×

LingQ'yu daha iyi hale getirmek için çerezleri kullanıyoruz. Siteyi ziyaret ederek, bunu kabul edersiniz: çerez politikası.

Een Beetje Nederlands, #14.1 Praten met Sietske – BONUS! de… – Text to read

Een Beetje Nederlands, #14.1 Praten met Sietske – BONUS! deel 1/3

Orta 1 Hollandaca lesson to practice reading

Bu dersi şimdi öğrenmeye başlayın

#14.1 Praten met Sietske – BONUS! deel 1/3

Hallo allemaal, je luistert nu naar de tweede bonusaflevering van Een Beetje Nederlands. In deze aflevering heb ik een bijzondere gast, namelijk Sietske van de podcast Rebels Nederlands. Het is dus een crossover-aflevering deze week!

Sietske is podcastmaker en taalcoach en, niet onbelangrijk, afkomstig uit Vlaanderen. In aflevering 13 heb je al meer kunnen horen over de Vlaamse dialecten en in deze aflevering kan je eens echt horen hoe dat klinkt. Ik raad ook zeker aan om eerst aflevering 13 te gaan luisteren als je dat nog niet gedaan had, zodat je iets meer achtergrondinformatie hebt over het Vlaams.

Veel plezier met de podcast!

Robin: Ik spreek in deze speciale bonusaflevering met Sietske. Dankjewel dat je vandaag met me wil praten.

Sietske: Hallo, ja, graag gedaan, ik heb er heel veel zin in.

Robin: Ja, ik ook! Zou je je misschien zelf voor willen stellen?

Sietske: Ja, natuurlijk. Ik ben Sietske en ik ben de host van Rebels Nederlands. Dat is een Vlaamse podcast. Ik kom uit België en begeleid ook vrouwen met Mindful Nederlands. Dat is nog een ander ding dat ik doe. Dus ik hou van taal en ik hou van podcasten, dus ik ben heel blij dat ik hier kan zijn.

Robin: Leuk! Luisteraars die de podcast over Vlaamse al geluisterd hebben, die willen weten dat het Vlaams bestaat uit meerdere dialecten. Dus het Limburgs, Brabants, West- en Oost.-Vlaams. Welk dialect spreek je eigenlijk zelf als je überhaupt in dialect kan praten?

Sietske: Ja, goede vraag, ik wist eigenlijk zelf ook niet alles over de verschillen en dat dialectgroepen… Want je hebt nu opnieuw vernoemd de vier groepen, maar ik dacht dat Antwerps ook een groep was en dat blijkt niet zo te zijn. Ik zeg van mezelf dat ik met een Antwerps accent spreek. Maar dat hoort blijkbaar dan bij het Brabants. Als ik het goed heb begrepen. Maar bon, ik spreek dus met een Antwerps accent. Dialect spreek ik niet meer echt, dat ben ik een beetje afgeleerd. Ik kom uit de Antwerpse Kempen, maar straks wil ik daar wel op terugkomen, op een dialect dat ik ken. Maar ik spreek zelf eerder tussentaal.

Robin: Oké, nou, ik ben benieuwd naar straks dan. Weet jij misschien hoe goed sprekers van de verschillende Vlaamse dialecten elkaar kunnen verstaan? Dus bijvoorbeeld iemand die Brabant spreekt, of Antwerps. Hoe goed kan die bijvoorbeeld en West-Vlamingen verstaan?

Sietske: Ja, dat is de grote grap natuurlijk onder Vlamingen ook. Onder Vlamingen ook. Dat eigenlijk iedereen wel verstaanbaar is, behalve de West-Vlamingen. Er bestaat daar eigenlijk een heel grappig filmpje over en ik vind zeker dat je daar ook naar mag verlinken in jouw podcast, want dat moeten mensen gezien hebben. Over een West-Vlaming die komt praten op tv. En vroeger spraken de mensen nog niet zoveel met een accent of in tussentaal [op tv] en was het allemaal een beetje meer zo ja, algemeen Nederlands. Maar de West-Vlamingen die gingen ze altijd ondertitelen. Maar als een Antwerpenaar op tv sprak, dan waren er geen ondertitels. En dus dit is een soort van sketch van een man die in het West-Vlaams komt praten en die zegt van ‘nee-nee, ge moet geen moeite doen om te begrijpen, moet gewoon…'. Sorry ik zeg het verkeerd! ‘Nee-nee, ge moet geen ondertitels maken, ge moet gewoon een beetje meer moeite doen om mij te begrijpen'. Maar iedereen in Vlaanderen heeft daar last van. Om het West-Vlaams te begrijpen. Want dat is echt wel een beetje een ander soort van… ja, ook tussentaal zelfs. Hè, want je hebt tussentaal, wat dan nog een beetje is tussen het standaard Nederlands en het dialect. En het dialect is altijd wel moeilijker begrijpbaar. Maar zelfs de West-Vlamingen, als ze niet in hun dialect spreken, maar wel in hun tussentaal, dan vinden wij dan nog moeilijk om dat te begrijpen.

Robin: En de andere dialect… dialecten die kunnen elkaar dus beter verstaan: Limburgse en Brabantse en het Oost-Vlaams.

Sietske: De dialecten, die zijn allemaal moeilijker. Bijvoorbeeld de Limburgers, die hebben echt soms een heel sterk dialect, maar als de Limburgers gewoon tussentaal spreken, dan is dat wel verstaanbaar. Dat is het verschil.

Robin: Dat doet me denken aan dat ik… ik was dit weekend in Maastricht wat dus in het Nederlandse Limburg ligt. En toen was er een man en die zei iets tegen mij, die zei het in dialect, terwijl ikzelf… ik spreek natuurlijk… Ik spreek geen dialect, maar ik snapte daar echt helemaal niks van. Dus ik kan me wel voorstellen dat dat dan… ja, bij een andere dialect, dat dat ook zo is. Dat je dan echt even kan denken van hè wat zei die nou. Terwijl het ook gewoon een Nederlander is natuurlijk. Die dat tegen me zei.

Sietske: Ja, ik heb vroeger Flikken Maastricht gekeken en ik vond het altijd heel grappig dat die hun accent… Want natuurlijk, die twee hoofdrolspelers waren, dan helemaal niet van daar. Dat weet ik nog, dat vond ik dan niet geloofwaardig. Maar dan ze hadden toch een paar lokale acteurs of mensen die wel van daar afkomstig waren. Ik dacht: ja, dat lijkt ook wel een beetje meer op het Limburgs uit België. Het heeft wel meer die accenten ofzo.

Robin: Misschien goed om heel even uit te leggen. Flikken Maastricht is dus een tv-serie. Soort van politieserie, dat dan speelt in Maastricht.

Sietske: En ik denk zelfs dat Flikken begonnen is in België. Want we hadden gewoon Flikken zonder dat daar dan een stad bijkwam, en dat was in Gent. En nadien is er dan een, een versie opgetrokken uit Nederland, die ook goed was.

Robin: Flikken is denk ik ook een beetje een Vlaams dialectwoord, of niet? Dat betekent gewoon politie toch.

Sietske: Ja, flikken betekent politie. Voor mij is ‘flikken' heel normaal. Ik denk gewoon dat dat standaard is, maar blijkbaar, ja, ik weet wel dat het tussentaal is, maar het is in Nederland niet zo gekend.

Robin: Nee, ik zou dat niet zo snel gebruiken, denk ik.

Sietske: Welk woord je gebruiken jullie voor de politie?

Robin: Ja, politieagent.. wouten gebruiken nog wel eens. Ik weet niet of jullie dat gebruiken? Wouten.

Sietske: Ah ja! Ja. Om terug naar het tv te gaan, trouwens. Ik heb ook een andere serie gekeken, Undercover. Ook een aanrader in het Nederlands en dat is dus dat is ook een beetje in Limburg, Limburg/Antwerpen. En er zijn een paar Nederlanders en die refereren altijd naar de wouten en wij zouden zeggen: dat zijn de flikken.

Robin: Het is een beetje het scheldwoord, maar nog wel op zich netjes.

Sietske: Ja, maar bij ons ook, maar nu is het zoveel gebruikt geworden dat het niet meer… Ja, niet meer echt een scheldwoord is.

Robin: Nu we toch over de verstaanbaarheid van het dialect hebben. Misschien is dit een goed moment om meteen even te testen of ik het jou dialect kan verstaan.

Sietske: Ja, ja, ik had eigenlijk… Ik heb nog niet zo lang geleden, ook weer op basis van een televisieprogramma, heb ik een podcastaflevering gemaakt. En daar een heel aantal Kempische, want ik kom uit de Antwerpse Kempen, uitdrukkingen en die dus eigenlijk in het dialect zijn. Die heb ik daar opgesomd en gevraagd aan de mensen van: hé, kunnen jullie dat begrijpen? En dat was heel grappig, heel populair en ik dacht: ik ga eens horen of dat een Nederlander daar iets van gaat begrijpen, want wie weet?

Robin: Ik ben benieuwd.

Sietske: Dus ehm, we zullen eens zien he. Als ik tegen jou zegt, Robin, ik weet er nougabollen van.

Robin: Oké, nougatbollen zijn dan denk ik… wij zouden dat uitspreken als noga-ballen.

Sietske: Ja.

Robin: We hebben wel de de uitdrukking: ik weet daar de ballen van. Dus op zich, dat lijkt er op zich wel op, dus: ‘daar weet ik niks van'.

Sietske: Ja, daar weet ik niks van. Ik weet zelfs niet wat nougaballen zijn.

Robin: Ja, noga/nougat is een soort van snoep.

Sietske: Ja, maar nougatbollen?! Ik heb dat nog nooit gezien.

Robin: Nee.

Sietske: Ja, maar dat was een goeie om mee te starten. Dat was niet zo moeilijk. Ehm een werkwoord, het werkwoord vossen. Wat betekent dat?

Robin: Even denken, hoor, een vos is natuurlijk sluw. Ik weet niet of het daar misschien iets mee te maken heeft, iets iets heel sluws doen.

Sietske: De Antwerpse versie is vogelen.

Robin: Vogelen? Nee, sorry dat weet ik niet.

Sietske: Het is eigenlijk een beetje… het is een expliciet woord.

Robin: Vertel maar!

Sietske: Ja, in het Nederlands zeggen jullie neuken. Wij gebruiken dat niet zo heel veel. Maar ja voila, dat moest er tussen. Oké, goed, de volgende. Als ik zeg: “ik zen friejed op ei”.

Robin: Ik denk… het klinkt wel positief is. Ik denk… ik ben blij met jou.

Sietske: Bijna, bijna. Het is eigenlijk: ik ben trots op jou.

Robin: Kijk!

Sietske: Ja, ja, dat is goed, goed. Een half punt, zou ik zeggen. Goed, aha, nog een werkwoord. Het werkwoord taffelen.

Robin: Taffelen?

Sietske: Ja.

Robin: Klinkt een beetje als tafelen, maar dat is misschien te makkelijk. Het is niet naar een restaurant gaan of zo. Het klinkt ook wel een beetje als kletsen, of met elkaar praten, of zoiets. Ik zit lekker taffelen.

Sietske: Zou kunnen, maar dat is, dat is niet correct. Het is het… het kan er op zich wel iets mee te maken hebben in de zin van rustig. Taffelen dat betekent eigenlijk dat je de dingen traag doet. En eigenlijk is het zo'n beetje van… als ik tegen jou zegt: zeg, niet taffelen. Van: kom, doe een beetje verder, je moet niet te lang iets laten aanslepen. Ja, dat is hetzelfde als op op het gemakske doen.

Robin: Mmm.

Sietske: Is dat iets dat jij zo gemakkelijk begrijpt?

Robin: Ja, dat snap ik wel ja. Ik zou niet… zegmaar dat uiteinde -ske, dat zou ik natuurlijk nooit zelf gebruiken. Iets op je gemakje doen, dat kennen wij ook wel.

Sietske: Dat is wel Nederlands, goed. Soms twijfel ik zelf hè. Dat is soms heel moeilijk, van ja. Is dat nu begrijpbaar, is dat nu verstaanbaar of niet?

Robin: Ja.

Sietske: Ik heb nog een hele goeie. Gaan we ook een beetje makkelijker zeggen. De dialect versie is: “een stuk in awe frak hemmen”. En als ik het zo een beetje mooier zeggen, is het een stuk in jouw jas hebben. Een stukje in jouw jas hebben.

Robin: Een stuk in mijn jas hebben, oei, wat zou dat kunnen betekenen. Het doet me wel denken aan een Nederlands… of in ieder geval iets dat we in Nederland kennen: een stuk in je kraag hebben. Volgens mij betekent dat dronken zijn. Kan dat?

Sietske: Jaaa! Goed, heel goed. Het is dat, helemaal hetzelfde. Ik had daar zelfs niet aan gedacht dat er een, een andere versie bestond.

Robin: Ja, het is een beetje een ouderwetse uitdrukking in Nederland, een stuk in je kraag hebben. Ik denk ook niet dat iedereen dat per se kent. Ik moest er zelf ook even over nadenken. Maar die hebben dus schijnbaar wel dezelfde oorsprong of iets dergelijks.

Sietske: Ja, ja, de Kempen is ook niet zo ver van Nederland natuurlijk, hè. Maar ik heb nog eentje en die is, denk ik, dat een substantief. Die gaat ook moeilijk zijn: een talloor.

Robin: Een talloor… heb je misschien een hints.

Sietske: Dat heeft te maken met…. het is een object dat je in de keuken kan terugvinden.

Robin: Is het een soort pan?

Sietske: Nee, ik zal het in een zin gebruiken. Ik heb tomaten, komkommers en kaas op mijn talloor gelegd.

Robin: Soort van snijplank dan, denk ik.

Sietske: Het is gewoon een bord.

Robin: Ja, kijk.

Sietske: Maar er hoort nog een hele leuke uitdrukking bij, en die ga ik even in het dialect zeggen: oren gelijk talloren en niet kunnen horen.

Robin: Dus oren zo groot als borden maar niet kunnen luisteren.

Learn languages from TV shows, movies, news, articles and more! Try LingQ for FREE