Примеры из библиотеки LingQ
- Je weet dat een zusje van Annie al een
- zaten de jongelui -, het zusje met een bleek zenuwgezichtje
- gezicht, wenkte driftig het zusje, dat onbeholpen achteraf was
- die woorden niet meer. - Zusje-lief, viel Gerrit in
- ze beiden afbreekt... Neen zusje, er bestaat familie, er
- ik aan mijn kleine zusje, dat speelde in de
- vroeg hij aan zijn zusje, Ottelientje. - Eten... zei Ottelientje
- nerveus slordig... - Emilietje... mijn zusje... wat is er dan
- uit! snikte Emilie. Mijn zusje, mijn lief zusje! O
- fluisterde Emilie. - Mijn arm zusje... - Ik zie daar het
- in zijn armen... - Henri! !- Zusje, wat is er? Zij
Близкие фразы
- maar mijn zusje is niet naar school geweest
- mijn zusje
- mijn zusje is niet naar school geweest
- mijn zusje en ik hebben een rijke jeugd gehad
- ik ben naar school geweest maar mijn zusje is niet naar school geweest
- zusje en beste vriendin die wereld te worden ingetrokken
- wij ik en mijn zusje houden erg veel van lezen
- zijn zusje is wel oké
- dolf dacht wazig ik heb nooit een zusje gehad en vergat het meteen weer
- je zusje is m'n fan
