image

Tweede ronde / 3, Les 31 Brood op de plank

Hoe krijgt de Nederlander brood op de plank? Van de beroepsbevolking is 33,3% werkloos, niet in staat om te werken of niet op zoek naar werk; 66,7% van de beroepsbevolking heeft dus een baan. Waarmee verdienen zij de kost? Zoals je uit diagram I kunt afleiden, is er in de sector 'diensten' veel werkgelegenheid. En dat is logisch: we doen steeds minder zelf, en dan moeten anderen ons van dienst zijn. We eten buitenshuis, kopen kant-en-klare maaltijden of laten de maaltijd thuis bezorgen. Boeken en cd's bestellen we via het internet, onze reizen laten we organiseren door een reisbureau. Ons kantoor laat het beheer van het computernetwerk aan specialisten over. Nieuw personeel komt binnen via het uitzendbureau, en een adviesbureau bepaalt het beleid. Het resultaat: restaurants, cateringbedrijven, internetbedrijven en talloze soorten bureautjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Als we diagram I nader bekijken, constateren we dat er in de industrie weinig banen zijn. En de industrie is toch zo'n belangrijke bron van inkomsten? Dat is waar, maar daar zijn steeds minder arbeiders voor nodig. Laaggeschoold werk trachten de bedrijven zoveel mogelijk te automatiseren of in lagelonenlanden te laten doen. Werken veel vrouwen in Nederland, of vervullen zij de traditionele rol van huisvrouw? De laatste vijfentwintig jaar zijn de vrouwen massaal de arbeidsmarkt opgegaan. Een blik op diagram II leert ons dat het percentage vrouwelijke werknemers nu boven het EU-gemiddelde ligt. Merk op (diagram III) dat zij behalve in de zakelijke dienstverlening vooral in de sectoren zorg en onderwijs werken. Een van de redenen is dat daar deeltijdwerk mogelijk is. Veel vrouwen moeten hun werk namelijk combineren met de zorg voor hun gezin, als gevolg van de bezuinigingen op de kinderopvang. Gerekend naar het aantal gewerkte uren valt de arbeidsparticipatie van vrouwen veel lager uit. Verdienen ze dan genoeg? Zijn de lonen zo hoog in Nederland? Inderdaad is het minimumloon relatief hoog, zoals figuur IV laat zien. Toch kunnen vrouwen met een deeltijdbaan meestal niet op eigen benen staan. Ook zijn hun carrièrekansen geringer. Discriminatie? Ligt het aan de tijdelijke contracten die ze vaak hebben? Nee, dat kan de oorzaak niet zijn, want ook voor mannen is flexibiliteit de norm. Het is langzamerhand normaal om geregeld van werk en van werkgever te wisselen.



Want to learn a language?


Learn from this text and thousands like it on LingQ.

  • A vast library of audio lessons, all with matching text
  • Revolutionary learning tools
  • A global, interactive learning community.

El idioma que estoy aprendiendo en línea @ LingQ

Hoe krijgt de Nederlander brood op de plank? Van de beroepsbevolking is 33,3% werkloos, niet in staat om te werken of niet op zoek naar werk; 66,7% van de beroepsbevolking heeft dus een baan. Waarmee verdienen zij de kost? Zoals je uit diagram I kunt afleiden, is er in de sector 'diensten' veel werkgelegenheid. En dat is logisch: we doen steeds minder zelf, en dan moeten anderen ons van dienst zijn. We eten buitenshuis, kopen kant-en-klare maaltijden of laten de maaltijd thuis bezorgen. Boeken en cd's bestellen we via het internet, onze reizen laten we organiseren door een reisbureau. Ons kantoor laat het beheer van het computernetwerk aan specialisten over. Nieuw personeel komt binnen via het uitzendbureau, en een adviesbureau bepaalt het beleid. Het resultaat: restaurants, cateringbedrijven, internetbedrijven en talloze soorten bureautjes schieten als paddenstoelen uit de grond. Als we diagram I nader bekijken, constateren we dat er in de industrie weinig banen zijn. En de industrie is toch zo'n belangrijke bron van inkomsten? Dat is waar, maar daar zijn steeds minder arbeiders voor nodig. Laaggeschoold werk trachten de bedrijven zoveel mogelijk te automatiseren of in lagelonenlanden te laten doen. Werken veel vrouwen in Nederland, of vervullen zij de traditionele rol van huisvrouw? De laatste vijfentwintig jaar zijn de vrouwen massaal de arbeidsmarkt opgegaan. Een blik op diagram II leert ons dat het percentage vrouwelijke werknemers nu boven het EU-gemiddelde ligt. Merk op (diagram III) dat zij behalve in de zakelijke dienstverlening vooral in de sectoren zorg en onderwijs werken. Een van de redenen is dat daar deeltijdwerk mogelijk is. Veel vrouwen moeten hun werk namelijk combineren met de zorg voor hun gezin, als gevolg van de bezuinigingen op de kinderopvang. Gerekend naar het aantal gewerkte uren valt de arbeidsparticipatie van vrouwen veel lager uit. Verdienen ze dan genoeg? Zijn de lonen zo hoog in Nederland? Inderdaad is het minimumloon relatief hoog, zoals figuur IV laat zien. Toch kunnen vrouwen met een deeltijdbaan meestal niet op eigen benen staan. Ook zijn hun carrièrekansen geringer. Discriminatie? Ligt het aan de tijdelijke contracten die ze vaak hebben? Nee, dat kan de oorzaak niet zijn, want ook voor mannen is flexibiliteit de norm. Het is langzamerhand normaal om geregeld van werk en van werkgever te wisselen.


×

Usamos cookies para ayudar a mejorar LingQ. Al visitar este sitio, aceptas nuestras politicas de cookie.