zeggen: hé, hoe gaat het met u. En dan is dat heel formeel. Kan zijn, of net heel informeel. Maar als ik iemand direct dan moest aanspreken, dan durfde ik ook wel jij te zeggen dan omdat ik dacht: ja, dat is toch beter dan gij. En u vond ik te formeel. Dus ja, bij ons is dat toch wel helemaal anders, denk ik, dan in Nederland. Ja, we hebben meer keuzestress.

Robin: Toen we de afspraak maakte om deze podcast op te nemen, toen kwam ik eigenlijk nog wel een leuk het verschil tussen hoe Vlamingen en Nederlanders. naar bepaalde woorden kijken tegen. Ik wou die graag nog een keer herhalen, namelijk dat we verschillende namen hebben voor de tijden van de dag. Dat ik dat echt wel grappig verschil vond. Dus ik wil eigenlijk aan je vragen: hoe laat is de ochtend?

Sietske: Ja, ah nee nu moet ik nadenken, hé, want ik weet dat we het daarover hebben gehad en dat dat bij jullie anders is. Voor mij is de ochtends tussen zes en negen, zes en tien.

Robin: Voor een Nederlander is dus de ochtend, ja, dus inderdaad vanaf zes uur 's ochtends ongeveer, tot 12 uur 's middags.

Sietske: Nee.

Robin: Ja, die hele periode heet bij ons de ochtend.

Sietske: Nee maar bij ons is er dan de voormiddag.

Robin: En dat is dus tussen negen en 12 ongeveer.

Sietske: Ja, klopt.

Robin: Ja de voormiddag, die gebruiken wij eigenlijk helemaal niet echt als Nederlander.

Sietske: Maar bij ons is het is gemakkelijk, want als we iets afspreken en wanneer spreken we af? Ja, als ge zegt ‘in de ochtend' dan zeg ik wat? Zijt gij zot? Maar als je zegt ‘in de voormiddag' ja, dan heb je een veel groter…. want dan kan dat nog zijn voor negen uur, maar hangt er een beetje van af. Ja, maar ja, dat is eigenlijk gewoon niet duidelijk bij ons, denk ik.

Robin: En de middag? Hoe laat is die?

Sietske: Tussen 12 en één of tussen 12 en twee, als je het wil trekken.

Robin: Oké, ja, dat is bij ons is ook weer verschillend. Bij ons is de middag gewoon de hele periode tussen 12 en zes ongeveer.

Sietske: Oeh? Ja, nee, nee, dat is bij ons ook verwarrend dan. Als je zegt ‘afspreken in de middag' dan denk ik, oei en lunchen dan? Wanneer ga ik dat toen? Ja…

Robin: Hoe heet het na de middag, dus vanaf twee uur? Hebben jullie daar een naam voor?

Sietske: Je zegt het zelf, de namiddag. En dan hebben we eigenlijk ook nog een beetje daarvoor. We hebben…. we hebben eigenlijk de vroege namiddag en de late namiddag. Dus dan kunnen we zo zeggen: zullen we dan vroege namiddag [afspreken]? Ja, nou, nee, doe maar de late namiddag. En dan kan dat vier, vijf uur zijn. Zes uur is toch al avond, denk ik.

Robin: Ja, de namiddag, dat gebruiken op zich ook wel als Nederlanders, maar dat is dan, zeg maar, het einde van de middag. Dus ongeveer tussen vier en zes is dan de namiddag.

Sietske: Nou ja, dat is late namiddag he.

Robin: Oké, en tot slot de avond.

Sietske: Ja, ik zeg het: vanaf zes uur, denk ik, is het al avond. De avond is voor ons van zes tot als je gaat slapen, maar dat hangt ervan af. Wanneer dat het donker wordt, denk ik, dat is dat zo meer de avond. Want nu is het een beetje, langer nog namiddag, maar dat durf ik ook niet met zekerheid zeggen, het was allemaal onduidelijk.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE