×

Wir verwenden Cookies, um LingQ zu verbessern. Mit dem Besuch der Seite erklärst du dich einverstanden mit unseren Cookie-Richtlinien.


image

Don Quichot van La Mancha, Don Quichot VIII - DON QUICHOT EN DE SCHAPENKUDDEN, MET NOG ANDERE AVONTUREN

Don Quichot VIII - DON QUICHOT EN DE SCHAPENKUDDEN, MET NOG ANDERE AVONTUREN

HOOFDSTUK VIII.

DON QUICHOT EN DE SCHAPENKUDDEN, MET NOG ANDERE AVONTUREN.

Toen Sancho Panza tot zijn heer terugkeerde, was hij zoo mat en krachteloos, dat hij zijn grauwtje maar met moeite vooruit kon krijgen.

Hem in dien toestand ziende, sprak de ridder:

"Nu, mijn goede Sancho, houd ik het er stellig en vast voor, dat dat kasteel of die herberg betooverd was, daar de bewoners, die u zoo gruwelijk mishandeld hebben, toch niet anders dan spoken en geesten kunnen geweest zijn. " De schildknaap antwoordde met eene diepe verzuchting, maar zei verder geen woord.

Terwijl beiden nu langzaam verder reden, bemerkte de ridder, dat eene ontzettend groote en dichte stofwolk op hen toekwam. Hij zag daar met fonkelende oogen naar uit en keerde zich toen tot Sancho.

"Hoor, Sancho," sprak hij, "dit is de dag, dien de hemel tot mijn geluk heeft uitverkoren. De kracht van mijn arm zal worden op de proef gesteld en ik wil daden verrichten, waarvan de menschheid nog na honderden van jaren met bewondering spreken zal. Zie daar die stofwolk, Sancho! Een groot krijgsheir, uit velerlei volken saamgesteld, doet haar opstijgen. " "Dan moeten er twee legers zijn," zeide Sancho. "Daar van gindschen kant komt eene tweede stofwolk op. " Don Quichot volgde met de oogen de aangewezen richting en was uitermate verheugd, toen hij de verklaring van zijn schildknaap door eigen aanschouwing bevestigd vond. Hij geloofde nu stellig, dat de twee legers elkaar op de vlakte een grooten veldslag zouden leveren; want zijn zwak hoofd was met betooveringen, avonturen, uitdagingen, gevechten en wapenfeiten geheel volgepropt en alles, wat hij sprak en dacht, placht op zulke wonderbare dingen uit te komen. Die stofwolken werden intusschen geenszins door twee gewapende legers opgejaagd, maar eenvoudig door twee groote kudden schapen, die langs den grooten weg rustig voorttrokken, doch door het dichte stof, dat zij deden opstuiven, niet duidelijk onderscheiden konden worden. Don Quichot verzekerde nochtans met zooveel drift en heftigheid, dat het oprukkende heirlegers waren, dat Sancho dit eindelijk ook geloofde en angstig de vraag opwierp, wat men dan nu in dit geval moest beginnen.

"Wat te beginnen?" riep Don Quichot, zich in den zadel vastzettende. "Wij moeten de zwakken helpen en den hulpbehoevenden bijstand leenen. Weet, Sancho, dat het eerste dezer legers wordt aangevoerd door den beroemden keizer Alifanfaron, beheerscher van het eiland Trapobana, en het ander door Pentapolin met de opgestroopte mouw, die koning is van de Garamanten. " Sancho Panza keek zijn heer verwonderd aan. Hij wist niet, dat deze al zijne hoogdravende en dolle benamingen uit oude ridderromans had geput en ze nu te pas bracht, alsof die wonderbaarlijke geschiedenissen waarheid geweest waren. Zijne phantasie spiegelde hem de zotste dingen voor.

"Maar wat hebben die beide legers tegen elkaar?" vroeg Sancho Panza eindelijk.

"Zij bevechten elkaar, omdat Alifanfaron een heiden is en de christelijke dochter van den koning Pentapolin tot gemalinne heeft begeerd. Pentapolin zal hem haar niet geven, voordat de heiden een goed christen is geworden. " "Waarachtig, dan heeft die opgestroopte mouw gelijk," zeide Sancho. "Als 't van mij afhangt, staan wij hem bij, zoo goed wij maar kunnen. " "Gij hebt het rechte inzicht, vriend," antwoordde Don Quichot; "maar wees nu stil en rijd met mij rechts die hoogte op. Van dat punt kunnen wij het krijgsvolk beter zien, en ik zal u dan meteen met de beste en dapperste ridders van beide legers bekendmaken. " Zij reden den heuvel op en kozen eene plaats, waar zij de beide kudden nauwkeurig hadden kunnen onderscheiden, als de dwarlende stofwolken niet alles als in een dichten nevel hadden gehuld. Desniettemin zag Don Quichot met behulp van zijn gloeiende verbeeldingskracht alles, wat hij maar verkoos te zien, en begon dus dadelijk met luid klinkende stem zijne inlichtingen te geven.

"Die ridder daar met de gele wapens," begon hij, "die een gekroonden leeuw in zijn schild voert, is de dappere Laucalco, de heer van de zilveren brug. Die met de gouden bloemen op zijne rusting en de drie zilveren kronen in het azuurblauwe wapenschild is de groothertog van Quirocia. Die daar aan zijne zijde met de reusachtige ledematen is de nooit overwonnen Brandabarbaran van Bolicho, heer van de drie Arabiën. Naast hem rijdt de nooitvolprezen held Timonel van Carcassonne aan de spits. Zijne rusting vertoont vier kleuren, blauw, groen, wit en geel, en in het schild draagt hij eene roode kat op donkerbruin veld met het opschrift "Miauw!" ter eere van zijne dame, die Miulina van Algarvië moet heeten. De ridder daar op het witte ros met de witte wapens is een ridder uit Frankrijk. Pierre Papin is zijn naam; en die op den gestreepten wilden zebra met de ijzeren sporen is Espartafilardo, hertog van Nervië. " Nog vele ridders en heeren noemde Don Quichot op, en 't zou vermoeien die allen te vermelden. Sancho Panza hoorde met open mond toe en zijne verbazing steeg ten top, toen hij eindelijk zag, dat heel die schitterende ridderschap in werkelijkheid niets anders dan eene kudde vetgemeste hamels was.

"Loop naar den drommel, heer!" barstte hij op eens los. "Ik zie noch reuzen, noch ridders, noch knapen, maar enkel schapen, zoo ver mijn oog reikt. " "Hoe kunt gij zulk een onzin uitkramen?" antwoordde Don Quichot. "Hoort gij dan niet het brieschen der paarden, het schetteren der trompetten en het doffe dreunen en bommen der legerpauken? " "Ik hoor niets dan een ontzettend geblaat, heer!" verzekerde Sancho, en hij had gelijk. De beide kudden waren nu vrij dichtbij gekomen, en ieder mensch met gezonde hersens moest zien, dat het schapen en rammen waren en anders niet. Don Quichot bleef nochtans verblind.

"Uwe lafhartigheid, Sancho Panza, benevelt uw verstand," zeide hij met fierheid. "Als gij bevreesd zijt, blijf dan vrij achter en berg uw leven. Ik echter zal mij in den heeten strijd storten en de overwinning zal met mij zijn. " Zonder het antwoord van zijn schildknaap af te wachten, drukte hij Rocinante de sporen in de ribben en stoof met gevelde lans pijlsnel den heuvel af. Sancho schreeuwde hem wel na: "Blijf, blijf, heer! Zoo waar ik een zondig mensch ben, 't zijn enkel hamels en schapen, waarop gij instormt!" Maar Don Quichot luisterde niet naar zijne stem.

Onder wild krijgsgeschreeuw drong hij tot midden in de kudde schapen door en deelde rechts en links zulke verwoede houwen en steken uit, alsof de onnoozele schepsels zijne ergste vijanden waren. De herders en drijvers riepen hem toe, dat hij met zijne dwaasheid toch ophouden zou. Daar zij echter zagen, dat Don Quichot naar geen vermaning luisterde, maar zich steeds doller en wilder aanstelde, namen zij hunne slingers in de hand en wierpen steenen van een vuist dik naar hem. Een tijdlang deden die den dolleman geen letsel. De keien gonsden hem om de ooren, maar troffen hem niet. Eindelijk echter raakte een zware kei hem met zooveel geweld in de zijde, dat twee van zijne ribben werden gebroken en de ridder niet anders meende, dan dat zijn laatste uur gekomen was. Nu echter dacht hij aan zijn wonderdrank, zette dien aan de lippen en dronk er met gretige teugen van. Op datzelfde oogenblik kwam een tweede steen aangevlogen en richtte nog veel erger schade aan. Hij verbrijzelde de flesch met het kooksel en verlamde des ridders hand, sloeg hem drie of vier tanden uit den mond en schramde deerlijk zijne wang. De worp was zoo krachtig, dat Don Quichot zich niet meer in den zadel kon houden, maar als een blok van het paard op den grond plofte. De herders schoten nu ijlings toe, en daar zij meenen moesten, dat zij den onmachtige hadden omgebracht, dreven zij met den meest mogelijken spoed hunne verstrooide kudden weer bijeen, pakten de doode hamels, ten getale van zeven, op hunne schouders en lieten den schijnbaar levenloozen Don Quichot aan zijn lot over.

Sancho Panza was al dien tijd radeloos op den heuvel blijven staan, waar hij de dolheden van zijn heer aanzag, zich de haren uit den baard rukte en het uur verwenschte, dat hem met den ongelukkigen dolenden ridder in kennis had gebracht. Toen hij echter zag, dat de herders opbraken en zijn meester alleen op het slagveld achterbleef, ging hij naar hem toe en vond hem, schoon deerlijk gekneusd en gehavend, toch weer half bij zijne bezinning.

"Nu," vroeg hij, "heb ik u niet gezegd, dat gij eene kudde wolvee voor een krijgsleger aanzaagt? Had ik niet gelijk, toen ik u waarschuwde? " "Sancho, gij zijt een ezel," antwoordde Don Quichot. "Merkt gij dan niet, dat een arglistige toovenaar al de ridders in hamels heeft veranderd? Hij deed dat, om mij te ergeren, en omdat de schurk mij de daden benijdde, die ik zou hebben uitgevoerd. Overtuig u hiervan, Sancho, door de vermeende kudde na te rijden. Dan zult gij spoedig zien, dat de betoovering verdwijnt en de ridders zich weer in hunne natuurlijke gedaante vertoonen. Vooreerst kunt gij daarmee nog wel wat wachten, want ik heb dringend uw hulp en bijstand noodig. Kijk nu maar eerst eens in mijn mond en zeg mij, hoe veel tanden mij zijn uitgeslagen. Ik zou zeggen, dat ik geen een meer heb overgehouden. " Vol ijver boog de schildknaap zich zoo dicht over den ridder, die den mond opendeed, neer, dat zijn neus bijna tusschen diens tanden verdween. Op dit oogenblik begon echter de ingezwolgen drank te werken, en terwijl Sancho in den mond keek, gaf de lijder op eens al wat hij in de maag had over en overstroomde daar den baard van zijn armen, meewarigen schildknaap mee. Deze schrikte, daar hij het hem overstelpend vocht in den beginne voor bloed hield; doch spoedig merkte bij, wat het was, en kreeg zulk een gevoel van walging, dat hij wel genoodzaakt was zijn gestrengen heer hetzelfde te doen, wat deze hem had gedaan.

De arme Sancho schudde zich als een natte poedelhond, maar was toen met een sprong op de been en liep naar zijn ezel, om uit den knapzak het een of ander te halen, waarmee hij zichzelf en zijn meester weer schoonmaken kon. Daar echter ontdekte hij, dat zijn knapzak verdwenen was, wat hem opnieuw zijn noodlot deed verwenschen, dat hem aan zulk een dolzinnigen heer gebonden had.

Toen hij nog stond te klagen en te lamenteeren, kwam Don Quichot met moeite weer overeind, onderzocht met de linkerhand den toestand van zijn mond, greep met de rechter Rocinante bij den teugel en sleepte zich voort naar zijn schildknaap, die nu bedrukt op zijn grauwtje stond te leunen en in diepe gedachten voor zich neerkeek.

"Sancho Panza," sprak de edele ridder, "gij zijt bedroefd om de wederwaardigheden, die mij en dus u ook getroffen hebben. Maar klaag niet en treur niet, want op regen volgt zonneschijn, en 't zal spoedig beter met ons gaan. " "Och wat!" bromde Sancho. "'t Lijkt wat naar zonneschijn! Gisteren gefopt en vandaag zonder knapzak, daar moet een mensch wel tureluursch onder worden." "Wat!" riep de ridder, "de knapzak weg? " "Nergens te vinden," antwoordde Sancho. "Maar dan hebben we ook niets meer te eten. " "Geen sikkepitje," zei de schildknaap; "of we moeten het gras en de kruiden kauwen, die de schapen overlieten. " "Dat alles zal zich wel schikken," troostte Don Quichot; "maar kijk nu eens naar mijne kakebeenen en vertel, hoeveel tanden ik ben kwijtgeraakt. Ik voel een moorddadige pijn op de plaats, waar ze vroeger plachten te zitten. " Sancho stak Don Quichot den vinger in den mond, tastte en voelde en vroeg: "Hoeveel kiezen hebt gij vroeger aan dezen kant gehad, gestrenge heer? " "Vier, buiten de verstandskies, en alle vier gaaf en gezond. " "Heer," antwoordde Sancho, "bedenk wel, wat gij zegt. " "Vier zijn er geweest, zoo niet vijf," betuigde Don Quichot opnieuw. "Nu, dan moet ik zeggen, dat ge er leelijk zijt afgekomen," zeide de schildknaap; "want aan deze zijde hebt gij beneden nog maar twee en een halven tand en boven geen een meer: daar is alles glad weggeschoren. " "Ongelukkige, die ik ben!" riep Don Quichot bij dit bericht bedroefd uit. "Hadden ze mij toch maar liever den linkerarm afgehouwen! Een mond zonder tanden is als een molen zonder maalsteen, en een tand is meer waard dan een diamant. Maar zoo gaat het den ridders, die zich voor het heil der menschheid opofferen! Wee mij armen, ongelukkigen, dolenden held! " "Heer," zeide Sancho Panza, na dat gejammer een poosje geduldig te hebben aangehoord, "heer, ik zou zeggen, dat ge nu lang genoeg gelamenteerd hebt. Stijg te paard en laat ons eene herberg opzoeken, want ik blaf van honger. " Don Quichot vermande zich en besteeg al zuchtend en kreunend Rocinante. "Rij voorop, vriend," beval hij den schildknaap. "Ik wil den weg volgen, dien gij inslaan zult. " Dit liet zich Sancho geen tweemaal zeggen, maar in de hoop van spoedig eene herberg te zullen vinden draafde hij moedig op den breeden landweg voort. 't Begon evenwel donker te worden, en geen gastvrij dak vertoonde zich. Desniettegenstaande werd nergens rust gehouden, want heer en knecht werden door een razenden honger geplaagd, en zij hoopten nog altijd eene herberg te vinden. Toen echter wachtte hen een avontuur, als nog geen van beiden ooit beleefd had.

De nacht was pikdonker geworden en treurig reden de beide helden op den weg voort, toen zij op eens eene groote menigte lichten zagen flikkeren, die als dwalende sterren uit de verte op hen toekwamen. Sancho Panza werd bleek, en ook Don Quichots hart bonsde hoorbaar tegen zijne gekneusde ribben. Beiden hielden hunne dieren staande en staarden op de lichten, die van minuut tot minuut grooter en schitterender werden. Sancho Panza beefde als een riet, en den dapperen ridder begonnen de haren te berge te rijzen. Echter toonde hij zich moedig en sprak:

"Sancho Panza, hier moet ik al mijne kracht en mijn moed te hulp roepen, want dit is zonder twijfel een dreigend en gevaarvol avontuur. " "O wee, o wee!" zuchtte Sancho. "Daar komen weer reuzen en gedrochten, en op mijn armen rug, die toch al bont en blauw gebeukt is, zal 't opnieuw weer slagen regenen. " "Geloof dat niet," antwoordde Don Quichot. "Al zijn 't ook nog zulke grimmige geesten en spoken, ze zullen u met hand noch vinger aanraken, daar ik u beschermen zal. Hier zijn wij op het open veld, waar ik onbelemmerd mijn scherp zwaard kan gebruiken. " "Ik wil mij goed zoeken te houden," zei Sancho Panza, hield zich dicht achter zijn heer en keek met gespannen opmerkzaamheid naar de lichten uit, om te ontdekken, hoe het daar eigenlijk mee gelegen was. Zij onderscheidden voor en na eene menigte gedaanten in witte hemden, die den armen Sancho Panza het verschrikkelijkste toeschenen, dat zijne oogen ooit nog op aarde hadden aanschouwd. Hij trilde en beefde, en zijne tanden klapperden, alsof hij eene zware koude koorts had.

Toen de lichten nog nader kwamen, zagen zij bij de twintig mannen in lange, slepende tabbaarden. Zij zaten op paarden, droegen fakkels in de handen en hunne gezichten schenen spookachtig bleek. Achter hen kwam eene met een zwart laken overdekte baar, en op deze volgden zes andere ruiters, die, evenals de eersten, van het hoofd tot de voeten in lange, donkere rouwgewaden staken. Dezen zaten echter niet te paard, maar op muildieren, gelijk uit den zachten en bedaarden stap dezer dieren gemakkelijk was op te maken. Met doffe stem mompelden alle mannen onverstaanbare woorden, die wel bezweringen schenen en het hart van ridder en knecht met schrik vervulden. Daarbij het late uur, de donkere nacht en de lijkbaar,--dit een en ander had ook den dapperste kunnen verbijsteren en beangstigen.

Sancho Panza was halfdood van schrik en ontzetting; doch bij Don Quichot begon de verbeelding reeds weer te werken en spiegelde hem de zonderlingste avonturen voor. Hij geloofde, dat men op de baar een zwaar gekwetsten of wel dooden ridder wegdroeg, en dat de hemel hem opzettelijk tot diens bloedwreker had uitverkoren.

Zonder aarzelen omklemde hij dan ook zijne lans en stelde zich midden op den weg dreigend in postuur, om den geheimzinnigen trein op te wachten. Toen die tot op korten afstand genaderd was, verhief hij zijne stem en sprak:

"Halt! Staat, gij ridders en edelen, en zegt zonder dralen, wie gij zijt, waarheen gij gaat, van waar gij komt en wie de ridder is, wiens lijk gij daar op die baar medevoert. Gij hebt òf kwaad gedaan óf kwaad geleden, en ik moet dit weten, om daarnaar mijne maatregelen te nemen. " "Heer ridder," gaf een der mannen tot antwoord, "houd ons niet op, want wij hebben haast en mogen geen tijd verliezen met u uitvoerig rekenschap van ons doen en laten te geven. " Met deze woorden dreef hij zijn muildier aan en wilde doorrijden; maar Don Quichot gevoelde zich door dit korte bescheid in dier voege beleedigd, dat hij het dier bij den teugel greep en luid en dreigend riep: "Houd stil en leg rekenschap af! Zoo niet, dan zal ik u en al de uwen bloedig tuchtigen en kastijden. " Het muildier van den aldus bedreigden ruiter werd schuw, sprong op zij, steigerde hoog op en sloeg ruggelings achterover. Een knaap die er te voet bij liep, zag den val en begon op Don Quichot te schimpen. Dat kon deze niet dulden en de kamp begon. De ridder velde de lans, viel op een der mannen in het zwart aan en deed hem gewond van het paard tuimelen. Hierop keerde hij zich tegen de overigen. Met waarlijk verbazende vlugheid en behendigheid hieuw hij op de menschen in en 't scheen wel, dat Rocinante vleugels had gekregen, zoo licht en snel galoppeerde hij over het slagveld heen en weer. De mannen in de witte en zwarte kleederen toonden al zeer weinig hart in het lijf te hebben en gedroegen zich jammerlijk lafhartig. Don Quichot dreef hen met weinig moeite op de vlucht, joeg hen met hunne vlammende fakkels over het veld heen en deed hen zich naar alle kanten verstrooien. Sommigen der mannen konden zich wegens de lengte hunner rouwkleeren nauwelijks bewegen, en op dezen hakte de verwoede ridder, zonder eenigen weerstand te vinden, zoo lang in, totdat zij hunne mantels wegwierpen en insgelijks de vlucht namen. De arme sukkels meenden, dat de duivel zelf hun op de hielen zat, en kruisten zich al hun best.

Sancho Panza zag dit schouwspel met de grootste verbazing aan. Hij was over de stoutheid en dapperheid van zijn gebieder ten hoogste verwonderd en begon bijna te gelooven, dat Don Quichot werkelijk de machtige en geweldige held was, waarvoor hij zich uitgaf.

Don Quichot greep eindelijk een der brandende fakkels, die in menigte op den grond lagen, en lichtte in het rond, of hij ook nog een vijand ontdekken kon. Hij bemerkte niemand dan den ruiter, die onder zijn muildier was geraakt, zette hem de punt zijner lans op de borst en gebood hem zich over te geven, als hij niet oogenblikkelijk een man des doods wilde zijn.

"Ach, heer ridder," stotterde de beangstigde man, "ik ben, gelijk gij ziet, onderdanig genoeg en smeek u ootmoedig om mijn beetje leven. Ik geloof, dat ik een been heb gebroken, want ik kan geen lid verroeren. Breng mij dus ook maar niet om, als gij een christelijk ridder zijt. Weet, dat ik tot den geestelijken stand behoor. Gij zoudt eene gruwelijke daad begaan door de hand aan een dienaar van de kerk te slaan. " "Maar, bij mijn zwaard," schreeuwde Don Quichot, "als gij werkelijk een geestelijke zijt, wat heeft u dan midden in den nacht hier op den grooten weg gebracht? " "Mijn ongelukkig gesternte, heer ridder," antwoordde de gevallene. "En dat zal u het leven kosten, als gij mij niet dadelijk antwoord op mijne eerste vraag geeft," riep Don Quichot. "Ach, ik wil gaarne alles zeggen," antwoordde de man. "Ik en de twaalf andere priesters, die allen gevlucht zijn, komen uit de stad Baeza, en wij dachten ons naar Segovia te begeven, om het lijk van den ridder, dat daar op de baar ligt, naar zijn eigen grafkelder te begeleiden. " "Wie heeft dien ridder omgebracht?" vroeg Don Quichot op barschen toon.

"Hij is zijn natuurlijken dood gestorven ten gevolge van eene heete koorts," was het antwoord. "Nu, dan heb ik niet de moeite te nemen om hem te wreken," sprak de dappere dolende held. "Weet dan nu, eerwaardige heer, dat ik de hoogvermaarde en machtige ridder Don Quichot van La Mancha ben, en dat mijne roeping is de wereld te doorkruisen, om alle onrecht te keer te gaan, het kromme recht te maken en de lijdende, onderdrukte menschheid te hulp te komen. " "Ei, heer ridder," antwoordde de geestelijke, "bij mij is u dat niet gelukt, want gij hebt veeleer het rechte krom gemaakt, gelijk mijn gebroken been u duidelijk kan bewijzen. " "Dat doet mij leed om uwentwil," betuigde de ridder; "doch gij hebt dit ongeluk aan uzelf te wijten. Waarom gaaft gij mij niet terstond behoorlijk antwoord op mijne vraag? " "Daar het nu toch niet te veranderen is, wil ik mij in mijn lot zoeken te troosten," zuchtte de geestelijke. "Maar, heer ridder, wilt gij mij eene gunst en weldaad bewijzen, help mij dan van onder mijn muildier weg. Een van mijne beenen zit nog tusschen zadel en stijgbeugel vastgeklemd. " "Waarom hebt gij dat niet terstond gezegd, eerwaardige heer?" riep Don Quichot.

"Wacht, gij zult zonder uitstel geholpen worden. " Hij wenkte Sancho Panza nader te komen; doch deze maakte bitter weinig haast, daar hij juist bezig was, een met proviand zwaar beladen ezel, dien de geestelijke heeren bij zich hadden, van zijn vracht te bevrijden en die op zijn eigen grauwtje over te brengen. Eerst toen hij dit werk volbracht had en zich toereikend van mondvoorraad voorzien zag, kwam hij zijn meester te hulp en haalde den geestelijke onder het muildier weg. Dit richtte zich nu vanzelf op, en de geestelijke heer werd er op geholpen. Voordat hij wegreed, verzocht Don Quichot hem, zijne broeders weder bijeen te roepen en hun in zijn naam vergiffenis te vragen voor het kwaad, dat hij hun bij vergissing had aangedaan. En Sancho Panza voegde er bij:

"En als uwe vrienden weten willen, wie hen zoo deerlijk toegetakeld heeft, zeg hun dan, dat het Don Quichot van La Mancha, de Ridder van de Droevige Figuur, is geweest. " Hierop reed de geestelijke weg, en nu vroeg Don Quichot zijn schildknaap, hoe die er toe gekomen was, hem den Ridder van de Droevige Figuur te noemen.

"Dat zal ik u zeggen, gestrenge heer," zeide Sancho Panza. "Kijk, toen ik u bij het licht van de fakkels zoo eens terdeeg goed bekeek, moest ik bij mijzelf zeggen, dat gij wezenlijk de jammerlijkste en droevigste figuur zijt, die ik nog ooit van mijn leven gezien heb. Dat komt denkelijk wel van het gevecht, waarin gij veel moet geleden hebben, of misschien ligt het ook daaraan, dat gij zoo'n geduchte vracht kiezen en tanden zijt kwijtgeraakt. " "Neen, dat is het zeker niet," antwoordde Don Quichot. "Maar wat ook de reden mag wezen, ik wil den bijnaam, die u toevallig in den mond kwam, behouden en mij ten eeuwige dage den Ridder van de Droevige Figuur noemen. Om dien naam met volle recht te dragen, wil ik eene recht treurige figuur op mijn schild laten schilderen. " "Die kosten kunt gij sparen, heer ridder," zei Sancho Panza. "Als gij maar uwe eigene figuur laat zien, kunt gij verzekerd wezen, dat de heele wereld u dadelijk voor den Ridder van de Droevige Figuur zal houden. Twijfel niet aan mijn zeggen, want ik verzeker u, dat de honger en 't verlies van die tanden u zoo'n jammerlijk aanzien gegeven hebben, als men zich met mogelijkheid verbeelden kan. Don Quichot lachte om Sancho's dol zeggen, maar bleef er toch bij, dat hij dien bijnaam aannemen wou en op zijn schild eene droevige figuur doen schilderen. Sancho liet hem nochtans geen tijd, om daar lang over na te denken, maar drong er op aan, dat men de reis zonder tijdverlies voortzetten zou.


Don Quichot VIII - DON QUICHOT EN DE SCHAPENKUDDEN, MET NOG ANDERE AVONTUREN Don Quijote VIII - DON QUICHOT UND DER SHEPENKUDDEN, MIT ANDEREN AVONOURS Don Quixote VIII - DON QUICHOT AND THE SHEPENKUDDEN, WITH ANOTHER AVONOURS

HOOFDSTUK VIII. CHAPTER VIII.

DON QUICHOT EN DE SCHAPENKUDDEN, MET NOG ANDERE AVONTUREN. DON QUICHOT AND THE FLOCKS OF SHEEP, WITH OTHER ADVENTURES.

Toen Sancho Panza tot zijn heer terugkeerde, was hij zoo mat en krachteloos, dat hij zijn grauwtje maar met moeite vooruit kon krijgen. When Sancho Panza returned to his lord, he was so dull and powerless that he could only with difficulty get his snatch forward.

Hem in dien toestand ziende, sprak de ridder: Seeing him in that condition, the knight spoke:

"Nu, mijn goede Sancho, houd ik het er stellig en vast voor, dat dat kasteel of die herberg betooverd was, daar de bewoners, die u zoo gruwelijk mishandeld hebben, toch niet anders dan spoken en geesten kunnen geweest zijn. " "Now, my good Sancho, I firmly and firmly hold that that castle or inn was enchanted, since surely the occupants who so horribly abused you could not have been anything but ghosts and spirits. " De schildknaap antwoordde met eene diepe verzuchting, maar zei verder geen woord. The squire replied with a deep sigh, but said no further word.

Terwijl beiden nu langzaam verder reden, bemerkte de ridder, dat eene ontzettend groote en dichte stofwolk op hen toekwam. As both now rode on slowly, the knight noticed an incredibly large and dense cloud of dust coming toward them. Hij zag daar met fonkelende oogen naar uit en keerde zich toen tot Sancho. He looked forward to that with twinkling eyes and then turned to Sancho.

"Hoor, Sancho," sprak hij, "dit is de dag, dien de hemel tot mijn geluk heeft uitverkoren. "Hear, Sancho," he spoke, "this is the day, which heaven has chosen for my happiness. De kracht van mijn arm zal worden op de proef gesteld en ik wil daden verrichten, waarvan de menschheid nog na honderden van jaren met bewondering spreken zal. The strength of my arm will be put to the test and I want to perform deeds of which humanity will still speak with admiration after hundreds of years. Zie daar die stofwolk, Sancho! See that cloud of dust there, Sancho! Een groot krijgsheir, uit velerlei volken saamgesteld, doet haar opstijgen. " A great warrior sir, composed of many nations, raises her. " "Dan moeten er twee legers zijn," zeide Sancho. "Then there must be two armies," Sancho said. "Daar van gindschen kant komt eene tweede stofwolk op. " "There from yonder side a second cloud of dust rises. " Don Quichot volgde met de oogen de aangewezen richting en was uitermate verheugd, toen hij de verklaring van zijn schildknaap door eigen aanschouwing bevestigd vond. Don Quixote followed the designated direction with his eyes and was extremely pleased when he found his squire's statement confirmed by his own observation. Hij geloofde nu stellig, dat de twee legers elkaar op de vlakte een grooten veldslag zouden leveren; want zijn zwak hoofd was met betooveringen, avonturen, uitdagingen, gevechten en wapenfeiten geheel volgepropt en alles, wat hij sprak en dacht, placht op zulke wonderbare dingen uit te komen. He now firmly believed that the two armies would give each other a great battle on the plains; for his feeble head was completely filled with spells, adventures, challenges, battles and feats of arms, and everything, he spoke and thought, tended to end in such wonderful things. Die stofwolken werden intusschen geenszins door twee gewapende legers opgejaagd, maar eenvoudig door twee groote kudden schapen, die langs den grooten weg rustig voorttrokken, doch door het dichte stof, dat zij deden opstuiven, niet duidelijk onderscheiden konden worden. However, these dust clouds were not chased by two armed armies, but simply by two large flocks of sheep, which were moving quietly along the main road, but could not be clearly distinguished by the dense dust they raised. Don Quichot verzekerde nochtans met zooveel drift en heftigheid, dat het oprukkende heirlegers waren, dat Sancho dit eindelijk ook geloofde en angstig de vraag opwierp, wat men dan nu in dit geval moest beginnen. Don Quixote, however, assured with such fervor and vehemence that they were advancing armies, that Sancho finally believed it too and anxiously asked what to do in this case.

"Wat te beginnen?" "What to start?" riep Don Quichot, zich in den zadel vastzettende. cried Don Quixote, bracing himself in the saddle. "Wij moeten de zwakken helpen en den hulpbehoevenden bijstand leenen. "We must help the weak and lend assistance to the needy. Weet, Sancho, dat het eerste dezer legers wordt aangevoerd door den beroemden keizer Alifanfaron, beheerscher van het eiland Trapobana, en het ander door Pentapolin met de opgestroopte mouw, die koning is van de Garamanten. " Know, Sancho, that the first of these armies is led by the famous Emperor Alifanfaron, ruler of the island of Trapobana, and the other by Pentapolin with the sleeve rolled up, who is king of the Garamants. " Sancho Panza keek zijn heer verwonderd aan. Sancho Panza looked at his lord in amazement. Hij wist niet, dat deze al zijne hoogdravende en dolle benamingen uit oude ridderromans had geput en ze nu te pas bracht, alsof die wonderbaarlijke geschiedenissen waarheid geweest waren. He did not know that he had taken all his highfalutin and foolish designations from old chivalric novels and now applied them as if those marvelous histories had been truth. Zijne phantasie spiegelde hem de zotste dingen voor. His phantasy mirrored the craziest things to him.

"Maar wat hebben die beide legers tegen elkaar?" "But what do these two armies have against each other?" vroeg Sancho Panza eindelijk. Sancho Panza finally asked.

"Zij bevechten elkaar, omdat Alifanfaron een heiden is en de christelijke dochter van den koning Pentapolin tot gemalinne heeft begeerd. "They fight each other, because Alifanfaron is a pagan and has coveted the Christian daughter of the king Pentapolin for his consort. Pentapolin zal hem haar niet geven, voordat de heiden een goed christen is geworden. " Pentapolin will not give him her until the pagan has become a good Christian. " "Waarachtig, dan heeft die opgestroopte mouw gelijk," zeide Sancho. "True, then that rolled up sleeve is right," Sancho said. "Als 't van mij afhangt, staan wij hem bij, zoo goed wij maar kunnen. " "If it depends on me, we'll stand by him as best we can. " "Gij hebt het rechte inzicht, vriend," antwoordde Don Quichot; "maar wees nu stil en rijd met mij rechts die hoogte op. "Thou hast the right insight, friend," replied Don Quixote; "but now be still and ride up that height with me on the right. Van dat punt kunnen wij het krijgsvolk beter zien, en ik zal u dan meteen met de beste en dapperste ridders van beide legers bekendmaken. " From that point we can better see the warriors, and I will then immediately acquaint you with the best and bravest knights of both armies. " Zij reden den heuvel op en kozen eene plaats, waar zij de beide kudden nauwkeurig hadden kunnen onderscheiden, als de dwarlende stofwolken niet alles als in een dichten nevel hadden gehuld. They drove up the hill and chose a place where they could have accurately distinguished the two herds, if the swirling clouds of dust had not shrouded everything like a dense mist. Desniettemin zag Don Quichot met behulp van zijn gloeiende verbeeldingskracht alles, wat hij maar verkoos te zien, en begon dus dadelijk met luid klinkende stem zijne inlichtingen te geven. Nevertheless, using his glowing imagination, Don Quixote saw everything he chose to see, and so immediately began to give his information in a loud voice.

"Die ridder daar met de gele wapens," begon hij, "die een gekroonden leeuw in zijn schild voert, is de dappere Laucalco, de heer van de zilveren brug. "That knight there with the yellow arms," he began, "who carries a crowned lion in his shield, is the brave Laucalco, the lord of the silver bridge. Die met de gouden bloemen op zijne rusting en de drie zilveren kronen in het azuurblauwe wapenschild is de groothertog van Quirocia. The one with the golden flowers on his rusting and the three silver crowns in the azure coat of arms is the Grand Duke of Quirocia. Die daar aan zijne zijde met de reusachtige ledematen is de nooit overwonnen Brandabarbaran van Bolicho, heer van de drie Arabiën. The one there at his side with the giant limbs is the never-conquered Brandabarbaran of Bolicho, lord of the three Arabia. Naast hem rijdt de nooitvolprezen held Timonel van Carcassonne aan de spits. Beside him rides the never-followed hero Timonel of Carcassonne at the striker. Zijne rusting vertoont vier kleuren, blauw, groen, wit en geel, en in het schild draagt hij eene roode kat op donkerbruin veld met het opschrift "Miauw!" His rusting shows four colors, blue, green, white and yellow, and in the shield he carries a red cat on dark brown field with the inscription "Meow!" ter eere van zijne dame, die Miulina van Algarvië moet heeten. in honor of his lady, who must be called Miulina of Algarvia. De ridder daar op het witte ros met de witte wapens is een ridder uit Frankrijk. The knight there on the white steed with the white arms is a knight from France. Pierre Papin is zijn naam; en die op den gestreepten wilden zebra met de ijzeren sporen is Espartafilardo, hertog van Nervië. " Pierre Papin is his name; and the one on the striped wild zebra with the iron spurs is Espartafilardo, Duke of Nervia. " Nog vele ridders en heeren noemde Don Quichot op, en 't zou vermoeien die allen te vermelden. Don Quixote mentioned many other knights and lords, and it would be tiresome to mention them all. Sancho Panza hoorde met open mond toe en zijne verbazing steeg ten top, toen hij eindelijk zag, dat heel die schitterende ridderschap in werkelijkheid niets anders dan eene kudde vetgemeste hamels was. Sancho Panza listened with open mouth, and his amazement rose to the top when he finally saw that the whole of that magnificent knighthood was in reality nothing but a herd of fattened hamsters.

"Loop naar den drommel, heer!" "Walk to the drum, sir!" barstte hij op eens los. he burst out at once. "Ik zie noch reuzen, noch ridders, noch knapen, maar enkel schapen, zoo ver mijn oog reikt. " "I see neither giants, nor knights, nor knaves, but only sheep as far as my eye can see. " "Hoe kunt gij zulk een onzin uitkramen?" "How can ye speak such nonsense?" antwoordde Don Quichot. replied Don Quixote. "Hoort gij dan niet het brieschen der paarden, het schetteren der trompetten en het doffe dreunen en bommen der legerpauken? " "Hear ye not then the roaring of horses, the blaring of trumpets, and the dull thumping and bombing of army pauks?" "Ik hoor niets dan een ontzettend geblaat, heer!" "I hear nothing but appalled bleating, sir!" verzekerde Sancho, en hij had gelijk. Sancho assured, and he was right. De beide kudden waren nu vrij dichtbij gekomen, en ieder mensch met gezonde hersens moest zien, dat het schapen en rammen waren en anders niet. Both flocks had now come quite close, and any person with a healthy brain had to see that they were sheep and rams and nothing else. Don Quichot bleef nochtans verblind. Don Quixote nevertheless remained dazzled.

"Uwe lafhartigheid, Sancho Panza, benevelt uw verstand," zeide hij met fierheid. "Your cowardice, Sancho Panza, clouds your mind," he said with pride. "Als gij bevreesd zijt, blijf dan vrij achter en berg uw leven. "If thou fearest, remain free and mount thy life. Ik echter zal mij in den heeten strijd storten en de overwinning zal met mij zijn. " I, however, will throw myself into the hot battle and victory will be with me. " Zonder het antwoord van zijn schildknaap af te wachten, drukte hij Rocinante de sporen in de ribben en stoof met gevelde lans pijlsnel den heuvel af. Without waiting for his squire's reply, he pressed Rocinante's spurs in the ribs and dashed down the hill with felled lance as fast as he could. Sancho schreeuwde hem wel na: "Blijf, blijf, heer! Sancho did shout after him, "Stay, stay, lord! Zoo waar ik een zondig mensch ben, 't zijn enkel hamels en schapen, waarop gij instormt!" As where I am a sinful man, 'tis only hamels and sheep, upon which thou art storming!" Maar Don Quichot luisterde niet naar zijne stem. But Don Quixote did not listen to his voice.

Onder wild krijgsgeschreeuw drong hij tot midden in de kudde schapen door en deelde rechts en links zulke verwoede houwen en steken uit, alsof de onnoozele schepsels zijne ergste vijanden waren. With wild shouts of war, he penetrated into the middle of the flock of sheep and dealt such frantic slashes and stabs to the right and left, as if the foolhardy creatures were his worst enemies. De herders en drijvers riepen hem toe, dat hij met zijne dwaasheid toch ophouden zou. The shepherds and trackers called out to him, "Surely he should stop his folly. Daar zij echter zagen, dat Don Quichot naar geen vermaning luisterde, maar zich steeds doller en wilder aanstelde, namen zij hunne slingers in de hand en wierpen steenen van een vuist dik naar hem. Seeing, however, that Don Quixote was not listening to any admonition, but was acting more and more wildly, they took their garlands in their hands and threw stones a fist thick at him. Een tijdlang deden die den dolleman geen letsel. For a time these did the madman no harm. De keien gonsden hem om de ooren, maar troffen hem niet. The boulders buzzed around his ears, but did not hit him. Eindelijk echter raakte een zware kei hem met zooveel geweld in de zijde, dat twee van zijne ribben werden gebroken en de ridder niet anders meende, dan dat zijn laatste uur gekomen was. At last, however, a heavy boulder hit him in the side with such force that two of his ribs were broken and the knight thought nothing but that his last hour had come. Nu echter dacht hij aan zijn wonderdrank, zette dien aan de lippen en dronk er met gretige teugen van. Now, however, he remembered his miracle drink, put it to his lips and drank from it with eager sips. Op datzelfde oogenblik kwam een tweede steen aangevlogen en richtte nog veel erger schade aan. At that same moment, a second stone came flying in and did much worse damage. Hij verbrijzelde de flesch met het kooksel en verlamde des ridders hand, sloeg hem drie of vier tanden uit den mond en schramde deerlijk zijne wang. He crushed the flask with the boil and paralyzed the knight's hand, knocking three or four teeth out of his mouth and severely grazing his cheek. De worp was zoo krachtig, dat Don Quichot zich niet meer in den zadel kon houden, maar als een blok van het paard op den grond plofte. The throw was so powerful that Don Quixote could no longer hold himself in the saddle, but plopped to the ground like a block off the horse. De herders schoten nu ijlings toe, en daar zij meenen moesten, dat zij den onmachtige hadden omgebracht, dreven zij met den meest mogelijken spoed hunne verstrooide kudden weer bijeen, pakten de doode hamels, ten getale van zeven, op hunne schouders en lieten den schijnbaar levenloozen Don Quichot aan zijn lot over. The shepherds rushed forward, and believing they had killed the powerless one, they rushed to reunite their scattered flocks, picked up the seven dead hamsters on their shoulders and left the apparently lifeless Don Quixote to his fate.

Sancho Panza was al dien tijd radeloos op den heuvel blijven staan, waar hij de dolheden van zijn heer aanzag, zich de haren uit den baard rukte en het uur verwenschte, dat hem met den ongelukkigen dolenden ridder in kennis had gebracht. Sancho Panza had remained distraught all this time on the hill, where he looked at his lord's madness, tore his hair out of his beard and cursed the hour that had brought him into acquaintance with the unfortunate wandering knight. Toen hij echter zag, dat de herders opbraken en zijn meester alleen op het slagveld achterbleef, ging hij naar hem toe en vond hem, schoon deerlijk gekneusd en gehavend, toch weer half bij zijne bezinning. But when he saw that the shepherds were breaking up and his master was left alone on the battlefield, he went to him and found him, though dearly bruised and battered, yet half recovered.

"Nu," vroeg hij, "heb ik u niet gezegd, dat gij eene kudde wolvee voor een krijgsleger aanzaagt? "Now," he asked, "did I not tell you that you were sawing a herd of wolves for an army of war? Had ik niet gelijk, toen ik u waarschuwde? " Was I not right when I warned you? " "Sancho, gij zijt een ezel," antwoordde Don Quichot. "Sancho, thou art a donkey," replied Don Quixote. "Merkt gij dan niet, dat een arglistige toovenaar al de ridders in hamels heeft veranderd? "Do ye not notice, then, that an insidious sorcerer has turned all the knights into hams? Hij deed dat, om mij te ergeren, en omdat de schurk mij de daden benijdde, die ik zou hebben uitgevoerd. He did so, to annoy me, and because the villain envied me the deeds I would have performed. Overtuig u hiervan, Sancho, door de vermeende kudde na te rijden. Convince yourself of this, Sancho, by driving after the alleged herd. Dan zult gij spoedig zien, dat de betoovering verdwijnt en de ridders zich weer in hunne natuurlijke gedaante vertoonen. Then you will soon see that the spell disappears and the knights reappear in their natural form. Vooreerst kunt gij daarmee nog wel wat wachten, want ik heb dringend uw hulp en bijstand noodig. First of all, you can wait a little longer with that, because I urgently need your help and assistance. Kijk nu maar eerst eens in mijn mond en zeg mij, hoe veel tanden mij zijn uitgeslagen. Now look in my mouth first and tell me, how many teeth have been knocked out of me. Ik zou zeggen, dat ik geen een meer heb overgehouden. " I'd say I didn't have one left. " Vol ijver boog de schildknaap zich zoo dicht over den ridder, die den mond opendeed, neer, dat zijn neus bijna tusschen diens tanden verdween. Full of zeal, the squire bent down so close over the knight, who opened his mouth, that his nose almost disappeared between his teeth. Op dit oogenblik begon echter de ingezwolgen drank te werken, en terwijl Sancho in den mond keek, gaf de lijder op eens al wat hij in de maag had over en overstroomde daar den baard van zijn armen, meewarigen schildknaap mee. At this moment, however, the swirled liquor began to take effect, and as Sancho looked into the mouth, the sufferer suddenly vomited up whatever he had in his stomach and flooded the beard of his poor, pitying squire with it. Deze schrikte, daar hij het hem overstelpend vocht in den beginne voor bloed hield; doch spoedig merkte bij, wat het was, en kreeg zulk een gevoel van walging, dat hij wel genoodzaakt was zijn gestrengen heer hetzelfde te doen, wat deze hem had gedaan. He was frightened, because at first he mistook the overwhelming fluid for blood; but soon he realized what it was, and felt such disgust that he was compelled to do to his august lord what he had done to him.

De arme Sancho schudde zich als een natte poedelhond, maar was toen met een sprong op de been en liep naar zijn ezel, om uit den knapzak het een of ander te halen, waarmee hij zichzelf en zijn meester weer schoonmaken kon. Poor Sancho shook himself like a wet poodle dog, but then was on his feet with a leap and ran to his donkey, to get from the knapsack something or other with which to clean himself and his master again. Daar echter ontdekte hij, dat zijn knapzak verdwenen was, wat hem opnieuw zijn noodlot deed verwenschen, dat hem aan zulk een dolzinnigen heer gebonden had. There, however, he discovered that his knapsack had disappeared, which made him once again curse his fate, which had bound him to such a mad lord.

Toen hij nog stond te klagen en te lamenteeren, kwam Don Quichot met moeite weer overeind, onderzocht met de linkerhand den toestand van zijn mond, greep met de rechter Rocinante bij den teugel en sleepte zich voort naar zijn schildknaap, die nu bedrukt op zijn grauwtje stond te leunen en in diepe gedachten voor zich neerkeek. While he still stood complaining and lamenting, Don Quixote got back up with difficulty, examined the condition of his mouth with his left hand, grabbed Rocinante by the rein with his right, and dragged himself forward to his squire, who was now leaning oppressively on his snatch and looking down before him in deep thought.

"Sancho Panza," sprak de edele ridder, "gij zijt bedroefd om de wederwaardigheden, die mij en dus u ook getroffen hebben. "Sancho Panza," spoke the noble knight, "thou art saddened by the misfortunes, which have afflicted me and therefore thee also. Maar klaag niet en treur niet, want op regen volgt zonneschijn, en 't zal spoedig beter met ons gaan. " But complain not and grieve not, for to rain follows sunshine, and 't will soon be better with us. " "Och wat!" "Oh what!" bromde Sancho. hummed Sancho. "'t Lijkt wat naar zonneschijn! "'Tis a bit like sunshine! Gisteren gefopt en vandaag zonder knapzak, daar moet een mensch wel tureluursch onder worden." Fooled yesterday and today without a knapsack, that must make a man turbulent." "Wat!" "What!" riep de ridder, "de knapzak weg? " cried the knight, "the knapsack gone? " "Nergens te vinden," antwoordde Sancho. "Nowhere to be found," Sancho replied. "Maar dan hebben we ook niets meer te eten. " "But then we won't have anything to eat either. " "Geen sikkepitje," zei de schildknaap; "of we moeten het gras en de kruiden kauwen, die de schapen overlieten. " "No nitpicking," said the squire; "or we must chew the grass and herbs left by the sheep. " "Dat alles zal zich wel schikken," troostte Don Quichot; "maar kijk nu eens naar mijne kakebeenen en vertel, hoeveel tanden ik ben kwijtgeraakt. "All that will arrange itself," Don Quixote consoled; "but now look at my cheekbones and tell, how many teeth I have lost. Ik voel een moorddadige pijn op de plaats, waar ze vroeger plachten te zitten. " I feel a murderous pain in the place, where they used to be. " Sancho stak Don Quichot den vinger in den mond, tastte en voelde en vroeg: "Hoeveel kiezen hebt gij vroeger aan dezen kant gehad, gestrenge heer? " Sancho put Don Quixote's finger in his mouth, groped and felt and asked, "How many molars hast thou had on this side before, stern sir? " "Vier, buiten de verstandskies, en alle vier gaaf en gezond. " "Four, other than the wisdom tooth, and all four flawless and healthy. " "Heer," antwoordde Sancho, "bedenk wel, wat gij zegt. " "Lord," Sancho replied, "consider what thou sayest. " "Vier zijn er geweest, zoo niet vijf," betuigde Don Quichot opnieuw. "Four there have been, if not five," Don Quixote confessed again. "Nu, dan moet ik zeggen, dat ge er leelijk zijt afgekomen," zeide de schildknaap; "want aan deze zijde hebt gij beneden nog maar twee en een halven tand en boven geen een meer: daar is alles glad weggeschoren. " "Now, then, I must say, thou hast come off ugly," said the squire; "for on this side thou hast only two and a half teeth left below, and none above: there all is smoothly shaved away. " "Ongelukkige, die ik ben!" "Unfortunate, that I am!" riep Don Quichot bij dit bericht bedroefd uit. exclaimed Don Quixote sadly at this news. "Hadden ze mij toch maar liever den linkerarm afgehouwen! "If only they had cut off my left arm anyway! Een mond zonder tanden is als een molen zonder maalsteen, en een tand is meer waard dan een diamant. A mouth without teeth is like a mill without a grinding stone, and a tooth is worth more than a diamond. Maar zoo gaat het den ridders, die zich voor het heil der menschheid opofferen! But so goes the knights, who sacrifice themselves for the salvation of mankind! Wee mij armen, ongelukkigen, dolenden held! " Woe to me poor, unfortunate, wandering hero! " "Heer," zeide Sancho Panza, na dat gejammer een poosje geduldig te hebben aangehoord, "heer, ik zou zeggen, dat ge nu lang genoeg gelamenteerd hebt. "Sir," said Sancho Panza, after listening to that wail patiently for a while, "sir, I would say that you have now lamented long enough. Stijg te paard en laat ons eene herberg opzoeken, want ik blaf van honger. " Mount your horse and let us seek an inn, for I bark with hunger. " Don Quichot vermande zich en besteeg al zuchtend en kreunend Rocinante. Don Quixote pulled himself together and, while sighing and groaning, mounted Rocinante. "Rij voorop, vriend," beval hij den schildknaap. "Ride ahead, friend," he ordered the squire. "Ik wil den weg volgen, dien gij inslaan zult. " "I want to follow the path you will take. " Dit liet zich Sancho geen tweemaal zeggen, maar in de hoop van spoedig eene herberg te zullen vinden draafde hij moedig op den breeden landweg voort. Sancho did not let this be said twice, but in the hope of finding an inn soon, he trotted courageously along the wide country road. 't Begon evenwel donker te worden, en geen gastvrij dak vertoonde zich. 'Twas beginning to grow dark, however, and no hospitable roof showed itself. Desniettegenstaande werd nergens rust gehouden, want heer en knecht werden door een razenden honger geplaagd, en zij hoopten nog altijd eene herberg te vinden. Nevertheless, nowhere was rested, for lord and servant were plagued by a ravenous hunger, and they still hoped to find an inn. Toen echter wachtte hen een avontuur, als nog geen van beiden ooit beleefd had. Then, however, an adventure awaited them as neither of them had ever experienced before.

De nacht was pikdonker geworden en treurig reden de beide helden op den weg voort, toen zij op eens eene groote menigte lichten zagen flikkeren, die als dwalende sterren uit de verte op hen toekwamen. The night had turned pitch dark and sadly the two heroes were driving along the road, when suddenly they saw a large crowd of lights flickering, coming toward them from the distance like wandering stars. Sancho Panza werd bleek, en ook Don Quichots hart bonsde hoorbaar tegen zijne gekneusde ribben. Sancho Panza turned pale, and Don Quixote's heart also pounded audibly against his bruised ribs. Beiden hielden hunne dieren staande en staarden op de lichten, die van minuut tot minuut grooter en schitterender werden. Both held their animals up and stared at the lights, which grew larger and brighter from minute to minute. Sancho Panza beefde als een riet, en den dapperen ridder begonnen de haren te berge te rijzen. Sancho Panza trembled like a reed, and the brave knight's hair began to stand on end. Echter toonde hij zich moedig en sprak: However, he showed courage and spoke up:

"Sancho Panza, hier moet ik al mijne kracht en mijn moed te hulp roepen, want dit is zonder twijfel een dreigend en gevaarvol avontuur. " "Sancho Panza, here I must call to my aid all my strength and my courage, for this is no doubt a threatening and dangerous adventure. " "O wee, o wee!" "Oh woe, oh woe!" zuchtte Sancho. Sancho sighed. "Daar komen weer reuzen en gedrochten, en op mijn armen rug, die toch al bont en blauw gebeukt is, zal 't opnieuw weer slagen regenen. " "There come giants and monstrosities again, and on my poor back, which is already beaten black and blue anyway, 't will rain blows again. " "Geloof dat niet," antwoordde Don Quichot. "Don't believe that," Don Quixote replied. "Al zijn 't ook nog zulke grimmige geesten en spoken, ze zullen u met hand noch vinger aanraken, daar ik u beschermen zal. "Though 'tis such grim spirits and ghosts, they will not touch thee with hand nor finger, for I will protect thee. Hier zijn wij op het open veld, waar ik onbelemmerd mijn scherp zwaard kan gebruiken. " Here we are in the open field, where I can use my sharp sword unimpeded. " "Ik wil mij goed zoeken te houden," zei Sancho Panza, hield zich dicht achter zijn heer en keek met gespannen opmerkzaamheid naar de lichten uit, om te ontdekken, hoe het daar eigenlijk mee gelegen was. "I want to seek to keep myself well," Sancho Panza said, keeping close behind his lord and looking out at the lights with tense attentiveness, to discover, how it actually was with them. Zij onderscheidden voor en na eene menigte gedaanten in witte hemden, die den armen Sancho Panza het verschrikkelijkste toeschenen, dat zijne oogen ooit nog op aarde hadden aanschouwd. Before and after they distinguished a crowd of figures in white shirts, which seemed to poor Sancho Panza the most terrible thing his eyes had ever beheld on earth. Hij trilde en beefde, en zijne tanden klapperden, alsof hij eene zware koude koorts had. He was shaking and trembling, and his teeth were chattering, as if he had a severe cold fever.

Toen de lichten nog nader kwamen, zagen zij bij de twintig mannen in lange, slepende tabbaarden. As the lights came even closer, they saw by the twenty men in long, trailing tabards. Zij zaten op paarden, droegen fakkels in de handen en hunne gezichten schenen spookachtig bleek. They were on horses, carrying torches in their hands, and their faces seemed ghostly pale. Achter hen kwam eene met een zwart laken overdekte baar, en op deze volgden zes andere ruiters, die, evenals de eersten, van het hoofd tot de voeten in lange, donkere rouwgewaden staken. Behind them came a bier covered with a black cloth, and on it followed six other horsemen, who, like the first, were clad from head to foot in long, dark mourning robes. Dezen zaten echter niet te paard, maar op muildieren, gelijk uit den zachten en bedaarden stap dezer dieren gemakkelijk was op te maken. These, however, were not on horseback, but on mules, as could easily be ascertained from the gentle and calm gait of these animals. Met doffe stem mompelden alle mannen onverstaanbare woorden, die wel bezweringen schenen en het hart van ridder en knecht met schrik vervulden. In a dull voice, all the men muttered unintelligible words, which seemed like incantations and filled the hearts of knight and servant with terror. Daarbij het late uur, de donkere nacht en de lijkbaar,--dit een en ander had ook den dapperste kunnen verbijsteren en beangstigen. Added to that the late hour, the dark night and the bier,--these things could have bewildered and frightened even the bravest.

Sancho Panza was halfdood van schrik en ontzetting; doch bij Don Quichot begon de verbeelding reeds weer te werken en spiegelde hem de zonderlingste avonturen voor. Sancho Panza was half-dead from shock and dismay; yet with Don Quixote, the imagination already began to work again and mirrored to him the oddest adventures. Hij geloofde, dat men op de baar een zwaar gekwetsten of wel dooden ridder wegdroeg, en dat de hemel hem opzettelijk tot diens bloedwreker had uitverkoren. He believed that a badly wounded or dead knight was carried away on the bier, and that heaven had deliberately chosen him to be his avenger.

Zonder aarzelen omklemde hij dan ook zijne lans en stelde zich midden op den weg dreigend in postuur, om den geheimzinnigen trein op te wachten. Without hesitation, therefore, he clasped his lance and posed menacingly in the middle of the road to await the mysterious train. Toen die tot op korten afstand genaderd was, verhief hij zijne stem en sprak: When it had approached to a short distance, he raised his voice and spoke:

"Halt! "Halt! Staat, gij ridders en edelen, en zegt zonder dralen, wie gij zijt, waarheen gij gaat, van waar gij komt en wie de ridder is, wiens lijk gij daar op die baar medevoert. Stand, ye knights and nobles, and say without hesitation, who ye are, whither ye go, whence ye come, and who the knight is, whose corpse ye carry there on that bier. Gij hebt òf kwaad gedaan óf kwaad geleden, en ik moet dit weten, om daarnaar mijne maatregelen te nemen. " Thou hast either done evil or suffered evil, and I must know this, to take my measures accordingly. " "Heer ridder," gaf een der mannen tot antwoord, "houd ons niet op, want wij hebben haast en mogen geen tijd verliezen met u uitvoerig rekenschap van ons doen en laten te geven. " "Lord knight," replied one of the men, "do not delay us, for we are in a hurry and must lose no time in giving you a detailed account of our doings. " Met deze woorden dreef hij zijn muildier aan en wilde doorrijden; maar Don Quichot gevoelde zich door dit korte bescheid in dier voege beleedigd, dat hij het dier bij den teugel greep en luid en dreigend riep: "Houd stil en leg rekenschap af! With these words he urged his mule on and wanted to ride on; but Don Quixote felt insulted by this short message to such an extent that he grabbed the animal by the rein and shouted loudly and threateningly: "Stop and account for your actions! Zoo niet, dan zal ik u en al de uwen bloedig tuchtigen en kastijden. " If not, I will bloodily discipline and chastise you and all yours. " Het muildier van den aldus bedreigden ruiter werd schuw, sprong op zij, steigerde hoog op en sloeg ruggelings achterover. The mule of the rider thus threatened became timid, jumped to the side, reared high and struck backwards. Een knaap die er te voet bij liep, zag den val en begon op Don Quichot te schimpen. A lad walking by on foot saw the trap and began to jeer at Don Quixote. Dat kon deze niet dulden en de kamp begon. This one could not tolerate that and the camp began. De ridder velde de lans, viel op een der mannen in het zwart aan en deed hem gewond van het paard tuimelen. The knight felled the lance, attacked one of the men in black and sent him tumbling wounded from the horse. Hierop keerde hij zich tegen de overigen. At this he turned on the others. Met waarlijk verbazende vlugheid en behendigheid hieuw hij op de menschen in en 't scheen wel, dat Rocinante vleugels had gekregen, zoo licht en snel galoppeerde hij over het slagveld heen en weer. With truly amazing swiftness and agility he hacked at the people and it seemed that Rocinante had grown wings, so lightly and quickly did he gallop across the battlefield. De mannen in de witte en zwarte kleederen toonden al zeer weinig hart in het lijf te hebben en gedroegen zich jammerlijk lafhartig. The men in the white and black garments already showed very little heart in their bodies and behaved miserably cowardly. Don Quichot dreef hen met weinig moeite op de vlucht, joeg hen met hunne vlammende fakkels over het veld heen en deed hen zich naar alle kanten verstrooien. Don Quixote drove them to flee with little effort, chased them across the field with their flaming torches and made them scatter in all directions. Sommigen der mannen konden zich wegens de lengte hunner rouwkleeren nauwelijks bewegen, en op dezen hakte de verwoede ridder, zonder eenigen weerstand te vinden, zoo lang in, totdat zij hunne mantels wegwierpen en insgelijks de vlucht namen. Some of the men could hardly move because of the length of their mourning garments, and the frantic knight, finding no resistance, hacked at them until they threw away their cloaks and fled as well. De arme sukkels meenden, dat de duivel zelf hun op de hielen zat, en kruisten zich al hun best. The poor suckers believed, that the devil himself was at their heels, and crossed all their best.

Sancho Panza zag dit schouwspel met de grootste verbazing aan. Sancho Panza watched this spectacle with the greatest amazement. Hij was over de stoutheid en dapperheid van zijn gebieder ten hoogste verwonderd en begon bijna te gelooven, dat Don Quichot werkelijk de machtige en geweldige held was, waarvoor hij zich uitgaf. He was most amazed at the boldness and bravery of his commander and almost began to believe that Don Quixote was really the mighty and great hero for whom he pretended to be.

Don Quichot greep eindelijk een der brandende fakkels, die in menigte op den grond lagen, en lichtte in het rond, of hij ook nog een vijand ontdekken kon. Don Quixote finally grabbed one of the burning torches, which lay in crowds on the ground, and lighted around to see if he could discover an enemy as well. Hij bemerkte niemand dan den ruiter, die onder zijn muildier was geraakt, zette hem de punt zijner lans op de borst en gebood hem zich over te geven, als hij niet oogenblikkelijk een man des doods wilde zijn. He noticed no one but the rider, who had gotten under his mule, put the point of his lance to his chest and commanded him to surrender, if he did not wish to be an instant man of death.

"Ach, heer ridder," stotterde de beangstigde man, "ik ben, gelijk gij ziet, onderdanig genoeg en smeek u ootmoedig om mijn beetje leven. "Ah, lord knight," stammered the frightened man, "I am, as thou seest, submissive enough and humbly beg you for my bit of life. Ik geloof, dat ik een been heb gebroken, want ik kan geen lid verroeren. I believe, I broke a leg, because I can't move a member. Breng mij dus ook maar niet om, als gij een christelijk ridder zijt. So do not kill me either, if thou art a Christian knight. Weet, dat ik tot den geestelijken stand behoor. Know that I belong to the clergy. Gij zoudt eene gruwelijke daad begaan door de hand aan een dienaar van de kerk te slaan. " Thou wouldst commit a heinous act by laying hands on a servant of the church. " "Maar, bij mijn zwaard," schreeuwde Don Quichot, "als gij werkelijk een geestelijke zijt, wat heeft u dan midden in den nacht hier op den grooten weg gebracht? " "But, by my sword," shouted Don Quixote, "if thou art truly a clergyman, what brought thee here on the great road in the middle of the night? " "Mijn ongelukkig gesternte, heer ridder," antwoordde de gevallene. "My unfortunate constellation, lord knight," replied the fallen man. "En dat zal u het leven kosten, als gij mij niet dadelijk antwoord op mijne eerste vraag geeft," riep Don Quichot. "And that will cost you your life if you do not answer my first question immediately," cried Don Quixote. "Ach, ik wil gaarne alles zeggen," antwoordde de man. "Ah, I am happy to say anything," the man replied. "Ik en de twaalf andere priesters, die allen gevlucht zijn, komen uit de stad Baeza, en wij dachten ons naar Segovia te begeven, om het lijk van den ridder, dat daar op de baar ligt, naar zijn eigen grafkelder te begeleiden. " "I and the twelve other priests, who have all fled, come from the city of Baeza, and we thought we would go to Segovia, to accompany the corpse of the knight, which lies there on the bier, to his own tomb. " "Wie heeft dien ridder omgebracht?" "Who killed that knight?" vroeg Don Quichot op barschen toon. Don Quixote asked in a gruff tone.

"Hij is zijn natuurlijken dood gestorven ten gevolge van eene heete koorts," was het antwoord. "He died his natural death as a result of a hot fever," was the reply. "Nu, dan heb ik niet de moeite te nemen om hem te wreken," sprak de dappere dolende held. "Now, then, I have not bothered to avenge him," spoke the brave wandering hero. "Weet dan nu, eerwaardige heer, dat ik de hoogvermaarde en machtige ridder Don Quichot van La Mancha ben, en dat mijne roeping is de wereld te doorkruisen, om alle onrecht te keer te gaan, het kromme recht te maken en de lijdende, onderdrukte menschheid te hulp te komen. " "Know now then, venerable sir, that I am the high and mighty knight Don Quixote of La Mancha, and that my vocation is to traverse the world, to oppose all injustice, to straighten the crooked, and to come to the aid of suffering, oppressed humanity. " "Ei, heer ridder," antwoordde de geestelijke, "bij mij is u dat niet gelukt, want gij hebt veeleer het rechte krom gemaakt, gelijk mijn gebroken been u duidelijk kan bewijzen. " "Ei, lord knight," replied the cleric, "with me thou hast not succeeded, for thou hast rather bent the straight, as my broken leg can clearly prove to thee. " "Dat doet mij leed om uwentwil," betuigde de ridder; "doch gij hebt dit ongeluk aan uzelf te wijten. "That grieves me for your sake," the knight confessed; "yet you have this misfortune due to yourself. Waarom gaaft gij mij niet terstond behoorlijk antwoord op mijne vraag? " Why won't you answer my question properly at once? " "Daar het nu toch niet te veranderen is, wil ik mij in mijn lot zoeken te troosten," zuchtte de geestelijke. "Since it cannot be changed now anyway, I want to take comfort in my fate," sighed the cleric. "Maar, heer ridder, wilt gij mij eene gunst en weldaad bewijzen, help mij dan van onder mijn muildier weg. "But, lord knight, if thou wilt show me favor and beneficence, help me out from under my mule. Een van mijne beenen zit nog tusschen zadel en stijgbeugel vastgeklemd. " One of my legs is still wedged between saddle and stirrup. " "Waarom hebt gij dat niet terstond gezegd, eerwaardige heer?" "Why didst thou not say so at once, honorable sir?" riep Don Quichot. cried Don Quixote.

"Wacht, gij zult zonder uitstel geholpen worden. " "Wait, thou shalt be helped without delay. " Hij wenkte Sancho Panza nader te komen; doch deze maakte bitter weinig haast, daar hij juist bezig was, een met proviand zwaar beladen ezel, dien de geestelijke heeren bij zich hadden, van zijn vracht te bevrijden en die op zijn eigen grauwtje over te brengen. He beckoned to Sancho Panza to come closer; but the latter was in little hurry, as he was busy freeing a donkey, heavily laden with provisions, which the clergymen were carrying, from its load and transferring it to his own donkey. Eerst toen hij dit werk volbracht had en zich toereikend van mondvoorraad voorzien zag, kwam hij zijn meester te hulp en haalde den geestelijke onder het muildier weg. Only when he accomplished this work and found himself adequately supplied with mouth supplies did he come to his master's aid and remove the cleric from under the mule. Dit richtte zich nu vanzelf op, en de geestelijke heer werd er op geholpen. This now erected itself naturally, and the spiritual lord was helped on it. Voordat hij wegreed, verzocht Don Quichot hem, zijne broeders weder bijeen te roepen en hun in zijn naam vergiffenis te vragen voor het kwaad, dat hij hun bij vergissing had aangedaan. Before riding away, Don Quixote asked him to reconvene his brothers and ask forgiveness in his name for the harm he had done to them by mistake. En Sancho Panza voegde er bij: And Sancho Panza added:

"En als uwe vrienden weten willen, wie hen zoo deerlijk toegetakeld heeft, zeg hun dan, dat het Don Quichot van La Mancha, de Ridder van de Droevige Figuur, is geweest. " "And if your friends want to know, who inflicted them so dearly, tell them that it was Don Quixote of La Mancha, the Knight of the Sad Figure. " Hierop reed de geestelijke weg, en nu vroeg Don Quichot zijn schildknaap, hoe die er toe gekomen was, hem den Ridder van de Droevige Figuur te noemen. At this the cleric rode away, and now Don Quixote asked his squire how he had come to call him the Knight of the Sad Figure.

"Dat zal ik u zeggen, gestrenge heer," zeide Sancho Panza. "I will tell you that, stern sir," Sancho Panza said. "Kijk, toen ik u bij het licht van de fakkels zoo eens terdeeg goed bekeek, moest ik bij mijzelf zeggen, dat gij wezenlijk de jammerlijkste en droevigste figuur zijt, die ik nog ooit van mijn leven gezien heb. "Look, when I took a good look at you by the light of the torches, I had to say to myself that you are essentially the most pitiful and sad figure I have ever seen in my life. Dat komt denkelijk wel van het gevecht, waarin gij veel moet geleden hebben, of misschien ligt het ook daaraan, dat gij zoo'n geduchte vracht kiezen en tanden zijt kwijtgeraakt. " That is probably because of the fight, in which you must have suffered a lot, or perhaps it is also because you lost such a formidable load of molars and teeth. " "Neen, dat is het zeker niet," antwoordde Don Quichot. "No, it certainly is not," replied Don Quixote. "Maar wat ook de reden mag wezen, ik wil den bijnaam, die u toevallig in den mond kwam, behouden en mij ten eeuwige dage den Ridder van de Droevige Figuur noemen. "But whatever the reason, I want to keep the nickname, which happened to come into your mouth, and call me the Knight of the Sad Figure for all eternity. Om dien naam met volle recht te dragen, wil ik eene recht treurige figuur op mijn schild laten schilderen. " To bear that name with full justice, I want a straight sad figure painted on my shield. " "Die kosten kunt gij sparen, heer ridder," zei Sancho Panza. "That cost thou canst spare, lord knight," Sancho Panza said. "Als gij maar uwe eigene figuur laat zien, kunt gij verzekerd wezen, dat de heele wereld u dadelijk voor den Ridder van de Droevige Figuur zal houden. "If only you show your own figure, you can be assured that the whole world will immediately mistake you for the Knight of the Sad Figure. Twijfel niet aan mijn zeggen, want ik verzeker u, dat de honger en 't verlies van die tanden u zoo'n jammerlijk aanzien gegeven hebben, als men zich met mogelijkheid verbeelden kan. Do not doubt my saying, for I assure you, that hunger and 'the loss of those teeth have given you such a pitiful appearance, as one can possibly imagine. Don Quichot lachte om Sancho's dol zeggen, maar bleef er toch bij, dat hij dien bijnaam aannemen wou en op zijn schild eene droevige figuur doen schilderen. Don Quixote laughed at Sancho's fond saying, but still insisted that he wanted to take that nickname and have a sad figure painted on his shield. Sancho liet hem nochtans geen tijd, om daar lang over na te denken, maar drong er op aan, dat men de reis zonder tijdverlies voortzetten zou. Sancho, however, did not leave him time to think long about it, but insisted that they continue the journey without wasting time.