Examples from the LingQ library
- hoefde onder te doen. Terloops wierp hij een blik
- ze voelde dat Coba terloops, maar met bedoeling op
- vroeg hij haar als terloops, met een vluchtigen glimlach
- Egbert nu en dan terloops van haar bezoeken te
- En zij vroeg, nog terloops, schuchter: - Wordt Henri négen
- er nog eens van, terloops in haar weinige lectuur
- bleef haar bij. Slechts terloops dacht zij er aan
- er wel eens van, terloops... ze trokken me nooit
- enkel woord zelfs, als terloops gezegd...; ook om hem
Related Phrases
- quasi terloops
- ik deed het meestal terloops
- de president die steeds vaker terloops de gedachte opwerpt
- terloops gesteld werd
- als terloops
- terloops bijna een mededeling geen bevel
- heel terloops een vraag stellen over iets over politiek of zo
- het terloops
- hoorde ik er wel eens van terloops
- loftuitingen heel terloops mee dat

